dagboek voor Johan

Dagboek voor Johan.

Het is weer zover.
Het regenseizoen is volop bezig en de hieraan verbonden nadelen zijn ook zichtbaar.
Het begon na een heerlijk ontspannen zondagse trektocht in de Michiru Mountain in Blantyre zowat veertien dagen terug.
Geschoeid met mijn slechtste loopschoenen, omdat die gewoon het gemakkelijkst zitten, maar ook met de nodige gaten erin, ging ik op stap. Gaten groot genoeg om stekels, takken, water en zo meer door te laten. Doe daar vochtig warm weer bij en het is feest voor de bacteriën.
Alles begint klein, wordt groter en nu zijn de vier wonden aan mijn voeten intussen op hun grootst. Dat hoop ik toch.
En zo kwam ik vandaag vervroegd thuis, vermoeid van de pijn en geen zin om nog een wandeling met Zarya te maken of een duik in het zwembad met Veerle.
Mijn al weken uitgesteld dagboek en een verjaardag in het zicht, met dank aan Filip die tijdelijk het hiaat wist te vullen, trok me over de lijn, intussen mijn voeten pamperend en verzorgend.
Alle zalfjes en kuren al geprobeerd hebbend, zocht ik deze ochtend toevlucht bij Richard die het zowaar nog erger maakte. Het rood van de ontsteking ziet nu blauw van zijn behandeling. Terug naar af en weer een halve centimeter groter.

Het was een alles behalve leuke ochtend. Donderdag: melkdag en tandartsdag.
Elke donderdagochtend stipt om 8 uur staat Jayne me op te wachten op de parking van de kliniek van dr. Panja. .
Jayne woont zowat haar halve leven al op het plateau en kweekt er Jersey koeien, honden, bloemen, ….
Maar op donderdag komt ze met een volgeladen wagen naar beneden zodat klanten kunnen bevoorraad worden zonder dat ze zelf het plateau moeten oprijden.
Ik koop telkens 30 tot 35 liter melk, afhankelijk van haar aanbod want de koeien geven niet altijd even veel, zegt ze.
Van de overschot, ook al naargelang het geven van de koeien, kan ik bij haar ook verse boter, verse kaas en room kopen. Een luxe in Zomba.
Het is een mooi tafereel. Jayne komt de wagen niet uit. Zij schrijft het bonneke en ontvang het geld.
Haar 80-jarige housekeeper is erbij om de deur te openen zodat zijn in de leer zijnde jonge housekeeper, het werk kan doen.
Meer dan een kwartier tot een half uur neemt dit niet in beslag, ook afhankelijk van hoe praatvaardig we (Jayne en ik) zijn die ochtend.
Het was een kort intermezzo vandaag want dr. Panja moest weg met zijn wagen en ik stond op zijn oprit. Spoedgevallen hebben voorrang.
Hoe ik mijn boter moest beschermen om niet terug melk te worden, was een vraag die me onderweg nog bezig hield.

Tot ik in Sitima aankwam.
Patrick, de coach van onze Sitima Sisters Football club stond me op te wachten met een gezwollen kaak. Patiënt nr. 1 voor de dentist.
Hij heeft een beetje voorrang want onze meisjesploeg, die deze week in competitie gaat en moet spelen tegen andere meisjesvoetbalploegen waartegen ze nooit kunnen winnen, mag zaterdag absoluut niet ontbreken.
Onze Sitima Sisters spelen tegen Zomba Community Girls waartegen ze laatst nog verloren met 10-0. Dit is dan ook een super getrainde meisjesploeg.
Wat ik niet wist maar toch had kunnen bedenken, is dat voetbalploegen voor een belangrijke match overgaan tot het nemen van “krachtmiddeltjes”. Onze epo en drugs maar dan lokale middeltjes voorgeschreven en bewitcht door de witchdoctor himself.
Ik mag mee op bezoek zodat ik overtuigd geraak van hun methodes.

Dan stappen vijf kleine onwetende kindjes in mijn auto en een jonge moeder met baby die verantwoordelijk is gesteld voor de kleintjes. Ik schat haar nog geen twintig jaar.
Niemand die een woord zegt en dus zet ik een Malawese cassette op om wat leven in de brouwerij te krijgen. Het mag niet baten.
Na een half uur rijden op de slechte weg van Sitima tot het kruispunt met Jali, komt er beweging op de achterbank. De porridge van die ochtend moet er weer uit en in de kortste keren is haar uniformpje onherkenbaar wit geworden en zitten meteen ook de andere passagiers onder de porridge. Ik stop aan de kant van de weg.
En dit is mooi: niet de jonge dame met kind snelt ter hulp maar Patrick. Hij neemt het kind uit de wagen, plukt gras in de kant en reinigt op een professionele manier haar kleedje met een snelle neerwaartse beweging zodat alle porridge smelt als sneeuw voor de zon. Nog even haar sandaaltjes onder handen nemen en we rijden verder. Waar heb ik het toch altijd over met mijn gepreek van gender?

The Dentist Clinic: zijn naam niet waard aan het verval van dit koloniale gebouw te zien.
Ik kom er graag zolang ik zelf maar niet in de stoel moet liggen.
Dr. Sajith wacht me op, afgeborsteld, bijna glanzend. De Hindoe uit de hoogste klasse. We praten over koetjes en kalfjes en over de moeilijkheid van leven in Malawi. Hij is niet aan zijn proefstuk toe, dat is duidelijk. We zijn het erover eens dat elke buitenlander zo zijn moeilijke periode door moet maar nadien krijg je heel wat terug. Ik denk dat ik al zover ben, zeg ik hem. Hij ook dus.

Dr. Mhango komt ook binnen, zijn handschoenen nog aan en ik mag in zijn armen knijpen. Daarmee trek je met gemak de taaiste tand.
Diplomatisch word ik in hun office gezet onder de ventilator. Mijn kindjes en Patrick worden versluisd naar de achterkant van het gebouw, ver weg van luisterende oren.
Het mocht niet baten. Eén voor één hoor ik de kindjes jammeren en roepen “amai” (moeder). Het geluid snijdt door me heen en een andere dokter komt me wat entertainen om mijn zinnen te verzetten voor ik de office wil verlaten en een kijkje wil gaan nemen in de praktijkruimte.
Ik laat begaan, schrik dat ik zelf onwel zal worden. Dit mooie reisje met de auto is een nachtmerrie geworden. En ze moeten nog een keertje terugkomen want alles kon niet in één keer gebeuren. Dat gaat niet lukken, vrees ik.
Op de terugweg zitten mijn patiëntjes, aandoenlijk, elk met een prop watten in de mond. Dat niemand nog iets zegt, zelfs Patrick niet, is nu heel begrijpbaar.
Ik laat ook mijn muziek voor wat het was.

Mijn voeten zijn intussen enorm gezwollen van de hitte, bijna 30°C en ook van de riempjes van mijn sandalen. De enige schoenen die nog pasten en nu ook pijn doen. Zonder schoenen rijd ik terug naar Zomba. Ik heb nood aan een goede koffie en stop bij Bethel’s Bookshop.
Geen tafeltje buiten dat nog vrij is. Er staan er maar twee trouwens.
Ik vraag of ik mag aanzitten omdat ik niet graag binnen zit.
Gelukkig kan dit hier, mag dit hier, maakt niemand daar een probleem van en gelukkig ken ik allen die er aanwezig zijn. Ook dat helpt natuurlijk.
Een vrijwilligster in het Mental Hospital vraag ik zowat de kleren van het lijf. Niet zonder reden want Suzan, moeder van Mattias en nog twee zusjes, verblijft al veel te lang in dit hospitaal. Bijna een half jaar. Dit klopt niet meer.
Na veel gevraag mijnentwege wordt het geheel wat duidelijk. Teveel mensen voor te weinig zusters en dokters doet hen grijpen naar slaapmiddelen en tranquilizers. Zo weinig mogelijk last is de boodschap. Suzan hoort daar ook bij nu. Maar wat gebeurt er met mensen die niet van zich laten horen, die de fut ontgaat? Je kijkt niet meer naar hen om want ze “gedragen” zich.

Met mijn voeten omhoog hangend in het traliewerk van mijn gate was ik begonnen aan dit dagboek.
Een verhaal van een halve dag dat ik wil afsluiten met Richard zijn vraag. .
Of hij nog wat geld kon lenen voor de aankoop van een tafeltje.
De zin hiervan ontging me echt. Ik weet dat hij reeds stoelen had gekocht en nu een tafeltje erbij wil maar om daarvoor nog een extra lening (hij had er al eentje lopen) te vragen?
Hij heeft het me uitgelegd en ik heb het begrepen.
Als zijn of haar familie op bezoek komt, wat regelmatig gebeurt, kunnen ze eindelijk eens bewijzen dat ze een verschil maken met het leven dat zijn/haar familie heeft in de dorpen. Door geen meubels te kopen, zegt de familie dat je daarvoor niet in de stad of bij een mzungu moet gaan werken. Dan kom je beter terug naar je dorp en je familie en werk zoals iedereen ook op het land.
Zo had ik meubels nog nooit bekeken.

Morgen moet een fijne dag worden. Een dag van lekker eten en drinken, een dag om gelukkig te zijn. Morgen is het de verjaardag van Johan.
In stijl zal ik dit vieren.
Filip, morgen gaat je fles champagne open en trekken Veerle en ik het plateau op voor een ontbijtlunch.
En als we dan voldoende genoten hebben en onze hoofden al een beetje in de wind en in de war zullen zijn, misschien heb ik dan de moed om Suzan te bezoeken.
Telkens een moreel dilemma: gaan of niet gaan. Als ze me ziet, wil ze mee naar huis en creëer ik hoop. Als ze me niet ziet,…… dan is er enkel ellende.

~ door koenf op februari 4, 2011.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.