Dagboek voor Karel

•februari 20, 2011 • Geef een reactie

“Ik ga me nu klaarmaken om naar de herdenking te gaan”.
Een zin uit de mail van mijn dochter Birgit deze ochtend die inslaat als een bom.
Plots lijkt het of alle stukjes van de puzzel in elkaar passen en zit ik te wenen achter mijn computer.
Deze ochtend had ik het nog over “mijn eerste echtgenoot” tegen Richard en over aangetekende brieven die ergens verloren liggen omdat één van de koffers van de studenten nog steeds niet is toegekomen in Malawi.
Deze ochtend schreef ik in een mail aan een vertrouwd iemand: “voel ik me zo omdat het morgen 20/2 is?”
Deze ochtend beantwoordde ik de mail van een collega dierenarts van Karel die destijds ook in Malawi werkte met: “de behoefte aan omgang met gelijken komt weer op, een teken dat er teveel éénrichtingsverkeer is geweest”.

Onbewust is het een jaarlijks terugkerend gegeven: rond deze periode van het jaar geraakt mijn weerstand op.
En als ik alles op een rijtje zet, klopt dat ook.

Het begint op 8 december met het overlijden van Johan. Dan volgen Kerstmis en Nieuwjaar die ik in alle eenvoud vier in Malawi. Daarna de verjaardag van Karel, mezelf en Johan, gevolgd door het overlijden van mijn moeder en Karel op 20/2.

Deze ochtend mijn kinderen het voorstel gedaan om in de toekomst elkaar ergens halverwege het jaar en de wereld te ontmoeten voor een korte vakantie.
Elk van hen mag 10 vakantiebestemmingen voorleggen en hopelijk komt er minstens één gezamelijke favoriet uit de bus.

De moeilijke periode is weer voorbij.
Een nieuw plan is bedacht om mijn kinderen en Malawi meer in balans te krijgen zodat ik volgend jaar voornoemde data met het nodige respect maar ook met flair en humor hoop te beleven.

De zon schijnt volop en straks speelt onze meisjesploeg Sitima Sisters tegen Chanco (chanco= chancellor college = universiteit)
Met een open truck en veel ambiance zullen onze dorpsmeisjes en half Sitima toekomen op de Universiteit van Malawi.
Het wordt een mooie dag, ongetwijfeld, voor ons allen.

dagboek voor Johan

•februari 4, 2011 • Geef een reactie

Dagboek voor Johan.

Het is weer zover.
Het regenseizoen is volop bezig en de hieraan verbonden nadelen zijn ook zichtbaar.
Het begon na een heerlijk ontspannen zondagse trektocht in de Michiru Mountain in Blantyre zowat veertien dagen terug.
Geschoeid met mijn slechtste loopschoenen, omdat die gewoon het gemakkelijkst zitten, maar ook met de nodige gaten erin, ging ik op stap. Gaten groot genoeg om stekels, takken, water en zo meer door te laten. Doe daar vochtig warm weer bij en het is feest voor de bacteriën.
Alles begint klein, wordt groter en nu zijn de vier wonden aan mijn voeten intussen op hun grootst. Dat hoop ik toch.
En zo kwam ik vandaag vervroegd thuis, vermoeid van de pijn en geen zin om nog een wandeling met Zarya te maken of een duik in het zwembad met Veerle.
Mijn al weken uitgesteld dagboek en een verjaardag in het zicht, met dank aan Filip die tijdelijk het hiaat wist te vullen, trok me over de lijn, intussen mijn voeten pamperend en verzorgend.
Alle zalfjes en kuren al geprobeerd hebbend, zocht ik deze ochtend toevlucht bij Richard die het zowaar nog erger maakte. Het rood van de ontsteking ziet nu blauw van zijn behandeling. Terug naar af en weer een halve centimeter groter.

Het was een alles behalve leuke ochtend. Donderdag: melkdag en tandartsdag.
Elke donderdagochtend stipt om 8 uur staat Jayne me op te wachten op de parking van de kliniek van dr. Panja. .
Jayne woont zowat haar halve leven al op het plateau en kweekt er Jersey koeien, honden, bloemen, ….
Maar op donderdag komt ze met een volgeladen wagen naar beneden zodat klanten kunnen bevoorraad worden zonder dat ze zelf het plateau moeten oprijden.
Ik koop telkens 30 tot 35 liter melk, afhankelijk van haar aanbod want de koeien geven niet altijd even veel, zegt ze.
Van de overschot, ook al naargelang het geven van de koeien, kan ik bij haar ook verse boter, verse kaas en room kopen. Een luxe in Zomba.
Het is een mooi tafereel. Jayne komt de wagen niet uit. Zij schrijft het bonneke en ontvang het geld.
Haar 80-jarige housekeeper is erbij om de deur te openen zodat zijn in de leer zijnde jonge housekeeper, het werk kan doen.
Meer dan een kwartier tot een half uur neemt dit niet in beslag, ook afhankelijk van hoe praatvaardig we (Jayne en ik) zijn die ochtend.
Het was een kort intermezzo vandaag want dr. Panja moest weg met zijn wagen en ik stond op zijn oprit. Spoedgevallen hebben voorrang.
Hoe ik mijn boter moest beschermen om niet terug melk te worden, was een vraag die me onderweg nog bezig hield.

Tot ik in Sitima aankwam.
Patrick, de coach van onze Sitima Sisters Football club stond me op te wachten met een gezwollen kaak. Patiënt nr. 1 voor de dentist.
Hij heeft een beetje voorrang want onze meisjesploeg, die deze week in competitie gaat en moet spelen tegen andere meisjesvoetbalploegen waartegen ze nooit kunnen winnen, mag zaterdag absoluut niet ontbreken.
Onze Sitima Sisters spelen tegen Zomba Community Girls waartegen ze laatst nog verloren met 10-0. Dit is dan ook een super getrainde meisjesploeg.
Wat ik niet wist maar toch had kunnen bedenken, is dat voetbalploegen voor een belangrijke match overgaan tot het nemen van “krachtmiddeltjes”. Onze epo en drugs maar dan lokale middeltjes voorgeschreven en bewitcht door de witchdoctor himself.
Ik mag mee op bezoek zodat ik overtuigd geraak van hun methodes.

Dan stappen vijf kleine onwetende kindjes in mijn auto en een jonge moeder met baby die verantwoordelijk is gesteld voor de kleintjes. Ik schat haar nog geen twintig jaar.
Niemand die een woord zegt en dus zet ik een Malawese cassette op om wat leven in de brouwerij te krijgen. Het mag niet baten.
Na een half uur rijden op de slechte weg van Sitima tot het kruispunt met Jali, komt er beweging op de achterbank. De porridge van die ochtend moet er weer uit en in de kortste keren is haar uniformpje onherkenbaar wit geworden en zitten meteen ook de andere passagiers onder de porridge. Ik stop aan de kant van de weg.
En dit is mooi: niet de jonge dame met kind snelt ter hulp maar Patrick. Hij neemt het kind uit de wagen, plukt gras in de kant en reinigt op een professionele manier haar kleedje met een snelle neerwaartse beweging zodat alle porridge smelt als sneeuw voor de zon. Nog even haar sandaaltjes onder handen nemen en we rijden verder. Waar heb ik het toch altijd over met mijn gepreek van gender?

The Dentist Clinic: zijn naam niet waard aan het verval van dit koloniale gebouw te zien.
Ik kom er graag zolang ik zelf maar niet in de stoel moet liggen.
Dr. Sajith wacht me op, afgeborsteld, bijna glanzend. De Hindoe uit de hoogste klasse. We praten over koetjes en kalfjes en over de moeilijkheid van leven in Malawi. Hij is niet aan zijn proefstuk toe, dat is duidelijk. We zijn het erover eens dat elke buitenlander zo zijn moeilijke periode door moet maar nadien krijg je heel wat terug. Ik denk dat ik al zover ben, zeg ik hem. Hij ook dus.

Dr. Mhango komt ook binnen, zijn handschoenen nog aan en ik mag in zijn armen knijpen. Daarmee trek je met gemak de taaiste tand.
Diplomatisch word ik in hun office gezet onder de ventilator. Mijn kindjes en Patrick worden versluisd naar de achterkant van het gebouw, ver weg van luisterende oren.
Het mocht niet baten. Eén voor één hoor ik de kindjes jammeren en roepen “amai” (moeder). Het geluid snijdt door me heen en een andere dokter komt me wat entertainen om mijn zinnen te verzetten voor ik de office wil verlaten en een kijkje wil gaan nemen in de praktijkruimte.
Ik laat begaan, schrik dat ik zelf onwel zal worden. Dit mooie reisje met de auto is een nachtmerrie geworden. En ze moeten nog een keertje terugkomen want alles kon niet in één keer gebeuren. Dat gaat niet lukken, vrees ik.
Op de terugweg zitten mijn patiëntjes, aandoenlijk, elk met een prop watten in de mond. Dat niemand nog iets zegt, zelfs Patrick niet, is nu heel begrijpbaar.
Ik laat ook mijn muziek voor wat het was.

Mijn voeten zijn intussen enorm gezwollen van de hitte, bijna 30°C en ook van de riempjes van mijn sandalen. De enige schoenen die nog pasten en nu ook pijn doen. Zonder schoenen rijd ik terug naar Zomba. Ik heb nood aan een goede koffie en stop bij Bethel’s Bookshop.
Geen tafeltje buiten dat nog vrij is. Er staan er maar twee trouwens.
Ik vraag of ik mag aanzitten omdat ik niet graag binnen zit.
Gelukkig kan dit hier, mag dit hier, maakt niemand daar een probleem van en gelukkig ken ik allen die er aanwezig zijn. Ook dat helpt natuurlijk.
Een vrijwilligster in het Mental Hospital vraag ik zowat de kleren van het lijf. Niet zonder reden want Suzan, moeder van Mattias en nog twee zusjes, verblijft al veel te lang in dit hospitaal. Bijna een half jaar. Dit klopt niet meer.
Na veel gevraag mijnentwege wordt het geheel wat duidelijk. Teveel mensen voor te weinig zusters en dokters doet hen grijpen naar slaapmiddelen en tranquilizers. Zo weinig mogelijk last is de boodschap. Suzan hoort daar ook bij nu. Maar wat gebeurt er met mensen die niet van zich laten horen, die de fut ontgaat? Je kijkt niet meer naar hen om want ze “gedragen” zich.

Met mijn voeten omhoog hangend in het traliewerk van mijn gate was ik begonnen aan dit dagboek.
Een verhaal van een halve dag dat ik wil afsluiten met Richard zijn vraag. .
Of hij nog wat geld kon lenen voor de aankoop van een tafeltje.
De zin hiervan ontging me echt. Ik weet dat hij reeds stoelen had gekocht en nu een tafeltje erbij wil maar om daarvoor nog een extra lening (hij had er al eentje lopen) te vragen?
Hij heeft het me uitgelegd en ik heb het begrepen.
Als zijn of haar familie op bezoek komt, wat regelmatig gebeurt, kunnen ze eindelijk eens bewijzen dat ze een verschil maken met het leven dat zijn/haar familie heeft in de dorpen. Door geen meubels te kopen, zegt de familie dat je daarvoor niet in de stad of bij een mzungu moet gaan werken. Dan kom je beter terug naar je dorp en je familie en werk zoals iedereen ook op het land.
Zo had ik meubels nog nooit bekeken.

Morgen moet een fijne dag worden. Een dag van lekker eten en drinken, een dag om gelukkig te zijn. Morgen is het de verjaardag van Johan.
In stijl zal ik dit vieren.
Filip, morgen gaat je fles champagne open en trekken Veerle en ik het plateau op voor een ontbijtlunch.
En als we dan voldoende genoten hebben en onze hoofden al een beetje in de wind en in de war zullen zijn, misschien heb ik dan de moed om Suzan te bezoeken.
Telkens een moreel dilemma: gaan of niet gaan. Als ze me ziet, wil ze mee naar huis en creëer ik hoop. Als ze me niet ziet,…… dan is er enkel ellende.

gastblog – Filip (4)

•december 26, 2010 • Geef een reactie

Addendum: Zaterdag 11 december + tekst speech memorial
Zaterdag 11 december: De laatste uren op Malawese bodem; de memorial + “tumultueus” vertrek op Chileka Airport
Ondanks wat ik gisteren schreef, ben ik toch niet uitgegaan met onze loodgieter Dimba. Wanneer ik kon vertrekken, was het 22u30 geworden. Zoals ik zei wou ik absoluut om middernacht in mijn bed liggen en het kan zijn dat de tocht richting Matawale, ik schat een 4 km, die ik wil afleggen op Malawese wijze te voet, per fiets-taxi (alhoewel in de donkerte nooit doen want levensgevaarlijk!), met mini-busje of met taxi, een dik half uur in beslag neemt. Het heeft dus geen zin en ik ben eigenlijk ook niet in de mood, want eigenlijk stikkapot en met mijn gedachten al bij morgen. Ik stuur Dimba een sms en beloof hem daarin dat we volgend jaar de afspraak van gisterenavond zeker zullen waar maken.
Gisteren dus een uur vroeger dan verwacht mijn bedje in en om 5u ben ik uit de veren. Omdat ik zo goed als alles hier laat, is “koffers maken” een relatief begrip. Vooral zien dat ik foto-apparaat, opladers, GSM, PC, reispapieren en dergelijke mee heb.
Voor we Veerle oppikken, kopen we de krant omdat ons was gezegd dat we er vandaag opnieuw zouden instaan. We hopen dat het een iets breder artikel is over het hele project in Sitima. Tot onze teleurstelling stellen we vast dat we er niet instaan. Zowel Mieke als ikzelf, hadden het wel leuk gevonden, moest “zijn Sitima” zowel woensdag als vandaag in de krant hebben gestaan. Ik zag het als “een klein teken van boven”, dat we goed bezig waren. Tja, eigenlijk was de verrassing van woensdag misschien wel teken genoeg…
Om 7u15 komen we in Sitima aan, want de start van de openingsmis is om 7u30 gepland. Mieke maakte al duidelijk dat dit op zijn Afrikaans nooit op tijd zou starten, maar dat de pastoor wel niet te lang kon wachten omdat die ook nog op andere plaatsen diensten moet verzorgen. Iedereen die mee in de “organisatie” zit, is er wel al: Mr. Mofolo, de ceremoniemeester, enkele leerkrachten, een hele kookploeg (er wordt vandaag voor naar schatting 300 à 400 mensen eten gemaakt), de priester, het 30 koppig vrouwenkoor en Mphatso (= Geschenk, de journalist van The Nation!). Haha, daarom stond hij vandaag niet in de krant! Mr. Mofolo heeft Mphatso ingelicht over de memorial en als er iets over Sitima in de krant komt, dan moet de memorial daar deel van uitmaken vindt Mr. Mofolo.
Ik besef dat een hele gemeenschap zich inspant om deze dag “voor hem” te doen slagen en ik ben hen er dankbaar voor.
Ik heb de emoties eigenlijk heel goed onder controle totdat in onze refter waar de viering zal doorgaan het 30 koppig vrouwenkoor haar eerste nummer inzet. De mis kan beginnen. Het is geen gospelkoor, maar eerder een traditioneel koor zoals bij ons in de kerk, maar dan niet begeleid door een orgel, wat alles veel puurder maakt. Fenomenaal mooi, hoe ze a capella, soms éénstemmig, soms meerstemmig de liederen brengen. Hoe meer liederen ze brengen, hoe meer het me raakt. Onzen Daddy kon CD’s kopen van Gregoriaanse gezangen, dat vond hij prachtig. Wel, dit was Gregoriaanse muziek ad summum, want waar op zijn CD’s vaak bulderende paters (soms ook echt wel mooi hoor) aan het werk waren, waren het hier 30 zalige zwarte vrouwenstemmen die de muziek deden galmen. Ook hij had dit zo mooi gevonden. Ik zou kunnen wenen gelijk een klein kind omdat ook ik het zo mooi vind, maar bedwing de tranen omdat de pastoor nog maar net heeft gezegd dat “sorrow changes into courage, the courage to continue to realise what was in the mind’s of those who we’ve lost”. Toepasselijker kon de tekst niet zijn…
Tijdens de misviering zwelt de menigte aan, constant komen er mensen bij. Ik kan dit goed zien, want zit samen met Mieke en Veerle naast het altaar met ons gezicht naar het “publiek”. Na de mis verplaatsen we ons naar het monumentje dat ter zijner herinnering werd opgericht. Het monument is een cirkelvormig muurtje van 1 metertje hoog en een diameter van 5 à 6 m, met daar in het midden een verticale gedenksteen met daarop een boodschap die aan onzen Daddy herinnert (op de ene kant in het Chichewa en op de andere kant in het Engels). Tijdens de bloemlegging aan het monument beleef ik het meest indrukwekkende moment van mijn reis. En het is niet het moment waarop ik, samen met Joyce the Headteacher, de krans neerleg. Neen, het gebeurt op de zandweg en Mieke maakt mij er attent op. Er komen twee mannen op de fiets, door het zand aangereden. Wanneer deze net aan onze school zijn en zien dat er een plechtigheid bezig is, remmen ze af en stappen ze van hun fiets. Ingetogen wandelen ze voorbij de menigte en het monumentje en een beetje verderop springen ze weer op hun fiets en rijden verder. Ik bedoel, ik had ze niet horen aankomen, Mieke wees ernaar. En dan toch, die eenvoud, die rust, dat diep respect en dat altruïsme in zich hebben om even tijd te maken voor de ander, wauw, chapeau, …
Na de kransenlegging is het “speeches time”. Na het welkomstwoord van de Mfumo van Sitima, krijg ik als eerste het woord. Ik vraag (op advies van Mieke) de ceremoniemeester toch ook even aan te kondigen dat ik mijn tekst in het Chichewa ga voorlezen en dat dit voor mij de eerste keer is. Aan de reactie te horen apprecieert iedereen enorm dat ik het in Chichewa ga proberen. Ik hoop dat ze mij gaan verstaan. Na de derde zin komt er applaus en geroep vanuit de toehoorders, ze begrijpen het dus, oef. De tekst van de speech zal ik onderstaand ook nog bijplakken zo kunnen jullie zowel in Engels als in Chichewa zien, wat ik gezegd heb. Ik hoop dat ik in totaal niet teveel fouten heb gelezen. Maar het zal bij al wel meegevallen zijn, want op het einde krijg ik een warm applaus en veel zikomo kwambiri’s van alle Afumo, die mij de hand komen schudden.
Na mijn speech is het al over 10 uur en Sam komt Mieke, Veerle en mezelf vragen om een bordje te eten. Sam weet dat ik ver moet vertrekken en “eten geven” is als gebaar hier zo belangrijk dat het onbestaande is dat ik zou vertrekken zonder “gekregen” te hebben. We krijgen elk een enorm bord met geit, witte kool en nsima voor onze neus in een apart lokaaltje, terwijl buiten de speeches doorgaan. Vrijwel onmiddellijk ga ik op zoek naar Matthias en neem hem bij ons in het lokaaltje en geef hem mijn bord. Ik krijg op mijn drie vluchten straks meer te eten dan Matthias de volledige volgende maand (zeker qua voedingswaarde). Ook Mieke en Veerle verschieten ervan, hoe erg Matthias vermagerd is. Opeens is de taxi daar. Zonder het goed en wel te beseffen en enkel Mieke en Veerle een stevige knuf als afscheid gevend, zit ik plots samen met James de taxidriver in de wagen richting Chileka Airport.
Het is een tocht van net geen 2 uur. Ik praat met James over mijn indrukken en praat met hem over hem en zijn familie. James is een moslim en wanneer ik hem zeg dat ik gelezen heb dat er 20% moslims en 20% katholieken zijn, zegt hij “we’re already with 30%, I think”. Ik vind dit niet zo een leuke gedachtegang. De gedachtegang; we moeten met meer zijn, dan de ander. Daar is in de wereld al veel miserie door ontstaan… Wanneer we Chileka naderen vraag ik James wat mijn schuld is. James antwoord eerlijk dat Madam Mieke 2500 kwacha (12,5 euro) voor Zomba naar Sitima betaalt en ofwel 10000 ofwel 12000 kwacha (50 à 60 euro) voor Zomba tot Chileka. James zegt dat hij met Madam Mieke geen prijs heeft afgesproken om de driehoek Zomba-Sitima-Chileka te rijden. Ik zeg hem dat ik full price zal betalen oftewel 14500 kwacha, because it’s december an expensive month with christmas and new year. James is hier duidelijk opgetogen over en zegt dat de kinderen blij zullen zijn met kerstmis, waarop ik antwoord dat ik dacht dat hij een moslim was… We schieten alle twee in een schaterlach.
Ik kom een uur te laat aan (iets minder dan een uur voor vertrek) en er staat een zeer lange rij aan de incheckbalie die voor geen meter opschuift. Ik vraag na een half uur wachten aan een soort “steward” of er een probleem is. “Technical problems with the interfaces of the computers, sir, but everybody who is in the row will be on the plane”. Okay, Palibe Vuto (no problem), that’s the only thing I wanted to know, zikomo kwambiri, antwoord ik. Ik sta zo ongeveer 2,5 uur aan te schuiven. Ondanks sommige reizigers klagen over zere voeten, denk ik aan Sitima. Wat is een paar uur staan wachten, in vergelijking met de harde realiteit van hun bestaan? Ik ben dankbaar dat ik in die rij mag staan. Ik ben me er van bewust dat de kostprijs van mijn vliegreis meer is, dan wat een kind in Sitima in heel zijn of haar leven bijeen kan sparen…
Ik vertrek, maar … ik ben dankbaar dat Mieke is wie ze is en doet wat ze doet (wat ze ook doet). Ik ben dankbaar dat ik een vader heb gehad, die me deze dimensie van de wereld heeft meegegeven. Ik ben dankbaar dat ik zoveel kansen heb gekregen en dat Sitima een stukje van mezelf is geworden …
SPEECH MEMORIAL (onderaan Chichewa vertaling):

DEAR PEOPLE OF SITIMA,
It has been for the 3rd year in a row now, that I have been able to visit the nursery school that my father Johan and Mieke founded in cooperation with the CBO now 3 and a half years ago. In those years I have seen changing a lot. I think that no one could have dreamt 3 and a half years ago that the building of the school would be that far today. Nice & big classrooms, a storage room for food, a big & very nice kitchen, our own playground, the youth centre, the office and so one.
The progress we made is really huge and I would like to thank everybody who worked on it in the past years. I would like to thank everybody who helped in a direct or an indirect way to realize this beautiful piece of work.
We are now here all together to remember my father for what he did. And as his son, I think that the following messages would be the messages he should have given, if he had been still among us.
First the message to the teachers:
My father himself in Belgium was a teacher. The importance of a teacher in the child’s life cannot be underestimated. This also means that the responsibility of a teacher cannot be underestimated as well. It is a responsibility towards the kids, but also towards the community. Teaching a child, how to play, how to work together, how to share, how to count, how to read, how to write, and so one are very important skills for the rest of their lives. It’s also important for the community of tomorrow, because when the children don’t learn it today, they won’t be able to do it tomorrow, when they are the community. I want to thank you for the efforts you have done so far. Keep up the good work.
A second message to the cooks, cleaners & builders:
Maybe your contact with the children is less direct than the contact the teachers have with the children, but that doesn’t want to say, that your value for the school would be less. Maybe even the opposite. When the teachers are important for the mental development for the kids, you are as even important for the physical health of the kids. Giving them a roof above their heads, giving them clean classrooms & giving them a warm meal each day is as even important as teach them lessons. So also for you all, continue to take your responsibility in these. I also want to thank you for the efforts you have done so far. Also to you keep up the good work.
A third message to the parents:
How much teachers, cooks, cleaners and builders do their best, the nursery school can only be a real school when you are sending your kids to school. Children don’t know what the best is for themselves. When parents don’t support or stimulate the children, the children are lost. It’s the parents’ duty to tell children what is a good for them. And school is one of those things. The school offers the children the possibility to develop their minds and bodies. The mental and physical development at the age of 2, 3 years old is the most important development that we people go through in our lives. The school will help the children to become stronger and better persons in the future. And that was Johan’s dream, to give the children more possibilities for a better future. So once more oblige your children to go to school.
If you want to remember and honor my father please keep these given messages alive. Keep his dream alive: Give a better world to the children of Malawi, because they are the future of the country. The better it will go with the children of Malawi, the better it will go with Malawi itself.
Zikomo kwambiri.
Okondeka Anthu-onse Akwa Sitima
Tafika nuchaka chachitatu tsopano, ndikuyendera Nursery School yomwe Bambo anga Malemu Johan Ndi Mayi Mieke omwe adagwirizana ndi a CBO mudzaka zitatu ndi theka zapitazo. Mudzaka zimenezo, mpaka lero ndakhala ndikuona zinthu zikusintha kwambiri pa sukulu ino. Ndiganiza kuti mudzaka zitatu ndi theka zapitazo mpaka lero palibe yemwe amalingalila kuti sukulu ino ingakhale itasintha bwino chonchi lero. Ndisukulutu yokóngola, yaykulu yokhala ndi malo osungiramo dzakudya, kitchen yayikulu komanso yabwino, bwalo la masewero, bwalo la achinyamata, ma ofesi ndi zina zambiri.
Chitukuko tapangachi ndi chosililika ndipo ndithokoze ali yense payekha-payekha amene watengapo gawo logwira-ntchito pano muzaka zapitazo kufikira lero. Choncho okondedwa landirani chithokozo changa kwa aliyense kuti iyi ndi ntchito yokongola kwambiri. Tili pano tonse kukumbukira zomwe malemu bambo anga anachita monga ine mwana wawo. Ndili okhulupirira kuti, malemuwa akanakhala pakati patu, akanakhala ndi utenga uwu :
Uthenga opita kwa aziphunzitsi
Malemu bambo anga adali mphunzitsi kwathu ku Belgium. Kufúnika kwa mphunzitsi kwa mwana simunghate ku-upepusa ayi. Izi zikutantha-unza kuti udindo wa mphunzitsi si-opepusidwanso. Ndiudindo wosula ana, komanso kwa anthu onse. Kuphunzitsa ana, mmene angasewerere, mmene angagwirire ntchito limodzi, mmene angagawirane, mmene angawerengere, mmene angawonkhesere, mmene angalembere, ndi zina zambiri. Izi ndi zofunika mmiyoyo yawo. Ndizofunikanso kwa atsogoleri amawa chifukwa ngati mwana saphunzira lero, Ndizovuta kuti adzachite bwino patsogolo kapena mawa pamene anawa atakula. Ndithokoze kopambana chifukwa cha luntha lanu, pitilizani ntchito yopambanayi.
Uthenga wachiwiri kwa ophika, osamalira sukuluyi ndi ma builders
Mwina mumaóna ngati kuti simugwira-ntchito yotamandika koposa aphunzitsi. Komatu izi siziri chonchi kuti inu siofunikira kwambiri ayi, pamene aphunzitsi ali ofunikira kuwagayira nzeru ana, inunso ndiofunikira kwambiri pakuwasamalira ana. Monga kuwapatsa denga labwino, malo ophunziliramo amakhala a-ukondo, ndipo ana amadya chakudya cha-ukondo ndi chotentha tsiku ndi tsiku. Izinso ndi chiphunzitso champhámvu kwa ana ndi kwa inu-nonse. Pitilizani potenga udindowu. Ndikuthokozeni-nonse pa luntha-lanu ndipo mupithilize musatope ayi.
Uthenga wa chitatu opita kwa makolo
Taonani aziphunzitsi, ophika, osamalira sukuluyi ndi ma builders-onse mmene akugwirira ntchitoyi, sukulu ya nursery ikhalatu yopinduritsa kwambiri ngati muzitumiza ana anu ku sukuluyi. Anatu samadziwa-chomwe chingawathandize. Ngati makolo sawathandiza, kapena kuwalimbikitsa anawa, adzakhala ana otayika kapena kuti osadziwa kanthu. Ndi ntchito ya makolo kuwauza ana zinthu-zomwe ziri zabwino kwa iwo. Ndipo gawo limodzi la izi ndiye sukulu. Sukulu imapereka kwa mwana kuthekera kukhala ndi zoyenereza ndi kuzakhala munthu ofunikira patsógolo. Ndipo izi ndizo malemu Johan amalingalira kuwapatsa ana kuthekera kuti azakhale ndisogolo labwino. Choncho alimbikitseni ana kuti apite kusukulu.
Omvera-nonse ngati mukufuna kukumbukira ndi kupereka ulemu kwa malemu bambo anga, chonde! Sungani khosi, mkanda woyela muzavara. Sungani ma-uthenga-onse ndanenawa kwa inu aziphunzitsi, osamalira sukuluyi, ma builders ndi makolo onse, chonde! Sungani ma-uthengawa ndi kuwatsata. Apatseni ana dziko labwino lathu la Malawi, chifukwatu ndi atsogoleri amawa. Zindikirani kuti tsogolo labwino la mwana lidzapanga tsogolo labwino la Malawi. Zikomo kwambiri nonse.

gastblog – Filip (3)

•december 13, 2010 • 1 reactie

Dinsdag 7 december: Regen, vergaderen en morgen is het 8 december
Omdat we morgen en overmorgen de auto nodig hebben om naar Sitima te gaan, willen we vandaag absoluut met de fiets gaan. Overmorgen is het “melkdag” en morgen moeten we een groot deel van de kledij die ik in de voorbije tijd heb opgestuurd (zo’n 120 kg) of die via Birgit, Werner of andere kanalen zijn verzameld, naar het project brengen, want deze kledij zal naar aanleiding van de memorial zaterdag verdeeld worden onder de armsten der armsten. Ik wil van de gelegenheid dan ook gebruik maken om iedereen te danken die in de voorbije jaren, kledij, poppen, speelgoed en schoenen heeft bijgehouden voor de mensen hier. Ik ga niet beginnen met namen noemen, want jullie zijn met zoveel en ik zou zeker niemand willen vergeten. Weet dat alles goed terecht komt bij mensen die er hier ook echt nood aan hebben. Het grootste deel zal trouwens naar de weeskinderen van Sitima en omgeving gaan. Zikomo kwambiri !
Onze fietstocht dreigt bijna letterlijk in het water te vallen, want om 6u30 begint het stevig te regenen. Mieke kijkt buiten en zegt dat het waarschijnlijk wel zal overwaaien. Richard, the housekeeper, zegt: it will come and go and come and go. Een hele dag wisselvallig dus. En zowel Mieke als Richard krijgen gelijk. Het is een hele dag wisselvallig geweest, maar tegen 8u30 stopt het ook een eerste keer met regenen en klaart de hemel bijna helemaal open. Iets later dan gepland vertrekken we dus met de fiets naar het project. Vandaag hebben we 2 vergaderingen op het programma. Eén met Joyce, the headteacher en één met alle leerkrachten en Mr Mofolo (de directeur van de CBO). De vergadering met Joyce gaat over de salarissen van de leerkrachten voor de maand december. Joyce heeft zelf aangestuurd op deze vergadering, omdat er een probleem dreigt. De eindejaars-schoolvakantie begint nu vrijdag en loopt tot 3 januari. Concreet betekent dit dat de leerkrachten slechts 8 dagen hebben gewerkt in december. Wanneer ze dan evenredig naar hun prestaties betaald zouden worden, betekent dit dat ze minder dan de helft van hun salaris zouden ontvangen. Zoals ik al eerder schreef, breekt nu de zwaarste periode aan voor de Malawees en december is ook hier een feestmaand (kerstmis en Nieuwjaar) en feesten kost geld, dus er is een probleem. Samen met Mieke, Veerle, Joyce en Sam (om te vertalen indien nodig) start de vergadering. Ik wil jullie deze vergadering toch eens beschrijven. Vooreerst wordt het probleem gekaderd (zoals ik net heb gedaan) en dan komt Mieke verrassend en subliem uit de hoek. Ze zegt tegen Joyce en Sam: “Stel dat het jullie geld is en jullie zouden mensen moeten betalen die 8 dagen in een maand voor jullie gewerkt hebben, hoeveel van hun maandsalaris zouden jullie betalen? What would be a fair pay if it was your money? Beide moeten even overleggen en komen dan tot het besluit, dat een half maandsalaris wel een eerlijk loon is. Joyce vraagt ook of er geen bonus kan gegeven worden op basis van goede prestaties zoals dat ook gebeurt in juni op het einde van het schooljaar (op basis van de evaluatie van de leerkrachten, wordt er op het einde van het schooljaar een bonus uitgekeerd, HR-consulting op zijn best ). Sam voegt er ook letterlijk aan toe, dat dit misschien wel het best zou zijn voor deze dure decembermaand, omdat iedereen in december al zijn geld opdoet en dan verschiet dat er plots na het feestgedruis ook nog een maand januari komt die ze dan moeten zien te overbruggen (want pas einde maand wordt loon betaald). Ik vind fantastisch hoe hij dat zo eerlijk en ongegeneerd zegt en het is ook gewoon zo. Er is al zo weinig feest en als het dan feest is, dan vergeet de Malawees verder te denken dan dat zijn neus lang is. Maar goed, we zijn het er dan al over eens dat een halve maandwedde een eerlijk bedrag is voor acht dagen werk. Mieke geeft dan mee dat evaluaties grondig dienen te gebeuren en dat ze die liever éénmaal per jaar houdt, op het einde van het schooljaar. In één zin zegt ze ook dat het daarom niet wil zeggen dat er geen bonus komt. Samen met Veerle en mij overlegt Mieke even en eigenlijk zijn we zeer tevreden over waar de school vandaag staat en zijn we blij met de inspanningen die de leerkrachten leveren. We beslissen daarom om vanuit YOCE, de tweede helft van hun maandloon als bonus te geven. Jullie moeten weten dat de leerkrachten, cooks en cleaners allemaal vrijwilligers zijn, die nu dankzij YOCE een vrijwilligersvergoeding krijgen (2200 kwacha of 11 euro voor de leerkrachten en 1700 kwacha of 8,5 euro voor de cooks & cleaners). Die beperkte vergoeding kunnen ze dus echt heel goed gebruiken. Tenslotte wil ook ik hen bedanken, want uiteindelijk zijn zij het die de droom van mijnen Daddy verder vorm geven. Ik geef hen mee dat elke medewerker aan het project (teachers, cooks & cleaners) van mij 1000 kwacha (5 euro) krijgt. Maar omwille van wat Sam zei, vind ik het, het best om die 2° bonus pas uit te keren op 3 januari, anders is het toch allemaal verbrast aan de feesten. Uiteindelijk zijn ze hier super blij mee en kunnen we de vergadering sluiten.
De 2° vergadering gaat over de organisatie van de memorial zaterdag. Hier kan ik kort over zijn. Al hun voorstellen worden aanvaard, behalve één. Wat wij niet willen is dat de school morgen dicht blijft. Morgen is het exact 2 jaar geleden dat mijnen Daddy stierf en daarom wilden ze de school dicht houden. Niks van. Ik leg hen uit dat ze mijn vader (zelf ooit leerkracht) geen plezier doen met de school te sluiten. Hijzelf zou met een kwinkslag gezegd hebben dat er eerder een uur meer les gegeven zou moeten worden dan een uur minder. De school zal morgen dus gewoon open zijn. Voor de rest ziet het programma van de memorial zaterdag er als volgt uit. Eerst een mis (om 7u00), dan de speeches door Mr Mofolo, de aanwezige Afumo en mezelf. Er zullen bloemen worden neergelegd aan het monument en de kinderen zullen er hun liedjes en dansjes brengen. Eten voor iedereen die aanwezig is (en niet enkel voor de Afumo en hoge genodigden, zoals het er daar normaal aan toe gaat, dat zou onzen Daddy niet gewild hebben) en daarna zal er zoals gezegd nog kledij worden uitgedeeld. Voor het eten zal ik moeten vertrekken om mijn vlucht naar huis te halen.
Ongeveer op het moment dat ik dit beginnen schrijven ben (of net iets vroeger), is exact 2 jaar geleden zijn lijdensweg van 36 uur begonnen. Ik heb de berg beklommen die ook hij die dag voor de laatste keer heeft beklommen. De berg waarop zijn hart hem in de steek liet. Ik heb de berg vervloekt en wel 100 keer voor “bastard” uitgescholden. Het is een verschrikkelijk steil stuk van ongeveer 800m lang (erger dan de muur van Geraardsbergen), dat ik puur uit colère ben opgereden (was me nog niet gelukt dit jaar). Ik vind het heel speciaal om nu hier op die plek te zijn waar het allemaal gebeurde (ik wilde ook absoluut nu hier zijn), en ik denk er veel aan, maar het is niet dat het me helemaal ondersteboven haalt. Ik vergelijk het een beetje met zelf te verjaren. Je voelt je de dag ervoor en de dag erna niet jonger of ouder. Ik voel het gemis nu ook niet meer of niet minder aan dan gisteren. Het gemis is een constante. Dat is het vandaag en dat zal het morgen en na morgen ook nog zijn.
Ik heb met Mieke wel besloten om morgen ter ere van hem plezante dingen te doen, die hij graag deed. Wat we juist gaan doen weten we nog niet. Ik ga zeker lopen (als het weer het toelaat), omdat hij dat belangrijk vond en waarschijnlijk gaan we ergens uitgebreid ontbijten, omdat hij daar zo kon van genieten. We zien wel wat het wordt. Mieke zal daarover beslissen en wij gaan er gewoon een nog plezantere dag van maken dan anders, want hij zou het zo gewild hebben.
Tot morgen.
Woensdag 8 december: Stevig ontbijt, de krant, het Youth Center en nog eens gaan eten
Ik heb vannacht iets minder goed geslapen dan anders. Is het toch de datum die weegt of is het door de overvloedige regenval, ik weet het niet, maar waarschijnlijk zal het wel een combinatie van beide zijn. Als ik om 6u00 opsta is het nog altijd keihard aan het regenen. Ik wil ter ere van hem graag gaan lopen, maar de pijpenstelen laten dat gewoon niet toe. Het is echt geen weer om een hond door te jagen.
Het regent zelfs zo hard dat Mieke twijfelt om de auto te nemen, omdat de zichtbaarheid zeer beperkt is. Toch hebben we beide het gevoel dat we onze voornemens van gisteren niet mogen laten varen en dat we op zoek moeten gaan naar een stevig ontbijt. Veel mogelijkheden heb je daarvoor hier niet. Het meest voor de hand liggende (qua ontbijt) is het luxehotel “Ku Chawe” boven op Zomba plateau (ca op 2000m). Het ontbijt zal daar het beste zijn, maar de weg er naartoe, een col van 12 km lang, is niet meteen aangewezen bij dit weer. Maar goed de emotie haalt het op de ratio en achteraf gebleken, gelukkig maar.We pikken Veerle op en rijden naar boven. Veerle hoort er bij. Ondanks dat zij mijnen Daddy niet heeft gekend, vinden zowel Mieke als ik het heel normaal dat ze mee gaat. Haar liefde voor Malawi en haar liefde voor het project, is ook een stukje liefde voor hem. Ik beschouw haar in deze dan ook als een deel van de familie. De tocht verloopt al bij al vrij vlot en voor we het goed en wel beseffen, doen we ons tegoed aan een zeer uitgebreid ontbijtbuffet. Ach, je kan op deze dag 2 dingen doen: ofwel wegkwijnen in een hoekje en u een oog uitbleiten ofwel het triestige omzetten in het aangename, wat we dus ook doen. In ware Mulderiaanse stijl, ga ik met mijn bord toch wel ne keer of 6, 7 wandelen en doe mij tegoed aan alles wat er in overvloed uitgestald staat. Ondertussen babbel ik met de dames over van alles en nog wat. Veel over hem, maar ook veel niet over hem. Alles in een ongedwongen en losse sfeer en we lachen eigenlijk serieus wat af. Zo tafelen we bijna 3 uur aan een stuk. In deze wereld van armoede en miserie, besef je nog veel meer dat je in een decadente luxe-omgeving zit. Opnieuw kan je dan twee dingen doen: ofwel je schuldig voelen ofwel er nog meer van genieten. we kiezen alle drie voor het laatste.
Terwijl we aan het tafelen zijn, krijgt Mieke een bericht van de krant “The Nation”. Vandaag staat er – totaal onverwacht, want er was ons zaterdag gezegd – een artikel over de meisjesvoetbalploeg en het tornooi in de krant. Is dit toeval dat net vandaag, “zijn” meisjesploeg in de krant staat? Voor we thuis de kledij voor Sitima opladen, rijden we eerst naar het centrum om 5 exemplaren te kopen (1 voor Sitima, 1 voor Mieke, 2 voor mezelf en 1 reserve). Het is een zeer leuk artikel (met foto) van ongeveer een kwart bladzijde. Ik word in het artikel zelfs met naam en toenaam genoemd. Een beetje teveel eer voor mezelf, maar hij zal daarboven niet anders gekund hebben, dan dit enorm te appreciëren. Zijn meisjes staan vandaag in de krant! Hoe somber de dag ook lijkt en hoe erg het ook blijft regenen, voor mij kan de dag niet meer stuk.
Vandaag is voor de 2° keer het Youth Center open (elke zaterdag en elke woensdag). Ondanks de regen is het opnieuw een succes. Iets meer dan 30 enthousiaste jongelingen komen er spelen, lezen en bijkletsen. Ik help bij het uitleggen van de spelletjes en ga tijdens de droge periodes water oppompen achteraan de school. Tegen 17u00 sluit het Youth Center en tegen 18u00 hebben we in Zomba afgesproken met Stijn, een jonge gast uit Nederland die voor Bemor werkt. Hij zit hier alleen en om ook eens te kunnen ventileren, spreekt Mieke af en toe eens met hem af. We zien elkaar in Domino’s een heel gezellig pizzarestaurantje beneden aan Zomba plateau. We eten een lekkere pizza, ik drink enkele Kuche Kuches en we hebben een toffe babbel over onze beide landen. Ik probeer Stijn iets bij te brengen over ons politieke landschap en de absurditeit ervan. Vandaag zijn we dus 2 keer gaan eten, iets wat ik hier nog nooit heb gedaan. Ik vind dat ik zo op gepaste wijze (de De Mulders doen niks liever dan goed eten en drinken) onzen Daddy heb herdacht. Morgen is het de voorlaatste dag dat ik mij hier nuttig kan maken. De tijd is hier gevlogen en ik zal er alles aan doen, om hier volgend jaar langer te kunnen zijn. Mijn werkgever, Berenschot Belgium, heeft mij altijd al gesteund in deze. Indertijd toen hij stierf, maar ook nu nog, door mij buiten de zomermaanden naar Malawi te laten gaan (waarvoor bij deze ook mijn oprechte dank). Maar volgend jaar ga ik toch nog een extra “efforke” vragen, zodat ik toch iets langer hier ter plaatse kan zijn. We zien wel of dat kan…
Usiku Wabwino (slaapwel).
Donderdag 9 december: Medische keuring in Sitima, een pintje met de Malawese mannen en speechen in Chichewa.
Omdat ik mij een beetje schuldig voel dat ik gisteren niet ben gaan lopen (Mieke liet weten dat de regen onzen Daddy niet deerde om te gaan lopen), verkies ik vandaag om met de fiets in plaats van de motor naar Sitima te gaan. Mieke gaat met de wagen de melk en een 2° lading kledij afzetten in Sitima en gaat dan met Veerle naar Blantyre (2° grootste stad van Malawi) om daar Veerle bij te staan, voor het verkrijgen van haar verblijfsvergunning. Blijkbaar spelen ze bij het “immigration office” graag met de voeten van de mensen die hier voor een langere tijd willen blijven. Eigenlijk zijn het gewoon pesterijen opdat men zou overgaan tot het betalen van “bribes” (dit zijn steekpenningen waardoor dan alles opeens toch snel kan gaan). Het is ongelooflijk wraakroepend dat ze daar niet inzien dat deze mensen in 99% van de gevallen hier zijn om Malawi te helpen.
Wanneer ik in Sitima aankom, zijn de lessen bezig. Ik ga in elke klas (4 in totaal) een kijkje nemen. In de eerste klas leren ze de maanden van het jaar in het Engels, in de tweede zijn ze liedjes aan het zingen, in de derde leren ze de namen van de dieren en in de laatste klas spelen ze een raad-het-plaatje-spel. Ik ben echt fier op het werk van de leerkrachten, want er zit duidelijk structuur en orde in. Iets waar ze in de beginperiode wel wat moeite mee hadden.
Terwijl de lessen bezig zijn, is het de maandelijkse medische keuring van de baby’s van Sitima en omgeving. Die keuring die wordt georganiseerd door Child & Welfare (departement van de regering) is eigenlijk wel een spektakel. Eerst worden de baby’s letterlijk aan de haak aan een boom gewogen. Daarna worden een aantal gegevens genoteerd in de health-boekjes. Het zijn gezondheidsmedewerkers (geen dokters, noch verpleegsters) die alles registreren en ook de vaccinaties en de ontwormingen van de kinderen opvolgen. Het is een primitieve, maar zeer noodzakelijke (gratis) zorg. Na de lessen neem ik de kinderen nog eens op sleeptouw, met mijn na-aapspelletje. Het werkt blijkbaar aanstekelijk want ook enkele leerkrachten doen mee 
Het wordt nu bijna klassiek dat wanneer er met de fiets gegaan wordt, er een pintje gedronken wordt in het “Matawale-café”. Wanneer ik aankom, ben ik de enige klant en ik bestel een Kuche Kuche. Wanneer die bijna leeg is en ik bijna wil vertrekken, stopt er een oude toyota “Starlet” voor het café. Er stapt een dikke Malawees in kostuum uit, die hem binnen 3 Carlsbergen (33 cl) bestelt en buiten bij mij komt zitten. Do you want to drink something? Omdat ik de laatste koude Kuche Kuche heb gekregen, bestel ik mij ook een “Calleken”. De Azungu wordt getrakteerd door de Malawees, het is de wereld op zijn kop. De kerel blijkt voor een verzekeringsmaatschappij uit Llongwe te werken en een beetje later komt er nog een Malawees bij zitten. Uiteraard is de volgende (eigenlijk zijn de volgende 3) pintjes voor mij. We praten een beetje over van alles, maar opeens gaat het gesprek over de vrouwen. Ik neem het op voor de vrouwen en zeg dat zij het zijn die het veld bewerken, die de kinderen en het water dragen. That’s true but women are very expensive zegt onzen dikke vriend. You see my car, it’s a small car but ok for me. For women it is not ok, they want Mercedes-Benz or BMW. Ik lach en zeg, you know the women well ;-) Ik ga de rest van ons gesprek niet volledig uit de doeken doen, maar ik geef jullie wel nog 2 Malawese mannenquotes mee en op voorhand bied ik in hun naam mijn excuses aan de dames aan. De eerste: Is a man ever called a bitch? No, only women are. De tweede: Zomba women are not good, because when you go here fucking around the next day they tell your wife. De Malawese man op zijn best ;-) .
Wanneer ik thuis kom, heb ik afspraak met Richard the housekeeper. Richard is iets beschaafder, maar durft toch ook wel eens uit zijn beschaafde rol vallen. Ik heb afspraak met Richard omdat hij mijn speech voor de memorial die ik in het Engels heb opgesteld, heeft vertaald. We zetten zijn handgeschreven stuk op de PC en Richard leert me hoe ik mijn uitspraak in Chichewa moet verzorgen. Richard geniet ervan omdat hij de teacher is en ik moet luisteren. Ik geniet ervan omdat ik al ergere leerkrachten heb gehad ;-)
Normaal ging ik nog terug keren naar Sitima om training te geven aan de meisjes, maar het is rond 15u00 zwaar beginnen regenen, waardoor de training wordt afgelast.
Morgen is het mijn laatste volledige dag. Enerzijds gaat het weer veel pijn doen om te moeten vertrekken, anderzijds is naar huis keren toch ook altijd een beetje leuk.
Tionana mawa.
Vrijdag 10 december: Opsomming van de activiteiten van de dag
Beste lezers,
Het is nu exact 21u05 in Zomba. Omdat ik uitgenodigd ben door onze loodgieter om op Malawese wijze uit te gaan en ik eigenlijk nu al vertrokken zou moeten zijn, geef ik nog enkel de dagorde van vandaag door, anders wordt het te laat. Ik zou om middernacht terug willen thuis zijn, om morgen toch geen wrak te zijn op de memorial, waar ik moet speechen en bloemen neerleggen. Wie nieuwsgierig is, moet later maar uitleg vragen.

* 6u00 opgestaan
* 7 km gaan lopen
* gespeeld met de kinderen in Sitima
* gaan eten met Mieke en Veerle
* enkele Afrikaanse cadeautjes gekocht en vooral onderhandeld
* terug gekeerd naar Sitima
* gespeeld met de kinderen
* gezien hoe ze niks laten verloren gaan van de geslachte geiten voor morgen
* voetbaltraining gegeven
* speech in Chichewa geoefend met Mieke

Voor ik afsluit wil ik jullie allemaal danken voor het dagboek volledig te hebben gelezen. Ik heb veel leuke reacties gekregen en die doen altijd deugd.
Ik wil nu niet gaan bedelen en het is eigenlijk niet mijn stijl, maar ik voel aan dat ik dit moment toch eens moet aangrijpen, omdat de realiteit de realiteit is: Als we de berekeningen maken van wat de uitbouw en het onderhouden van dit project in de voorbije jaren heeft gekost, dan komen we ongeveer uit op iets meer dan 30.000 euro per jaar. Ik leg dit even zeer rudimentair uit: Op dit moment kost een kind ons per maand ongeveer 7 à 8 euro aan voedsel en onderwijs. Dat lijkt niks, maar doe dat maal 200 kinderen en maal 12 maanden en dan kom je op 18.000 euro per jaar. Daarnaast kan je stellen dat elk gebouw dat we gezet hebben ongeveer 12.000 euro heeft gekost en zo kom je gemiddeld aan 30.000 euro per jaar.
Mensen die er zouden over nadenken om ons project ook financieel te steunen, kunnen alle informatie vinden op onze website www.yocevim.org (daar is er een rubriek “steun”). Elke euro die gestort wordt, komt rechtstreeks ten goede aan de kinderen van Sitima. Uiteraard is dit een totaal vrijblijvende oproep !
Bij deze wil ik ook alle mensen danken die ons project in het verleden en tot op vandaag nog, direct of indirect gesteund hebben en nog steeds steunen.
Zoals ik in het begin van mijn dagboek al heb geschreven, zal ik hier in 2011 terug staan, dus heel graag tot het volgende dagboek.
Zikomo Kwambiri, hartelijk dank !
Azungu Filipi.

gastblog – Filip (2)

•december 7, 2010 • Geef een reactie

Zaterdag 4 december: Onderhandelen, opening van het Youth Centre en een pintje met Mieke
Naar Malawese normen slaap ik eens lekker uit en sta op om iets voor zeven (normaal is 6 uur het richtuur). Pas op geen erg hoor, want tegen 21u à 21u30 ten laatste gaan we slapen (soms ook nog vroeger), dus naar uren slaap toe is er geen enkel probleem, integendeel zelfs. De Malawese vrijwilligers en Veerle spreken af om 8u30 in Sitima om het lokaal in orde te zetten en nog enkele voorbereidingen te treffen. Mieke en ik hebben om 9u00 afspraak in het centrum van de stad met een journalist van “The Nation”, één van de twee grote kranten in Malawi, aan de winkel rechtover het enige verkeerslicht van de stad (inderdaad niets is wat het lijkt). Sam had reeds een eerste contact gehad met deze man, opdat hij naar Sitima zou komen tijdens het voetbaltornooi om daarna een artikeltje te kunnen publiceren in de krant. Het zou leuk zijn voor Sitima en goed zijn voor de bekendheid van onze meisjesvoetbalploeg. Sam had gezegd dat die kerel een volledige dag zou komen op voorwaarde dat, we 1500 kwacha zouden betalen, de man in Sitima mee zou kunnen eten en dat we zijn transportkosten (500 kwacha) zouden betalen. Dat leek ons nu toch net iets teveel van het goede en daarom spraken we met hem af om een deal te onderhandelen.
Naar Malawese normen is onze journalist mooi op tijd. We maken hem vooreerst duidelijk dat het weinig zin heeft om heel de dag aanwezig te zijn. Als hij tegen 15u aankomt en tegen 17u vertrekt dan heeft hij de halve finales en de finale gezien en heeft hij tijd genoeg om te babbelen met wie hij dat wil. We starten met 500 kwacha voor hem en 300 voor transport. Na wat gepalaver komen we uit op 1000 kwacha all-in. Op het einde zegt hij dan doodleuk dat hij er toch tegen 13u zal zijn. Ik begreep dat deze morgen niet, maar nu ik erover nadenk zal Sam wel gezegd hebben, dat er ’s middags eten gemaakt wordt voor alle ploegen en dat wil hij waarschijnlijk niet missen, om zo ook een bordje te kunnen krijgen… Het is hem uiteraard gegund en wij hebben ons artikel in “The Nation” .
Na de onderhandelingen rijden we met de motor (echt zalig in dit warme weer) door naar Sitima. Het is net geen 10u00 voor we aankomen en het Youth Centre opent om 10u00 te deuren. Het lokaal is volledig versierd met slingers en ballonnen en de spelletjes zijn uitgestald op de tafels. Daarnaast staan er ook wat chips en frisdrank klaar. Mieke en ik hebben de 2 nationale kranten gekocht en hebben enkele boekjes mee die de jongeren kunnen lezen. Al vrij snel komen de jongeren toe. Ik schat dat er vandaag tussen de 40 en 50 jongeren de weg naar ons Youth Centre hebben gevonden, dat is dus een groot succes. Ik ben blij voor Veerle die haar schouders hieronder heeft gezet en er met volle energie en overgave iets moois wil van maken. Er wordt zowel binnen als buiten gespeeld. Samen met Veerle leren we de jeugd een aantal spelletjes. Ze genieten er enorm van en wij ook. Omdat de spelletjes veel energie en zweet van ons vergen, zitten we sneller dan verwacht door onze Azungu-watervoorraad heen. Mee-eten op het project kan nog net, maar ginder van de pomp drinken is echt niet aan te raden. Op een twee à drie km van Sitima is er een marktje. Samen met Mieke rijd ik er heen om extra drank te halen. Op de markt aangekomen beslissen Mieke en ik om eerst samen een pintje te pakken. De Malawese “Kuche Kuche” is niet te verkrijgen, maar een gekoelde Carlsberg wel. Het is mijn eerste pint in 4 dagen en ze smaakt enorm. Maar wat nog veel meer smaakt is de filosofische babbel met Mieke. We spreken over mijnen Daddy, over mijn leven, haar leven, het leven in België en het leven in Malawi. Ik wist dat dergelijke gesprekken er wel zouden van komen, onbewust ben ik ook daarvoor een beetje hier, denk ik. Ik geniet en steek er veel van op. Door de leuke babbel verliezen we de tijd uit het oog en Sam komt per fiets aangereden. Dit is voor ons het sein om terug te keren. Eenmaal terug speel ik nog wat met de kleinsten omdat zij niet kunnen genieten van het Youth Centre (bewust enkel voor jongeren tussen 8 en 18 jaar). Voor die kleinsten is dat moeilijk te begrijpen, maar ieder op zijn tijd…
Echt lang kan ik niet spelen, want opeens dreigt er een stevig onweer. We maken afspraken voor de afsluit van het Youth Center en vertrekken bij het vallen van de eerste druppels. Ondertussen, terwijl ik dit aan het schrijven ben, is het nu toch al meer dan twee uur zeer stevig aan het regenen, donderen en bliksemen. Nog altijd geen echte storm volgens Mieke, maar ik ben toch danig onder de indruk. Het is geen onweer zoals bij ons, maar echt een tropisch geval. Soit, wat het ook zij, laat de aarde maar drinken, want ze heeft het nodig…
Morgen de World Cup Girls Football, ik kijk er naar uit. Ben benieuwd wat het worden zal.
Tiona na mawa, tot morgen.
Zondag 5 december: World Cup Girls Football
Wegens het strakke speelschema vertrekken we iets over 7 naar Sitima, want de eerste match is gepland om 8u00. Bij het opstellen van het speelschema met Sam, heb ik er hem zelfs van moeten overtuigen om niet om 7u30 te starten. Maar wat blijkt, wanneer we net voor half zeven aankomen, is het nog niet te merken dat het vandaag “the big day” is. Sam is niet aanwezig en de meisjes hebben nog geen voetbalkledij aan. Het “voetbalveld” ligt een honderdtal meter achter de school en ik ga daar een kijkje nemen. Het enige waaraan men kan zien dat het vandaag de World Cup is, is de “overdekte tribune” die de builders gisteren hebben gemaakt voor de Afumo (de lokale burgemeesters, in de zandvlakte nog van vader op zoon). De tribune bestaat uit een 10-tal houten palen (stammen van jonge eucalyptusbomen), die met oude cementzakken zijn overspannen. Wanneer ik later op de dag tegen Sam zeg dat het toch ideaal zou zijn indien die tribune zou blijven staan, zegt Sam dat, dat geen optie is. De kans is te groot dat het hout ’s nachts gestolen zou worden. De keerzijde van de extreme armoede…
Wanneer ik terug naar de school stap komt Sam aan met de fiets. Achterop zijn fiets heeft hij een hele grote zak gebonden met materiaal om de lijnen te trekken. Het is de as van rijstafval die ze op de rijstmarkt verbrandden. Matthias de timmerman heeft vroeger al doelen gemaakt, voor de meisjes. Het zijn houten palen op een voet met bovenaan een gat waardoor de houten deklat kan gestoken worden. Zo kunnen de goalen makkelijk gedemonteerd en verplaatst (lees: veilig weggeborgen) worden. We gaan met de as en de doelen naar het voetbalveld. In deze harde wereld moet je een plantrekker zijn. We gebruiken de deklat om rechte lijnen te leggen (handje per handje wordt de as naast de deklat neergelegd en uitgestreken). De deklat dient ook om de juiste breedte en lengte van het veld te bepalen (12,5 deklat voor de breedte en 19 keer de deklat voor de lengte ).
Terwijl we de lijnen leggen, komen de eerste Afumo aan, alsook de DJ die we hebben ingehuurd om de dag op te fleuren. Den DJ is echt zot, zware boksen vanachter op een pick-up truck, een ouwe PC met muziek op en een generator op “petrol” om de boel van elektriciteit te voorzien. Nadat de pleinen klaar zijn, maken de meisjes zich klaar en kunnen we eindelijk van start gaan, denk ik (het is ondertussen al ver 9u00). Misschien met elke Chinees, maar niet met de Malawees. Onder een cool muziekske komen de 30 meisjes (6 teams van 4 en 2 van 3) op één lijn van de school naar het veld gestapt en stellen zich gelijk echte voor de overdekte tribune op. Dan zoals het een echte World Cup betaamt, wordt het Malawees volkslied gezongen. En daarna moet er eerst nog gespeecht worden, want de als de Afumo er zijn, kan dat niet anders. Politiekers zijn overal dezelfde ;-) . Ook aan mij wordt er gevraagd om een speechke af te steken. Ik dank de Afumo voor hun komst en vraag de meisjes vooral te genieten van het spel met de olympische gedachte als leidraad. Let the World Cup begin, het is dan ver 10u00, maar geen Afrikaanse kat die daarom maalt. Ik krijg ook de grote eer om coach te zijn van Malawi (Toon is coach van België). Mijn team wordt in de voorrondes uitgeschakeld (2-1 winst, 2-1 en 2-0 verlies). De World Cup is een groot succes. Het weer zat ook mee. Het is altijd mogelijk dat je in deze tijd regen op je dak krijgt, maar neen hoor het is de warmste en droogste dag totnogtoe (tot 37°). In de voormiddag is de opkomst beperkt omwille van de “Church-verplichtingen”, maar in de namiddag, wanneer de halve finales en finale worden gespeeld staan er zeker 300 mannen en vrouwen rond het voetbalplein. De meisjes spelen dus voor meer volk, dan ik ooit gespeeld heb of het moet in één van mijn betere dromen geweest zijn ;-) . De finale Brazilië-Egypte is echt leuk om naar te kijken en eindigt op 3-2 voor Brazilië. Na het laatste fluitsignaal krijg ik de eer om de medailles en de beker uit te reiken. Alle speelsters krijgen eenzelfde gouden medaille en het winnende team een echte beker. Na de uitreiking wordt er om af te sluiten opnieuw gespeecht door de Afumo en mezelf. Het is op dat moment al 17u00 voorbij en er dreigt onweer. Om te vieren dat zowel de opstart van het Youth Center als de World Cup zo een succes waren, gaan Mieke, Veerle en ikzelf ’s avonds in Zomba eten. We zijn alle drie stikkapot, Veerle en ik, goed verbrand, maar genieten toch met volle teugen.
Tiona na mawa.
Maandag 6 december: A kuche kuche in the morning, fitness en een goed gesprek
Ik wil beginnen met een kleine kwinkslag; Vandaag is het Sinterklaas. Sinterklaas kennen ze hier niet, maar aan zwarte pieten geen gebrek 
Ik heb met mezelf afgesproken om vandaag ofwel opnieuw met de fiets naar Sitima te gaan ofwel ’s morgens te gaan lopen. Omdat ik te graag op die crossmotor zit, sleep ik me een beetje met de moed in de schoenen om kwart na zes uit mijn bed en start onmiddellijk mijn looptocht. Maar zoals zo vaak, vallen de dingen waar je eerst erg tegen opziet, uiteindelijk al bij al wel mee. Ik loop 7 km aan een rustig tempo (het is al bijna 25°) langs de bergflank. Wanneer je loopt zie je pas echt hoe mooi de natuur is: zotte vogels, apen, hagedissen, … en dan die prachtige bloemen, planten en bomen die de bergflank rijk is.
Mieke heeft vandaag een aantal zaken te regelen in de stad (schoolfees betalen, micro-financieringen regelen, auto in garage checken, security voor thuis regelen en betalen, …) en daarom rijd ik alleen naar Sitima. Omdat dit weekend zo druk was, hebben we geen tijd gehad om inkopen te doen en zitten we bijna zonder drinkbaar water. Mieke legt me uit waar ik onderweg het best water kan kopen. In een klein “cafeetje” langs de weg in Matawale hebben ze frigo’s. Iets over 8u vertrek ik richting Sitima. Eenmaal in Matawale, stop ik aan het cafeetje. De 2 Malawezen die aan de toog zitten, verschieten zich een bult wanneer ze een Azungu zien binnen komen. Ik begroet hen met een Mulibwanji en onmiddellijk is het ijs gebroken. Hey my friend, how are you? I’m fine, zikomo kwambiri (hartelijk dank). Beide mannen zijn bier aan het drinken en net op het moment dat ik het water wil bestellen, roept de ene: a kuche kuche for you! Ik schiet in een lach en zeg dat het nog wat vroeg is. Dan de andere c’mon, a kuche kuche for you. Yeah kuche kuche for you. Ach ja, meer heb ik niet nodig, ik ben tenslotte al 2 uur wakker en bestel onder lichte sociale druk een kuche kuche (halve liter Malawees bier, maar wel “slechts” 3,7°). Ik betaal de mannen ook een pint, en ben direct “even more friend”. Ik drink mijne kuche kuche in zeven haasten op en bestel nog 4 halve liters water in flesjes en vraag de rekening. “620 kwacha sir”. Dit is 3 euro voor 3 halve liter bier en 4 halve liter water, ze moesten eens weten, dat je daar bij ons met moeite ene halve liter bier voor krijgt, denk ik bij mezelf.
Soit, door mijn 2 “nieuwe vrienden” kom ik dus na 8u30 in Sitima aan. De leerkrachten en kinderen staan opnieuw rond het monumentje ter ere van mijnen Daddy, hun liedjes en pasjes in te oefenen voor de memorial van zaterdag. Mijn aankomst verstoort het hele gebeuren, want een aantal kinderen komt naar mij gevlogen. Samen met de leerkrachten herstel ik de orde en ik trek mij terug achter onze school om water te gaan oppompen voor de vrouwen van het dorp. Het is de eerste keer dit jaar, dat ik hier tijd voor kan maken. Dat pompen is echt pure fitness, want vrij zware arbeid. Wanneer ik aankom, staat een 10-tal vrouwen rond de pomp. Het is eigenlijk een prachtig schouwspel. Met kuipen en emmers (van 10 tot 30 liter) staan ze te wachten op hun beurt. Ik neem over van de vrouw die bezig is en ondertussen wordt er druk gekletst. Geen enkele van die vrouwen spreekt ook maar één woord Engels, maar toch geniet ik van hun conversaties en probeer via hun gebaren en gelaatsuitdrukkingen te gissen waar ze het over hebben. Uiteindelijk zal ik in 3 beurten (1 half uur en 2 keer drie kwartier) het beste van mezelf geven. Het is fitness omdat ik op 3 verschillende manieren water pomp en daardoor de belasting probeer te spreiden over armen, benen en rug. Op die 2 uur dat ik daar sta, zie ik enkel vrouwen of meisjes, tussen de 7 en 77 jaar passeren. Alhoewel, … de jongste zal nog geen 7 geweest zijn en de oudste zag er misschien 77 uit, maar zal waarschijnlijk maar maximaal 57 geweest zijn. Diegene wiens kuip aan het vullen is, helpt de vorige met de kuip/emmer op het hoofd te plaatsen. Het meisje van 6 à 7 sleurt een ton van meer dan 10 liter mee op het hoofd (echt bijna niet te geloven als je het niet met je eigen ogen hebt gezien). Wanneer ik stop met pompen is het etenstijd in de school. Normaal gezien zou ik mee-eten, maar ik vraag aan Joyce, de head-teacher, of ze mijn bord aan Matthias wil geven, die aan de rand van de speelplaats staat (ikzelf kan straks in de stad eten). Matthias, een jongen van een jaar of 9 (te groot voor onze school), zijn moeder is in het mental hospital opgenomen. Omdat zijn moeder, Suzanne, zwakzinnig is en de vader gestorven is toen Matthias 2 was, wordt Matthias uitgesloten door de maatschappij. Ik ken Matthias al van 2008 en zie dat hij nog magerder is dan vroeger. Hij is echt vel over been geworden. Ik ben er even niet goed van. Ik zie hoe hij met smaak mijn bord opeet en vertrek dan terug naar Zomba. Met Mieke en Veerle spreek ik af in een restaurantje in de stad. Ik weet het, na Matthias klinkt dit misschien cru, maar ik eet er een heel lekkere halve kip en we blijven zeker meer dan 2 uur aan de tafel zitten. We hebben diepe gesprekken over Malawi, de man-vrouw verhouding hier in Afrika en in het Westen. Ik weet niet of ik het me inbeeld, maar hier in deze wereld, lijken de gesprekken veel meer diepgang te hebben. Je wordt zo met je eigen bestaan geconfronteerd en alles je raakt je zo in je “zijn”, dat je alles automatisch veel diepgaander en filosofischer bekijkt. Alle remmingen vallen weg, zo lijkt het wel. Ik spreek met hen over de meid die ik onlangs (terug) ben tegengekomen en die me emotioneel in de war heeft gebracht. Ik weet niet goed hoe ik er mee om moet en wat er van komen zal, maar eens ventileren doet deugd.
We moeten vertrekken omdat de auto klaar is en anders de garage dicht gaat. Ik zet Mieke af ga zelf tanken met de motor en rijd naar huis.
Morgen vergadering met de CBO (Community Based Organisation) voor de memorial van zaterdag. Ik ben benieuwd hoe ze dit willen aanpakken.
Tot morgen.

lezersvraag

•december 4, 2010 • Geef een reactie

Beste lezer,

Een tijdje geleden sleutelde ik aan een nieuw kleedje voor website en blog. In plaats van op 2 plaatsen te moeten gaan kijken, zou zowel de info over het project als de dagboeken van Mieke op 1 pagina beschikbaar worden. Zo is alles maar 1 muisklik weg. En kunnen we sponsoracties, nieuwtjes,… veel gemakkelijker naar iedereen krijgen.

Neem hier eens een kijkje – het is nog niet af, maar u mag in de commentaren op deze tekst, of ergens op de andere website uw mening achterlaten. Graag zelfs. Vindt u het een goed idee om verder te bouwen op de nieuwe site, of heeft u liever dat alles bij het vertrouwde huidige blijft. Want uiteindelijk draait het om u, trouwe lezer.

de redactie

gastblog – filip (1)

•december 4, 2010 • Geef een reactie

Woensdag 1 september: Thuis komen, maar toch anders
Deze middag rond 12u30 geland op Chileka Airport. Ik land er nu voor het 3° jaar op rij en daarom is het als thuis komen. Het is duidelijk dat ik voor eeuwig en altijd een liefde-haat verhouding met deze luchthaven zal hebben. De liefde omwille van de mooie eenvoud van de luchthaven, het thuis komen, de kleinschaligheid, het is trouwens de enige luchthaven die ik ken in “mijn” Malawi (volgens mij zijn er maar 2). En wanneer je net van de mega-giga-luchthavens Londen Heathrow, Frankfurt of Johannesburg wordt overgevlogen, dan kan je haast niet anders dan verliefd worden op dat ene gebouw en die ene start- en tegelijk ook landingsbaan. Het heeft voor mij iets surreëels romantisch. De haat vloeit voort uit de pijn van de laatste ontmoeting met mijnen Daddy die ook hier heeft plaats gevonden in 2008. De haat ook omwille van het feit dat de lichten van de landingsbaan indertijd gestolen waren en dat mede daardoor mijnen Daddy niet meer gered kon worden. Ik weet dat ik dit in mijn vorig dagboek ook heb geschreven, maar ik kan niet anders dan dit opnieuw te vermelden. Het gemis is nog te sterk daarvoor, het gemis beheerst nog altijd mijn zijn, maar gelukkig niet mijn doen of laten, als je begrijpt wat ik bedoel… (wie weet kom ik hier in een filosofische bui, later nog op terug…)
Toch is alles anders dan de vorige jaren. Eerst en vooral de ontvangst. Twee enthousiaste dames staan zwaaiend met ballonnen op het balkon van de luchthaven; Mieke en Veerle. Voor diegenen die het niet zouden weten. Mieke is de vriendin van mijnen Daddy die nu, na zijn dood, het project dat zij samen hebben opgericht, alleen verder zet. 11 maanden per jaar is zij hier in Malawi om YOCE in goede banen te leiden. Eén pagina zou niet volstaan om deze vrouw te beschrijven. Alleszins een fantastische madame, waar ik, omwille van haar intelligentie, wijsheid, doorzettingsvermogen, haar flair en kalmte en omwille van nog zoveel meer, enorm naar opkijk. Ten opzichte van Mieke ben ik, slechts een uit de kluiten gewassen kleuter, die nog veel moet leren in dit leven.
Veerle heb ik vorig jaar hier in Malawi voor het eerst ontmoet. Zij was hier toen als vrijwilligster samen met Hanne om ons project te steunen. Veerle is nu, in nog geen anderhalf jaar voor de derde keer naar Malawi terug gekeerd. Ze heeft aan Malawi haar hart verloren en in al haar idealistische eenvoud, heeft ze beslist om hier werk te zoeken en te proberen hier iets voor de ander te doen. Ze heeft in België heel veel achtergelaten. Ik bewonder haar enorm voor haar idealisme en voor de ballen aan haar lijf om dit te doen! Ten opzichte van Veerle ben ik maar nen dikke pussy, die (nog) niet de beslissing durft nemen, die zij reeds genomen heeft. Ik geniet ervan dat deze twee madammen mij zijn komen ophalen.
Voor we huiswaarts keren, gaan we in het grote shopping center van Blantyre inkopen doen en gaan we naar de bank om euro’s om te wisselen. Ondanks ik meer mee heb beslist Mieke om “slechts” 4500 euro om te wisselen. 3500 voor het project, 500 voor Veerle en 500 voor mij. En voila, ik zeg het in België honderden keren, in Malawi is niets wat het lijkt en ook nu weer niet. Binnen in de bank zegt de juffrouw achter het loket, een beetje verlegen, dat de bank niet zoveel cash liggen heeft en dat ze iemand zal moeten bellen om extra geld te brengen. Uiteindelijk wordt alles zo opgelost en wordt Mieke in ware paracommandostijl (en vooral ook om niet op te vallen)naar de wagen begeleid door een kerel met een gigantisch vuurwapen.
De vorige jaren kwam ik telkens eind augustus/begin september aan, op het moment dat het droge seizoen naar haar toppunt gaat. Tot eind oktober duurt de droge periode, vanaf november begint het nat seizoen. Mieke vertelde me dat er nog maar sinds een week of twee af en toe wat regen valt. Vandaag is het dan toch net iets anders, want sinds we deze middag Zomba binnen zijn gereden (rond 16u15) is het beginnen regenen. Buiten een paar zeer schaarse druppels de voorbije jaren is dit mijn eerste echte regen in Malawi. Het is nu bijna 19u en toch nog steeds pijpenstelen aan het regenen en al een uurtje aan het donderen en bliksemen. Wanneer ik opmerk dat het serieus is, lacht Mieke me toe en zegt dat dit maar een gewoon stevig buitje is en geen echte storm… Als het stormt, vrees ik dat het dak eraf vliegt, zegt ze. Ik zie aan haar dat ze zich nu zelf geen zorgen maakt over de dakgoot…
De vele regen is alleszins zeer welkom. Dit is de moeilijkste periode van het jaar voor de Malawees. Hij heeft nog niet kunnen zaaien voor een nieuwe oogst en de oogst van vorig jaar is (bijna) op. Op dit moment is het overleven en bidden om te overleven tot de volgende oogst. De natuur kan wreed zijn. 6 maand genen druppel en dan alles ineens. Ik vraag me af, hoe wij daar in België mee zouden omgaan…
Morgen zie ik de kleuterschool en de mensen van Sitima terug. Ze hebben me (via Mieke) al gebeld, we kijken er dus langs beide zijden enorm naar uit. 

Donderdag 2 september: Sitima, pannenkoeken, de crossmotor en de zusjes
Ik was vroeg wakker deze morgen 10 voor 6 plaatselijke tijd, maar dus 10 voor 5 op mijn Belgisch ritme. Ik ben uiteraard razend benieuwd om Sitima terug te zien. Omdat ik nog met een knieblessure sukkel, beslis ik om niet op straat te gaan lopen, maar met de fiets naar Sitima te gaan. Sitima ligt op 13,5 km van waar we wonen in Zomba. Ik rijd alleen omdat Mieke op donderdag steeds verse koemelk gaat kopen in de stad. Op donderdag eten de gastjes “porridge” (een soort zetmelenpap die volgens UNICEF zeer veel voedingswaarde heeft). Deze porridge is de minst gevarieerde maaltijd van de week en daarom krijgen onze kleine krawietels er een volle beker verse koemelk bij. Een glas melk what the f…???, hoor ik sommigen misschien denken, maar laat duidelijk zijn dat deze kinderen zonder het project nooit, maar dan ook nooit iets anders te drinken krijgen dan opgepompt water. De waarde van zo’n glas melk kan in deze context dus moeilijk overschat worden. Daar Mieke sowieso een auto nodig heeft, profiteren we ervan om ook materiaal mee te nemen voor de opening van het Youth Center in Sitima op zaterdag en de “World Cup Girls Football” die we zondag in Sitima organiseren.
Ik kan niet wachten om het project te zien en vertrek om kwart voor acht richting Sitima. Het heen gaan is zoals steeds een zalige rit, want zeker 10 km in dalende lijn. Ongelooflijk genieten! Het is al vrij warm en het duurt niet lang of de eerste Azungu’s worden me toegeroepen. Enthousiast reageer ik met een Moni (goede morgen) of een Mulibwanji (hallo, hoe gaat het?). De rit roept veel herinneringen van de voorbije 2 jaar op… Ik geniet met volle teugen, wanneer ik ongeveer halverwege de rit de geasfalteerde weg verlaat en de zandvlakte in sla. Ondanks dat het nog maar een paar weken aan het regenen is, ziet er alles al veel groener uit dan de voorbije jaren. Hier en daar zelfs een grote plas van de regenval gisteravond, wat voor mij een surrealistisch beeld is. Vrouwen en mannen bewerken de velden. Ik heb al vaak gezegd dat mannen niks doen, maar dat is dus gelogen. Ongeveer 20% van de werkers zijn mannen… Vrouwen vaak met kinderen op de rug, staan voorover gebogen de grond om te woelen met kleine schepjes. Later vertelt Toon, een Vlaamse student die in Malawi is voor zijn eindwerk, dat ze hiervoor 106 kwacha (0,5 euro) per volledige dag ontvangen…
Wanneer ik aankom aan het project staat een aantal leerkrachten me op te wachten. Van zodra ze me zien, beginnen ze te zingen en te dansen en roepen ze de andere leerkrachten. De ontvangst is zeer warm en hartelijk. Ondanks dat ik door de tropische weersomstandigheden wat bezweet ben. Geef ik elke leerkracht een “big hug”. Dit zijn ze daar niet gewoon, omhelsd worden door een Azungu. Er is veel gegiechel bij de dames wanneer ik hen eens goed vastpak en zeg hoe blij ik ben van hen te zien. Dan de school zelf: het voorbije jaar is deze volledige afgewerkt. Concreet wil dit zeggen dat we 3 grote gebouwen staan hebben, verbonden met een muur zodat we onze eigen speelplaats creëerden. Er is ook een echte schoolpoort…, ik kan mijn ogen bijna niet geloven. Ons project is prachtig. Enkele kinderen beginnen een stukje van een liedje te zingen dat ik vorig jaar met hen heb gezongen. Ongelooflijk dat ze dat nog weten. De bel wordt geluid en de kinderen repeteren eerst voor de memorial van onzen Daddy die zaterdag over 8 dagen zal doorgaan. Ze verzamelen rond het monumentje dat ze voor hem hebben gebouwd en beginnen liedjes te zingen en pasjes in te oefenen. Dit wordt me even te veel en ik trek me terug binnen in de school en ga een kijkje nemen in de spiksplinternieuwe keuken. In termen van geen stromend water en geen elektriciteit is dit een topkeuken. Misschien wel de beste van Malawi, denk ik bij mezelf. Ondertussen is Mieke aangekomen met de melk, de voetbaluitrustingen, een toernooibeker, medailles en versieringen voor het Youth Center. Alle aandacht gaat naar de voetbaluitrustingen. Het zijn prachtige truitjes, broekjes en kousen in de Malawese kleuren. YOCE/Sitima op de buik, rugnummers, nummers op de broekjes, kortom zeer professioneel. Ze vinden ze mooier dan de uitrusting van “The Flames” hun nationale voetbaltrots. Ik kan onmogelijk op papier zetten wat deze truitjes bij zowel de meisjes, de trainer als bij alle medewerkers van de school teweeg brachten. Spontaan applaus bij het zien van de truitjes, applaus voor de broekjes, applaus voor de kousen, applaus voor de keeperuitrusting, voor elk element dat uit de doos werd gehaald, applaus. En dan zwijg ik nog over hun specifieke iiiiiiiiiiiiiiiiiiii-klank die ze uitbrengen telkens als ze iets zien dat ze nog nooit eerder hebben gezien. De verwondering en de blijdschap zijn echt niet te beschrijven. Cé en Willy, jullie hebben vandaag een hele gemeenschap trots en blij gemaakt. Nogmaals duizend maal dank voor jullie sponsoring !
Na de commotie rond alle voetbalmateriaal ga ik buiten met de kleinsten nog wat spelen. Na de vreugde opnieuw de keiharde realiteit. Er zijn toch nog vrij veel kinderen met opgezwollen hongerbuikjes. Ik doe extra mijn best om deze kindjes bij mijn na-aapspel te betrekken en hen ook aan het lachen te krijgen. Blijkbaar lukt het me ook, ze lachen volop mee. Dat is het minste wat ik voor hen kan doen.
Wanneer ik huiswaarts keer, na samen met de leerkrachten gegeten te hebben, moet mijn aankomst in Sitima al als een lopend vuurtje de zandvlakte zijn ingegaan. Ik word nog veel meer nageroepen dan deze morgen en bovendien is het niet alleen Azungu, maar wordt er (zelfs vanop de velden) ook vaak FILIPI! geroepen. Het doet me wat…
Eenmaal thuis in Zomba na een loodzware bergop-rit in de broeierige hitte (ca 33°) die mijn armen verbrand, is het appel-pannenkoekentime. Mieke en Veerle zijn net met de voorbereidingen begonnen. Veerle snijdt appels en Mieke maakt het deeg. Wanneer net de 3° pannenkoek is gebakken, valt de elektriciteit uit. Geen nood we hebben er elk één en we vragen aan dagwaker Dave of hij voor ons een vuurtje wil stoken, waarop we dan verder kunnen koken. Dave kapt en sprokkelt wat hout en net als zijn vuurtje volop in gang komt, springt de elektriciteit weer aan. Sorry Dave… en Mieke terug binnen aan de slag. Normaal kwamen er nog 2 vrienden van Veerle mee-eten, maar door het dreigende onweer, verkiezen ze om de afstand niet te voet af te leggen en het voor een andere keer te houden. Heel erg vinden we dat niet, want de pannenkoeken zijn zalig lekker en nu hebben we er dus meer voor ons ;-) .
Na de pannenkoeken werkt Veerle op de PC voor de opstart van het Youth Centre dat zij begeleiden zal. Mieke heeft tijdens de dieselschaarste (die hier regelmatig toeslaat) een crossmotor (YAMAHA 100 cc, zalig bakskse) gekocht, om toch wat makkelijker verplaatsingen te kunnen doen. Voor Mieke is het van 1992 geleden dat ze nog met een motor reed en ik bied haar maar wat met graagte, rijlessen aan. Even later vertrekken we naar het centrum met de motor om motorhelmen te kopen. Om nu niet in overtreding te zijn, zetten we beiden een fietshelm op (moet een hilarisch zicht geweest zijn). Dit is de eerste test van de motor en na 1 km blijkt de achterband een probleem te zijn. We maken rechtsomkeer en keren stapvoets terug. Net op het moment dat we gedraaid zijn, komt er een motor van de ander kant aangereden. Waarschijnlijk door onzen Daddy gestuurd, want wat blijkt. De maestro blijkt een garagist te zijn. Mieke springt bij hem achter op de motor om naar “zijn” motorwinkel materiaal te gaan kopen voor de herstelling. Ik keer terug naar huis met onze motor en een goed uur later is, de motor gerepareerd. Het is te laat voor helmen, dat is dan maar voor morgen.
Tijdens de reparatie van de motor komen de 2 oudste van de 5 zussen/buurmeisjes, Rose en Flora (17 en 18 jaar), aan. Ik vertelde over deze meisjes ook in mijn vorige dagboeken. Deze meisjes zijn als zussen voor mij. Ik pak hen alle twee eens goed vast en zoals gezegd zijn ze dat hier niet gewoon. Het puberale gegiechel verraadt dit opnieuw. Het zijn ongelooflijke schatjes. Altijd goed gemutst en gemotiveerd om van hun moeilijke leven iets te maken door goed naar school te gaan. Mieke betaalt hun school en ze doen het erg goed (het is ook de voorwaarde om voort te mogen doen). Ze komen vragen of we wat kopies kunnen maken voor hen, zodat ze extra oefeningen kunnen maken. Uiteraard doet Mieke dat met veel plezier. Ondertussen grap en grol ik met de meisjes. Ze slaan soms dubbel van het lachen en we genieten van ons weerzien.
Het is al laat en ze moeten naar huis. Ik hoop dat ik mijn zusjes ondanks mijn drukke planning nog veel zal zien. Nog een stevige knuf (Rose, de jongste maar ook de grootste, nijpt me bijna plat) en slaapwel.
Goed gevulde, maar prachtige eerste volledige dag. Ik weet nu al dat ik hier volgend jaar weer zal staan, het is sterker dan mezelf. Het blije gevoel dat wij die mensen kunnen geven door hun leven menswaardiger te maken, de dankbaarheid die zij daarvoor uitstralen, is voor mij het mooiste vakantiegevoel dat er is!
Tiona na mawa (tot morgen).
Vrijdag 3 september: Spelen, vergaderen en voetbaltraining
Met Mieke beslis ik ’s morgens om het risico te nemen om toch met de fietshelmen op de motor naar Sitima te rijden. De winkel waar we helmen kunnen kopen is in het beste geval tegen 9u00 open en de school in Sitima begint om 8u30. Omdat mijn verblijf deze keer zo kort is, wil ik zo weinig mogelijk missen van mijn kleine krawietelkes en mij zoveel als mogelijk nuttig maken op het project. Mieke begrijpt dit en we nemen dus het risico. Niet zozeer het risico van met een fietshelm tegen de vlakte te gaan, maar het risico van tegen gehouden te worden bij een politiecontrole. Je kan er donder op zeggen dat politie moeilijk zal doen (lees: geld ruiken en zware boetes uitschrijven) als ze 2 Azungu op een motor zien met een fietshelm. Malawi was vroeger een politiestaat en dictatuur. Ondanks dat Malawi nu bijna 20 jaar een democratie is, is het politiestaat-gehalte nog vrij hoog. Op de 6 weken en twee dagen dat ik hier nu al geweest ben, denk ik toch een 10 à 15 politiecontroles te zijn tegengekomen. Dat zijn er dus 2 per week en als je dan weet dat de tocht naar het project de helft van de tijd door het zand gaat, waar geen politiecontroles zijn, dan weet je het wel. En ja hoor, er is politiecontrole, maar gelukkig aan de andere kant van de weg. Mieke en ikzelf kunnen ons nauwelijks inhouden van het lachen als we ze naar ons zien kijken, maar niets kunnen doen. Djekes, mijne maat, zou zeggen,“vitesken af en tandje ba”, wat ik dus ook doe ;-) . Was ik in België geweest, ik had nog eens gezwaaid ook, waarschijnlijk 
Op het project aangekomen, gaat de school van start. Net zoals gisteren is de eerste activiteit voor de kleintjes, het dansje en het liedje inoefenen voor de memorial. Terwijl ze dat doen, zit ik met Sam (leerkracht, voetbaltrainer en tolk) samen voor het bespreken van de organisatie van de “World Cup Girls Football”. Alle teams krijgen een landnaam (uiteraard doen naast The Flames ook de Red Devils mee ) en we werken een speel- en dagschema uit. Wanneer dat gebeurd is, is het buiten speeltijd. Ik loop de speelplaats (das echt zo cool dat ik da kan zeggen ) op en lanceer een nazingliedje. Het begint met een 10-tal krawietelkes, het stijgt snel naar 50 om dan (door de hitte waarschijnlijk) terug te stagneren op een 35-tal. Filipi op zijn best, onnozel doen met de gastjes en hen zotte bewegingskes laten doen. Wanneer ik moet lachen met dingen die ik zie (bvb wanneer ze mij nadoen als ik zelfs mijn zweet afkuis), denken zij, dat dit ook dit weer om na te doen is en bootsen ze mijn lach perfect na waardoor ik mij moet herpakken en het liedje of het pasje weer in de goede richting moet sturen. Onder de loden zon raak ik lichtjes in trance en geef zeker een uur van jetje. Man, man, man al die lachende kopjes om mij heen, zo genieten. Door Azungu Filipi is de speeltijd dus uitgelopen en het is al ver etenstijd. Nadat de kinderen gegeten hebben, eet ik samen met de leerkrachten en Mieke en Veerle die ondertussen is aangekomen. Vandaag op het menu: Hard gekookt ei, soort witte kool met tomaat en nsima (soort maïspap die zij als aardappel gebruiken). Ik eet mee op Afrikaanse wijze: de nsima goed in de handen kneden, zodat er wat vocht vrijkomt en dan naar binnen spelen. Ook hier kan ik van genieten.
Na het eten, de tweede vergadering van de dag. Een vergadering onder leiding van Veerle, met 4 Malawese adolescenten-vrijwilligers voor de opstart van het Youth Centre te Sitima. Onze school leent één van de lokalen uit om ’s avonds de jongeren te kunnen samen brengen. Eerst en vooral moet het Youth Centre een plaats worden waar de jeugd kan ontspannen. De ontelbare creatieve ontspanningsmogelijkheden die wij in het Westen hebben zijn hier onbestaande: vergeet cinema, bowling, internet, gezelschapspelen, kaarten, nintendo, enz. We willen de jongeren in de zandvlakte een plaats bieden waar ze even kunnen ontsnappen aan hun harde leven en even kunnen ontspannen binnen een ander kader. We bespreken met de jongeren wat ze verwachten, wat wij van hen verwachten en we leggen hen de eerste 3 gezelschapsspelen uit die we voor het Youth Centre hebben gekocht: Scrabble, Rummikub en Monopoly. Van de 4 vrijwilligers heeft nog geen één ooit gehoord van één van de drie spelletjes die we voorstellen. Mensen, jullie kunnen zich echt niet voorstellen welke ogen deze jong-volwassenen trekken wanneer we zo’n gezelschapsdoos open maken. Dit hebben ze nog nooit gezien. Naast de ontspanning hebben we ook reeds de toestemming gevraagd aan de overheid om via dit Youth Centre aidstesters te mogen verspreiden. We willen namelijk via het Youth Centre ook aan sensibilisering op dat vlak doen. Het nuttige en het aangename combineren … Het is een leuke en vruchtbare vergadering en iedereen kijkt er naar uit om morgen van start te gaan.
Na deze vergadering ga ik met Mieke in de stad nagels en motorhelmen kopen (van Chinese makelij en 22,5 euro het stuk). Ik zet Mieke thuis af en keer terug naar Sitima om samen met Sam voetbaltraining te geven aan de meisjes. Onzen Daddy is indertijd met de meisjes-voetbalploeg gestart omdat de meisjes het hier het hardst te verduren hebben. Vrouwen worden onderdrukt door de mannen en moeten daarenboven al het zware werk doen om zichzelf en hun kinderen in leven te houden. Hij is indertijd begonnen met een 10-tal meisjes. Vandaag mag ik 28 meisjes verwelkomen op de training! Veel meisjes hebben in die voorbije drie jaar ook een duidelijke vooruitgang geboekt. Ik weet dat de grote opkomst en de vorderingen die de meisjes maken, onzen Daddy ongelooflijk veel plezier zouden gedaan hebben. Ik geef dan ook met volle energie de training. Ik denk vaak aan hem, wanneer ik zie dat de meisjes er ook heel veel plezier aan beleven. Net voor het donker wordt, keer ik huiswaarts. Moe, maar zeer voldaan. Graag tot morgen.

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.