dagboek filip 2014

•augustus 25, 2014 • Geef een reactie

Dinsdag 15 en woensdag 16 juli: vertrekken en aankomen, onverwacht licht hectisch
Mijn 7° reis, mijn 7° dagboek. Het voelt een beetje surreëel aan wanneer ik het zo schrijf. Mijn 7° reis? Echt? Dat kan toch al tellen, niet? Niemand die had kunnen voorspellen, wanneer ik hier de eerste keer aankwam in september 2008, dat ik nog geen 6 volle jaren later, mij reeds voor de 7° keer zou opmaken om te vertrekken richting Malawi. Niemand die toen had kunnen voorzien dat het noodlot zo hard en ongenadig zou toeslaan, zodat alles in mijn leven een andere wending kreeg. Het noodlot heeft er in december 2008 voor gezorgd dat ik heel anders naar het, en mijn, leven ben gaan kijken. Ik wil niet weemoedig klinken, maar plots werd ik de eerst volgende in lijn die dit aardse dal zou moeten verlaten. Plots werd ik zo hard geconfronteerd met mijn eigen eindigheid, dat ik nog meer dan ervoor hard ben gaan nadenken over de zin en misschien vooral over de onzin van dit leven. Het werd voor mij meer dan ooit duidelijk dat het er allemaal eigenlijk niet zo toe deed. Ik bedoel dan vooral het uiterlijke vertoon, de oppervlakkigheden, zelfs geld en macht, zaken die door velen als belangrijk bestempeld werden, het werd plots allemaal zo relatief, door de confrontatie met de vergankelijkheid. Het is zelfs zo dat ik in die beginperiode na het verlies van mijnen Daddy en beste vriend dat ik mij zelf heb moeten behoeden om niet te vervallen in een “je m’en foutistische” en haast fatalistische levensstijl. Gelukkig had ik toen en heb ik nog steeds, een werk dat ik heel graag doe en had/heb ik mensen rondom mij die mij door die aartsmoeilijke eerste periode hebben getrokken. Ik ben vanaf dan nog meer dan ervoor gaan focussen, op wat voor mij echt genieten is; intermenselijke warmte, vriendschap en het genot van elke dag. Uiteraard ben ik niet blind voor het feit dat geld een aantal zaken faciliteert, maar het echt genieten zit hem in die andere zaken. Sinds ik een paar jaar geleden mijn Kaat ben tegen gekomen, kregen de aspecten intermenselijke warmte en vriendschap meer dan ooit tevoren een nog diepere en mooiere dimensie. Het is ook die intermenselijke warmte die ik hier in Malawi voel, die hier in een wereld haast zonder geld, zo sterk aanwezig is, en die me er telkens doet naar verlangen en weerkeren. Men kan hier het leven beleven in een bepaalde soort “basic zone” van rust en elementaire realiteitszin, zonder veel franjes, zonder die overheersende tijdsdruk die onze Westerse agenda’s zo typeert. Dit gecombineerd met het tastbare gevoel van echt goed werk te doen voor andere mensen die het zo hard nodig hebben, dit alles maakt dat ik nu aan mijn 7° reis ben aanbeland.
Deze keer ging het echter niet helemaal zoals gepland , want op dinsdag 15 juli ben ik thuis bij Kaat, nog aan het werk en ben ik, zoals dat gaat, verschillende projecten en zaken aan het afronden om met een gerust gemoed op “vakantie” te kunnen vertrekken, wanneer ik plots om 14u30 telefoon krijg van het reisagentschap waarbij ik onze vluchten geboekt heb. Onze voorziene vlucht met Ethiopian Airlines om 20u00 richting Addis Abeba wordt geannuleerd wegens een technische panne. Ethiopian Airlines stelt zelf een alternatief voor, namelijk met Turkish Airlines eerst naar Istanbul en dan naar Nairobi. Om dan met Kenia Airways door te vliegen naar Blantyre (Malawi). Vertrekken om 18u in Zaventem. Lichte paniek en hectiek. Kenia Airways, zo wordt ons verzekerd, is zeer betrouwbaar, want heeft een samenwerkingsverband met KLM. Gelukkig zijn de ouders van Kaat beschikbaar en flexibel en kunnen ze ons 2 uur vroeger dan voorzien naar Zaventem voeren. Op zich verloopt de herplande reis nagenoeg perfect zoals voorzien. Het was wel even slikken, toen op de vlucht naar Istanbul een nogal radicaal praktiserende moslim naast mij op het vliegtuig plaats kwam nemen. De man was ons al opgevallen aan de gate. Kon ook moeilijk anders; lang wit kleed, gebreid mutske op het hoofd en de lange zwarte baard, waar menig Osama Bin Laden-adept jaloers op zou zijn. Ik had er toen in de gate al een grapje over gemaakt tegen Kaat; “gelukkig dat de man geen rugzaktoerist is” alluderend op een eventuele bom die hij zou mee dragen. Of we het nu willen of niet, sinds nine/eleven zijn we allen toch een stukje massaal gebrainwashed en kijken we anders naar deze medemens. De man in kwestie is wel vriendelijk hoor. Althans dat probeer ik af te leiden uit de twee goedkeurende knikjes die hij geeft wanneer onze blikken elkaar kruisen. Voor de rest zit hij gedurende de hele vlucht gebeden te prevelen uit een klein Islam-gebedenboekje en wast hij eenmaal zijn handen, met wat water. Hij slaat gezien de ramadan ook al het geen hem aangeboden wordt op de vlucht op een vriendelijke manier af. Ik voel me zelfs een beetje schuldig wanneer ik mijn vliegtuiglunch verorber en daarbij nog een pintje vraag…
En dan enigszins grappig; op de vlucht naar Nairobi komt die andere levensstrekking zich naast me zetten in het vliegtuig. Er zit een joodse jongeman, zonder krullen, maar met keppeltje naast me. Ik vraag me af wat het zou gegeven hebben, moesten deze twee mensen naast elkaar hebben gezeten op één van de vluchten. Het blijft een zeer spijtige zaak, dat men hier in dit aardse leven zo ligt te moorden, te vechten, verdriet en haat ligt te zaaien om iets wat ons uiteindelijk allemaal overstijgt; het leven na de dood en wie daar dan moet voor zorgen; God, Allah, Jahweh, … wat maakt het uit? Soit wie weet hierover later wel eens iets meer…
Eenmaal in Blantyre geland, stellen we blij vast dat al onze valiezen meteen mee zijn. Ook staat James, de taxidriver ons op te wachten. We gaan zoals gebruikelijk shoppen in het grote shopping center. Ik verschiet er enigszins van de opnieuw gestegen prijzen. We winkelen een grote winkelkar vol en betalen er omgerekend 140 euro voor. Dit komt vooral omdat de “Westerse” dingen die we kopen hier duurder zijn dan ze bij ons zijn. Ik heb het dan over Corn Flakes, spek, koffie, wijn, kaas en een aantal kuisproducten. Maar goed de meeste van die zaken zijn bij ons in Zomba niet te vinden, daarom dat we ze nu al voor de komende 3 weken inslaan.
Na een rit van een kleine 2 uur komen we doodmoe aan in Zomba, waar de duisternis valt. Het weerzien met de wakers is dan ook vrij kort. Ik leg hen uit dat ik blij ben hen te zien, maar dat we heel moe zijn van de reis. “A little chat will be for tomorrow”. Ok Sir no problem, is hun antwoord. Usiku wa bwino. Slaapwel
Donderdag 17 juli; uitslapen, sleutels, settelen en een aantal praktische zaken.
De reis van 26 uur was blijkbaar toch wat in ons lijf geslopen, want we slapen als marmotten zo goed als de klok rond en staan op rond een uur of 9. Nu Mieke van een welverdiende rustpauze geniet in België en we er hier alleen voor staan, moeten we meer dan vorig jaar rekening houden met een aantal praktische zaken; elektriciteit, internet, Malawiaanse telefoons, … maar eerst moeten we zicht krijgen op alle sloten van de deuren en poorten hier in en rond het huis. Ondanks ik me hier nog nooit één moment onveilig heb gevoeld, moeten jullie weten dat het huis waar Mieke hier woont een soort van beveiligde burcht is. Om even te schetsen; het domein is helemaal ommuurd met vooraan en achteraan het domein, 2 grote poorten. Ook aan het huis zijn er vooraan en achteraan en aan een zijdeur grote hekkens geplaatst ter beveiliging van de buitendeuren. De slaapkamer van Mieke is ook nog eens beveiligd met een hek. Als jullie weten dat elk hek of elke poort ook nog eens meerdere sloten bevat, dan is het duidelijk dat er heel wat sleutels op mij liggen te wachten. Daar ik niet elke poort of elk hek moet openen, is het wat zoeken naar de juiste sleutels die ik nodig heb.
Ik heb van Mieke één sleutel meegekregen van een kamer in het huis waar alle sleutels, fietsen en waardevolle materialen in opgeborgen zijn. Na enig puzzelwerk vind ik de meeste sleutels, enkel een vrij belangrijke sleutel van het hek vooraan kan ik niet vinden. De wakers vertellen me dat één van hun collega’s wel een dubbel van die sleutel heeft. Ik stuur daarom één van hen naar ginder om die sleutel op te halen. Het hek moet open want ik wil met de auto (Nissan pick-up), die trouwens bij de eerste poging onmiddellijk start, naar de stad om telefoon en internet te regelen en om geld te wisselen. Wanneer de sleutel gehaald is, lukt het vrij aardig om al deze zaken in de stad in orde te brengen. Ondanks het een beetje een verloren dag leek, voelt het toch zeer goed om terug te zijn. Voor de duisternis valt ga ik met Kaat nog naar Annie’s Lodge iets eten. Zij geniet van een heerlijke “vegetable curry” en ik van de “monster beef burger” . Wanneer het donker wordt keren we huiswaarts. Wanneer ik thuis aankom spreken de wakers me aan en vragen ze om een onderhoud. Ongelooflijk toch, gisteren laat ik vallen dat een “little chat for tomorrow” zal zijn en gezien de dag naar zijn einde loopt, herinneren ze me er fintjes aan; yesterday you said … Ze stellen voor om morgenvroeg tussen 5 en 6 even samen te zitten. Aan één blik van Kaat heb ik genoeg om vast te stellen dat zij dat geen super idee vindt ;-). Ik stel dus voor om onmiddellijk een aantal zaken te bespreken. Prima voor hen. Ze kaarten me 2 zaken aan. Het eerste gaat over 5 officiële vakantiedagen waar ze recht op hebben in de maanden juli, augustus en september. Naar jaarlijkse gewoonte wensen ze deze dagen niet op te nemen, maar wensen ze die graag in cash uitbetaald te krijgen. Ze zeggen dat Madam Mieke deze vergeten is. Ik zeg dat ik het zal navragen bij Madam Mieke en als dit zo blijkt te zijn dat ik hen die dagen dan zal uitbetalen. Het volgende issue betreft hun fietsen. Vorig jaar hebben we hen beloofd om de fietsen een 2-jaarlijks onderhoud te laten ondergaan op onze kosten. Ze signaleren dat het dringend tijd is voor een onderhoud. Ik vraag hen hun fietsen te tonen en dit om twee redenen. Ten eerste wil ik zien of een onderhoud echt wel nodig is, en ja hoor er zijn wel een aantal mankementen vast te stellen. Ten tweede wil ik dat ze weten dat ik de fiets gezien heb. Als ik de fietsen niet zou gezien hebben zijn ze in staat om er al het bruikbare (pedalen, remmen, kabels, …) af te halen zodat ze bij eventuele herstelling dubbel winst zouden kunnen maken door de nog bruikbare onderdelen te verkopen en er nieuwe door ons te laten opzetten… Ja, ja ’t zijn soms filoekes ;-). Ik spreek met hen af dat we volgende week maandag, dinsdag of woensdag samen naar de fietsenmaker zullen gaan. Zikomo kwambiri, Sir en iedereen content…
Morgen gaan we naar Sitima. Ik kijk er al enorm naar uit…
Vrijdag 18 juli; de eerste keer Sitima en de zusjes
Omdat de brommer nog niet start en er nog geen 2 fietsen klaar zijn, zijn we verplicht om met de wagen naar Sitima te gaan. Wanneer we al een paar kilometer op de zandwegen rijden, weerklinken de eerste “Filipi’s” van op de velden en vanuit de hutjes. Het blijft een raar gevoel, maar het geeft ook een gevoel van thuis komen. De mensen wuiven hartelijk wanneer we langzaam voorbij rijden. Wanneer we aan de school aankomen, zijn er een tweetal klasjes achteraan op het voetbalveld aan het spelen. Door het zien van de wagen komen alle leerlingen, ik schat een kleine 100, naar vooraan richting de weg en de school gelopen. De sfeer is uitbundig en de “Filipi’s” klinken luid. Kaat en ik worden begroet door de leerkrachten en ook de twee klasjes die nog in de school zaten zijn ondertussen naar buiten gekomen. Omdat door onze aankomst het plots wat chaos is, beslissen we om met zijn allen naar achteren te gaan op het voetbalveld en daar nog wat spelletjes te spelen. De kinderen worden opgesplitst in 2 groepen en wonderbaarlijk snel ontstaan er 2 grote cirkels van kinderen en leerkrachten. Binnen elke cirkel worden er andere spelletjes gespeeld. Kaat en ik doen gretig mee. Tijdens dat eerste half uurtje wordt onmiddellijk goed tastbaar waarom we het allemaal doen. Die 200 krawietels beleven plezier en gieren soms van de pret. Na het spelen, trek ik me met Sam en Joyce terug in “the office” om een aantal zaken te bespreken. Ik beleg vergaderingen op maandag en dinsdag voor de bouw van de geitenboerderij en voor het heraanleggen van het voetbalveld en daarnaast controleer ik de agenda’s van de leerkrachten. Elke leerkracht moet op maandag zijn/haar agenda invullen voor de rest van de week. Daarin moeten ze schrijven wat ze gaan doen met de kinderen en welke materialen ze gaan gebruiken. Zo doen we ze nadenken over de inhoudelijke kant van de zaak en zo heeft Miss Joyce, the headteacher, een zicht op welk materiaal zich in de klassen bevindt en belangrijker nog welke materialen op het einde van de dag door wie moeten terug gebracht worden. De agenda’s zijn een wisselend succes. Het zal niet verbazen dat de vrouwelijke leerkrachten er, gemiddeld gezien, met meer zorg en discipline mee zijn omgegaan dan de mannelijke. Bij Sam en Davidson mis ik ongeveer 6 maanden in totaal, van Davidson die er altijd wat de kantjes van afloopt, verwondert me dat niet, van Sam, onze rechterhand, des te meer. Hij komt met allerlei excuses af (zijn coördinatietaak, hij zit voor het eerste jaar terug in de kleine klasjes, hij is ook flying teacher geweest, …), maar mijn conclusie is dat hij er toch meer aandacht aan moet besteden. Een pluim voor Mr. Gift, de laatst bijgekomen leerkracht. Zijn agenda is zo goed als perfect en volledig ingevuld. ’s Middags eet ik samen met Kaat, Joyce en Sam het bordje “Likuni Pala” dat ons wordt aangeboden. Likuni Pala is een soort havermout/noten-pap die als goedkope voeding wordt aangeraden door UNICEF omdat ze veel voedingswaarde bevat. Kaat krijgt haar bord maar half op en de overige helft wordt met veel plezier door Joyce opgegeten.
Nadat we op onze terugweg een pintje hebben gedronken in de 2 missed calls bar bij Margareth gaan Kaat en ik wandelen op Zombaplateau richting de 5 zusjes waarover ik reeds in de vorige dagboeken vertelde. Wanneer we bij de zusjes aankomen, worden we voor de eerste keer ontvangen in de zitkamer (normaal is het in de slaapkamer van de meisjes, met 2 grote bedden waarin ze met 5! slapen). Ondanks deze familie het beter heeft dan de meeste Malawiaanse families, straalt de zitkamer, van 2 op 3, en die er zeer proper bij ligt, toch die enorme armoede uit. We zitten op aftandse zetels waar de “ressorts” als scherpe pinnen door het volledig afgesleten kussen priemen en ons edel zitvlak lichtjes geselen. Slechts 4 van de 5 zusjes zijn aanwezig alsook een vriendinnetje. De 5° zus, de 2° oudste, is nog bezig met een examen af te leggen. We spreken met de zusjes af dat ze morgen naar Madam Mieke’s house mogen komen en dat de traditionele “Filipi’s spek met eieren” op het programma zullen staan. Ze kijken er net als ik al enorm naar uit…
Zaterdag 19 juli; eerste sortering van kledij en ’s avonds feest met de zusjes
Gezien we vandaag niet naar Sitima moeten, kunnen we thuis wat verder orde op zaken zetten. Ik probeer – tevergeefs – de motorfiets aan de praat te krijgen. Ik slaag erin om de motor te laten draaien, maar telkens ik in eerste versnelling wil starten valt hij stil . Kaat is ondertussen gestart met het zorgvuldig sorteren van de kledij die we mee hebben in onze valiezen. We hebben 3 grote koffers mee, die samen een goeie 60 kg wegen. Slechts één daarvan is gevuld met onze kledij en spullen. De andere twee zijn volledig gevuld met kledij en materiaal voor de mensen hier. Zoals gebruikelijk wil ik hier in mijn dagboek toch nog eens een expliciet dankwoordje plaatsen voor de vele YOCE-sympathisanten die het voorbije jaar weer kledij, speelgoed, sportgerief en schoenen hebben gegeven voor de arme mensen hier. Jullie zijn met zoveel dat ik geen namen durf noemen, uit schrik om er te vergeten. De vrienden van op onze tennisclub, vrienden uit het Ninoofse en het Oetingse, collega’s/vrienden van Kaat en mezelf, … kortom aan allen die hun steentje hebben bijgedragen, ne super dikke merci. Dankzij jullie allen, kunnen Kaat en ik hier opnieuw Sinterklaas spelen en voor 220 kg!!! aan kledij, speelgoed, sportgerief, … uitdelen. Zikomo kwambiri, kwambiri !!! Bedankt in het kwadraat !!!
Zoals gisteren gesteld, hebben we in de vooravond een afspraak met de 5 zusjes en hun ouders. Naar jaarlijkse gewoonte maak ik voor hen (en dit jaar ook voor een vriendinnetje (Agrita) die ze mee brengen) spek met eieren klaar. Ook naar jaarlijkse gewoonte eten ze waarschijnlijk iets meer dan goed voor hen is. In totaal worden er op een stevig tempo meer dan 30 eieren, 20 sneetjes spek en 4 grote broden naar binnen gewerkt. Het maakt me echt blij als ik zie dat ze er zo van genieten. Om de traditie van de voorbije jaren ook verder te zetten, worden er na de maaltijd vele liedjes gezongen. Prachtige stemmetjes hebben de meisjes en de mama, en de papa, die prevelt steeds rustig mee. Als apotheose van de avond deelt Kaat aan iedereen kledij uit. De zikomo kwambiri’s vliegen ons rond de oren en ook God wordt bedankt omdat hen zoveel goeds te beurt valt.
Het was een prachtige afsluiter van een rustige dag.
Zondag 20 juli; sorteren kledij en genieten van de Ku-Chawe
Over vandaag kan ik niet zoveel vertellen. In de voormiddag schrijf ik wat aan dit dagboek en gaat Kaat verder met het sorteren van de kledij en tegen de middag rijden we het Zomba-plateau op (een col van zo’n 12km) om boven in het luxe-resort Ku Chawe te genieten van het op zondag geserveerde luxebuffet. Na het eten, posteren we ons in de prachtige tuin en onder een zomers zonnetje leer ik Kaat “Manillen” bij een lekkere MGT (Malawian Gin Tonic).
Zondag was dus zoals gebruikelijk, luilekkerdag en we hebben er beiden enorm van genoten. Morgen is het weer Sitima-time.
Maandag 21 juli; fietsen repareren, officiële opstart geitenproject en frietje steken
De dag begint vroeg want om 7u30 heb ik reeds afspraak met de wakers voor het repareren van hun fietsen. We eisen dat ze steeds op tijd komen om elkaar af te lossen en het huis te bewaken en aangezien ze allemaal toch een 10-tal km moeten afleggen, zijn hun fietsen belangrijk. Ik heb hun fietsen eergisteren al gecontroleerd en door de extreme seizoenen hier (droog, extreem warm en regenseizoen) en omwille van de vele zandwegen die ze moeten trotseren was het er aan te zien dat de fietsen erg te lijden hebben. Eerst onderhandelen we over de manier waarop we de fietsen gaan laten maken. We komen overeen dat we samen naar het centrum zullen rijden om daar de nodige stukken te kopen en dat ze dan alle drie bij hun bevriende fietsenmaker de fietsen mogen laten herstellen voor 1500MK. Hun bevriende fietsen fietsenmaker zal waarschijnlijk niet zoveel vragen, maar ik weet van vorig jaar dat de fietsenmaker die ik voor ogen heb na lang aandringen 5000MK vroeg. Dus alle partijen doen er een goede zaak aan.
Na ons bezoek aan het centrum, rijden Kaat en ik naar Sitima. Daar staat een meeting op het programma met Mr. Masamba de metser, in kader van het geitenproject. In Oetingen heb ik de voorbije maanden kennis gemaakt met Hugo, Nele en Ferre O. De familie O, heeft op mij indruk gemaakt door hun warmte en eenvoud die ze uitstralen. Als ik het wat goed kan inschatten leeft de familie O op een manier zoals velen het wel zouden willen, maar niet echt kunnen. Naar mijn aanvoelen leven ze dicht bij en met de natuur en verliezen ze geen energie aan uiterlijk vertoon en andere nutteloze zaken. Het noodlot heeft echter ook de familie O niet gespaard, want vorig jaar verloren ze hun dochter en zus, Tanne van slechts 10 jaar, aan een hersentumor. Ter nagedachtenis van Tanne richtten ze het voorbije jaar zowel in Kenia als in India, geitenprojecten op. Toen ze hoorden van ons project hier in Malawi, hebben ze aangeboden om ook in Malawi hier ter nagedachtenis van Tanne een geitenproject te starten. En nu enkele maanden na mijn eerste ontmoeting met hen, is de vergadering met Masamba de officiële start van dit project. Het geitenproject kadert perfect in onze visie om de gemeenschap hier zelfredzaam te maken. Ik bespreek met Mr Masamba de afmetingen van de stal en we gaan ter plaatse op een nabij gelegen stuk grond kijken waar de stal moet komen. Het stuk grond kocht mijnen Daddy samen met Mieke indertijd al aan. Nu we de hele grond eens afwandelen verschiet ik er van hoe groot die eigenlijk is. Ik denk dat die wel 1 hectare groot is. Als we deze grond goed gebruiken voor de geiten en op termijn eventueel zelfs andere dieren of gewassen, dan ben ik er rotsvast van overtuigd dat het mogelijk moet zijn voor de plaatselijke gemeenschap om in de toekomst hun eigen boontjes te doppen en dat is uiteindelijk ons ultieme doel. Het zal wel nog een paar jaar duren en nog wat centjes vragen, maar ik ben echt hoopvol gestemd. Dus Hugo, Nele, Ferre en Tanne enorm bedankt voor deze eerste, maar oh zo belangrijke aanzet.
De meeting rond het geitenproject vervult me met een gevoel dat we echt zullen in slagen in ons ultiem doel en Kaat en ik wensen onszelf te belonen met een bordje frietjes van op Govola market op een 2-tal km van onze school. Wanneer Sam hoort dat we naar Govola gaan, vraagt hij of hij mee kan gaan, want daar kan hij aan de beste prijs units kopen voor zijn telefoon. Bij aankomst zeg ik Sam, dat ik hem op frietjes wil trakteren. Zijn blijdschap kan niet op. Eten hier in deze wereld kent zo een andere dimensie dan bij ons en dat wordt op momenten als deze weer meer dan duidelijk. Maar dan… wanneer ik in het “frietkot” de bordjes friet bestel, is Sam er snel bij om het eerste bordje aan te nemen. Kaat en ik wachten dan nog heel even op onze portie, en als ik me dan nog geen minuut later omdraai om te gaan zitten, kijkt Sam me met een beteuterd gezicht aan. “Accident” zegt hij en wat blijkt; in al zijn enthousiasme is het bordje van de houten bank op de zanderige grond gegleden. Hij had het op de bank gezet om er zout op te strooien. “Sammeke, Sammeke, Sammeke wat doe je nu”, roep ik gespeeld boos. Sam kan daar door de grond zakken van schaamte en raapt de bovenkant van het eten, het deel dat de zandgrond niet raakte op en doet het terug op het bord. Ik zeg hem er mee te stoppen en geef hem mijn bord en bestel zelf een nieuw. ’t Is moeilijk te beschrijven, maar ’t was enerzijds een schrijnend en anderzijds eigenlijk een hallucinant tafereel. Later op de avond zullen Kaat en ik er nog meermaals hartelijk mee lachen.
Eenmaal ’s avonds thuis kruipen Kaat en ik vroeg onder de wol na een zeer rijk gevulde en vruchtbare dag…
Dinsdag 22 juli: meeting met Mr. Mofolo
Vandaag staat er een meeting met Mr. Mofolo en enkele wijzen van het dorp op het programma. Mr. Mofolo is de directeur van de CBO (Community Based Organisation). De CBO is eigenlijk een beetje het overkoepelend orgaan dat de belangen behartigt van ondertussen 9 dorpen in de zandvlakte. Vroeger waren het 6 dorpen, maar omdat de CBO het – dankzij onze Sitima Nursery School – zo goed doet, heeft de regering 3 extra dorpen toegewezen, die nu onder de hoede van “onze” CBO vallen. De meeting begint met een gebed dat wordt voorgedragen door één van onze leerkrachten. Daarna krijgt Mr. Mofolo het woord. Hij steekt een speech af waarin hij Kaat en mezelf welkom heet en ons uitvoerig bedankt voor de steun die we bieden aan Sitima. Mr Mofolo speecht in het Chichewa en Sam vertaalt in het Engels. Daarnaast dankt hij ook Madam Mieke en Johan voor het kiezen van Sitima als thuisbasis van de kleuterschool. Dan is het mijn beurt. Ik leg hen uit wat de plannen zijn van YOCE Belgium. Ik geef hen mee dat we nu volop de weg zijn ingeslagen richting de “independency of the Sitima Community and Nursery school”. Ik leg hen zeer duidelijk uit dat zij zelf binnen een aantal jaar zullen moeten instaan voor de financiering van het eten voor de kinderen en van hun eigen salarissen. In totaal gaat dit nu over een 250.000 MK per maand. Omgerekend is dit ongeveer een kleine 500 euro. Voor hen is dit een enorm bedrag en ik zeg dat ook wij dit heel goed beseffen. “Building the school was not easy, but this will be even more difficult, but not impossible.” Ik zeg ook dat het streven naar hun onafhankelijkheid er niet is omdat we niet meer willen helpen, maar dat dit gewoon een noodzaak is. Noch Madam Mieke als ikzelf zullen oneindig blijven leven en daarom moeten zij nu hun eigen toekomst zelf in handen nemen.
We overlopen de inkomstenposten die er nu al zijn; de schoolfees van de kinderen, de verhuur van hun audio-installatie, de verhuur van hun lokalen, … In de toekomst moeten ook de naaimachines die we hebben aangekocht geld opbrengen en indien we willen slagen in het bereiken van de 250.000MK per maand, zal ook het geitenproject waarvoor we gisteren het startschot hebben gegeven een succes moeten worden. Ik leg hen de situatie en de achtergrond van de familie O uit. Ik zeg dat het cruciaal wordt dat heel de gemeenschap dit project mee zal moeten ondersteunen. We moeten de goede raad opvolgen van Hugo die heel veel ervaring heeft met het kweken van geiten en ook de veearts zal een cruciale rol spelen. Daarnaast zeg ik dat we ook plannen hebben om het voetbalveld opnieuw aan te leggen en ook dat veld kan in de toekomst misschien nog geld opbrengen.
Dan neemt Mr Mofolo opnieuw het woord. Hij dankt me voor de speech. Mr Mofolo is een wijs man. Hij zegt te begrijpen dat de community haar lot in eigen handen moet nemen en dat ieder van hen verantwoordelijk is voor de toekomst van hun eigen kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen, enz. Hij dankt ons omdat we willen helpen de community op weg te zetten naar onafhankelijkheid. Hij dankt ons nog meer voor het opstarten van het prachtige geitenproject. Hij beseft dat dit project cruciaal wordt op de weg naar hun onafhankelijkheid en hij zegt dat hij er op zal toezien dat iedereen van de gemeenschap alles in het werk zal stellen om het project te doen slagen.
Dan volgt er een prachtig stukje Malawiaanse nederigheid, gehuld in een sausje van Malawiaans opportunisme. Mr Mofolo zegt dat Sitima sinds 2007 heel veel heeft geleerd van Johan en Mieke. Hij vergelijkt Malawi met België en hij zegt dat de mensen in Malawi onderontwikkeld zijn (Sam vertaalt het als “not educated”) en dat zij in Sitima, door hun “not educated”-zijn, heel veel fouten maakten in die beginperiode, maar dat ze dankzij ons hebben leren denken en organiseren. Ze hebben in de voorbije jaren stap voor stap geleerd, hoe ze een school, jeugdcentrum en voetbalploeg draaiende moeten houden. Nu beginnen ze met het geitenproject aan iets totaal nieuw en hij vertelt dat ze opnieuw heel veel zullen moeten leren, om op het einde van de rit allemaal goede geitenboeren te worden. Hij zegt dan ook dat hij hoopt dat we binnen een paar jaar niet gaan zeggen, kijk het is nu 2016 of 2017, we zijn hier nu 10 jaar, het is genoeg geweest, we keren terug naar België. Hij zegt dat hij hoopt dat we opnieuw voldoende tijd gaan nemen, om hen stap voor stap te leren hoe ze goede geitenboeren kunnen worden en dat we, ook als er eens fouten gemaakt worden, hen niet gaan laten vallen. En zo verzekert hij ons ook, dat als we dat zullen gedaan hebben, dat we dan zullen mogen vertrekken met opgeheven hoofd. Dan mogen wij vertrekken, met de zekerheid in ons hoofd dat wij de juiste dingen hebben gedaan en dan mogen wij ons in ons hoofd vrij voelen (you can feel free in the head, zo vertaalde Sam het). Ik verstond het een beetje als jullie kunnen vertrekken door de grote poort. Mr Mofolo stelde, dat als wij hen goed begeleid hebben op de weg naar financiële onafhankelijkheid dan hebben wij onze plicht gedaan en dan zal het al dan niet slagen van de toekomst van Sitima en de community enkel en alleen afhangen van hun zelf. Zij zullen dan hun verantwoordelijkheid moeten nemen en hun plicht moeten doen. Als het dan nog fout loopt zal het enkel en alleen hun eigen schuld zijn. Ons zal er dan niks verweten (kunnen) worden, wij zullen voor de rest van ons leven “free” zijn in ons hoofd.
Ik antwoord daarop dat het juist is dat België en Malawi twee verschillende landen zijn, maar dat de mensen ook in België veel moeten leren en dat ook alle Belgen in hun leerproces fouten maken. Daarnaast geef ik mee, dat het onze bedoeling is om hen stap voor stap te begeleiden naar financiële onafhankelijkheid en dat we hen nooit zo maar zullen laten vallen. Luid applaus van alle aanwezigen. Als afsluiter wordt er opnieuw gebeden.
Voor we naar huis gaan passeren Kaat en ik nog even langs de grond waar de geitenstal moet komen. Tot onze grote blijdschap stellen we vast dat Mr Masamba en zijn mannen al volop in gang geschoten zijn. De weg naar financiële onafhankelijkheid is nu echt ingeslagen, denk ik bij mezelf… Een warme gloed vervult mijn lichaam. Tanne en mijnen Daddy moeten van ginder boven ergens wel zien dat het goed is …
Woensdag 23 juli: meeting rond de football playground en uitbetalen salarissen
Vandaag een eerste meeting gehad, met een firma die in grondwerken doet, over de heraanleg van het voetbalterrein voor de meisjes. De community heeft in samenspraak met de trainers gevraagd om over een voetbalveld te beschikken dat voldoet aan de officiële afmetingen. Ze hopen dat – indien ze beschikken over een goed voetbalveld – dat ze dit veld dan zouden kunnen verhuren aan andere ploegen of dat ze dan gerechtvaardigd inkom zouden mogen vragen als de meisjes spelen. Ze hopen dat het voetbalveld één van de inkomstenbronnen van de toekomst kan worden. Ik denk dat zij dit plaatje iets te optimistisch zien, maar aangezien de Sitima Sisters het zo goed doen en aangezien dit meisjes-voetbalteam opgericht door mijnen Daddy emotioneel veel voor ons betekent, zijn we bereid mee te stappen in een upgrade-verhaal van het voetbalveld. Er worden afmetingen en werkwijzen besproken, maar aangezien ik nog met enkele fundamentele vragen zit die ik met Mieke wil overleggen, besluiten we volgende week dinsdag deze vergadering voort te zetten, in de hoop dan tot een akkoord te komen en ook die werken dan officieel te kunnen laten opstarten. Indien ik daarin slaag en ook de schoolreis van zaterdag vlot kan verlopen, dan zal ik een blij man zijn… Wordt dus hopelijk nog vervolgd.
Aangezien het morgen de laatste schooldag en rapportjesdag is, heb ik besloten de salarissen van het personeel (leerkrachten, koks en onderhoudspersoneel) vandaag reeds uit te betalen. Ik voel het aan de leerkrachten dat ze vandaag nog iets blijer gezind zijn dan anders. Joyce heeft als head mistress alle lonen netjes voor me uitgerekend. Dit heeft ze moeten leren, want als ik er niet ben neemt ze zelf de verantwoordelijkheid voor het uitbetalen van de werknemers. Met veel plezier stel ik vast dat ze alles perfect berekend heeft en dit terwijl het toch een beetje een speciale berekening was daar ze niet alleen de lonen van juli moest berekenen, maar er ook nog eens een half maandloon voor de maand augustus moest bijtellen. Ook de ziektedagen van de leerkrachten werden perfect verrekend; een leraar die ziek is, krijgt die dag geen loon; het klinkt hard, maar het uitbetalen van een ziektedag heeft hier een averechts effect. Het vrijgekomen loon van een ziektedag wordt verdeeld onder de andere leerkrachten en ook die berekening heeft Joyce dus perfect onder de knie. Na het betalen van de lonen passeren we nog even langs geitenstal in wording. Met veel plezier stellen Kaat en ik vast dat de mannen hard aan het werken zijn, met de fundering voor de stal te prepareren. Alvorens naar huis te gaan heb ik nog een afspraak met Mathias de timmerman. Ik regel met Mathias dat hij een mooi bord maakt dat op de buitenkant van de stal zal worden geplaatst; “TANNE en FERRE O, MBUZI PROJECT” zal op het bord komen te staan (Mbuzi = geit). Begin volgende week moet het zo goed als klaar zijn. Ik ben benieuwd. Morgen is het rapportjesdag, altijd een speciaal moment. Ik kijk er nu al naar uit…
Donderdag 24 juli; rapportjesdag en de aankoop van een extra stuk grond naast de school
Vorig jaar maakte ik het de eerste keer mee, rapportjesdag en dit jaar dus opnieuw. Het is een echt feest vandaag. Het tafereel is eigenlijk hetzelfde als vorig jaar. Alle 200 mama’s komen naar onze school en ik schat dat er ook een 10-tal papa’s aanwezig zijn. De directeur, de head mistress en ikzelf mogen speechen en de kleintjes tonen wat ze dit jaar geleerd hebben. Zo schrijven een aantal kinderen hun naam op het bord en plaatsen een aantal kinderen een beker op het hoofd om te laten zien dat ze hun specifieke Afrikaanse draagwijze onder de knie hebben. Beide “acts” worden door de mama’s op luid applaus en gejoel onthaald. Wanneer de kunstjes getoond zijn, wordt er over gegaan tot de proclamatie. Eerst is het kleinste klasje aan de beurt en zo verder tot het 4de klasje. Elke leerling wordt afgeroepen, de leerling met de beste punten van de klas eerst. De kindjes krijgen niet alleen hun rapportje, maar ook een zakje koekjes die de school voor hen heeft gekocht. Als toemaatje dit jaar, krijgt elk kindje ook 2 kledingstukken mee naar huis. Dankzij mijn lieve Kaat, die de voorbije dagen vele uren sorteerwerk heeft verricht, is dit uitdelen van naar schatting 150kg kledij vlekkeloos kunnen verlopen. Dikke merci aan haar, want alleen had ik dit nooit tot een goed einde gebracht. Het is prachtig om te zien hoe fier de moeders op hun kinderen zijn en met hoeveel blijdschap ook de 2 kledingstukken worden verwelkomd. We maken vandaag de hele gemeenschap fier en blij, zoals ik ook vorig jaar al zij, mijnen Daddy zou deze proclamatiedag echt fantastisch gevonden hebben. Na de officiële ceremonie wordt er nog muziek gespeeld door de knoerten van boxen die ze nu ter beschikking hebben. Algemene hilariteit wanneer ook Kaat en ik een danske placeren. Langzaam trekken de mensen terug naar huis. Maar voor ons zit de dagtaak er nog niet op. Er is nog een heel belangrijke meeting gepland met de Mfumo van het dorp. De Mfumo is de dorpsoverste, een soort stamhoofd van vader op zoon dat heel veel aanzien geniet in de dorpen. Zo wordt er steeds een buiging gemaakt voor de Mfumo en is er ook een speciaal soort applaus (een traag ritmisch handgeklap) dat specifiek is voorbehouden voor de Mfumo.
De Mfumo is opgeroepen door Mr Mofolo omdat we vandaag een eerder door Mieke onderhandelde deal over de aankoop van een stuk land willen bezegelen. Het is een stuk land van 26m op 100m dat grenst aan het voetbalveld achter onze school. De aankoop van dit stuk grond kadert onder andere ook in het upgrade-verhaal van het voetbalveld waarover ik het gisteren had. Een stuk land kan hier in de dorpen nooit van eigenaar veranderen als de Mfumo zijn goedkeuring niet heeft gegeven, vandaar deze vergadering. Gezien de onderhandelingen door Mieke reeds gevoerd zijn en de verkoopprijs dus vast ligt, is de meeting eigenlijk eerder een protocollaire en ceremoniële gebeurtenis. Eerst wordt er gebeden en nadien mogen alle partijen een speechke afsteken, waarin iedereen wordt bedankt die betrokken is bij deze aan-/verkoop. In de speeches wordt ook duidelijk gesteld dat als men iets verkoopt men er volledig afstand van doet. Eenmaal het stuk land is verkocht, heeft de nieuwe eigenaar het volledige beschikkingsrecht over dat stuk land. Gezien ik het geld (300.000MK, een kleine 600 euro) bij me heb, wordt er beslist om nu een “draft-contract” op te maken, dat later officieel zal worden gemaakt door de handtekening van de hoofd-Mfumo (die nu niet aanwezig is) en door de nodige stempels van de CBO. Alles verloopt vlekkeloos tot plots één van de twee aanwezige Mfumo’s het woord neemt en een bedrag van 4000 MK vraagt die aan de Mfumo (hemzelf dus) betaald moet worden… Ik zie dat alle aanwezigen vol ongeloof kijken en luisteren naar wat de man aan het vertellen is. De tweede en oudste Mfumo die aanwezig is, steekt zijn kop diep tussen zijn schouders en kijkt voortdurend naar de grond en zal gedurende de hele discussie die volgt niet één seconde opkijken. Aangezien de Mfumo nooit mag tegengesproken worden, ontstaat er een discussie tussen de mensen van onze school en de verkopers van de grond over wie dit bedrag aan de Mfumo moet betalen. Heel de discussie gaat nu in het Chichewa verder en tussendoor vraag ik aan Sam of het normaal is dat de Mfumo geld vraagt voor bij de aankoop of verkoop van een stuk grond. “No” is zijn duidelijk antwoord. De Mfumo die het geld vroeg is – om een Mfumo te zijn – nog vrij jong en het is duidelijk dat hij deze functie van dorpshoofd nog niet zo lang bekleedt. Het is voor mij ook duidelijk dat hij hier zijn macht misbruikt en dat hij onterecht probeert om zijn graantje mee te pikken, dus vraag ik het woord. Ik weet dat ik zeer voorzichtig moet zijn met wat ik op dat moment wil zeggen, want ik mag de Mfumo op geen enkele manier beledigen, tegenspreken of zijn gezag of eerlijkheid in twijfel trekken. Ik stel het daarom als volgt; ik zeg dat ik ten zeerste verbaasd ben over het feit dat deze discussie plots ontstaat. Ik zeg dat het toch niet de eerste keer is dat er een stuk land wordt gekocht of verkocht en dat ik dus niet begrijp dat het niet duidelijk is wie dit bedrag, dat de Mfumo vraagt, moet betalen. Wanneer in het verleden, het de aankopende partij was die dit bedrag moest betalen dan moet dit nu ook zo zijn, wanneer het de verkopende partij is die dit bedrag verschuldigd is, dan moet het ook nu die partij zijn die dit bedrag ophoest. Daarom dat het mij dus verbaast dat er hierover gediscussieerd moet worden. Na mij neemt de bewuste Mfumo terug het woord. Uiteraard kan hij zijn fout niet toegeven dus stelt hij het zo; hij zegt dat het niet abnormaal is dat de Mfumo geld vraagt, maar dat dit in het verleden nooit is gebeurd en dat er dus in het verleden fouten zijn gemaakt. Hij zegt ook dat de betrokken partijen die nu aanwezig zijn er natuurlijk niets kunnen aan doen dat er in het verleden fouten zijn gemaakt en dat hij daarom de vraag voor extra geld laat vallen… Case closed en everybody happy.
Vrijdag 25 juli; geen Sitima, shopping in Zomba
Over vandaag kan ik vrij kort zijn. Aangezien de school nu dicht is, hoeven we vandaag niet naar Sitima. Dit maakt dat we wat meer tijd hebben vandaag. We hebben geen al te goede nacht gehad (veel geblaf van de honden) en blijven daarom iets langer liggen dan gewoonlijk. Omdat het een prachtige dag lijkt te worden en de zon reeds vroeg schijnt, ontbijten we tegen 8u30 reeds buiten op het terras. Ik heb dan al het contract uitgetypt dat we gisteren opstelden voor de aankoop van de grond. Vandaag moet ik hiervan kopietjes laten maken en daarnaast staat er nog wat shopping op het programma. We moeten wat inkopen doen voor onszelf, gaan naar de apotheek voor Sam en Masamba, betalen G4s voor Mieke, bestellen bij de bakker pistoletjes voor de kinderen om morgen mee te nemen op schoolreis en kopen lampen voor het guesthouse (zondag hebben we bezoekers). Al bij al is het dus een vrij rustige dag en genieten we vooral van het mooie weer. Morgen is het schoolreis-dag, dat wordt weer iets helemaal anders…
Zaterdag 26 juli; schoolreis met de 4° klas
Sinds ik het in 2009 zelf invoerde, maken we op het einde van het schooljaar een schoolreis met de kindjes. Toen in 2009 nog met alle kindjes van de school, nu sinds een paar jaar omwille van praktische en financiële redenen enkel nog met de oudste leerlingen van ons schooltje. Zij die volgend jaar naar de primary school gaan, worden door onze YOCE Sitima Nursery School nog een laatste keer verwend. Dit jaar gaat de schoolreis naar Liwonde National Park. Het natuurreservaat dat ik de laatste 2 jaren zelf ook als toerist bezocht. We kunnen dit National Park enkel bezoeken omdat onze school geregistreerd is bij WESM, de overkoepelende Malawiaanse organisatie inzake wildlife- en natuurbehoud. Sam die sinds gisteren reeds ziek is, heeft alles geregeld met WESM (gids en toegang tot het park) en hij heeft ook gezorgd voor vervoer. Gisteren ben ikzelf – omdat Sam ziek was – bij de busmaatschappij een voorschot gaan betalen. Sam heeft er voor vandaag een “Coaster – 32-seater” besteld. Wanneer de bus aankomt, blijkt het inderdaad een Toyota Coaster te zijn. Maar van de 32 seats is helemaal geen sprake, ik schat dat het er hooguit een 20-tal zijn. De bus is waarschijnlijk al aan zijn 2° of 3° leven toe. Een eerste leven heeft deze ouwe rakker in Azië meegemaakt, want de – ik denk – Chinese tekens op de zijkant zijn nog goed zichtbaar. De bus heeft, zoals de meeste bussen die ik hier ken, ook geen start-contact, maar zal de hele dag (wanneer nodig) in gang geduwd worden. Dat in gang duwen is niks, maar iedereen op de bus krijgen daar vrees ik echt voor. Maar de Malawianen vrezen niet hoor, samen met al het materiaal dat mee moet (voedsel, water, bekertjes), slagen ze er in om zonder boe of ba, 36 kinderen en – chauffeur incluis – 9 volwassenen in de bus te proppen. Ongelooflijk maar Bardi denk ik bij mezelf. Het blijft wel zo dat ook ik zal moeten rijden. Samen met Kaat neem ik nog 4 kinderen en 2 leerkrachten mee. And off we go… Begeleid met gezang en gedans van de aanwezige moeders en plaatselijke vrouwen worden wij en onze bus uitgewuifd.
De ingang van het natuurreservaat ligt op ca 60km van Sitima en dit betekent dus een dik uur rijden. Eénmaal aan de ingang, moeten we 28km door het park rijden tot aan Mvuu Camp waar we kunnen eten. Ook die 28km nemen een dik uur in beslag. Tijdens de tocht door het park zien we apen, impala’s, kudu’s (een langharige iets grotere variant van de impala), enkele wrattenzwijnen en als top of the bill een kudde van naar schatting een 20-tal olifanten (grote en kleine). Eénmaal in Mvuu camp aangekomen worden de pistoletjes uitgedeeld en krijgt iedereen een volle kop Sobo (plaatselijke frisdrank). Terwijl iedereen aan het eten is, zeg ik tegen de leerkrachten dat ik terug ga naar de receptie en dat ik ga proberen een boot te regelen voor een tochtje op de rivier. Ze vragen me; “for you or for the kids?”, waarmee ze eigenlijk bedoelen; voor jou of kunnen wij ook op de boot…? Dat kan ik afleiden uit hun reactie wanneer ik hen een beetje verontwaardigd antwoord: “for me? I am only the driver you know, off course it is for the kids…” waarna bij hen de opwinding stijgt bij het besef dat ze misschien ook op een boot gaan kunnen/mogen zitten… Eénmaal terug, kan ik hen het goede nieuws brengen dat we met zijn allen zullen getrakteerd worden op een boottochtje. Dankzij onze gids, Raf van WESM, heb ik dit kunnen regelen voor de schamele 10.000MK (5000 per boot). De klein mannen beseffen het op dat moment nog niet goed, maar de vreugde en blijdschap bij de leerkrachten kan echt niet op. Tijdens onze boottocht zien we een nijlpaard, 2 zeer uitzonderlijke en prachtige vogels, olifanten en een gigantische moederkrokodil met kleintje. De krokodillen liggen naast elkaar te zonnen op de oever van de Shire, de grote rivier. Dit was zondermeer de climax voor ons allen. Uitgelaten en dolblij keren we naar Sitima terug. Daar worden we opnieuw door de lokale gemeenschap hartelijk onthaald. Wanneer de duisternis valt, keren Kaat en ik blij terug naar Zomba.
’ s Avonds laat krijg ik nog een bericht van Sam. Hij is naar het ziekenhuis geweest en voelt zich al iets beter. Hij meldt ons dat de geplande match voor de Sitima Sisters nu officieel is bevestigd. Morgen aftrap om 14u30 in Zomba. Ik ben benieuwd…

Zondag 27 juli; Sitima Sisters – time
Vandaag staat dus in het teken van onze meisjes voetbalploeg. Eigenlijk voor het eerst dit jaar kan ik hen wat aandacht geven. De school en de geitenstal hebben steeds voorrang gekregen waardoor ik me nog niet met hen heb kunnen bezig houden. Ik wil zoals gebruikelijk ook Zonta Club Waasland bedanken voor hun financiële steun aan onze meisjes. Dankzij Zonta kunnen onze meisjes een volwaardige competitie spelen en hoeven ze niet enkel in en rond Sitima te blijven. De meisjes voetbalploeg bestaat sinds 2008 en eigenlijk kan ik een fantastisch nieuwtje delen. Eén van onze meisjes, Rebecca, een centrale verdedigster, werd onlangs opgeroepen om mee te gaan trainen met de nationale vrouwenploeg van Malawi !!! We hebben nen international !!! Mensen, geloof me, dit is meer dan een mirakel. Niemand had het ooit voor mogelijk gehouden, dat een ongeschoold meisje uit “the villages” zou worden opgeroepen bij de nationale elite van het vrouwenvoetbal. Het is voor mij nu ook zeer duidelijk dat talent in de genen zit. Rebecca is de zus van onze eerste vedette van de ploeg, Lucy. Lucy was onze eerste echte goeie speelster en eigenlijk nog beter dan Rebecca. En dus zou Lucy waarschijnlijk de eerste geweest zijn die het tot de nationale vrouwen had geschopt ware het niet, dat Lucy op haar 14° of 15°, hoogstwaarschijnlijk na een verkrachting, maar alleszins zeker ongewild, zwanger werd van haar schoonbroer. Eerst de schande van het dorp over haar gekregen en dan sowieso einde voetbalcarrière voor Lucy. De harde Afrikaanse realiteit…
Om hen de kosten van het transport voor deze uitmatch te doen sparen heb ik aangeboden om de trip naar Zomba voor mijn rekening te nemen. En zo vertrek ik dus rond 13u30 met een afgeladen pick-up vol zingende meisjes in voetbalkostuum richting Zomba. Eénmaal ter plaatse aangekomen, volgt een kleine ontnuchtering. De meisjesploeg van Bwaila komt niet opdagen en de verantwoordelijke waarmee Sam de afspraak had gemaakt, blijkt onbereikbaar. Sam is ontgoocheld en zegt; “How can this be? This is the first time as a football-coach that this is happening to me.” Maar zoals steeds vinden de Malawianen wel een oplossing. Aan de plaatselijke jongens van Bwaila, die daar met velen aanwezig zijn, wordt gevraagd om een ploeg te vormen. Er wordt een bepaalde grens gezet op de leeftijd van de gasten (de grote beren mogen niet meedoen) en in een mum van tijd hebben onze meisjes een andere tegenstander. Tijdens de wedstrijd zelf laten onze meisjes grote kansen liggen, maar uiteindelijk winnen ze makkelijk met 0-2 van de Bwaila-boys. Toch is de man van de match voor mij bij de Bwaila-boys te vinden. Bij de Bwaila-boys, die allen blootvoets op de ruwe ondergrond hebben gespeeld, is er mij een kereltje van een jaar of 10 opgevallen. Aan zijn ogen is duidelijk te zien dat hij het product van een Aziatisch-Afrikaans liefdestoneel moet zijn geweest. Hij heeft de longen uit zijn lijf gelopen en heeft bij momenten een fabelachtige techniek laten zien. Hadden zijn kompanen nog maar de helft van zijn talent gehad, dan hadden onze meisjes waarschijnlijk niet gewonnen. Na de match roep ik dit kleine kereltje bij me. Sam vertaalt mijn boodschap, dat de jongen voor mij, ondanks de nederlaag, de man van de match is. Ik schenk hem ook de matchbal, met de boodschap dat die niet alleen voor hem is, maar dat hij die moet delen met de Bwaila-boys. Luid gejuich bij al zijn vriendjes die rond ons staan te drummen. Ook onze meisjes zijn, gezien de overwinning, erg uitgelaten. Op de terugweg naar Sitima zullen ze uiting geven van hun blijdschap door heel de rit overwinningsliederen te zingen. Mzungu Filipi doet er nog een schepje boven op door lustig mee te “claxoneren” op het ritme van de liedjes. De pret kan niet op. Later zullen ze me vertellen dat de meisjes zich als van een andere planeet voelden, omdat iedereen naar hen opkeek en omdat de sfeer en de vreugde zo uitbundig was. Moe maar voldaan, keren Kaat en ik opnieuw huiswaarts bij het vallen van de duisternis…
Maandag 28 juli; op stap met de bezoekers
Gisterenavond laat zijn er nog 3 bezoekers aangekomen bij ons thuis in Zomba. Lus, de mama van Ward en zijn vriendin Leontine hebben de voorbije nacht in ons guest house gelogeerd. Zij komen uit Vosselaar, de Antwerpse kempen en als ik het goed begrepen heb, is Lus nog de buurvrouw geweest van de zus van Karel Van Noppen. Ward en Leontine wonen al enige tijd in Malawi in Lilongwe en Lus is op bezoek. Gezien hun Kempense connectie hadden ze graag eens het project van Mieke bezocht. We ontbijten samen en trekken dan alvorens naar Sitima te gaan eerst naar het centrum van Zomba om er cement te gaan kopen. Mr Masamba heeft deze cement gevraagd, want hij schat één dezer dagen klaar te zijn met de funderingen en hij gaat reeds aan het metsen van de stal beginnen . Gezien het, het einde van de ramadan is, is het voor de moslims een feestdag en zijn vele winkels gesloten. Daarom is het even zoeken naar een winkel waar ik toch cement kan kopen. Door de vele winkels die dicht zijn valt het voor de eerste keer echt op hoeveel moslims er eigenlijk actief zijn in Malawi. Toen ik hier in 2008 de eerste keer kwam, las ik dat de verhouding van godsdienstgroepen in Malawi als volgt was; 40% protestants, 35% rooms-katholieken, 20% moslims en 5% alle andere. Het is duidelijk aan te zien dat deze verhouding andere proporties aan het aannemen is. Dit wordt nog meer duidelijk wanneer we, eerder toevallig, op weg richting Sitima, de een beetje afgelegen moskee in Matawale zien. Voor de moskee krioelt het van de mensen en ook op straat zie je een massa moslims lopen. Als ik zeg krioelen dan bedoel ik echt krioelen. Ik ben niet zo goed in schatten, maar voor de moskee moeten er minstens 2000 mensen samen gekomen zijn. Nog nooit heb ik hier in Malawi zoveel mensen bijeen gezien. Ik weet niet goed wat ik er van moet denken. Ik weet dat de mensen hier, gezien de armoede, zeer vatbaar zijn voor het meestappen in ideologieën. Indien men de mensen hier van eten kan voorzien, is er geen enkele kritische reflex meer, wanneer ze voor de ene of andere kar gespannen worden, dat is zeker. Van mijn moslimvrienden in België, heb ik geleerd dat meisjes een hoofddoek moeten dragen, vanaf het moment ze, vergeef me de uitdrukking, geslachtsrijp zijn. Vanaf ongeveer de eerste maandstonden, doet de hoofddoek zijn intrede, zo heb ik het altijd begrepen. Voor zover ik er iets van ken, is de hoofddoek er om de mannen niet in verleiding te brengen, met een eventuele weelderige haartooi (het zegt iets over de mannen ;-)). Maar hier zie ik jonge meisjes van 5, 6, 7 jaar die reeds een hoofddoek dragen. Dit roept vragen bij me op. Ik weet niet of ik deze sterke aangroei van de moslimgemeenschap verontrustend moet vinden. Sinds een paar jaar is er ook op een 300m van onze school in het midden van de dorpen een moskee gebouwd… Hoewel ik ondertussen voor mezelf heb uitgemaakt dat elke godsdienstbeleving een te enge aardse vertaalslag is, van iets dat voor iedereen hetzelfde moet zijn, namelijk het geloof in het al dan niet bestaan van een leven na de dood, ben ik nog altijd een voorstander van de vrije keuze van godsdienst. Ik weet niet of ik door de opmars van de islam hier verontrust moet zijn of niet, omdat ik niet weet of de boodschap die hier door de imams gepredikt wordt even tolerant is als mijn visie. Als ze dat is, zie ik geen probleem. Indien ze niet zo tolerant zou zijn, dan besef en vrees ik dat we hier zitten met een gigantisch tikkende tijdbom…
Maar soit, terug naar de orde van de dag. Eenmaal in Sitima aangekomen, laden we de cement af en geef ik onze bezoekers een rondleiding in onze school. Ze zijn danig onder de indruk van wat we hebben gerealiseerd en verzekeren ons dat dit veruit de beste school is die ze hier in Malawi hebben gezien. Daarna bezoek ik met hen ook de plaats van de geitenstal. Daar bespreek ik met Sam en Masamba de verdere te ondernemen stappen. Ik betaal ook de rekening van de stenen die ondertussen geleverd zijn. Het is ondertussen al ruim over de middag wanneer we terug keren naar Zomba. Samen met onze gasten gaan we nog een pint drinken bij Margareth en we kletsen wat bij over het leven hier en in België. In de vroege namiddag vertrekken ze terug naar Lilongwe. Het was een leuk intermezzo voor ons om deze sympathieke gasten over de vloer te krijgen. Na hun vertrek bereiden Kaat en ik nog de drukke dag van morgen voor. Ben benieuwd wat die zal brengen…
Dinsdag 29 juli; uitdelen babykledij, onderhandelen over het voetbalveld en afscheid van de leerkrachten
Op de rapportjesdag hebben we aan alle aanwezigen gezegd dat alle jonge moeders uit de dorpen met baby’s tussen 0 en 2 jaar oud vandaag naar de school mochten komen, omdat we vandaag de vele babykledij die we hebben meegekregen wilden uitdelen. Tussen 10u en 12u was de afspraak. Wanneer we in Sitima aankomen, zo rond kwart voor tien, zit onze grote refter al goed vol vrouwen met kinderen op de rug. Naar schatting, denk ik een 100 vrouwen. Deze massa zwelt echter met de minuut aan. Terwijl we ons met de leerkrachten terug trekken in één van de grote klassen om alle kledij, die Kaat opnieuw zorgvuldig op leeftijd heeft gesorteerd, uit te pakken, blijven de mama’s toestromen. Het wordt vrij snel duidelijk dat we er niet meer moeten over nadenken of we één stuk kledij meegeven of 2 stukken. We beseffen dat als de groep mama’s zo blijft groeien dat we al tevreden zullen zijn als we elke mama 1 stuk kunnen schenken. Op een bepaald moment wordt de groep zelfs zo groot dat we iedereen uit de grote refter – een ruimte van ongeveer 25m op 10m – moeten sturen omdat die te klein dreigt te worden. Het is een frapperend beeld hoe de moeders, vaak erg getekend door de extreme armoede, blijven toestromen met al die mini, kleine en er hulpeloos uitziende pagadders op de rug. Voor Kaat wordt het even teveel. Ze moet zich terug trekken en een traantje wegpinken. Door de aandacht die ik vestig op het organiseren en coördineren, ontgaat mij soms het wrede beeld van de armoede. Kaat is ook bang dat we niet aan iedereen iets gaan kunnen geven. Ik troost haar en zeg dat we alleen maar ons best kunnen doen en geven wat we hebben. Daarenboven kunnen we ook voedsel uitdelen, want er is ook besloten om al de zakken Likuni Pala die door de school werden aangekocht en die tijdens de vakantieperiode dreigen te vervallen, vandaag aan de moeders uit te delen. We spreken over een goeie 250kg die over is omdat er het laatste trimester, gemiddeld gezien, 15 kinderen per dag minder zijn komen opdagen dan we hadden verwacht.
Gelukkig hebben we op de rapportjesdag gezegd dat alle moeders het gezondheidsboekje van hun kinderen moesten meebrengen. Deze boekjes krijgen de mama’s na de geboorte van hun kinderen. Op deze wijze kunnen we controleren dat de kinderen effectief jonger dan 2 jaar zijn en deze boekjes zullen ons ook toelaten om enige orde te scheppen in de dreigende chaos. Alle boekjes worden door de leerkrachten opgehaald. Er wordt één kledingstuk en één kg likuni pala klaar gezet per boekje, de boekjes krijgen een soort stempel en door afroeping op naam van het kind mogen de moeders dan hun pakketje komen ophalen. Een hele bedoening, die uiteindelijk meer dan 2,5 uur in beslag zal nemen.
Wanneer dit proces is opgestart, laat ik de leerkrachten en Kaat verder doen en trek ik mezelf met Sam terug in een ander lokaaltje op onze school. De man van de “Red Carpet Construction Company” die ons voetbalveld gaat heraanleggen, zit omwille van de chaos al zo’n drie kwartier op mij te wachten. Ik bespreek met hem de offertes voor de heraanleg van het voetbalveld alsook voor de omheining die ter bescherming rond het volledige voetbalveld moet komen. Het voetbalveld (100m op 55m) zal over de ganse oppervlakte afgegraven en genivelleerd worden, er zullen nieuwe doelen worden geplaatst en het gras zal volledig opnieuw ingezaaid worden, dan zal er een omheining met een totale lengte van een 320 meter rond het voetbalveld worden geplaatst. De omheining zal bestaan uit stalen ingemetselde palen om de 5 m, met daartussen “diamond wire” gespannen die bescherming moet bieden tegen kippen, geiten, varkens, … In totaal zal ik met deze man 2 uur onderhandelen. Naar Malawiaanse normen wordt het geen goedkope bedoening, maar ik slaag er toch in om een serieus stuk van zijn basisprijs te krijgen. Zoals eerder gesteld, speelt hier ook een emotionele factor, want een rendabele investering wordt het niet, maar op zich is dat ook niet de bedoeling. Het is zeker dat een mooi voetbalveld opnieuw een boost zal geven aan de gemeenschap en dat dit veld het totale plaatje in Sitima nog een stukje mooier zal maken.
Na deze vergadering en het uitdelen van de kledij aan de naar schatting 300 moeders – iedereen die op tijd was, heeft gelukkig iets kunnen krijgen – roep ik de leerkrachten bij me. Ik dank hen voor hun inspanningen vandaag en voor hun inspanningen tout court. Omdat ik zo tevreden ben over hen, beslis ik om hen elk nog 2.500MK (kleine 5 €) bonus uit te keren, zodat ze over een zo goed als volledig maandloon voor augustus kunnen beschikken. Luid applaus en vrolijk gejoel volgt. Mr. Davidson geeft aan dat hij nu wel honger heeft. Ik kan het best begrijpen want het is ondertussen al bijna 14u. Omdat we elkaar na vandaag waarschijnlijk niet meer zullen zien, nodig ik hen uit om samen met mij een frietje te gaan steken op Govola Market. Eerst is er enige aarzeling, want in al die jaren heb ik hen nog nooit een dergelijk voorstel gedaan. Wanneer ik dan er nog eens duidelijk bij zeg dat “I will pay the bill” volgt er nog eens een luid gejoel en applaus. Nog geen 5 minuten later zitten ze allemaal in de pick up en rijden we naar Govola Market. De 13 bordjes friet kosten me 3000 MK (minder dan 6 €). Kaat en ik zijn als laatsten aan de beurt. De sfeer is uitgelaten, we genieten er van om te zien hoe blij ze zijn. Hier eten krijgen, het blijft het mooiste geschenk. Ze bedanken ons dan ook uitvoerig. “I am enough” roept Davidson luid na het verorberen van zijn bord. “You enough, me happy”, antwoord ik hem. Gelach alom. Ik zie het een beetje als een personeelsfeestje. Dit hebben ze eigenlijk wel verdiend. Kaat en ik keren na een bewogen dag terug naar Zomba…
Woensdag 30 juli; op stap met de zusjes
Misschien eerst even meegeven dat we sinds zondagnacht te maken hebben gehad met regelmatige en vrij stevige regenbuien. Op zich is dit op dit moment van het jaar te midden van het droge winterseizoen zeer uitzonderlijk. Het kan wel eens zijn dat er een paar druppels vallen, maar “showers” als deze, in juli, dat is toch van een ongeziene orde. Richard verwoordt het als, “never experienced this kind of weather in July”. De tuinman Alic, die wat ouder is, zegt dat hij het wel al eens meemaakte, maar dan wel lang geleden. Hij voorspelt dat het heel heet zal worden in de warme periode. Ik vraag me af of het met de opwarming van de aarde te maken zou hebben of zou het gewoon toeval zijn, dat kan ook. Alleszins vandaag was het slechte weer over. Het is een mooie, warme en lichtbewolkte dag geworden. Vandaag stond volledig in het teken van de 5 zusjes. Zoals in vorige dagboeken beschreven, zijn deze zusjes de eerste buurmeisjes geweest van onzen Daddy en Mieke hier in Malawi en zoals jullie ook al konden lezen, hebben deze 5 schatten een plaats in mijn hart veroverd. Eigenlijk heb ik deze schatten groot zien worden; Sibongule is nu 9, Thadala 13, Esther 15, Rose 20 en Flora is 22 jaar. Kaat en ik hebben met hen vandaag afgesproken en hebben voor onszelf uitgemaakt dat we ze vandaag willen verwennen, zoals ze nog nooit eerder verwend zijn geweest. We zien wanneer ze aankomen dat ze hun mooiste kleren hebben aangetrokken. Ze zien er stuk voor stuk prachtig uit. De dag begint bij ons thuis met een glas fruitsap en wat chips. Vandaar gaat het naar het centrum, want wat doen vrouwen liever dan shoppen? Niks toch ;-). De meisjes leven zich samen met Kaat uit in onder andere een stoffenwinkel. Terwijl ik hen oorspronkelijk wou trakteren op een pizza bij Domino, hoor ik dat de 2 jongste nog nooit boven op Zomba-plateau zijn geweest. De berg waar ze zelf op wonen hebben ze nog nooit gezien… Ik krijg dus het zotte idee om hen mee te nemen naar gans boven, naar het luxe-resort Ku Chawe. Voor we helemaal boven aankomen, stoppen we eerst even aan het grote stuwmeer boven en maken er een kleine wandeling. De meisjes genieten zichtbaar. Jullie zouden de kleinste haar oogjes moeten gezien hebben. Ogen tekort had ze om met haar verwonderde blikken alles in haar op te nemen. Ook de oprechte geluiden van verwondering, die ze maakte, hadden jullie moeten horen; eeeee, ooooo, aaaaa ,… bij elk nieuw ding dat ze ontdekte. Het uitzicht van boven, het stuwmeer zelf, het kleine watervalletje, … Niks zo mooi als de oprechte verwondering bij de ontdekkingsreis van een kind. Na onze wandeling aan het stuwmeer rijden we de laatste honderden meters door naar de Ku Chawe. Door het mooie weer nemen we plaats buiten in de tuin. We genieten er allen van een overheerlijke maaltijd (kip en steak) met een “Fanta Passion” erbij. Deze meisjes zijn nog nooit op restaurant geweest en nu direct de Ku Chawe, dat kan tellen; de “thank you brother and thank you sister” vliegen ons dan ook om de oren. Tijdens de maaltijd vernemen we ook dat de 2° oudste elke dag 2uur en een kwart moet wandelen van en naar de school. 1 uur in het gaan en 1 uur en een kwart in het terug keren, de berg op. Kaat beslist om haar het ultieme cadeau te doen en haar een fiets te kopen. Een volledig nieuwe fiets met 18 versnellingen kost net geen 60 euro. ’s Avonds krijgen ze naast de fiets elk dan nog een paar kledingstukken mee naar huis. Het is duidelijk dat ze deze dag niet snel zullen vergeten…
Donderdag 31 juli; weerzien met de kleine Matthias en een bezoekje aan Thondwe
Vooreerst rijden Kaat en ik naar Sitima; er moet nog cement geleverd worden en er moeten ook nog enkele praktische afspraken worden gemaakt rond het bouwen van de stal en het herstellen van de waterpomp. Terwijl ik met Sam een aantal dingen aan het bespreken ben, hoor ik dat Matthias terug zou zijn. Matthias is een jongen waarover ik mijn eerste dagboeken sprak. Een verwaarloosde jongen uit de buurt van onze school. Zijn vader is gestorven toen hij 2 was en vanaf toen groeide hij op, samen met zijn zus en zijn geesteszieke mama. Matthias was de paria der paria’s. Totaal verwaarloosd, hongerbuikje, aftandse kledij die met moeite bedekte wat op zijn minst bedekt zou moeten worden, de vaak lege, holle ogen die steeds staarden in de verte terwijl hij in het zand lag of zat of gewoon wat rond hing. Zowel mijnen Daddy, Mieke als ikzelf hebben het altijd opgenomen voor Matthias. We hebben hem steeds geholpen waar we konden. Toen zijn moeder – ik denk in 2012 – werd opgenomen in het mental hospital heeft Mieke ervoor kunnen zorgen dat Matthias naar SOS-kinderdorpen kon in het noorden van het land. Sindsdien had ik mijn kleine vriend niet meer gezien. Nu ik uit het vergaderlokaal kom, staat hij daar. Ik kan mijn ogen niet geloven. Hij heeft een mooie lange broek aan en een mooi T-shirt. Hij is stevig gegroeid en de hongerbuik is volledig verdwenen. Hello Matthias, I am so happy to see you!!! How are you? – Fine and you?, antwoordt hij. Hij antwoordt mij ?! Het is eigenlijk de eerste keer dat ik zijn stem echt hoor. De schuchtere jongen van toen, die toen enkel wat woordjes in het Chichewa prevelde, antwoordt mij nu in het Engels??? Dit is ongelooflijk. De emoties na bijna 3 lange en vrij zware weken, overmannen mij en ik barst in tranen uit en vlucht terug het lokaal in. Het is als een droom die uitkomt. Deze jongen is kunnen ontsnappen uit zijn miserabele leven. Zijn redding is voor mij als een tastbare vertaalslag van de goeie werken die we hier doen. Oh wat zou ook mijnen Daddy blij geweest zijn. Ik leg Kaat, die me komt troosten, uit dat dit het mooiste moment is dat ik hier in Malawi ooit heb meegemaakt. Het is een mirakel Matthias zo te zien, ik ween vooral omdat ik oh zo ongelooflijk blij ben dat we deze lieve jongen van de ondergang hebben kunnen redden. Ik verneem trouwens dat zijn mama ondertussen ook al overleden is, en dat hij en zijn zus nu op vakantie zijn bij een tante van hem. Echt prachtig om hem zo te zien, ik verman me, loop naar buiten en pak hem nog eens stevig vast. Pffioe, dat moest er even uit…
Na ons bezoek aan Sitima trekken Kaat en ik verder naar Thondwe. Thondwe was de allereerste plaats waar mijnen Daddy hier in Malawi (in 2006 als ik me niet vergis) belandde. Daarom probeer ik er ook jaarlijks wanneer ik hier ben eens langs te gaan. Ik heb met de verantwoordelijken van het jeugdcentrum en de nursery school daar een goed gesprek. We hebben het over hun problemen en bekommernissen. Thondwe ontbeert een sponsor zoals YOCEvim en deze mannen/vrijwilligers die zich het lot van de plaatselijke jeugd aantrekken, moeten het met veel minder middelen doen, dan onze mensen in Sitima. Naast de nursery school richtten ze in Thondwe ook hun pijlen op de jeugdprostitutie die er welig tiert en de hieraan verbonden problematieken van tienerzwangerschappen en AIDS. De vrijwilligers signaleren dat ze eigenlijk meer zouden willen werken met het verdelen van vrouwencondooms omdat de meisjes dan meer invloed hebben om zich te beschermen. Want als de mannen geen condoom willen aantrekken, dan kunnen de meisjes/vrouwen daar weinig tegen inbrengen. Ik beloof de vrijwilligers dat ik in België op zoek zal gaan naar een sponsor voor deze vrouwencondooms. Daarnaast geef ik hen ook nog 2 voetballen, een doos vol met sportgerief en 20000MK voor hun nursery school en voor hun kunstenatelier. Daarna krijgen Kaat en ik een rondleiding in dit kunstenatelier. Het is echt prachtig om te zien hoe ze de jeugd in dit atelier proberen te stimuleren om creatief met hun talenten om te gaan en hoe ze op die manier de jongeren weg houden van de straat en daarenboven ook nog eens geld voor hun community proberen in te zamelen. Ze maken er halssnoeren, armbanden, schilderijen, beeldhouwwerkjes, wenskaarten, … Kaat en ik nemen heel wat halssnoeren en wenskaarten mee die we in België zullen verkopen om zo te proberen ook de Thondwe-gemeenschap een duwtje in de rug te geven. Echt chapeau voor de mensen van Thondwe, hoor. Zonder Westerse sponsor en dus met zeer beperkte middelen hebben ze toch al tastbaar goede dingen verwezenlijkt… Keep up the good work!!!

Vrijdag 1 augustus; afscheid van Sitima
Gezien ik nu niet veel meer tijd meer heb om veel te schrijven, zal ik het voor vandaag zeer kort houden. Het was eigenlijk nog een super drukke dag. ’s Morgens de bankzaken hier geregeld en de laatste inkopen gedaan (oa cement), daarna heb ik verschillende vergaderingen in Sitima:
met de timmerman in verband met nog uit te voeren werken
met de directeur en enkele leerkrachten over de weg naar financiële onafhankelijkheid
met Mr Masamba over de volgende te ondernemen stappen in kader van de bouw van de geitenstal
met de Sitima Sisters over het volgende voetbalseizoen en het nieuwe veld

Kaat deelt voor de laatste keer kledij uit. Deze keer aan de armste kinderen die vaak rond onze school hangen, maar zelf niet naar school gaan. De kinderen gaan helemaal uit hun dak bij het krijgen van een simpel T-shirt. Het laat voor de laatste keer zien hoe hoog de nood is. De hulp die we hier bieden is echt op zijn plaats. We hebben de voorbije 3 weken het beste van onszelf gegeven, om de mensen hier in dit oh zo arme land van dienst te zijn. We voelen het beide aan ons energieniveau. De druk van die constante armoede, het vreet aan een mens. Maar ach ja, beter dat zeker dan ons te verliezen in luxeproblemen … ? De duisternis valt reeds wanneer we in Sitima vertrekken. Begeleid met veel gejoel en gewuif en onder een prachtige lucht rijden we voor de laatste keer moe maar voldaan richting Zomba. Het is mooi geweest…
Jullie allemaal bedankt om dit dagboek uit te lezen. De volgende keer zeker opnieuw.
Zikomo kwambiri; hartelijk dank
Usiku wa bwino; slaap zacht

dagboek 6 filip 29 juni tot 16 juli 2013

•augustus 5, 2013 • 1 reactie

Dag 1: Zaterdag 29 juni 2013: Thuis komen

Mijn 6° reis, mijn 6° dagboek. Als ik terugblik op de voorbije jaren, dan heeft elk jaar telkens een bijzondere dimensie gehad. In 2008 was het de eerste keer hier en spijtig genoeg de enige keer dat mijnen Daddy zaliger er bij was. In 2009 de reis en het verblijf helemaal alleen ervaren, zonder Mieke en zonder mijnen Daddy. In 2010 heb ik het hier de eerste keer alleen met Mieke beleefd. 2011 was dan weer bijzonder omdat ik de reis voor het eerst niet alleen maakte, maar met Cedric en Bianca er bij. Vorig jaar was bijzonder omdat ik toen voor het eerst in oktober kwam. Ik heb hier de overgang van het droge naar het natte seizoen meegemaakt, wat trouwens ook de bijna warmste periode van het jaar is. Dit jaar is dan weer uitzonderlijk omdat mijn vriendin, Kaat, met me meereist. Een reis als koppel, is op zich steeds apart, maar deze reis is dat misschien net nog meer. Zij weet ondertussen dat Malawi een stuk van mezelf is, en ik wou echt dat ze dit deel van mezelf ook in realiteit leerde kennen. Ik ben haar dan ook dankbaar, dat ze zonder lang te hoeven nadenken, positief reageerde om samen met mij naar hier te komen. Uiteraard ben ik benieuwd naar hoe ze het zal ervaren. Ik ben benieuwd wat ze van het project zal vinden en ik ben benieuwd naar wat haar impressies zullen zijn wanneer zij met haar onbevangen blik naar deze andere wereld zal kijken. Over het verloop van onze reis valt er eigenlijk weinig te zeggen, want alles verloopt volledig volgens plan. We vliegen met Ethiopian Airlines van Brussel over Frankfurt naar Addis Abeba de hoofdstad van Ethiopië. Daar stappen we over en met een tussenstop in Lilongwe de hoofdstad van Malawi, landen we uiteindelijk in Blantyre onze eindbestemming. Daar staat Mieke ons op te wachten. In Blantyre gaan we naar het grote shoppingcentrum om de nodige inkopen te doen voor de komende drie weken en vandaar uit rijden we naar ons huis in Zomba. Ik had Kaat al gezegd dat de rit Blantyre-Zomba ongeveer 1,5 uur in beslag neemt en dat we over een spiksplinternieuwe weg naar huis zouden rijden. Ze waren immers vorig jaar al een tijdje bezig met deze weg opnieuw aan te leggen. Tja, uit vorige dagboeken weten jullie al dat niets is wat het lijkt en ook nu, was dat weer het geval. Meer dan een jaar na de aanvang van de werken, kan ik met moeite enige vooruitgang vast stellen. Erger nog, het lijkt zelfs of het nog erger is dan een jaar geleden. We zijn verplicht om een grote omweg te maken langs bochtige, smalle en hobbelige zandwegen. De rit zal uiteindelijk ook meer dan 2 uur duren. Wanneer de duisternis valt, zo rond een uur of zes, komen thuis aan in Zomba.

Dag 2: Zondag 30 juni 2013: Zondag Ku Chawe – dag + Sitima’s Sisters Match

Als naar goede gewoonte is zondag Ku Chawe-dag. Ku Chawe is het luxehotel boven op Zombaplateau, gelegen op meer dan 2000 meter hoogte en op zondag is er steeds een luxe-buffet. De tocht naar ginder is een 12 km lange col. Mijn gedachten dwalen af naar mijn eerste reis. Toen nog met onzen Daddy reden we ook naar boven. De rit liet toen nog meer dan nu een zware indruk op me na. Eén van de schrijnendste beelden vind ik het. Terwijl wij naar boven rijden, dalen mensen de berg af. Niet zomaar, nee, blootsvoets en hout op het hoofd dragend. Zelfs zonder hout op mijn hoofd zou ik de tocht blootsvoets onmogelijk aankunnen, bedenk ik. Op de bergflank wordt er aan houtkap gedaan, om dit hout dan beneden in de stad te verkopen of om het zelf te gebruiken om zich te wassen (water warmen), om eten te maken of zichzelf te verwarmen in deze voor hen koude winterperiode. Al haalt het kwik makkelijk 25°. Ik denk dat de kilo’s hout die men draagt rechtevenredig is met de leeftijd die men heeft. Jonge meisjes en jongens van een jaar of 10 met minstens 10 kg hout op het hoofd. De ouderen dragen zeker 20 tot 30 kg. Ongeveer halfweg de berg is er een bareel met een klein “taxhuisje”. Hier op dit punt moeten er belastingen betaald worden op de hoeveelheid hout die men gekapt/gesprokkeld heeft. Het erge is dat iedereen deze taxpost wil vermijden, waardoor iedereen een “shortcut” neemt langs de bergflank. Twee nefaste gevolgen van dit fenomeen; de jongens en meisjes en andere houtkappers riskeren hun leven langs de steile bergflank (zeker in het regenseizoen). Het tweede is het totale gebrek aan controle en informatie over de hoeveelheid hout die er verdwijnt. Het is heel duidelijk te zien ten opzichte van vijf jaar geleden, dat er hele bergflanken bos nu verdwenen zijn. De houtkappers denken natuurlijk niet aan de bodemerosie en de andere negatieve gevolgen van hun houtkap. Nee, daar hebben zij geen boodschap aan. Veilig beneden komen en elke dag weer overleven is het enige wat voor hen telt.

Boven geniet ik met Kaat en Mieke van het uitgebreide buffet en daarna gaan we nog naar de Sitima Sisters kijken. Meer dan de helft speelt op blote voeten, dus mijn voetbalschoenenactie komt meer dan op tijd. De Sisters winnen met 4 – 1. Ik laat Kaat ook de school zien die nu dicht is, maar morgen komen we terug en lopen er hier 200 krawietelkes rond. Ik kijk er naar uit om hen terug te zien …

Dag 3: Maandag 1 juli 2013: Meeting time in Sitima

Vandaag de eerste echte schooldag in Sitima. We komen aan rond 8u30. We zijn met de wagen, omdat we eerst in het centrum van Zomba 2 vrijwilligers van het Youth Center in Thondwe oppikken. Thondwe is een community die op een klein half uur rijden van Zomba. Deze vrijwilligers komen naar Sitima om te overleggen over de organisatie van een sportdag. Ik weet niet of het bewust is of niet, maar wanneer we aankomen, staan haast alle kinderen en leerkrachten ons buiten aan de schoolpoort op te wachten. Ik schat dat er toch meer dan 100 kinderen staan. De meerderheid roept uit volle borst Mieke! Mieke! en een minderheid roept Filipi! Filipi! Het blijft een raar zicht en een raar gevoel. Het weerzien – hoe kan het ook anders – is warm en hartelijk. Ik zeg iedereen goeiedag en stel ook Kaat – voor het gemak – voor als “my wife”. Want als ik iedereen het principe van een lief moet uitleggen, zijn we weer een dag of 2 verder denk ik. Ze zijn uitbundig blij als ze Kaat zien. Voor hen is het super belangrijk dat je niet alleen bent. Een man hoort een vrouw te hebben, zo moet het gewoon. Ze gaan echt vol uit hun dak als ik zeg dat zij mijn “Mkazi Wanga” is. Wat zoveel betekent als mijn liefste schat. Ze zijn blij voor Filipi. Om 9u stipt begint zoals afgesproken de meeting met ons Youth Center (YC) en dat van Thondwe. Op zich is het zeer uitzonderlijk dat iedereen op tijd is. Mieke begint dan ook met iedereen te bedanken voor het op tijd aanwezig zijn. Iedereen dat zijn naadt Mieke, Kaat en ik, de 4 vrijwilligers van ons YC, de 2 mensen van Thondwe, Julie en Charlotte (2 dochters van mijn nicht die hier vroeger ook al eens waren) en 2 vrienden van hen, namelijk Niels en Yentl (die hier ook al eens was). Deze laatste 4 zullen zich de komende maand vooral focussen op de werking van ons YC en onze vrijwilligers begeleiden. We vergaderen een dik anderhalf uur en het moet één van de vruchtbaarste meetings geweest zijn, die ik hier ooit in Malawi heb gehad.

Er worden 2 sportdagen vastgelegd; 1 voor outdoor games (voetbal en netbal) en 1 voor indoor games (pool, darts, schaken, tafelvoetbal en bao, een Malawees bordspel). Alles wordt besproken. de starturen, de leeftijdscategorieën, een meisjescompetitie, een jongenscompetitie en de prijzen die er zullen uitgedeeld worden. Voor de prijzen wordt er vooral naar Filipi gekeken. In Zomba hebben we nog truitjes en broekjes liggen en ik heb ook zeer mooie voetballen en volleyballen mee. Ik zeg dat de winnende community een volleybal en een voetbal krijgt en de verliezende ook, maar dat zullen we pas na de sportdag zeggen om de competitie niet te fnuiken. Winnen of verliezen, maakt voor mij niet uit. De jeugd hier even laten ontsnappen uit hun harde dagdagelijkse realiteit, daar is het ons om te doen. Ze moeten fun kunnen maken, en natuurlijk ook als ik weg ben, dus die ballen zullen nog goed van pas komen…

 

 

Dag 4: Dinsdag 2 juli 2013: Een klassieke dag in Sitima.

Vandaag was eigenlijk een zeer klassieke dag. We zijn opnieuw naar Sitima gegaan, maar vandaag met de fiets. Daar heb ik een aantal zaken besproken met de leerkrachten. Kaat heeft er mee geholpen in de keuken. Maar bovenal heb ik me geamuseerd met de kinderen van onze school. Gisteren al, riepen ze me meerdere keren achterna met flarden van mijn nazing- en nadoeliedje. Zoals jullie in vorige dagboeken hebben kunnen lezen, doe ik regelmatig wat zot met hen en lanceer ik dikwijls dat bewuste liedje. Op een kleine tekstvariatie na is dit eigenlijk al 5 jaar hetzelfde liedje, dus de oudsten van de school herinneren zich perfect een aantal strofes. Wanneer ik het nu lanceer staan er toch een dikke 100-tal mee te doen. Echt zalig, wanneer ze uit volle borst schreeuwen wanneer ik het eerst uitbrul en nog zaliger als ze met zijn 100 fluisteren, wanneer ook ik bepaalde delen eerst met gedempte stem heb voorgezegd. ’s Middags eet ik mee op het project (Nsima met visjes). De visjes waarvan sprake zijn mini-visjes van ongeveer 3 à 4 cm lang waar de kop en de staart nog aanhangt. Eigenlijk zijn die visjes echt niet te eten, omdat ze veel maar dan ook veel te zout zijn. Ik had er dan ook maar 2 gevraagd en tot mijn spijt, stel ik vast dat er 3 op mijn bord liggen. Ik slaag er in om er ééntje naar binnen te krijgen, maar moet passen voor die andere 2. Na het eten vertrekken we huiswaarts. Nu we met de fiets zijn, kijk ik er al stevig naar uit om een pint te gaan drinken in de “2 missed calls bar” mijn stamcafeetje, met de zalige bazin Margareth. Tot onze grote ontgoocheling moeten we echter vaststellen dat de bar gesloten is. We kiezen dan maar een ander cafeetje een beetje verder op de weg (voor de kenners: De Mulunguzi-bar beneden aan de berg. Daar drink ik een heerlijke Kuche Kuche. De Kuche Kuche is het Malawese bier van 3,7°. Tot vorig jaar was deze enkel in halve liter te krijgen. Maar dit jaar niet meer, vanaf nu enkel nog in flessen van 63 cl ! Al lachen, denk ik bij mezelf, “allez, de zaken gaan er hier dan toch nog op vooruit” ;-) Na de Kuche Kuche volgt de beklimming van “De Muur van Zomba”. Zij die hier al geweest zijn, weten waarover ik het heb. Het is de klim naar Miekes huis. 1,2 km lang en op de meeste plaatsen zo steil als de muur van Geraardsbergen. Ook al heb ik nog nooit zo veel gewogen als de dag van mijn vertrek. Toch slaag ik er in om op karakter en colère tot boven te fietsen zonder voet aan de grond te zetten. Een overwinning op mezelf en een eerbetoon aan mijnen Daddy wiens hart het begaf op deze berg…

’s Avonds hebben we mijn 5 schatten van zusjes uitgenodigd want Kaat maakt spaghetti Bolognese met kip vandaag. Samen met de mama komen ze toe. Ook in vorige dagboeken heb ik er al over geschreven. Het zijn echte schatjes. Ze hebben bijna niks in dit leven, maar ze zijn altijd opgewekt, ze zijn super dankbaar en lief. Kaat en ik zijn reeds naar hun “huis” geweest en hebben weer kunnen zien hoe zij in armtierige omstandigheden moeten opgroeien. We zijn beide super blij, wanneer we zien dat het hen smaakt en dat we voor hen op deze manier iets kunnen doen. Volgende maandag zal Filipi naar goede gewoonte spek met eieren voor hen maken. Ik kijk er nu al naar uit.

Usiku wa bwino! Slaapwel!

Dag 5: woensdag 3 juli 2013: Shopping in Zomba: de markt en het geld

Vandaag inkopen gedaan in Zomba-centrum. Zomba was vroeger de hoofdstad van Malawi. Zomba strekt zich uit over meerdere kilometers en kent verschillende districten met ronkende namen zoals Mulunguzi, Chinamwali en Matawale, maar wanneer je het centrum bekijkt is het op zich eigenlijk vrij eigenaardig dat dit ooit de hoofdstad was. Het centrum bestaat uit 2 geasfalteerde hoofdstraten. 1 hoofdstraat heeft een 4 à 5-tal geasfalteerde zijstraatjes, zij vormen het kloppend hart van Zomba. Achter deze straatjes ligt – op onverharde wegen – het voetbalveld op de community ground met het “Zomba Stadium”. Op de hoofdstraat en op de zijstraatjes vind je allerlei soorten shopjes en winkeltjes: loodgieterijshopje, de overdekte marktkraampjes, fietsenmaker, bakkerij, klein supermarktje, een soort apotheekje, … Op zich is dit centrum – qua grootte althans – te vergelijken met een uit de kluiten gewassen dorpskern bij ons. Waar de 2 hoofdstraten elkaar kruisen staat het enige verkeerslicht van Zomba. Vandaag ga ik met de vrouwen gaan shoppen. We hebben materiaal nodig om onze fietsen te laten herstellen, we willen desinfectie-vloeistof kopen, wat groentjes en brood. Daarna willen we ook naar de bank gaan, maar de banken liggen op de andere hoofdstraat. Wanneer we langs de overdekte marktkraampjes lopen, wijst Kaat naar boven. Ik kijk op en de rillingen lopen over heel mijn lijf. Boven op de zoldering spant zich een gigantisch web uit van een nog meer gigantische spin. Het web is in diameter zeker anderhalve meter breed. Onder het web zijn nog een aantal extra “webverdiepingen” geconstrueerd, zodat vallende beestjes ook in een tweede of zelfs derde instantie gevangen kunnen worden. Pal in het midden zit een monster van een spin, groter dan een handpalm, met zwarte, rode en gele tinten. Het blijkt de Golden Orb Silk Weaver te zijn. Mieke kent deze soort en zegt er doodleuk bij dat er aan ons huis hier in Zomba er ook ergens één moet hangen. “Vroeger hing ze aan de veranda achteraan, maar sinds kort is ze verhuisd en ik ken haar nieuwe locatie nog niet. Ik die in vroegere tijden arachnofobie heb moeten overwinnen, krijg rillingen over heel mijn lichaam. Op deze momenten wordt duidelijk dat de fobie nog niet helemaal uit mijn lichaam en geest verdwenen is.

Tijdens het winkelen worden we aangesproken door een Indiër. Hij spreekt Mieke aan en vraagt of de Azungu (=de witte) geen geld moeten wisselen, want dat hij dat kan regelen. Dat treft, geld wisselen stond vandaag ook op de agenda en de banken liggen op de andere hoofdstraat, dus als we dat hier kunnen doen, dan is dat mooi meegenomen. We lazen in de krant dat de banken vandaag tussen de 424 en 428 geven Kwacha geven voor 1 euro (exact het dubbele van 5 jaar geleden toen ik hier de eerste keer was, de inflatie is enorm) en we zeggen dus tegen de Indiër dat hij beter moet doen. I can give you 430 is zijn antwoord. Zonder verder te onderhandelen, gaan we akkoord. We gaan mee in één van de shopjes die gerund wordt door de Indiërs. Daar zit een imposante figuur, die de dikkere en jongere broer lijkt van Osama Bin Laden. Met de typische Djellaba (=Arabische kleed) aan en een joekel van een baard waar de vroegere Osama jaloers zou zijn op geweest. This is my brother zegt hij over de man die ons op straat aansprak. Volgens mij zijn het allemaal “brothers” als ze samen business kunnen doen, want de gelijkenis is er niet echt, maar goed. So you want to change 1000 euros? Yes we do. Not 2000, 3000, 4000 or 5000? No sir, 1000 is enough. Ok, the money will be here in half an hour. We zeggen dat we nu iets zullen gaan eten want het is al over half één en dat we dan binnen een uurtje terug zullen zijn. En zo geschiedde. Een uur later zijn we terug en tellen we de 430.000 kwacha op de toonbank van de Indiërs. Het blijken er 429.000 te zijn. Oeps, sorry, en die ene duizend kwacha wordt er met de glimlach bij gelegd.

Het blijft toch een andere wereld. Goed dat ik nu ook de zwarte markt in Zomba ken. Het klinkt wat raar hier, als ik het zo schrijf. We zetten samen met de Indiërs de Malawezen buitenspel en spreken toch over de zwarte markt… ;-) Soit, wat het ook zij, het was een leuke en leerrijke dag. Morgen vertrek ik met mijn Kaat op mini-vakantie. Daar kijk ik al van voor mijn vertrek enorm naar uit. Een beetje romantiek moet kunnen hé ;-)…

Dag 6, 7, 8 en 9: Van donderdag 4 tot zondag 7 juli: Onze mini-vakantie in de vakantie

Kaat en ik nemen hier een mini-vakantie in de vakantie, zoals ik het ook deed in 2011 met Cé en Binaca. We gaan 2 nachten slapen aan het meer en ik boek net als toen het 24-uren arrangement in Liwonde National Park zodat we op safari kunnen gaan. Er zijn op beide plaatsen 2 grote verschillen met 2011. Het ene verschil gebeurde gedwongen, het ander per vergissing. Het eerste verschil is dat we aan het meer verblijven in Sun ’n Sand-hotel in plaats van het gebruikelijke Nkopola Lodge. Ik ben altijd al naar Nkopola geweest, om dat het enerzijds de lodge is waar ik met onzen Daddy indertijd reeds verbleef en er zalige filosofische gesprekken met hem had en anderzijds ook omdat het vlakbij Chipoka ligt waar mijn kleine Esthertje woont. We moesten uitwijken naar Sun ’n Sand omdat Nkopola reeds volgeboekt was. Op zich was dit niet zo erg. Ter compensatie van mijn ontgoocheling niet in Nkopola te kunnen verblijven, boek ik een VIP-huisje, “frontside on the beach”. En inderdaad we krijgen een prachtig huisje aan de rand van het grote meer toegewezen. Omdat ik Esther wil zien, stappen Kaat en ik een 7 à 8 kilometer langs verscheidene vissersdorpjes van Sun ’n Sand naar Chipoka. Het is prachtig weer en we genieten van onze wandeling. We wandelen door dorpjes waar misschien nog nooit een blanke is geweest. De verwondering staat af te lezen op de gezichten van zowel jong als oud, wanneer we er zo met ons tweetjes wandelen. We genieten van de zon en van de authenticiteit van wat we zien.

Het weerzien met Esther is een blij gebeuren. Ik koop nu bijna traditiegewijs een heel winkeltje met bananen leeg. Ongeveer 80 bananen voor 800 kwacha. Ik geef 1000 kwacha en zeg tegen de vrouw dat ze het wisselgeld mag houden, haar vreugde kan niet op. De bananen worden door Esther aan de kinderen en enkele volwassenen van het dorp uitgedeeld. Daarna geven we haar heel wat kleedjes, een frisbee en 2 paar schoenen. Ze is er ongelooflijk blij mee. Omdat ik niet lang kan blijven, omdat het donker dreigt te worden, lanceer ik – ook traditiegewijs – nog snel mijn nazingliedje om dan afscheid te nemen. Bij het afscheid wel één valse noot. Ondanks ik al zoveel gegeven heb, vraagt de moeder van Esther mij nog geld. 1500 kwacha, om het transport van Esther van de school naar huis te vergoeden. Op zich een zeer ongeloofwaardig verhaal. Ik geef normaal gezien nooit zo maar geld, maar de vraag overdondert me een beetje waardoor ik haar 1000 kwacha toestop. Zoals ik vorig jaar al eens beschreef, elke Malawees ziet in elke blanke een wandelende opportuniteit en ook nu was dit dus niet anders. Achteraf heb ik er spijt van dat ik geld heb gegeven, maar goed het zij zo. Kaat en ik drinken na onze goede daden, nog een stevige cocktail in de prachtige bar van Nkopola Lodge om daarna met de taxi weer te keren naar Sun ’n Sand. De volgende dag genieten we van de zon, het eten, het zwembad en elkaar.

Op zaterdagmorgen vertrekken we dan per taxi richting Liwonde National Park. Hier gebeurde bij het boeken een kleine vergissing. Ik wilde absoluut hetzelfde doen als 2 jaar geleden, omdat ik dat heel romantisch vond. De hutjes waarin we toen sliepen waren echt mooi en tof, de ondergaande zon boven de Shire-rivier was prachtig, dit wilde ik echt ook met Kaat eens beleven. Bij aankomst geef ik aan dat ik de lodge heb geboekt. Tot mijn verbazing worden we weggeleid van de plaats waar ik 2 jaar geleden had geslapen. Ik was wat ontgoocheld, maar de ontgoocheling duurde niet lang, want wat bleek; 2 jaar geleden verbleef ik in het camp en nu dus de lodge. De lodge is soortgelijk, alleen zijn de hutten er nog mooier, groter en luxueuzer. En daarenboven heeft de lodge nog dat extra tikkeltje romantiek want de lodgehut ligt volledig in het groen met een eigen terrasje vlak aan een de Shire-rivier. In zijn soort moet dit de meest luxueuze en romantische hut zijn die je op deze aardbol kunt vinden, echt waar, niet normaal. Kaat en ik beleven er een fantastische 24-uren. We zien ontelbare dieren, tijdens onze boot-, wandel- en jeepsafari: leguanen, krokodillen, nijlpaarden, olifanten, meer dan 40 verschillende soorten vogels, enkele kleine katachtigen, apen, impala’s, okapi’s, noem maar op. Op het einde hebben we wat spijt dat we dit idyllische, luxueuze oord al zo snel moeten verlaten, maar het zij zo. We hebben er alleszins, kort en krachtig, enorm van genoten.

Dag 10: Maandag 8 juli: Feestdag in Malawi, dozen leeg maken en een pintje bij Margareth en de zusjes

Tijdens onze mini-vakantie is in Zomba het eerste deel van mijn zending met materiaal aangekomen. 11 dozen van de 17 dozen die ik verstuurde zijn aangekomen. In totaal gaat het over 238 kg materiaal. De zending bestaat hoofdzakelijk uit schoenen. Enerzijds voetbalschoenen die ik via mijn match voor Malawi en andere kanalen heb ingezameld en anderzijds loopschoenen die ik gekregen heb (via Eddy Mostinckx) van ACP. Daarnaast heb ik ook heel wat materiaal mee van de Vlaamse Atletiekliga, WRC-sport, de damesploeg van VK Ninove en ook van de joggingclub uit Oetingen. Ik kan onmogelijk iedereen opsommen die mij kledij of materiaal heeft bezorgd, want jullie zijn echt met velen, maar ik wil hier wel nog de basisschool Horizon uit Ternat en meester Wim een speciale vermelding geven. Zij hebben mij namelijk via een speciale actie een 60-tal voetbaloutfits en 60 paar voetbalschoenen voor kinderen meegegeven. En ook mijn neef Bart en zijn vrouw Kathleen wil ik expliciet vermelden omdat zij gezorgd hebben voor 500 kindertandenborstels en tandheelkundig materiaal om aan Zomba Central Hospital te schenken. Sowieso aan iedereen die zijn of haar steentje heeft bijgedragen, nen ongelooflijke dikke merci, of in naam van hen die er hier super blij mee zijn, en het oh zo nodig hebben, ZIKOMO KWAMBIRI ALIYENSE (allemaal enorm bedankt)!!!

Kaat, Mieke en ik maken de dozen leeg en sorteren alles op maat en grootte. Kaat focust zich op alle schoenen die ik mee heb. Met een structuur, een geduld en een zorgvuldigheid die mezelf vreemd is, ordent en inventariseert zij netjes alle loop- en voetbalschoenen. Ik plaag haar door te zeggen dat ze dankzij mij nu eindelijk een schoenenwinkel kan beginnen. Als ik mijn zus mag geloven, is een schoenenwinkel één van de beste plaatsen waar een vrouw kan vertoeven J. Mieke en ikzelf maken de prijzen (broekjes, T-shirtjes) klaar voor de Youth Center-competitie, aanstaande zondag in Thondwe. Na uren van sorteerwerk, hebben we wel een pintje verdiend en daarom gaan we naar de 2 missed calls-bar, mijn stamcafeetje hier. De voorbije 2 keer dat ik er ene wou gaan pakken, stonden we voor een gesloten deur, maar op deze vrije dag voor iedereen is de kans zeer groot dat Margareth open is. En ja hoor, de bar is open. Bij aankomst krijg ik een stevige knuffel en ook Kaat wordt, als mijn Mkazi Wanga, hartelijk begroet. Dit is zo één van die momenten dat ik het hier enorm spijtig vind dat ik geen Chichewa spreek of begrijp. Het is duidelijk dat we (Margareth en ik) elkaar veel willen zeggen, maar verder dan wat gebaren en gelach komen we niet. Met Mieke en Kaat geniet ik van een paar Kuche Kuche’s op de bank op het terras van het cafeetje, maar echt lang blijven, kunnen we niet, want we hebben afgesproken met de zusjes en de papa en de mama, want Filipi’s spek met eieren staan op het programma. Ik heb ook de 4 studenten (Julie, Charlotte, Niels en Yentl) uitgenodigd, zodat we er allemaal samen (we zijn met 14) een groot feestmaal kunnen van maken. Het blijkt dan ook nog eens Charlotte haar verjaardag te zijn vandaag, dus zeker reden genoeg voor een feestje.

Wanneer we thuis aankomen, staan de zusjes en de ouders reeds voor de poort. Ze kijken er dus net als ik even hard naar uit. Filipi schiet zich onmiddellijk achter het fornuis en de zusjes helpen Kaat en Mieke bij het zetten en dekken van de tafels. Wanneer een kwartiertje later de eerste pannen klaar zijn, smult iedereen naar hartelust en misschien is het wel uit elementaire beleefdheid, maar ze zeggen allemaal dat het smaakt en lekker is. Uiteindelijk bak ik 46 eieren dus echt slecht zal het wel niet geweest zijn ;-). Na het eten vraag ik aan de zusjes of er ook een chichewa-versie bestaat van “happy birthday to you” en of ze dat zouden willen zingen voor Charlotte. Mieke zegt dat deze familie elke avond samen liedjes zingt. In een wereld zonder internet, (spel)computers, gezelschapsspelen of ander vertier, wordt er nog samen gezongen. De meisjes, mama en papa zingen verjaardagsliedjes en blijven daarna maar door zingen. Er wordt zeker meer dan een half uur gezongen. Ze zingen éénstemmig en soms meerstemmig. Buiten de verjaardagsliedjes gaan alle liedjes over geloven en over God. Ze zingen echt prachtig. Het doet me denken aan de tijd dat mijnen Daddy hier nog was. Ook toen hebben we zo’n avond gehad. Ik doe mijn best om mijn tranen te bedwingen en dat lukt ook. Maar hun prachtige stemmetjes en mooie, blije gezichtjes, raken me in mijn diepste binnenste. Ook zij, die zo weinig hebben, maar zoveel vreugde, blijdschap en dankbaarheid uitstralen, zullen altijd op mij kunnen blijven rekenen. Na het eten en na het afscheid, kruipen we moe maar voldaan in ons bedje, na alweer een mooie dag. Usiku wa bwino. Good night.

Dag 11: Dinsdag 9 juli: Cadeautjes uitdelen aan de wakers en de fietsen

Nu we gisteren alles hebben gesorteerd, heb ik een beter zicht op wie ik waarmee gelukkig kan maken. Vandaag zijn de wakers aan de beurt. We hebben hier in Zomba een 4-tal wakers (Alic, Lloyd, Umali en Dave) die in een beurtrol, dag en nacht de poort bewaken. Ondanks zij niet rechtstreeks bij ons project in Sitima zijn betrokken, zijn ze toch ook zeer belangrijk, want zij zorgen voor de bescherming van Mieke die hier woont. De wakers zelf komen uit de dorpen en hebben het in deze arme wereld ook hard te verduren. Omdat zij seizoen in, seizoen uit, dag en nacht moeten waken, geef ik hen een regenjas en regenbroek die ik van de Vlaamse Atletiekliga heb meegekregen en ook een paar sportschoenen. De jassen en broeken zijn zeer mooi, nieuw en van topkwaliteit. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de mannen er – samen met hun schoenen – super fier en blij mee zijn. Naast deze cadeautjes hebben we nog een mooie verrassing voor hen. Eergisteren was één van de wakers, Dave, niet komen opdagen omdat hij problemen had met de fiets. Nu is het zo dat fietsproblemen dagelijkse kost zijn en zij weten dat een probleem met de fiets geen geldig excuus is om niet te komen werken. Als ze niet komen werken, verliezen ze sowieso hun dag/nachtgeld en als ze op een maand 2 keer niet (of te laat) komen, krijgen ze een boete. Nu hadden ze eergisteren hun beklag gemaakt dat wanneer hun fiets echt niet meer rijdt (wat nu blijkbaar bij Dave het geval was) dat ze daar toch weinig konden aan doen en dat het voor hen dan echt moeilijk en zelfs bijna onmogelijk was om op tijd te komen. Mieke en ik beseffen maar al te goed dat de fietsen hier op de zandwegen hard te lijden hebben en dat ze inderdaad hun fiets nodig hebben om te komen werken, daarom hebben we nu beslist dat ze hun fiets 2 maal per jaar op onderhoud mogen doen, voor volledige herstelling op onze kosten. Zie het als een soort werkgeversvergoeding in hun onkosten voor het transport van en naar het werk. Dus vandaag neem ik hen en hun fietsen mee naar de fietsenmaker. Dave, wiens fiets dus niet meer reed, neem ik mee op de brommer. We gaan eerst naar Sitima waar hij woont om zijn fiets op te halen. Dave maakt zich sterk dat het geen enkel probleem is om met 2 op de motor te zitten en daarbij ook nog eens zijn fiets mee te nemen, ik ben benieuwd. In Sitima aangekomen bindt Dave zijn fiets met een elastiek achter mij op het zadel van de brommer. De 2 wielen van de fiets hangen links en rechts over de brommer en Dave zet zich achter mij op het frame van zijn fiets op het zadel van de brommer. Hopla en weg zijn we. Het moet een grappig zicht geweest zijn, maar goed. Wanneer we bij de fietsenmaker zijn aangekomen, zijn ook de andere wakers er al met hun fiets. De fietsenmaker is gewoon iemand die zich naast de weg onder een boom heeft geïnstalleerd. Hij beschikt enkel over een paar tangen en sleutels en wat olie en een paar vijsjes. Per fiets wordt er een inventaris gemaakt van wat er allemaal hersteld moet worden en van wat er in het centrum moet worden aangekocht om deze herstelling uit te voeren. Daarna onderhandel ik nog met de fietsenmaker over zijn loon, om deze waslijst aan herstellingen uit te voeren. Ik krijg zijn dagprijs van 7500 kwacha naar 5000 kwacha en neem hem mee om al het materiaal in het centrum aan te kopen. Wanneer we terug aan zijn “shop” zijn aanbeland, is het alweer laat in de namiddag. Onze nachtwakers zijn in heel die tijd niet naar huis gegaan, maar zijn gewoon blijven wachten aan de rand van de weg bij de fietsenmaker. Zonder dat moeder de vrouw van iets weet, zullen zij vandaag dus niet huiswaarts keren. Het zegt iets over de positie van de man in deze wereld. Een vrouw zou zoiets niet in haar hoofd moeten halen. Soit, onze mannen zijn content en de tijdige bewaking is (hopelijk) weer voor een tijdje gegarandeerd.

Tiona na mawa. Tot morgen.

Dag 12: Woensdag 10 juli: Cadeautjes aan de Sitima Sisters

Vandaag nemen we Kaatjes schoenenwinkel mee naar Sitima. Ik heb aan Sam gevraagd dat hij alle Sitima Sisters (zowel de eerste als de tweede ploeg) moet verwittigen om na schooltijd naar onze school te komen. Naast de schoenen, neem ik ook heel wat voetbaluitrustingen mee voor de kleinste meisjes. Om het wat georganiseerd te laten verlopen, hebben we in de grote refter van Sitima aan de ene kant van elke schoenmaat een paar klaar gezet. De meisjes moeten eerst naar daar om schoenen te passen en te kijken welke maat voor hen geschikt is. Daarna krijgen ze een papiertje met hun maat op en dit moeten ze dan aan de andere kant van de refter bij de studenten gaan omwisselen. Uiteindelijk heb ik genoeg schoenen voor alle meisjes en ook voor de 2 trainers. De eerste ploeg begint met de schoenen en de kleinsten krijgen op dat moment hun voetbaloutfits. Ik kan de glimlach en de pret in hun oogjes onmogelijk beschrijven, wanneer ze één voor één een truitje van Barcelona, Real Madrid, Bodegem, Kappelle, Oetingen of Man United om hun schouders krijgen. Echt waar. Deze jongste meisjes staan nu al een tijdje in de schaduw van de eerste ploeg die het zo goed doet. Dankzij de inspanningen van jullie allemaal, heb ik hen vandaag het gevoel kunnen geven dat ze er echt bij horen. De meesten onder hen hebben totnogtoe in hun leven nog nooit een echt voetbaltruitje of laat staan een paar voetbalschoenen aan gehad. Voor de keepers is er nog een extra verrassing. Ik heb spiksplinternieuwe keeperhandschoenen van Select meegekregen van Nancy van WRC Sport. Wanneer ik zowel de grote als de kleine keeper een paar handschoenen aantrek kan hun verwondering en blijdschap niet op.

Na het uitdelen van de cadeautjes heb ik nog een meeting met de eerste ploeg van de Sitima Sisters. Omdat zij het zo goed doen, hebben zij in het voorbije jaar, bij deelnames aan lokale bekercompetities, enkele geldprijzen gewonnen. Er is in het voorbije jaar een paar keer discussie ontstaan over de bestemming van dit geld. Ook werden er een paar van onze meisjes benaderd om voor andere ploegen te gaan spelen. Over beide onderwerpen wil ik het met hen hebben. Eerst het geld. Uiteraard vinden zij dat het geld hen toekomt, want zij hebben er voor gespeeld. Ik leg hen uit dat dit totaal onmogelijk is. Enerzijds kunnen ze dit geld enkel verdienen als ploeg omdat YOCE voor hen trainers betaalt, ballen voorziet, hun transport betaalt enz. Trouwens we kunnen deze kosten enkel en alleen dragen omdat we, als YOCE, voor de meisjes specifiek worden bijgestaan door ZONTA CLUB WAASLAND. Zonder ZONTA zouden de meisjes enkel af en toe een lokale vriendenmatch kunnen spelen en niet meer de verre verplaatsingen, naar bijvoorbeeld Blantyre, kunnen maken. Ik leg de meisjes ook uit dat ze er ook rekening mee moeten houden dat ik (en de sponsoring) er niet voor altijd zullen zijn en dat ook zij moeten leren om geld opzij te zetten. Met dat geld kunnen ze dan ook eens ballen of materiaal kopen of het gebruiken voor als er zich iemand kwetst en naar de dokter moet. Ik leg hen ook nog eens uit waarom mijnen Daddy de ploeg 6 jaar geleden heeft opgericht. Niet voor het geld, maar om hen de mogelijkheid te bieden te ontspannen, om hen de mogelijkheid te bieden even uit hun harde realiteit van werken te kunnen ontsnappen en om hen de mogelijkheid te bieden om in groep plezier te kunnen maken. Uiteindelijk spreken we af dat 60% van het geld gebruikt wordt voor de ploeg en 40% onder hen zal verdeeld worden.

Dan de transferperikelen. Mieke heeft het voorbije jaar het been echt moeten stijf houden om te zeggen dat transfers verboden zijn. Ik leg de meisjes uit waarom. Ik zeg dat het hier in Malawi veel meer is dan enkel een transfer. Hier neigt het naar mensenhandel. Ik weet dat ze de meisjes van alles beloven. Zij krijgen geld, de ouders krijgen geld en hun school wordt betaald, enz. Er wordt van alles beloofd. Ik zeg dat het waar kan zijn dat ze dit allemaal krijgen, maar dat dit niet het volledige verhaal is. “There is a story behind this story”. In ruil voor dit alles moeten ze dan bij een trainer of een sponsor van die andere ploeg gaan wonen en worden ze daar in het huis ingezet als huisslaafje en worden ze verplicht om de was en de plas te doen en worden ze verplicht om met deze mannen naar bed te gaan. Ik zeg hen heel duidelijk dat ik dit nooit of te nooit zal toestaan. Ik zeg dat als het ooit gebeurt dat er één van de Sitima Sisters in deze situatie belandt omdat ze in Sitima voetbalt, dat dit met onmiddellijke ingang ook het einde van de Sitima Sisters betekent. Het is voor hen niet altijd makkelijk te begrijpen, want zij zien enkel de mooie kant van het verhaal. Daarenboven worden ze door de ouders nog vaak gepusht om zo’n transfer na te jagen. Want de ouders zien er alleen maar voordelen in. Zij krijgen geld en moeten thuis voor één iemand minder eten voorzien. Het is een harde realiteit, maar zo is het. Ik weet het niet zeker, maar ik hoop en ik denk dat door de vurigheid van mijn betoog, de boodschap toch duidelijk is aangekomen en begrepen.

Dag 13: Donderdag 11 juli: De laatste schooldag: uitdelen rapportjes

Had je me 5 jaar geleden gevraagd of de kleuters van Sitima een rapport zouden krijgen op het einde van het schooljaar, dan had ik waarschijnlijk gezegd, dat je veel kan verwachten, maar dat je niet moet overdrijven, en toch… Nu reeds voor de derde keer op rij worden er in Sitima rapportjes uitgedeeld. En pas op, dit is niet zo maar een formaliteit. Elk kind wordt individueel getest om te bekijken of het klaar is om over te gaan naar het volgende klasje of voor de grootsten van onze school of ze klaar zijn om over te gaan naar de primary school. De kleuters worden beoordeeld op een 6-tal “vakken”: Mathematics, English, Puzzle, Creativity, Drawing en Coloring. Naast de harde cijfers wordt er door de leerkracht ook op elk rapport een korte commentaar geschreven over de leerling in kwestie. Deze overhandiging van de rapportjes is een officiële gebeurtenis, waar op alle ouders worden uitgenodigd. Ik schat dat er ongeveer 150 mama’s aanwezig zijn en een 10-tal papa’s. Ik zit als eregast naast de directeur en moet net als hem een speechke afsteken. Ik zeg dat ik nu na 6 keer Sitima te bezoeken, heel duidelijk heb kunnen zien hoe de school het elk jaar beter en beter doet. Ik bedank iedereen die mee heeft geholpen om de droom van mijn vader te realiseren. In het bijzonder de directeur, de leerkrachten, de koks, de kuisploeg en madam Mieke. Tot slot bedank ik ook alle ouders om hun kinderen naar school te sturen. De school is een belangrijk element voor de kinderen in hun mentale en fysieke ontwikkeling. Ik dank hen omdat zij dus ook het belang van de school inzien. Na de speeches tonen de kinderen wat ze het voorbije jaar geleerd hebben. Sommigen zeggen het alfabet op, anderen leggen een hindernissenparcours af. Nog anderen doen dansjes of tonen aan dat ze hebben leren tellen. Daarna worden de kindjes klas per klas afgeroepen en eerst diegene met het beste rapport en zo verder. Het is mooi om te zien hoe fier de mama’s zijn wanneer hun zoon of dochter wordt afgeroepen. Sommige kinderen krijgen zelfs een cadeautje van de ouders; een pakje chips, 10 of 20 kwacha om een lolly of chips te kopen of sommigen krijgen een flesje frisdrank. Ik had nooit gedacht dat ze dit hier deden, dat er in deze arme wereld plaats was voor cadeautjes, maar des te beter natuurlijk en zeer mooi om te zien. Wanneer ik naar huis rijd ben ik bijzonder fier op wat we in Sitima gerealiseerd hebben. Mijnen Daddy zou die rapportjes en de hele ceremonie enorm gewaardeerd hebben, daar ben ik zeker van. Morgen is het de schoolreis voor de kinderen van het laatste klasje. Ook dat beloofd een enorm avontuur te worden. Ik kijk er samen met hen al naar uit. Tot morgen.

Dag 14: Vrijdag 12 juli: De schoolreis voor het grote klasje: een dag vol verwondering in Blantyre

We gaan vandaag met de oudste leerlingen van onze school (52 kinderen), de 11 leerkrachten en met de studenten naar Blantyre op schoolreis. Blantyre is de 2° grootste stad van Malawi en ligt op een 80 km van Zomba. 4 volle minibusjes brengen ons erheen. Voor de kinderen is het dus een hele reis. Wanneer ik aan één van onze leerkrachten vraag of deze kinderen eigenlijk ooit al eens in Zomba, dat op 13 km van Sitima ligt, geweest zijn, is haar antwoord veel betekenend: “Probably some of them, yes, when they had to go to the Hospital” De meerderheid van de kinderen is dus nog nooit uit de dorpen van de
zandvlakte geweest en voor hen is het busje op zich en rijden op een asfaltbaan al een avontuur. Dit is heel duidelijk wanneer wij in de stad worden opgepikt en in de minibusjes stappen. De sfeer is uitgelaten, de kinderen roepen en zingen vanwege de opwinding die hen te beurt valt. Ze kijken hun kleine oogjes uit op alles wat ze zien, echt alles wat ze zien roept die mooie kinderlijke verwondering op: grote bussen, het verkeerslicht, de kerk, de gebouwen, uiteraard ook de grote wegenwerkmachines die we meermaals kruisen op onze weg richting Blantyre. Hun oprechte blijdschap en verwondering geven me echt een super goed gevoel. Eenmaal in Blantyre aangekomen volgt de volgende verrassing voor de kleine krawietels. Ze mogen anderhalf uur spelen in een mooie overdekte speeltuin. Het is een super toffe speeltuin met 2 ballenbaden, loopbruggen, glijbanen, klimrekken, schommels, noem maar op. In het begin benaderen onze kleine jongens en meisjes alles zeer voorzichtig omdat ze dit opnieuw nog nooit hebben gezien. Sommigen durven er zelfs eerst niet goed binnen te gaan. Maar vrij snel genieten ze met volle teugen en volle energie van de speeltuigen. Zij niet alleen trouwens. Het duurt geen 10 minuten of ook alle leerkrachten, die ondanks ze groter zijn dan 1,5 m en dus eigenlijk niet binnen mogen, willen meespelen. Zelfs Joyce onze Head Mistress, van wie ik het helemaal niet verwachtte, is één van de eersten om mee de speeltuin in te duiken. Het geeft alweer aan dat ook zij uit die andere arme wereld komen en niet veel gewoon zijn. Na de speeltuin en de maaltijd (meegebracht uit Sitima) die ze in de busjes op de parking nuttigen, is de volgende halte Chileka Airport. Om 14u landt er namelijk een vlucht en om 15u vertrekt er ééntje. Daar hebben we pech want er zijn zware verbouwingen bezig aan de luchthaven waardoor we verplicht worden op de parking te blijven van waar we eigenlijk geen bal kunnen zien. Sam en ik vinden echter een wegje achteraan de parking dat leidt tot aan een hek vlakbij de landingsbaan. Ik haal iedereen op en begeleidt hen naar deze plaats van waar we het vliegtuig, dat ondertussen geland is, perfect kunnen zien. Opnieuw lopen de leerkrachten bijna sneller dan de kinderen om op deze prima plaats post te vatten. Het duurt echter niet lang alvorens een politieman ons daar komt weg halen en ons terug naar de parking stuurt L. Op de parking zelf hebben we nog een pittige discussie met de head of security om toch te proberen de kinderen een goede plaats te geven van waar ze het vliegtuig kunnen zien vertrekken, maar nee hoor de man buigt niet. Tja het zij zo, misschien is het in kader van de veiligheid wel te begrijpen. Ten slotte hebben de kinderen en de leerkrachten het vliegtuig nu toch een 10-tal minuten van dichtbij kunnen zien. Omdat we nu vroeger dan verwacht, vertrekken van op de luchthaven besluiten we een extra stop in te lassen. Het KAMUZU FOOTBALL STADIUM. Het nationale voetbalstadion van Malawi. Daar staat ons een super verrassing te wachten. We mogen niet alleen binnen in het stadion, we mogen met de kleine mannen zelfs op het terrein lopen. Dit maakt zelfs in mij het kleine kind weer wakker. De grasmat is met kunstgras aangelegd en het duurt geen 15 meter alvorens ik op mijn knieën val en mijn imaginaire goal in dit immense stadion op gepaste wijze vier. In het stadion nemen we groepfoto’s en lopen we een ererondje. Na de ontgoocheling van Chileka, zou ik dit in gepaste sporttermen de supercompensatie noemen. Iedereen geniet enorm van deze onverwachte wending van de schoolreis. Na ons ererondje is het tijd om huiswaarts te keren.

Vóór de schoolreis heb ik getwijfeld of het wel een goed idee was om ze te organiseren omdat het transport zo duur was. Voor de 4 minibusjes en 4 chauffeurs voor een ganse dag was de prijs immers 210.000 kwacha ofte 488 euro. Daar kan je in Sitima heel wat mee doen natuurlijk. Maar nu de dag voorbij is en ik de kleintjes heb zien genieten, weet ik zeker dat we de goede beslissing hebben genomen. We hebben deze kinderen een dag bezorgd die ze voor de rest van hun leven niet zullen vergeten. Op zich is dat eigenlijk onbetaalbaar…

Dag 15: Zaterdag 13 juli: Rustdag: Paardrijden op Zombaplateau en een afscheidsmaal boven in de Ku Chawe

Over vandaag kan ik kort zijn, het was Azungu-luilekkerdag. In de voormiddag werk ik mijn dagboek bij en deel ik schoenen uit aan de 5 zusjes. In de namiddag gaan Mieke, Kaat en ik naar boven op het plateau, want we hebben een uurtje paardrijden gereserveerd. Mieke had dit in het begin van ons verblijf hier eens laten vallen en het leek ons wel leuk om te doen. We doen een prachtige wandeling met de paarden boven op het plateau. Na onze wandeling trakteer ik de dames op een luxe-etentje in de Ku Chawe. Eigenlijk is het pas morgen Ku Chawe-dag, maar omdat het morgen de Youth-center-competitie is in Thondwe, moeten we hieraan verzaken, dus doen we het vandaag. We genieten vanaf het aperitief tot het dessert aan een tafeltje vlakbij het haardvuur in de bar. Het is al over half negen, wanneer we de berg weer afdalen, uitzonderlijk laat dus voor ons Malawese doen…

Dag 16: Zondag 14 juli: Mijn eerste Malawese mis en de competitie in Thondwe

Vooreerst een gelukkige verjaardag aan Joke, de zus van Kaat.

Ik heb hier tijdens de voorbije 5 jaar nog nooit de tijd genomen om eens naar de mis te gaan. Richard onze housekeeper maakt hier deel uit van een katholieke gemeenschap en ik had hem vorig jaar gezegd dat ik dit jaar ging proberen om een eredienst van zijn gemeenschap bij te wonen. Vandaag was het dus zo ver. Vooraleer Kaat en ik met de motor richting Thondwe afzakken, passeren we eerst langs de kerk van Richard. Het is gekend dat Afrikaanse missen anders zijn dan bij ons en ik was wel eens benieuwd om er zo ééntje mee te maken. En of het anders is… In de kerk zitten zowat een 150-tal mensen. Het is niet strikt gescheiden maar zowat alle mannen zitten links en ongeveer alle vrouwen zitten rechts. Vooraan staan 2 priesters. De ene (s)preekt in het Engels en de andere vertaalt alles in het Chichewa. Beide heren spreken door een micro en vooraan staan er ook twee grote knoerten van boxen die veel te veel lawaai produceren voor de op zich niet zo grote ruimte. We zitten meer dan een uur in de kerk. Wanneer we aankomen zijn de gezangen reeds bezig. Deze zullen ongeveer nog 40 minuten duren. Iedereen zingt uit volle borst mee. Tijdens de gezangen zien we soms bizarre taferelen. Mannen en vrouwen die de handen ten hemel slagen of hevig met het hoofd schudden of soms op de knieën vallen om de uiting van hun geloof via de gezangen nog wat meer expressie mee te geven. Na de gezangen beginnen de priesters te preken. Dit preken is ook totaal niet te vergelijken met het preken van bij ons. De priesters schreeuwen meer dan een half uur door de micro. Ze roepen zo hard, dat hetgeen ze zeggen vaak gewoon onverstaanbaar wordt. Af en toe krijgen de priesters respons van het aanwezige publiek op hun energieke redevoering. Net op het moment dat Kaat en ik bijna hoofdpijn krijgen van het getier stopt het preken en beginnen er weer gezangen. Op dat moment komt Richard naar ons toe en hij zegt dat we de dienst mogen verlaten omdat dit de slotgezangen zijn. Ik ben super blij dat ik het gezien heb en dat ik er bij was, maar dit signaal kwam echt geen minuut te vroeg. Van de mis vertrekken we, na nog snel iets te eten, richting Thondwe.

In een vorig dagboek vertelde ik ook al eens over Thondwe. Het is qua armoede wel maar qua uitzicht en beleving niet te vergelijken met Sitima. Het is er veel vuiler en groter en ik zie er veel meer hongerbuiken. De plaatselijke hoertjes zijn veel prominenter aanwezig en er wordt openlijk meer alcohol gedronken dan dat ik ze dat “bij ons” zie doen. De competitie is voor Sitima een groot succes. Zowel de meisjes netbalploeg (3-10), de jongens voetbalploeg onder 14 jaar (1-1 en 4-5 met penalty’s) als de oudere jongens voetbalploeg (0-1) winnen hun wedstrijd.

Na de wedstrijden krijg ik de eer om zowel aan het verliezende als aan het winnende kamp prijzen uit te delen (broekjes, T-shirts en trainingen). Beide gemeenschappen zijn er zeer blij mee. Tot slot word ook ik bedankt, met een potje pikante saus die ze zelf maken en een grote tekening.

Na alweer een mooie en leerrijke dag, keren Kaat en ik bij het vallen van de duisternis terug naar Zomba.

 

 

Dag 17: Maandag 15 juli: rustdag en de toekomstplannen

Beste lezer, vandaag heb ik niet veel meer uitgestoken. Morgen is het de laatste dag hier en ik vrees dat ik geen tijd meer ga hebben om de dag van morgen die nog in het teken staat van de Sitima Sisters op papier te zetten.

Daarom wil ik alvorens af te sluiten nog een update geven van waar we nu met het project staan en wat onze toekomstplannen zijn. We staan met YOCE voor een zeer belangrijke en grote uitdaging, namelijk de volledige overdracht van het project aan de Malawezen. Begrijp me niet verkeerd, alles wat tot nu werd gerealiseerd, werd door de Malawezen zelf gerealiseerd en onderhouden. Maar wij (vooral Mieke eigenlijk) hebben in de voorbije 6 jaren veel ideeën aangereikt, alles gecontroleerd en vooral alle financiële stromen aangeleverd en beheerd. Zowel operationeel als financieel moeten onze Malawese vrienden nu gaan leren op eigen benen te staan. De school realiseren zoals ze er nu staat, is een huzarenstukje geweest, maar wie Afrika wat kent, weet dat het uit handen geven van dergelijke projecten en de lokale bevolking op eigen benen leren staan, een nog veel grotere uitdaging is dan het bouwen van de school zelf.

In alle vergaderingen die ik hier dit jaar heb gehad, is de boodschap heel duidelijk geweest. Wij verwachten nu dat zij het heft in handen nemen. Op zich is dit geen keuze maar een gedwongen noodzakelijkheid. Noch Mieke, noch ikzelf zullen eeuwig blijven leven, dus die overdracht die moet er sowieso komen. Ik heb hen, samen met Mieke, uitgelegd dat de begeleide overgang nu naar hun volledige zelfstandigheid de enige mogelijke en juiste weg is voor een leefbaar Sitima op lange termijn. We streven naar een volledige operationele en financiële onafhankelijkheid van de lokale gemeenschap op een termijn van 3 jaar, maar in ons achterhoofd beseffen we beide wel dat 5 jaar waarschijnlijk een meer realistische schatting is. Zeker voor wat het financiële gedeelte betreft. Operationeel kan alles relatief snel gaan. Vanaf 1 januari 2014 zal Mieke bewust een stap opzij zetten en zullen de Malawezen het operationeel allemaal zelf moeten regelen. Dit komt er vooral op neer dat ze zelf hun week-/maandplanningen moeten opmaken en onder elkaar zullen moeten uitmaken wat er moet gebeuren en wie daarvoor verantwoordelijk zal gesteld worden. Voor het financiële plaatje zullen zij nog steeds kunnen rekenen op zeer strakke budgetten die wij voor hen maandelijks zullen beschikbaar stellen. Zo zal 2014 een jaar worden van operationele onafhankelijkheid en zal het hoogstwaarschijnlijk een jaar worden waarin de lokale bevolking fouten zal maken en zal moeten leren zichzelf bij te sturen.

In tussentijd gaan we samen met de lokale bevolking op zoek naar manieren waarop zij voor zichzelf financiële middelen kunnen genereren. Vandaag zijn er trouwens al een aantal manieren waarop zij geld verdienen; zij verhuren een deel van de school voor opslag van maïs en rijst, zij verhuren de muziekinstallatie die we hen hebben geschonken voor de organisatie van trouwfeesten, ze kopen rijst wanneer de prijzen relatief laag zijn om deze op andere momenten aan betere prijzen op de markt te brengen, zij hebben een biljart waar voor het spelen een kleine bijdrage gevraagd wordt, er komen een paar keer per jaar toeristen (groepen van Joker-reizen) tegen betaling in onze school slapen, …

Samen met de lokale bevolking, met Mieke en haar kinderen zullen we in de komende periode dus bekijken hoe we deze inkomstenbronnen kunnen versterken of uitbreiden. Mogelijkheden zijn een naai-atelier, huisjes bouwen die ze kunnen verhuren, het uitbreiden van het aantal bezoeken door toeristen, opstarten van wat veeteelt, …

Binnen 3 tot 5 jaar moeten de inkomstenbronnen, waarvan de opstart nog door YOCEvim gefinancierd zal worden, toelaten voldoende geld te genereren om elke dag aan de 200 kindjes eten te geven en alle lonen van leerkrachten, cooks en cleaners te betalen. Stap voor stap zullen we onze vrienden in Sitima vragen om zelf meer in te staan voor een deel van het financiële plaatje, opdat ze zo hopelijk binnen 3 à 5 jaar op eigen benen kunnen staan.

Dat zijn de plannen. Zo op papier lijkt het allemaal eenvoudig, maar in deze wereld die zo anders is dan de onze, in deze wereld vol armoede, waar niets is wat het lijkt, in deze wereld wordt dit dus onze grootste uitdaging.

Ik hoop beste lezers en sympathisanten dat jullie samen met ons deze uitdaging willen aangaan en ons ook zullen blijven steunen in de jaren die nu nog volgen, maar daar heb ik alle vertrouwen. Ik hoop ook dat jullie van dit dagboek wat hebben kunnen genieten en dat het jullie op een bepaalde manier toch (weer) wat meer inzicht heeft gegeven in waarmee YOCEvim hier bezig is.

Tot slot wil ik nogmaals mijn dankbaarheid uitdrukken aan jullie allemaal, sympathisanten, schenkers en sponsors van YOCEvim. Zonder jullie steun zou het voor ons onmogelijk zijn om al het moois wat we hier doen, te realiseren. Echt, dikke merci. ZIKOMO KWAMBIRI !

En, hoe was het?

•november 6, 2012 • Geef een reactie

Kan je na een verblijf in Malawi op die vraag antwoorden? Moeilijk. Filip hield opnieuw een dagboek bij. In 8.378 woorden schreef hij neer wat hij meemaakte, dacht en voelde. Je kan het door op de link te klikken lezen.

2012 Dagboek 5

bloggeweld

•augustus 6, 2012 • Geef een reactie

Terwijl er hier niet meer zo vaak een tekst verschijnt – en dan ook nog met vertraging – schrijven 3 studentes die deze Europese zomer/Malawese winter voor de tweede keer in Zomba verblijven dagelijks hun avonturen in Sitima neer. Veel leesvoer op sitima2012.wordpress.com!

niet helemaal up to date

•augustus 6, 2012 • Geef een reactie

Al 2 maanden oud, en ergens vergeten in een mailbox…

Overgang tussen twee werelden.

Ze neemt het me niet kwalijk dat ik haar zomaar veertien dagen achterliet. Integendeel, ze beloont me met nog meer trouw en hondenliefde dan voordien. Haar vertrouwen heeft wat schade opgelopen en dat heb ik deze ochtend proberen recht te zetten. Een zondagse straalblauwe hemel, stilte vooral, beetje fris nog maar alle ingrediënten zijn aanwezig om op deze ochtend een heerlijke wandeling te maken op het plateau. Een mooier welkom kan Malawi me niet schenken. Meteen ook mijn eerste fysieke inspanning na veertien dagen Belgische overdaad.  Ik wil  vooral de overgang tussen mijn twee werelden alleen bewandelen.  Mijn “neen” op een verleidelijk voorstel van een goede vriend kwam ontnuchterend aan.  
Er is weer volop fuel in het land en schaarste maakt begeerd.  Ik heb te lang niet kunnen genieten van het autorijden zodat ik besluit de wagen uit de garage te rijden, mijn Zarya in de bak hijs (ze durft er nog niet inspringen) en Dave, mijn dagwaker vraag om plaats te nemen bij haar.  Het is haar eerste proefritje achter in de bak. En ook haar eerste wandeling op het plateau. Zo ook voor Dave. Ik maak twee zielen blij vandaag. Deze avond is hij één van de uitzonderingen in zijn dorpje die ooit het plateau heeft betreden.  Dave moet mij beschermen en Zarya in toom houden als apen haar aanvallen.  Alleen ben ik overgeleverd aan de krachten van de natuur. Alleen moet ik mijn vrijheid leren behouden.
Drie uur puur genot, mijn hoofd leeg, mijn maag leeg.  Een etentje in mijn geliefd Ku Chawe zit er niet in vandaag.  Ze willen daar geen guard en een hond ontvangen. Hen laten zitten in de bak is me een brug te ver en samen rijden we terug naar huis.
Iedereen tevreden.

Zuinig zijn, is niet altijd de juiste keuze. Ik had mijn koelkast op minimum gezet want er lag nog echte Parmezaan te wachten en mijn “bewaarcompagnon” was zelf het land uit dus koos ik voor de minst slechte oplossing. Dat was een beetje buiten de stroompannes gerekend want zowat alles: heerlijke muffins van Jane, boter, brood, ….lagen te zwemmen in eigen verpakking en het vriesvak was voorzien met een ijslaag om U tegen te zeggen.  Alles ontdooien dan maar.  Alle etenswaren aan Zarya gegeven die dit als een extra beloning zag.  Etenswaren die ik veel beter aan mijn staff had kunnen geven voor ik vertrok. De Parmezaan heeft het wegens zijn ouderdom overleefd.
Het was lang geleden en soms mag ik geen keuze meer hebben maar vandaag heb ik nog eens met plezier aardbeienconfituur gemaakt, jonge zombapatatjes gekookt en worteltjes geschraapt. Een bewuste manier van afstand nemen en terug binnen komen in mijn gekende wereld van soberheid?

“Geen enkel probleem, ik heb leren aanvaarden. Heel graag lees ik het nieuwe boek van Connie Palmen : Logboek van een onbarmhartig jaar. Ik hoor het me nog zeggen en was erg overtuigd van mijn “overmoed”. De lieve schenker (gvdb) had me nochtans vooraf duidelijk de vraag gesteld :” kan ik je dit boek geven?”.
Ik zou het lezen tussen mijn twee werelden in.  Als een adempauze, een overgang, een leven in het boek.
Ik schrijf in boeken. De plaats, de datum en een boodschap. Ik denk dat ik daar later nog plezier aan heb.  
“Op mijn weg van Brussel Zaventem – Frankfurt – Johannesburg – Blantyre (Malawi): 25 mei 2012.  Mijn dochter voorziet het boek met een persoonlijke noot.  Dit is voor altijd.
Eerste vlucht: Het loopt spoedig mis.  Is het de wijn, emoties, afscheid, ik weet het niet.  Tranen met tuiten zit ik te wenen en ik ben nog geen bladzijde ver.  
Even wachten hiermee, maak ik me wijs.  
Tweede vlucht.  Hetzelfde. Ik heb dit keer geen wijn genomen, gewoon water maar ik geraak slechts tot bladzijde 5 voor ik me begin te schamen voor de dame naast me. Ik probeer me te redden door te zeggen dat ik een verkoudheid heb opgelopen in België. Wat niet gelogen was.
Zij gaat naar Botswana voor een georganizeerde safari.  Ze is Duitse. Begrijpt niet goed mijn uitleg waarop ik mijn boek weg leg en zeg: “ Too emotional for me at the moment.   I try it later”.
Derde vlucht: ik laat mijn boek waar het is.  Ik wil niet met dikke ogen aankomen in Chileka luchthaven. Mensen gaan verkeerde conclusies trekken.
“Iedereen verwerkt verlies op zijn/haar manier” “Het is niet nodig om alles terug te lezen”: wijze woorden die ik beaam.
Het boek plakt op mijn ziel en maakte dat ik vandaag een confronterend “neen” zei aan gezelschap. Ik moet even weer bij mezelf gaan wonen voor ik morgen met de fiets de dorpjes inrijd.  Het zal voelen als thuiskomen, ik zal tranen in mijn ogen krijgen en snel overgaan tot de geplande meeting met het Youth Center.
Een bierke op mijn terugweg in mijn lievelingsbar: Two Missed Galls en de overgang is gemaakt.    

 

 

SPRITE GOES WITH GIN AND COKE WITH BRANDY.

•april 9, 2012 • 1 reactie

Als ik toekom in Peters Lodge, één van mijn mogelijke eet- en drinkgelegenheden in Zomba, valt me maar één ding op: leegte. Geen auto’s op de parking en geen verbruikers. Een beeld dat Malawi in de greep houdt.

 

Het is al over middag en ik ben wel aan een drankje toe na mijn fietstocht kris kras door het centrum van Zomba.

Het zat niet mee vandaag. Uit slechte gewoonte trek ik meteen naar de keuken om te polsen wat er voorradig is en afhankelijk van het antwoord, bestel ik.

De kok is niet te zien maar wel de serveerster. Ze snelt naar de bar aan de overkant van hun domein. Ik snel mee op weg naar mijn drankje.

En daar zat de kok, samen met ander personeel gezellig te keuvelen. Wat moet je anders doen als er toch geen kat te zien valt.

“Samosa’s?: No, not possible, we have no meat”.

Dan maar vegetarische samosas.

Het maakt toch geen verschil. De kok maakt gewoon wat er voorradig is en is er vlees beschikbaar dan krijg ik beefsamosas ook al bestelde ik vegetarisch.

Zelfs het aantal maakt niet uit. Drie bestellen en er liggen er vier op je bord of omgekeerd. De kok eet graag ook een hapje van zijn bereiding en als hij honger heeft…. dat resulteert zich in mijn bord.

Ik heb me daar al heel lang geleden bij neergelegd en tegenwoordig is het zelfs een kwisvraag. Maar ze zijn supervers en superlekker na een goed uurtje wachten.
Intussen moet ik me maar wat amuseren in de bar. Niemand die zich druk maakt over mij, ik betaal netjes en gedraag me.

Na een klein onderhoud met de kok, vertrekt hij richting keuken.
In de bar bestel ik een cola en neem de krant. Het idee mijn tijd toch nuttig besteed te hebben, zit diep geworteld.

Wat tijdsbesteding betreft, daar denkt een Malawees anders over. In de kortste keren zit ik verwikkeld in een discussie met de barman en… de kok, over voetbal nota bene.

“No flour” zei de kok en hij bestelt zich een vol glas brandy en een special (lokaal bier).

Even vermoed ik een complot maar de realiteit is erger dan ik dacht. Geen bloem meer te krijgen en de suiker is vier keer de prijs van een jaar teug.

Een plaatselijk artiest komt binnen gewandeld. Hij heeft net de lodge voorzien van zijn kunstwerken en wat verdiend. Hij toont me zijn specialiteit en ik kan de kunst er niet van inzien. Ik wil hem niet ontmoedigen en zeg dat ik zijn werk kan appreciëren. Dat antwoord deed deugd want hij bestelt meteen ook een brandy voor mij na eerst zelf met één teug zijn vol glas binnengewerkt te hebben.

Ik sta versteld van zoveel drankgenot en de barman voegt eraan toe: “they feel comfortable with a brandy”. Dat zal wel.

En zo zitten we met drie op onze stoeltjes aan de bar, elk met zijn portie brandy, de kok, de artiest en ik, goed bezig met ons “comfortable” te voelen.

En ik voel me ook comfortable na één shot brandy op nuchtere maag op het middaguur. Mijn honger is er meteen mee over.

 

Ik ben deel van het geheel geworden. Malawi dat kreunt onder de problemen en waarvoor nog lang geen oplossing in het zicht is.

Geen forex meer in het land, geen fuel te koop. Rijen auto’s wachtend zonder chauffeur aan elk pompstation, hopend dat de “rumors” waarheid worden.

Rijen mensen aan de ingang van winkels, hopend op die twee kilogram suiker die elk nog mag kopen wegens schaarste.

We staan erbij en kijken er naar.
Geen samosa’s wegens geen bloem. Ik vind het niet erg. Ik heb nog lekker brood, thuis weliswaar, zonder boter of beleg want dat hebben gisteren twee inwoners van Malawi meegenomen naar huis voor hun kinderen.

Ik betaal en vraag hoeveel mijn brandy kost. Ik wil niet dat de artiest zijn zuurverdiende geld aan mij besteedt.

“No problem” zegt de barman, “I pay it for you”.

Zo gaat dat dus, niemand betaalt, niemand kan betalen, alleen de eigenaar wordt hiervan armer.

 

Ik fiets bergop huiswaarts met flanellen benen en in het midden van de straat (geen auto te zien) maar wel gewapend met de nodige scans op mijn stick waarvoor ik kris kras door zomba moest.

Mijn namiddag gaat volledig op aan het invullen van de nodige formulieren voor het aanvragen van een subsidie bij de provincie Antwerpen.

Een te klein bedrag voor een te grote nood.

 

ps. Enkele dagen na het schrijven van dit dagboek, overlijdt de President van Malawi.

Een nieuwe periode breekt aan.

not just the same

•januari 19, 2012 • 1 reactie

“Just the same” antwoordt Richard als ik hem tijdens het ochtendritueel begroet en vraag hoe het met hem gaat.
Hetzelfde als gisteren en waarschijnlijk ook als morgen.
Er zijn dagen dat ik hem gelijk geef en er zijn dagen dat ik heftig het tegendeel wil bewijzen.
Na 10 jaar samenwonen met zijn vrouw Ida, heeft hun Calvery Church besloten dat het tijd werd dit onofficieel huwelijk officieel te maken.
Ik voel altijd wat argwaan als bestaande situaties plots om verandering vragen. Daar moet een reden voor zijn.
Het blijft gissen maar zoals het plaatje er nu uitziet, hebben de drie partijen hun voordeel binnengehaald.
De kerk heeft zijn schaapjes onder controle, Ida haar man en Richard het geld om zijn toekomst te verbeteren.
Buiten zijn job als housekeeper is hij ook nog accountant. Zijn huwelijk heeft hem uiteindelijk, na aftrek van onkosten, zo’n 40 000 MK opgeleverd. Vier maandlonen.
Trouwen doe je in meer pracht en praal dan je budget aankan. Vele Malawezen zetten zich voor jaren in schulden hierdoor maar niet Richard.
En toch krijg ik de dag na zijn huwelijk te horen: “it’s just the same”.

Elke maandagochtend van 9 tot 11 vergaderen de verantwoordelijken van het Youth Center.
Alle punten die op hun agenda staan, worden besproken. Pas daarna zet ik me bij hen aan tafel en overloop alle items.
Na het vertrek van Veerle, zo’n maand geleden, leg ik de verantwoordelijkheid in hun handen. Ik luister naar hun voorstellen en wensen, neem berekende risico’s want leren gaat met vallen en opstaan, een weg die de vrijwilligers moeten afleggen. Ik geef hen die mogelijkheid, kijk toe en bied aan.
We hebben educatieve boeken gekocht (met dank aan Annabel) en zo de start gemaakt voor een bibliotheek.
Contacten zijn gemaakt met andere youth center en we groeien mee.
Het youth center heeft nu zijn eigen “kassa” en we doen aan fundraising door activiteiten te organiseren: disco met kerstmis (plaatselijke gewoonte), gamecompetion (bao, chess, monopoly, …. ), toneelopvoeringen enz.

Als ik toekom in Sitima Nursery School, ben ik thuis. Mijn wereld in de dorpjes. Stiekem loop ik langs de open ramen en kijk of iedere leerkracht actief is met de kindjes.
Ik zie een grote vis getekend op de vloer en Sam zijn kindjes zitten in een cirkel rond deze vis. Met een grote van schuim gemaakte teerling, wordt geworpen en om beurt moet een kind het getal aangeven dat bovenligt en meteen ook het getal neerschrijven op de plaats waar zij/hij zit.
In de klas van Alexander zijn twee groepen gemaakt. Ze zijn druk in de weer met de prachtige oefenboekjes gemaakt door Annabel. Op het einde van dit schooljaar krijgt elk kind zijn boekje mee naar huis. Ik zie nu al de trotse ouders bij het ontvangen van dit boekje.
Sitima Nursery School groeit en wel in die mate dat Sitima soms wordt omschreven als een “city” tussen de dorpjes.
Onze westerse gewoontes en de passage van blanken is daar niet vreemd aan.

We namen een risico, Filip en ik, toen we onze Sitima Sisters inschreven in de Peter Mutharika (broer president) women league, de dag voor het vertrek van Filip uit Malawi.
Filip heeft hiervoor al zijn charmes ingezet en jawel, we werden toegelaten.
De Sitima Sisters, een meisjesploeg uit de dorpen.
Hoe konden we toen weten wat we nu weten. We zitten in een klas te hoog. Of in twee klassen te hoog.
Enkel de topploegen uit Blantyre en Zomba hadden ingeschreven.
En wij dus ook.
Het vraagt moed en doorzettingsvermogen van onze meisjes om het veld op te gaan, wetende dat ze weer dik zullen verliezen.
Maar ze gaan door, beseffend dat ze heel veel ervaring opdoen en beseffend dat ze kansen krijgen die ze voordien nooit kregen. Ze wisselen gedachten uit met hun tegenspelers en ondanks wat lokaal gelach en gefluit, is er een groot respect vanuit de vrouwenvoetbal voor onze Sitima Sisters.
De Sitima Sisters:” we put them on the map” zeggen ze daar. Goed of slecht nieuws. We staan in de kranten en onze tijd komt nog. Zo is dat.

Om half zes deze ochtend was Karine al op weg naar “haar boeren”.
Zij slaagt alle records wat fietsen betreft. Bijna geen dag gaat voorbij of Karine fietst. En dat terwijl haar motor in haar woning staat te blinken. Geen Malawees die dat begrijpen kan.
Fietsen is dan ook puur genieten, vooral in het heengaan, bergaf en nog in friste van de ochtend. Alleen daarvoor al fiets je naar Sitima.
Ik ook. De terugtocht is van een andere aard. Bergop en in volle zon. Liefst gooi ik mijn fiets in de kant of op een truck of laat hem gewoon staan in school. Ik geraak altijd wel thuis.
Maar Karine, nee hoor, die rijdt het hele traject ook terug.
Karine van Non Profit Belgium. De Belgische vzw waarmee Yoce samenwerkt, is hier voor zes maanden.
Het zou mij te ver brengen haar verhaal hier te beschrijven. Hopelijk staat ze me toe enkele van haar verslagen te linken aan onze site zodat iedereen die het wil, haar werk en ervaringen kan lezen.

Op zijn minst moet ik één glaasje Glenmorangie Single Highland Malt Scotch Whisky in de fles laten voor een goede vriend uit Blantyre. Een man op leeftijd en nog genietend van de “little things that mean a lot”.
Vier uur in de namiddag, echt niet het uur waarop een mens een whisky behoeft maar wat betekent tijd als je dag al om 5 uur begint.
Als de muziek van Linda Rondstadt uit mijn radio galmt en ik moe ben van meetings en boekhouding, moe van denken en organiseren en nog enkel wil genieten van wat de dag nog mag brengen.
“Tu solo tu”: ik word teruggeworpen in mijn verleden met al zijn vreugdes en verdriet.
Waar is de tijd dat ik nog Spaans ging studeren met als enkel doel een vakantie in Argentinië.
Waar is de tijd dat ik zei: “quero que me accompagnes hasta que muera”.
In het leven heb ik niks te willen, ik mag enkel hopen, zoveel is intussen duidelijk geworden.
Zonder te beseffen, ben ik op zoek naar wat me dezer dagen bindt aan mijn verleden.
De film “Rundskop” heb ik twee dagen geleden bekeken en ik was verbaasd over de impact die de film op me had. Ik was ook verbaasd hoeveel waarheid er zat in alle details. Details die ik misschien alleen herken.
Ik heb de ganse film uitgelegd aan een Malawiaan. Kan je begrijpen dat hij niks begreep van mijn verhaal?
Hij heeft nochtans Karel gekend destijds. Hij was zijn assistent in Lilongwe. Hij kent Karel zijn leven, zijn werk, zijn strijd en hij heeft me bij toeval terug ontmoet in Zomba.

Ik geloof in “the little things that mean a lot”.
Op 19/01/2012 , de verjaardag van Karel, wil ik Richard geen gelijk geven.

 
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.