dagboek 6 filip 29 juni tot 16 juli 2013

•augustus 5, 2013 • 1 reactie

Dag 1: Zaterdag 29 juni 2013: Thuis komen

Mijn 6° reis, mijn 6° dagboek. Als ik terugblik op de voorbije jaren, dan heeft elk jaar telkens een bijzondere dimensie gehad. In 2008 was het de eerste keer hier en spijtig genoeg de enige keer dat mijnen Daddy zaliger er bij was. In 2009 de reis en het verblijf helemaal alleen ervaren, zonder Mieke en zonder mijnen Daddy. In 2010 heb ik het hier de eerste keer alleen met Mieke beleefd. 2011 was dan weer bijzonder omdat ik de reis voor het eerst niet alleen maakte, maar met Cedric en Bianca er bij. Vorig jaar was bijzonder omdat ik toen voor het eerst in oktober kwam. Ik heb hier de overgang van het droge naar het natte seizoen meegemaakt, wat trouwens ook de bijna warmste periode van het jaar is. Dit jaar is dan weer uitzonderlijk omdat mijn vriendin, Kaat, met me meereist. Een reis als koppel, is op zich steeds apart, maar deze reis is dat misschien net nog meer. Zij weet ondertussen dat Malawi een stuk van mezelf is, en ik wou echt dat ze dit deel van mezelf ook in realiteit leerde kennen. Ik ben haar dan ook dankbaar, dat ze zonder lang te hoeven nadenken, positief reageerde om samen met mij naar hier te komen. Uiteraard ben ik benieuwd naar hoe ze het zal ervaren. Ik ben benieuwd wat ze van het project zal vinden en ik ben benieuwd naar wat haar impressies zullen zijn wanneer zij met haar onbevangen blik naar deze andere wereld zal kijken. Over het verloop van onze reis valt er eigenlijk weinig te zeggen, want alles verloopt volledig volgens plan. We vliegen met Ethiopian Airlines van Brussel over Frankfurt naar Addis Abeba de hoofdstad van Ethiopië. Daar stappen we over en met een tussenstop in Lilongwe de hoofdstad van Malawi, landen we uiteindelijk in Blantyre onze eindbestemming. Daar staat Mieke ons op te wachten. In Blantyre gaan we naar het grote shoppingcentrum om de nodige inkopen te doen voor de komende drie weken en vandaar uit rijden we naar ons huis in Zomba. Ik had Kaat al gezegd dat de rit Blantyre-Zomba ongeveer 1,5 uur in beslag neemt en dat we over een spiksplinternieuwe weg naar huis zouden rijden. Ze waren immers vorig jaar al een tijdje bezig met deze weg opnieuw aan te leggen. Tja, uit vorige dagboeken weten jullie al dat niets is wat het lijkt en ook nu, was dat weer het geval. Meer dan een jaar na de aanvang van de werken, kan ik met moeite enige vooruitgang vast stellen. Erger nog, het lijkt zelfs of het nog erger is dan een jaar geleden. We zijn verplicht om een grote omweg te maken langs bochtige, smalle en hobbelige zandwegen. De rit zal uiteindelijk ook meer dan 2 uur duren. Wanneer de duisternis valt, zo rond een uur of zes, komen thuis aan in Zomba.

Dag 2: Zondag 30 juni 2013: Zondag Ku Chawe – dag + Sitima’s Sisters Match

Als naar goede gewoonte is zondag Ku Chawe-dag. Ku Chawe is het luxehotel boven op Zombaplateau, gelegen op meer dan 2000 meter hoogte en op zondag is er steeds een luxe-buffet. De tocht naar ginder is een 12 km lange col. Mijn gedachten dwalen af naar mijn eerste reis. Toen nog met onzen Daddy reden we ook naar boven. De rit liet toen nog meer dan nu een zware indruk op me na. Eén van de schrijnendste beelden vind ik het. Terwijl wij naar boven rijden, dalen mensen de berg af. Niet zomaar, nee, blootsvoets en hout op het hoofd dragend. Zelfs zonder hout op mijn hoofd zou ik de tocht blootsvoets onmogelijk aankunnen, bedenk ik. Op de bergflank wordt er aan houtkap gedaan, om dit hout dan beneden in de stad te verkopen of om het zelf te gebruiken om zich te wassen (water warmen), om eten te maken of zichzelf te verwarmen in deze voor hen koude winterperiode. Al haalt het kwik makkelijk 25°. Ik denk dat de kilo’s hout die men draagt rechtevenredig is met de leeftijd die men heeft. Jonge meisjes en jongens van een jaar of 10 met minstens 10 kg hout op het hoofd. De ouderen dragen zeker 20 tot 30 kg. Ongeveer halfweg de berg is er een bareel met een klein “taxhuisje”. Hier op dit punt moeten er belastingen betaald worden op de hoeveelheid hout die men gekapt/gesprokkeld heeft. Het erge is dat iedereen deze taxpost wil vermijden, waardoor iedereen een “shortcut” neemt langs de bergflank. Twee nefaste gevolgen van dit fenomeen; de jongens en meisjes en andere houtkappers riskeren hun leven langs de steile bergflank (zeker in het regenseizoen). Het tweede is het totale gebrek aan controle en informatie over de hoeveelheid hout die er verdwijnt. Het is heel duidelijk te zien ten opzichte van vijf jaar geleden, dat er hele bergflanken bos nu verdwenen zijn. De houtkappers denken natuurlijk niet aan de bodemerosie en de andere negatieve gevolgen van hun houtkap. Nee, daar hebben zij geen boodschap aan. Veilig beneden komen en elke dag weer overleven is het enige wat voor hen telt.

Boven geniet ik met Kaat en Mieke van het uitgebreide buffet en daarna gaan we nog naar de Sitima Sisters kijken. Meer dan de helft speelt op blote voeten, dus mijn voetbalschoenenactie komt meer dan op tijd. De Sisters winnen met 4 – 1. Ik laat Kaat ook de school zien die nu dicht is, maar morgen komen we terug en lopen er hier 200 krawietelkes rond. Ik kijk er naar uit om hen terug te zien …

Dag 3: Maandag 1 juli 2013: Meeting time in Sitima

Vandaag de eerste echte schooldag in Sitima. We komen aan rond 8u30. We zijn met de wagen, omdat we eerst in het centrum van Zomba 2 vrijwilligers van het Youth Center in Thondwe oppikken. Thondwe is een community die op een klein half uur rijden van Zomba. Deze vrijwilligers komen naar Sitima om te overleggen over de organisatie van een sportdag. Ik weet niet of het bewust is of niet, maar wanneer we aankomen, staan haast alle kinderen en leerkrachten ons buiten aan de schoolpoort op te wachten. Ik schat dat er toch meer dan 100 kinderen staan. De meerderheid roept uit volle borst Mieke! Mieke! en een minderheid roept Filipi! Filipi! Het blijft een raar zicht en een raar gevoel. Het weerzien – hoe kan het ook anders – is warm en hartelijk. Ik zeg iedereen goeiedag en stel ook Kaat – voor het gemak – voor als “my wife”. Want als ik iedereen het principe van een lief moet uitleggen, zijn we weer een dag of 2 verder denk ik. Ze zijn uitbundig blij als ze Kaat zien. Voor hen is het super belangrijk dat je niet alleen bent. Een man hoort een vrouw te hebben, zo moet het gewoon. Ze gaan echt vol uit hun dak als ik zeg dat zij mijn “Mkazi Wanga” is. Wat zoveel betekent als mijn liefste schat. Ze zijn blij voor Filipi. Om 9u stipt begint zoals afgesproken de meeting met ons Youth Center (YC) en dat van Thondwe. Op zich is het zeer uitzonderlijk dat iedereen op tijd is. Mieke begint dan ook met iedereen te bedanken voor het op tijd aanwezig zijn. Iedereen dat zijn naadt Mieke, Kaat en ik, de 4 vrijwilligers van ons YC, de 2 mensen van Thondwe, Julie en Charlotte (2 dochters van mijn nicht die hier vroeger ook al eens waren) en 2 vrienden van hen, namelijk Niels en Yentl (die hier ook al eens was). Deze laatste 4 zullen zich de komende maand vooral focussen op de werking van ons YC en onze vrijwilligers begeleiden. We vergaderen een dik anderhalf uur en het moet één van de vruchtbaarste meetings geweest zijn, die ik hier ooit in Malawi heb gehad.

Er worden 2 sportdagen vastgelegd; 1 voor outdoor games (voetbal en netbal) en 1 voor indoor games (pool, darts, schaken, tafelvoetbal en bao, een Malawees bordspel). Alles wordt besproken. de starturen, de leeftijdscategorieën, een meisjescompetitie, een jongenscompetitie en de prijzen die er zullen uitgedeeld worden. Voor de prijzen wordt er vooral naar Filipi gekeken. In Zomba hebben we nog truitjes en broekjes liggen en ik heb ook zeer mooie voetballen en volleyballen mee. Ik zeg dat de winnende community een volleybal en een voetbal krijgt en de verliezende ook, maar dat zullen we pas na de sportdag zeggen om de competitie niet te fnuiken. Winnen of verliezen, maakt voor mij niet uit. De jeugd hier even laten ontsnappen uit hun harde dagdagelijkse realiteit, daar is het ons om te doen. Ze moeten fun kunnen maken, en natuurlijk ook als ik weg ben, dus die ballen zullen nog goed van pas komen…

 

 

Dag 4: Dinsdag 2 juli 2013: Een klassieke dag in Sitima.

Vandaag was eigenlijk een zeer klassieke dag. We zijn opnieuw naar Sitima gegaan, maar vandaag met de fiets. Daar heb ik een aantal zaken besproken met de leerkrachten. Kaat heeft er mee geholpen in de keuken. Maar bovenal heb ik me geamuseerd met de kinderen van onze school. Gisteren al, riepen ze me meerdere keren achterna met flarden van mijn nazing- en nadoeliedje. Zoals jullie in vorige dagboeken hebben kunnen lezen, doe ik regelmatig wat zot met hen en lanceer ik dikwijls dat bewuste liedje. Op een kleine tekstvariatie na is dit eigenlijk al 5 jaar hetzelfde liedje, dus de oudsten van de school herinneren zich perfect een aantal strofes. Wanneer ik het nu lanceer staan er toch een dikke 100-tal mee te doen. Echt zalig, wanneer ze uit volle borst schreeuwen wanneer ik het eerst uitbrul en nog zaliger als ze met zijn 100 fluisteren, wanneer ook ik bepaalde delen eerst met gedempte stem heb voorgezegd. ’s Middags eet ik mee op het project (Nsima met visjes). De visjes waarvan sprake zijn mini-visjes van ongeveer 3 à 4 cm lang waar de kop en de staart nog aanhangt. Eigenlijk zijn die visjes echt niet te eten, omdat ze veel maar dan ook veel te zout zijn. Ik had er dan ook maar 2 gevraagd en tot mijn spijt, stel ik vast dat er 3 op mijn bord liggen. Ik slaag er in om er ééntje naar binnen te krijgen, maar moet passen voor die andere 2. Na het eten vertrekken we huiswaarts. Nu we met de fiets zijn, kijk ik er al stevig naar uit om een pint te gaan drinken in de “2 missed calls bar” mijn stamcafeetje, met de zalige bazin Margareth. Tot onze grote ontgoocheling moeten we echter vaststellen dat de bar gesloten is. We kiezen dan maar een ander cafeetje een beetje verder op de weg (voor de kenners: De Mulunguzi-bar beneden aan de berg. Daar drink ik een heerlijke Kuche Kuche. De Kuche Kuche is het Malawese bier van 3,7°. Tot vorig jaar was deze enkel in halve liter te krijgen. Maar dit jaar niet meer, vanaf nu enkel nog in flessen van 63 cl ! Al lachen, denk ik bij mezelf, “allez, de zaken gaan er hier dan toch nog op vooruit” ;-) Na de Kuche Kuche volgt de beklimming van “De Muur van Zomba”. Zij die hier al geweest zijn, weten waarover ik het heb. Het is de klim naar Miekes huis. 1,2 km lang en op de meeste plaatsen zo steil als de muur van Geraardsbergen. Ook al heb ik nog nooit zo veel gewogen als de dag van mijn vertrek. Toch slaag ik er in om op karakter en colère tot boven te fietsen zonder voet aan de grond te zetten. Een overwinning op mezelf en een eerbetoon aan mijnen Daddy wiens hart het begaf op deze berg…

’s Avonds hebben we mijn 5 schatten van zusjes uitgenodigd want Kaat maakt spaghetti Bolognese met kip vandaag. Samen met de mama komen ze toe. Ook in vorige dagboeken heb ik er al over geschreven. Het zijn echte schatjes. Ze hebben bijna niks in dit leven, maar ze zijn altijd opgewekt, ze zijn super dankbaar en lief. Kaat en ik zijn reeds naar hun “huis” geweest en hebben weer kunnen zien hoe zij in armtierige omstandigheden moeten opgroeien. We zijn beide super blij, wanneer we zien dat het hen smaakt en dat we voor hen op deze manier iets kunnen doen. Volgende maandag zal Filipi naar goede gewoonte spek met eieren voor hen maken. Ik kijk er nu al naar uit.

Usiku wa bwino! Slaapwel!

Dag 5: woensdag 3 juli 2013: Shopping in Zomba: de markt en het geld

Vandaag inkopen gedaan in Zomba-centrum. Zomba was vroeger de hoofdstad van Malawi. Zomba strekt zich uit over meerdere kilometers en kent verschillende districten met ronkende namen zoals Mulunguzi, Chinamwali en Matawale, maar wanneer je het centrum bekijkt is het op zich eigenlijk vrij eigenaardig dat dit ooit de hoofdstad was. Het centrum bestaat uit 2 geasfalteerde hoofdstraten. 1 hoofdstraat heeft een 4 à 5-tal geasfalteerde zijstraatjes, zij vormen het kloppend hart van Zomba. Achter deze straatjes ligt – op onverharde wegen – het voetbalveld op de community ground met het “Zomba Stadium”. Op de hoofdstraat en op de zijstraatjes vind je allerlei soorten shopjes en winkeltjes: loodgieterijshopje, de overdekte marktkraampjes, fietsenmaker, bakkerij, klein supermarktje, een soort apotheekje, … Op zich is dit centrum – qua grootte althans – te vergelijken met een uit de kluiten gewassen dorpskern bij ons. Waar de 2 hoofdstraten elkaar kruisen staat het enige verkeerslicht van Zomba. Vandaag ga ik met de vrouwen gaan shoppen. We hebben materiaal nodig om onze fietsen te laten herstellen, we willen desinfectie-vloeistof kopen, wat groentjes en brood. Daarna willen we ook naar de bank gaan, maar de banken liggen op de andere hoofdstraat. Wanneer we langs de overdekte marktkraampjes lopen, wijst Kaat naar boven. Ik kijk op en de rillingen lopen over heel mijn lijf. Boven op de zoldering spant zich een gigantisch web uit van een nog meer gigantische spin. Het web is in diameter zeker anderhalve meter breed. Onder het web zijn nog een aantal extra “webverdiepingen” geconstrueerd, zodat vallende beestjes ook in een tweede of zelfs derde instantie gevangen kunnen worden. Pal in het midden zit een monster van een spin, groter dan een handpalm, met zwarte, rode en gele tinten. Het blijkt de Golden Orb Silk Weaver te zijn. Mieke kent deze soort en zegt er doodleuk bij dat er aan ons huis hier in Zomba er ook ergens één moet hangen. “Vroeger hing ze aan de veranda achteraan, maar sinds kort is ze verhuisd en ik ken haar nieuwe locatie nog niet. Ik die in vroegere tijden arachnofobie heb moeten overwinnen, krijg rillingen over heel mijn lichaam. Op deze momenten wordt duidelijk dat de fobie nog niet helemaal uit mijn lichaam en geest verdwenen is.

Tijdens het winkelen worden we aangesproken door een Indiër. Hij spreekt Mieke aan en vraagt of de Azungu (=de witte) geen geld moeten wisselen, want dat hij dat kan regelen. Dat treft, geld wisselen stond vandaag ook op de agenda en de banken liggen op de andere hoofdstraat, dus als we dat hier kunnen doen, dan is dat mooi meegenomen. We lazen in de krant dat de banken vandaag tussen de 424 en 428 geven Kwacha geven voor 1 euro (exact het dubbele van 5 jaar geleden toen ik hier de eerste keer was, de inflatie is enorm) en we zeggen dus tegen de Indiër dat hij beter moet doen. I can give you 430 is zijn antwoord. Zonder verder te onderhandelen, gaan we akkoord. We gaan mee in één van de shopjes die gerund wordt door de Indiërs. Daar zit een imposante figuur, die de dikkere en jongere broer lijkt van Osama Bin Laden. Met de typische Djellaba (=Arabische kleed) aan en een joekel van een baard waar de vroegere Osama jaloers zou zijn op geweest. This is my brother zegt hij over de man die ons op straat aansprak. Volgens mij zijn het allemaal “brothers” als ze samen business kunnen doen, want de gelijkenis is er niet echt, maar goed. So you want to change 1000 euros? Yes we do. Not 2000, 3000, 4000 or 5000? No sir, 1000 is enough. Ok, the money will be here in half an hour. We zeggen dat we nu iets zullen gaan eten want het is al over half één en dat we dan binnen een uurtje terug zullen zijn. En zo geschiedde. Een uur later zijn we terug en tellen we de 430.000 kwacha op de toonbank van de Indiërs. Het blijken er 429.000 te zijn. Oeps, sorry, en die ene duizend kwacha wordt er met de glimlach bij gelegd.

Het blijft toch een andere wereld. Goed dat ik nu ook de zwarte markt in Zomba ken. Het klinkt wat raar hier, als ik het zo schrijf. We zetten samen met de Indiërs de Malawezen buitenspel en spreken toch over de zwarte markt… ;-) Soit, wat het ook zij, het was een leuke en leerrijke dag. Morgen vertrek ik met mijn Kaat op mini-vakantie. Daar kijk ik al van voor mijn vertrek enorm naar uit. Een beetje romantiek moet kunnen hé ;-)…

Dag 6, 7, 8 en 9: Van donderdag 4 tot zondag 7 juli: Onze mini-vakantie in de vakantie

Kaat en ik nemen hier een mini-vakantie in de vakantie, zoals ik het ook deed in 2011 met Cé en Binaca. We gaan 2 nachten slapen aan het meer en ik boek net als toen het 24-uren arrangement in Liwonde National Park zodat we op safari kunnen gaan. Er zijn op beide plaatsen 2 grote verschillen met 2011. Het ene verschil gebeurde gedwongen, het ander per vergissing. Het eerste verschil is dat we aan het meer verblijven in Sun ’n Sand-hotel in plaats van het gebruikelijke Nkopola Lodge. Ik ben altijd al naar Nkopola geweest, om dat het enerzijds de lodge is waar ik met onzen Daddy indertijd reeds verbleef en er zalige filosofische gesprekken met hem had en anderzijds ook omdat het vlakbij Chipoka ligt waar mijn kleine Esthertje woont. We moesten uitwijken naar Sun ’n Sand omdat Nkopola reeds volgeboekt was. Op zich was dit niet zo erg. Ter compensatie van mijn ontgoocheling niet in Nkopola te kunnen verblijven, boek ik een VIP-huisje, “frontside on the beach”. En inderdaad we krijgen een prachtig huisje aan de rand van het grote meer toegewezen. Omdat ik Esther wil zien, stappen Kaat en ik een 7 à 8 kilometer langs verscheidene vissersdorpjes van Sun ’n Sand naar Chipoka. Het is prachtig weer en we genieten van onze wandeling. We wandelen door dorpjes waar misschien nog nooit een blanke is geweest. De verwondering staat af te lezen op de gezichten van zowel jong als oud, wanneer we er zo met ons tweetjes wandelen. We genieten van de zon en van de authenticiteit van wat we zien.

Het weerzien met Esther is een blij gebeuren. Ik koop nu bijna traditiegewijs een heel winkeltje met bananen leeg. Ongeveer 80 bananen voor 800 kwacha. Ik geef 1000 kwacha en zeg tegen de vrouw dat ze het wisselgeld mag houden, haar vreugde kan niet op. De bananen worden door Esther aan de kinderen en enkele volwassenen van het dorp uitgedeeld. Daarna geven we haar heel wat kleedjes, een frisbee en 2 paar schoenen. Ze is er ongelooflijk blij mee. Omdat ik niet lang kan blijven, omdat het donker dreigt te worden, lanceer ik – ook traditiegewijs – nog snel mijn nazingliedje om dan afscheid te nemen. Bij het afscheid wel één valse noot. Ondanks ik al zoveel gegeven heb, vraagt de moeder van Esther mij nog geld. 1500 kwacha, om het transport van Esther van de school naar huis te vergoeden. Op zich een zeer ongeloofwaardig verhaal. Ik geef normaal gezien nooit zo maar geld, maar de vraag overdondert me een beetje waardoor ik haar 1000 kwacha toestop. Zoals ik vorig jaar al eens beschreef, elke Malawees ziet in elke blanke een wandelende opportuniteit en ook nu was dit dus niet anders. Achteraf heb ik er spijt van dat ik geld heb gegeven, maar goed het zij zo. Kaat en ik drinken na onze goede daden, nog een stevige cocktail in de prachtige bar van Nkopola Lodge om daarna met de taxi weer te keren naar Sun ’n Sand. De volgende dag genieten we van de zon, het eten, het zwembad en elkaar.

Op zaterdagmorgen vertrekken we dan per taxi richting Liwonde National Park. Hier gebeurde bij het boeken een kleine vergissing. Ik wilde absoluut hetzelfde doen als 2 jaar geleden, omdat ik dat heel romantisch vond. De hutjes waarin we toen sliepen waren echt mooi en tof, de ondergaande zon boven de Shire-rivier was prachtig, dit wilde ik echt ook met Kaat eens beleven. Bij aankomst geef ik aan dat ik de lodge heb geboekt. Tot mijn verbazing worden we weggeleid van de plaats waar ik 2 jaar geleden had geslapen. Ik was wat ontgoocheld, maar de ontgoocheling duurde niet lang, want wat bleek; 2 jaar geleden verbleef ik in het camp en nu dus de lodge. De lodge is soortgelijk, alleen zijn de hutten er nog mooier, groter en luxueuzer. En daarenboven heeft de lodge nog dat extra tikkeltje romantiek want de lodgehut ligt volledig in het groen met een eigen terrasje vlak aan een de Shire-rivier. In zijn soort moet dit de meest luxueuze en romantische hut zijn die je op deze aardbol kunt vinden, echt waar, niet normaal. Kaat en ik beleven er een fantastische 24-uren. We zien ontelbare dieren, tijdens onze boot-, wandel- en jeepsafari: leguanen, krokodillen, nijlpaarden, olifanten, meer dan 40 verschillende soorten vogels, enkele kleine katachtigen, apen, impala’s, okapi’s, noem maar op. Op het einde hebben we wat spijt dat we dit idyllische, luxueuze oord al zo snel moeten verlaten, maar het zij zo. We hebben er alleszins, kort en krachtig, enorm van genoten.

Dag 10: Maandag 8 juli: Feestdag in Malawi, dozen leeg maken en een pintje bij Margareth en de zusjes

Tijdens onze mini-vakantie is in Zomba het eerste deel van mijn zending met materiaal aangekomen. 11 dozen van de 17 dozen die ik verstuurde zijn aangekomen. In totaal gaat het over 238 kg materiaal. De zending bestaat hoofdzakelijk uit schoenen. Enerzijds voetbalschoenen die ik via mijn match voor Malawi en andere kanalen heb ingezameld en anderzijds loopschoenen die ik gekregen heb (via Eddy Mostinckx) van ACP. Daarnaast heb ik ook heel wat materiaal mee van de Vlaamse Atletiekliga, WRC-sport, de damesploeg van VK Ninove en ook van de joggingclub uit Oetingen. Ik kan onmogelijk iedereen opsommen die mij kledij of materiaal heeft bezorgd, want jullie zijn echt met velen, maar ik wil hier wel nog de basisschool Horizon uit Ternat en meester Wim een speciale vermelding geven. Zij hebben mij namelijk via een speciale actie een 60-tal voetbaloutfits en 60 paar voetbalschoenen voor kinderen meegegeven. En ook mijn neef Bart en zijn vrouw Kathleen wil ik expliciet vermelden omdat zij gezorgd hebben voor 500 kindertandenborstels en tandheelkundig materiaal om aan Zomba Central Hospital te schenken. Sowieso aan iedereen die zijn of haar steentje heeft bijgedragen, nen ongelooflijke dikke merci, of in naam van hen die er hier super blij mee zijn, en het oh zo nodig hebben, ZIKOMO KWAMBIRI ALIYENSE (allemaal enorm bedankt)!!!

Kaat, Mieke en ik maken de dozen leeg en sorteren alles op maat en grootte. Kaat focust zich op alle schoenen die ik mee heb. Met een structuur, een geduld en een zorgvuldigheid die mezelf vreemd is, ordent en inventariseert zij netjes alle loop- en voetbalschoenen. Ik plaag haar door te zeggen dat ze dankzij mij nu eindelijk een schoenenwinkel kan beginnen. Als ik mijn zus mag geloven, is een schoenenwinkel één van de beste plaatsen waar een vrouw kan vertoeven J. Mieke en ikzelf maken de prijzen (broekjes, T-shirtjes) klaar voor de Youth Center-competitie, aanstaande zondag in Thondwe. Na uren van sorteerwerk, hebben we wel een pintje verdiend en daarom gaan we naar de 2 missed calls-bar, mijn stamcafeetje hier. De voorbije 2 keer dat ik er ene wou gaan pakken, stonden we voor een gesloten deur, maar op deze vrije dag voor iedereen is de kans zeer groot dat Margareth open is. En ja hoor, de bar is open. Bij aankomst krijg ik een stevige knuffel en ook Kaat wordt, als mijn Mkazi Wanga, hartelijk begroet. Dit is zo één van die momenten dat ik het hier enorm spijtig vind dat ik geen Chichewa spreek of begrijp. Het is duidelijk dat we (Margareth en ik) elkaar veel willen zeggen, maar verder dan wat gebaren en gelach komen we niet. Met Mieke en Kaat geniet ik van een paar Kuche Kuche’s op de bank op het terras van het cafeetje, maar echt lang blijven, kunnen we niet, want we hebben afgesproken met de zusjes en de papa en de mama, want Filipi’s spek met eieren staan op het programma. Ik heb ook de 4 studenten (Julie, Charlotte, Niels en Yentl) uitgenodigd, zodat we er allemaal samen (we zijn met 14) een groot feestmaal kunnen van maken. Het blijkt dan ook nog eens Charlotte haar verjaardag te zijn vandaag, dus zeker reden genoeg voor een feestje.

Wanneer we thuis aankomen, staan de zusjes en de ouders reeds voor de poort. Ze kijken er dus net als ik even hard naar uit. Filipi schiet zich onmiddellijk achter het fornuis en de zusjes helpen Kaat en Mieke bij het zetten en dekken van de tafels. Wanneer een kwartiertje later de eerste pannen klaar zijn, smult iedereen naar hartelust en misschien is het wel uit elementaire beleefdheid, maar ze zeggen allemaal dat het smaakt en lekker is. Uiteindelijk bak ik 46 eieren dus echt slecht zal het wel niet geweest zijn ;-). Na het eten vraag ik aan de zusjes of er ook een chichewa-versie bestaat van “happy birthday to you” en of ze dat zouden willen zingen voor Charlotte. Mieke zegt dat deze familie elke avond samen liedjes zingt. In een wereld zonder internet, (spel)computers, gezelschapsspelen of ander vertier, wordt er nog samen gezongen. De meisjes, mama en papa zingen verjaardagsliedjes en blijven daarna maar door zingen. Er wordt zeker meer dan een half uur gezongen. Ze zingen éénstemmig en soms meerstemmig. Buiten de verjaardagsliedjes gaan alle liedjes over geloven en over God. Ze zingen echt prachtig. Het doet me denken aan de tijd dat mijnen Daddy hier nog was. Ook toen hebben we zo’n avond gehad. Ik doe mijn best om mijn tranen te bedwingen en dat lukt ook. Maar hun prachtige stemmetjes en mooie, blije gezichtjes, raken me in mijn diepste binnenste. Ook zij, die zo weinig hebben, maar zoveel vreugde, blijdschap en dankbaarheid uitstralen, zullen altijd op mij kunnen blijven rekenen. Na het eten en na het afscheid, kruipen we moe maar voldaan in ons bedje, na alweer een mooie dag. Usiku wa bwino. Good night.

Dag 11: Dinsdag 9 juli: Cadeautjes uitdelen aan de wakers en de fietsen

Nu we gisteren alles hebben gesorteerd, heb ik een beter zicht op wie ik waarmee gelukkig kan maken. Vandaag zijn de wakers aan de beurt. We hebben hier in Zomba een 4-tal wakers (Alic, Lloyd, Umali en Dave) die in een beurtrol, dag en nacht de poort bewaken. Ondanks zij niet rechtstreeks bij ons project in Sitima zijn betrokken, zijn ze toch ook zeer belangrijk, want zij zorgen voor de bescherming van Mieke die hier woont. De wakers zelf komen uit de dorpen en hebben het in deze arme wereld ook hard te verduren. Omdat zij seizoen in, seizoen uit, dag en nacht moeten waken, geef ik hen een regenjas en regenbroek die ik van de Vlaamse Atletiekliga heb meegekregen en ook een paar sportschoenen. De jassen en broeken zijn zeer mooi, nieuw en van topkwaliteit. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de mannen er – samen met hun schoenen – super fier en blij mee zijn. Naast deze cadeautjes hebben we nog een mooie verrassing voor hen. Eergisteren was één van de wakers, Dave, niet komen opdagen omdat hij problemen had met de fiets. Nu is het zo dat fietsproblemen dagelijkse kost zijn en zij weten dat een probleem met de fiets geen geldig excuus is om niet te komen werken. Als ze niet komen werken, verliezen ze sowieso hun dag/nachtgeld en als ze op een maand 2 keer niet (of te laat) komen, krijgen ze een boete. Nu hadden ze eergisteren hun beklag gemaakt dat wanneer hun fiets echt niet meer rijdt (wat nu blijkbaar bij Dave het geval was) dat ze daar toch weinig konden aan doen en dat het voor hen dan echt moeilijk en zelfs bijna onmogelijk was om op tijd te komen. Mieke en ik beseffen maar al te goed dat de fietsen hier op de zandwegen hard te lijden hebben en dat ze inderdaad hun fiets nodig hebben om te komen werken, daarom hebben we nu beslist dat ze hun fiets 2 maal per jaar op onderhoud mogen doen, voor volledige herstelling op onze kosten. Zie het als een soort werkgeversvergoeding in hun onkosten voor het transport van en naar het werk. Dus vandaag neem ik hen en hun fietsen mee naar de fietsenmaker. Dave, wiens fiets dus niet meer reed, neem ik mee op de brommer. We gaan eerst naar Sitima waar hij woont om zijn fiets op te halen. Dave maakt zich sterk dat het geen enkel probleem is om met 2 op de motor te zitten en daarbij ook nog eens zijn fiets mee te nemen, ik ben benieuwd. In Sitima aangekomen bindt Dave zijn fiets met een elastiek achter mij op het zadel van de brommer. De 2 wielen van de fiets hangen links en rechts over de brommer en Dave zet zich achter mij op het frame van zijn fiets op het zadel van de brommer. Hopla en weg zijn we. Het moet een grappig zicht geweest zijn, maar goed. Wanneer we bij de fietsenmaker zijn aangekomen, zijn ook de andere wakers er al met hun fiets. De fietsenmaker is gewoon iemand die zich naast de weg onder een boom heeft geïnstalleerd. Hij beschikt enkel over een paar tangen en sleutels en wat olie en een paar vijsjes. Per fiets wordt er een inventaris gemaakt van wat er allemaal hersteld moet worden en van wat er in het centrum moet worden aangekocht om deze herstelling uit te voeren. Daarna onderhandel ik nog met de fietsenmaker over zijn loon, om deze waslijst aan herstellingen uit te voeren. Ik krijg zijn dagprijs van 7500 kwacha naar 5000 kwacha en neem hem mee om al het materiaal in het centrum aan te kopen. Wanneer we terug aan zijn “shop” zijn aanbeland, is het alweer laat in de namiddag. Onze nachtwakers zijn in heel die tijd niet naar huis gegaan, maar zijn gewoon blijven wachten aan de rand van de weg bij de fietsenmaker. Zonder dat moeder de vrouw van iets weet, zullen zij vandaag dus niet huiswaarts keren. Het zegt iets over de positie van de man in deze wereld. Een vrouw zou zoiets niet in haar hoofd moeten halen. Soit, onze mannen zijn content en de tijdige bewaking is (hopelijk) weer voor een tijdje gegarandeerd.

Tiona na mawa. Tot morgen.

Dag 12: Woensdag 10 juli: Cadeautjes aan de Sitima Sisters

Vandaag nemen we Kaatjes schoenenwinkel mee naar Sitima. Ik heb aan Sam gevraagd dat hij alle Sitima Sisters (zowel de eerste als de tweede ploeg) moet verwittigen om na schooltijd naar onze school te komen. Naast de schoenen, neem ik ook heel wat voetbaluitrustingen mee voor de kleinste meisjes. Om het wat georganiseerd te laten verlopen, hebben we in de grote refter van Sitima aan de ene kant van elke schoenmaat een paar klaar gezet. De meisjes moeten eerst naar daar om schoenen te passen en te kijken welke maat voor hen geschikt is. Daarna krijgen ze een papiertje met hun maat op en dit moeten ze dan aan de andere kant van de refter bij de studenten gaan omwisselen. Uiteindelijk heb ik genoeg schoenen voor alle meisjes en ook voor de 2 trainers. De eerste ploeg begint met de schoenen en de kleinsten krijgen op dat moment hun voetbaloutfits. Ik kan de glimlach en de pret in hun oogjes onmogelijk beschrijven, wanneer ze één voor één een truitje van Barcelona, Real Madrid, Bodegem, Kappelle, Oetingen of Man United om hun schouders krijgen. Echt waar. Deze jongste meisjes staan nu al een tijdje in de schaduw van de eerste ploeg die het zo goed doet. Dankzij de inspanningen van jullie allemaal, heb ik hen vandaag het gevoel kunnen geven dat ze er echt bij horen. De meesten onder hen hebben totnogtoe in hun leven nog nooit een echt voetbaltruitje of laat staan een paar voetbalschoenen aan gehad. Voor de keepers is er nog een extra verrassing. Ik heb spiksplinternieuwe keeperhandschoenen van Select meegekregen van Nancy van WRC Sport. Wanneer ik zowel de grote als de kleine keeper een paar handschoenen aantrek kan hun verwondering en blijdschap niet op.

Na het uitdelen van de cadeautjes heb ik nog een meeting met de eerste ploeg van de Sitima Sisters. Omdat zij het zo goed doen, hebben zij in het voorbije jaar, bij deelnames aan lokale bekercompetities, enkele geldprijzen gewonnen. Er is in het voorbije jaar een paar keer discussie ontstaan over de bestemming van dit geld. Ook werden er een paar van onze meisjes benaderd om voor andere ploegen te gaan spelen. Over beide onderwerpen wil ik het met hen hebben. Eerst het geld. Uiteraard vinden zij dat het geld hen toekomt, want zij hebben er voor gespeeld. Ik leg hen uit dat dit totaal onmogelijk is. Enerzijds kunnen ze dit geld enkel verdienen als ploeg omdat YOCE voor hen trainers betaalt, ballen voorziet, hun transport betaalt enz. Trouwens we kunnen deze kosten enkel en alleen dragen omdat we, als YOCE, voor de meisjes specifiek worden bijgestaan door ZONTA CLUB WAASLAND. Zonder ZONTA zouden de meisjes enkel af en toe een lokale vriendenmatch kunnen spelen en niet meer de verre verplaatsingen, naar bijvoorbeeld Blantyre, kunnen maken. Ik leg de meisjes ook uit dat ze er ook rekening mee moeten houden dat ik (en de sponsoring) er niet voor altijd zullen zijn en dat ook zij moeten leren om geld opzij te zetten. Met dat geld kunnen ze dan ook eens ballen of materiaal kopen of het gebruiken voor als er zich iemand kwetst en naar de dokter moet. Ik leg hen ook nog eens uit waarom mijnen Daddy de ploeg 6 jaar geleden heeft opgericht. Niet voor het geld, maar om hen de mogelijkheid te bieden te ontspannen, om hen de mogelijkheid te bieden even uit hun harde realiteit van werken te kunnen ontsnappen en om hen de mogelijkheid te bieden om in groep plezier te kunnen maken. Uiteindelijk spreken we af dat 60% van het geld gebruikt wordt voor de ploeg en 40% onder hen zal verdeeld worden.

Dan de transferperikelen. Mieke heeft het voorbije jaar het been echt moeten stijf houden om te zeggen dat transfers verboden zijn. Ik leg de meisjes uit waarom. Ik zeg dat het hier in Malawi veel meer is dan enkel een transfer. Hier neigt het naar mensenhandel. Ik weet dat ze de meisjes van alles beloven. Zij krijgen geld, de ouders krijgen geld en hun school wordt betaald, enz. Er wordt van alles beloofd. Ik zeg dat het waar kan zijn dat ze dit allemaal krijgen, maar dat dit niet het volledige verhaal is. “There is a story behind this story”. In ruil voor dit alles moeten ze dan bij een trainer of een sponsor van die andere ploeg gaan wonen en worden ze daar in het huis ingezet als huisslaafje en worden ze verplicht om de was en de plas te doen en worden ze verplicht om met deze mannen naar bed te gaan. Ik zeg hen heel duidelijk dat ik dit nooit of te nooit zal toestaan. Ik zeg dat als het ooit gebeurt dat er één van de Sitima Sisters in deze situatie belandt omdat ze in Sitima voetbalt, dat dit met onmiddellijke ingang ook het einde van de Sitima Sisters betekent. Het is voor hen niet altijd makkelijk te begrijpen, want zij zien enkel de mooie kant van het verhaal. Daarenboven worden ze door de ouders nog vaak gepusht om zo’n transfer na te jagen. Want de ouders zien er alleen maar voordelen in. Zij krijgen geld en moeten thuis voor één iemand minder eten voorzien. Het is een harde realiteit, maar zo is het. Ik weet het niet zeker, maar ik hoop en ik denk dat door de vurigheid van mijn betoog, de boodschap toch duidelijk is aangekomen en begrepen.

Dag 13: Donderdag 11 juli: De laatste schooldag: uitdelen rapportjes

Had je me 5 jaar geleden gevraagd of de kleuters van Sitima een rapport zouden krijgen op het einde van het schooljaar, dan had ik waarschijnlijk gezegd, dat je veel kan verwachten, maar dat je niet moet overdrijven, en toch… Nu reeds voor de derde keer op rij worden er in Sitima rapportjes uitgedeeld. En pas op, dit is niet zo maar een formaliteit. Elk kind wordt individueel getest om te bekijken of het klaar is om over te gaan naar het volgende klasje of voor de grootsten van onze school of ze klaar zijn om over te gaan naar de primary school. De kleuters worden beoordeeld op een 6-tal “vakken”: Mathematics, English, Puzzle, Creativity, Drawing en Coloring. Naast de harde cijfers wordt er door de leerkracht ook op elk rapport een korte commentaar geschreven over de leerling in kwestie. Deze overhandiging van de rapportjes is een officiële gebeurtenis, waar op alle ouders worden uitgenodigd. Ik schat dat er ongeveer 150 mama’s aanwezig zijn en een 10-tal papa’s. Ik zit als eregast naast de directeur en moet net als hem een speechke afsteken. Ik zeg dat ik nu na 6 keer Sitima te bezoeken, heel duidelijk heb kunnen zien hoe de school het elk jaar beter en beter doet. Ik bedank iedereen die mee heeft geholpen om de droom van mijn vader te realiseren. In het bijzonder de directeur, de leerkrachten, de koks, de kuisploeg en madam Mieke. Tot slot bedank ik ook alle ouders om hun kinderen naar school te sturen. De school is een belangrijk element voor de kinderen in hun mentale en fysieke ontwikkeling. Ik dank hen omdat zij dus ook het belang van de school inzien. Na de speeches tonen de kinderen wat ze het voorbije jaar geleerd hebben. Sommigen zeggen het alfabet op, anderen leggen een hindernissenparcours af. Nog anderen doen dansjes of tonen aan dat ze hebben leren tellen. Daarna worden de kindjes klas per klas afgeroepen en eerst diegene met het beste rapport en zo verder. Het is mooi om te zien hoe fier de mama’s zijn wanneer hun zoon of dochter wordt afgeroepen. Sommige kinderen krijgen zelfs een cadeautje van de ouders; een pakje chips, 10 of 20 kwacha om een lolly of chips te kopen of sommigen krijgen een flesje frisdrank. Ik had nooit gedacht dat ze dit hier deden, dat er in deze arme wereld plaats was voor cadeautjes, maar des te beter natuurlijk en zeer mooi om te zien. Wanneer ik naar huis rijd ben ik bijzonder fier op wat we in Sitima gerealiseerd hebben. Mijnen Daddy zou die rapportjes en de hele ceremonie enorm gewaardeerd hebben, daar ben ik zeker van. Morgen is het de schoolreis voor de kinderen van het laatste klasje. Ook dat beloofd een enorm avontuur te worden. Ik kijk er samen met hen al naar uit. Tot morgen.

Dag 14: Vrijdag 12 juli: De schoolreis voor het grote klasje: een dag vol verwondering in Blantyre

We gaan vandaag met de oudste leerlingen van onze school (52 kinderen), de 11 leerkrachten en met de studenten naar Blantyre op schoolreis. Blantyre is de 2° grootste stad van Malawi en ligt op een 80 km van Zomba. 4 volle minibusjes brengen ons erheen. Voor de kinderen is het dus een hele reis. Wanneer ik aan één van onze leerkrachten vraag of deze kinderen eigenlijk ooit al eens in Zomba, dat op 13 km van Sitima ligt, geweest zijn, is haar antwoord veel betekenend: “Probably some of them, yes, when they had to go to the Hospital” De meerderheid van de kinderen is dus nog nooit uit de dorpen van de
zandvlakte geweest en voor hen is het busje op zich en rijden op een asfaltbaan al een avontuur. Dit is heel duidelijk wanneer wij in de stad worden opgepikt en in de minibusjes stappen. De sfeer is uitgelaten, de kinderen roepen en zingen vanwege de opwinding die hen te beurt valt. Ze kijken hun kleine oogjes uit op alles wat ze zien, echt alles wat ze zien roept die mooie kinderlijke verwondering op: grote bussen, het verkeerslicht, de kerk, de gebouwen, uiteraard ook de grote wegenwerkmachines die we meermaals kruisen op onze weg richting Blantyre. Hun oprechte blijdschap en verwondering geven me echt een super goed gevoel. Eenmaal in Blantyre aangekomen volgt de volgende verrassing voor de kleine krawietels. Ze mogen anderhalf uur spelen in een mooie overdekte speeltuin. Het is een super toffe speeltuin met 2 ballenbaden, loopbruggen, glijbanen, klimrekken, schommels, noem maar op. In het begin benaderen onze kleine jongens en meisjes alles zeer voorzichtig omdat ze dit opnieuw nog nooit hebben gezien. Sommigen durven er zelfs eerst niet goed binnen te gaan. Maar vrij snel genieten ze met volle teugen en volle energie van de speeltuigen. Zij niet alleen trouwens. Het duurt geen 10 minuten of ook alle leerkrachten, die ondanks ze groter zijn dan 1,5 m en dus eigenlijk niet binnen mogen, willen meespelen. Zelfs Joyce onze Head Mistress, van wie ik het helemaal niet verwachtte, is één van de eersten om mee de speeltuin in te duiken. Het geeft alweer aan dat ook zij uit die andere arme wereld komen en niet veel gewoon zijn. Na de speeltuin en de maaltijd (meegebracht uit Sitima) die ze in de busjes op de parking nuttigen, is de volgende halte Chileka Airport. Om 14u landt er namelijk een vlucht en om 15u vertrekt er ééntje. Daar hebben we pech want er zijn zware verbouwingen bezig aan de luchthaven waardoor we verplicht worden op de parking te blijven van waar we eigenlijk geen bal kunnen zien. Sam en ik vinden echter een wegje achteraan de parking dat leidt tot aan een hek vlakbij de landingsbaan. Ik haal iedereen op en begeleidt hen naar deze plaats van waar we het vliegtuig, dat ondertussen geland is, perfect kunnen zien. Opnieuw lopen de leerkrachten bijna sneller dan de kinderen om op deze prima plaats post te vatten. Het duurt echter niet lang alvorens een politieman ons daar komt weg halen en ons terug naar de parking stuurt L. Op de parking zelf hebben we nog een pittige discussie met de head of security om toch te proberen de kinderen een goede plaats te geven van waar ze het vliegtuig kunnen zien vertrekken, maar nee hoor de man buigt niet. Tja het zij zo, misschien is het in kader van de veiligheid wel te begrijpen. Ten slotte hebben de kinderen en de leerkrachten het vliegtuig nu toch een 10-tal minuten van dichtbij kunnen zien. Omdat we nu vroeger dan verwacht, vertrekken van op de luchthaven besluiten we een extra stop in te lassen. Het KAMUZU FOOTBALL STADIUM. Het nationale voetbalstadion van Malawi. Daar staat ons een super verrassing te wachten. We mogen niet alleen binnen in het stadion, we mogen met de kleine mannen zelfs op het terrein lopen. Dit maakt zelfs in mij het kleine kind weer wakker. De grasmat is met kunstgras aangelegd en het duurt geen 15 meter alvorens ik op mijn knieën val en mijn imaginaire goal in dit immense stadion op gepaste wijze vier. In het stadion nemen we groepfoto’s en lopen we een ererondje. Na de ontgoocheling van Chileka, zou ik dit in gepaste sporttermen de supercompensatie noemen. Iedereen geniet enorm van deze onverwachte wending van de schoolreis. Na ons ererondje is het tijd om huiswaarts te keren.

Vóór de schoolreis heb ik getwijfeld of het wel een goed idee was om ze te organiseren omdat het transport zo duur was. Voor de 4 minibusjes en 4 chauffeurs voor een ganse dag was de prijs immers 210.000 kwacha ofte 488 euro. Daar kan je in Sitima heel wat mee doen natuurlijk. Maar nu de dag voorbij is en ik de kleintjes heb zien genieten, weet ik zeker dat we de goede beslissing hebben genomen. We hebben deze kinderen een dag bezorgd die ze voor de rest van hun leven niet zullen vergeten. Op zich is dat eigenlijk onbetaalbaar…

Dag 15: Zaterdag 13 juli: Rustdag: Paardrijden op Zombaplateau en een afscheidsmaal boven in de Ku Chawe

Over vandaag kan ik kort zijn, het was Azungu-luilekkerdag. In de voormiddag werk ik mijn dagboek bij en deel ik schoenen uit aan de 5 zusjes. In de namiddag gaan Mieke, Kaat en ik naar boven op het plateau, want we hebben een uurtje paardrijden gereserveerd. Mieke had dit in het begin van ons verblijf hier eens laten vallen en het leek ons wel leuk om te doen. We doen een prachtige wandeling met de paarden boven op het plateau. Na onze wandeling trakteer ik de dames op een luxe-etentje in de Ku Chawe. Eigenlijk is het pas morgen Ku Chawe-dag, maar omdat het morgen de Youth-center-competitie is in Thondwe, moeten we hieraan verzaken, dus doen we het vandaag. We genieten vanaf het aperitief tot het dessert aan een tafeltje vlakbij het haardvuur in de bar. Het is al over half negen, wanneer we de berg weer afdalen, uitzonderlijk laat dus voor ons Malawese doen…

Dag 16: Zondag 14 juli: Mijn eerste Malawese mis en de competitie in Thondwe

Vooreerst een gelukkige verjaardag aan Joke, de zus van Kaat.

Ik heb hier tijdens de voorbije 5 jaar nog nooit de tijd genomen om eens naar de mis te gaan. Richard onze housekeeper maakt hier deel uit van een katholieke gemeenschap en ik had hem vorig jaar gezegd dat ik dit jaar ging proberen om een eredienst van zijn gemeenschap bij te wonen. Vandaag was het dus zo ver. Vooraleer Kaat en ik met de motor richting Thondwe afzakken, passeren we eerst langs de kerk van Richard. Het is gekend dat Afrikaanse missen anders zijn dan bij ons en ik was wel eens benieuwd om er zo ééntje mee te maken. En of het anders is… In de kerk zitten zowat een 150-tal mensen. Het is niet strikt gescheiden maar zowat alle mannen zitten links en ongeveer alle vrouwen zitten rechts. Vooraan staan 2 priesters. De ene (s)preekt in het Engels en de andere vertaalt alles in het Chichewa. Beide heren spreken door een micro en vooraan staan er ook twee grote knoerten van boxen die veel te veel lawaai produceren voor de op zich niet zo grote ruimte. We zitten meer dan een uur in de kerk. Wanneer we aankomen zijn de gezangen reeds bezig. Deze zullen ongeveer nog 40 minuten duren. Iedereen zingt uit volle borst mee. Tijdens de gezangen zien we soms bizarre taferelen. Mannen en vrouwen die de handen ten hemel slagen of hevig met het hoofd schudden of soms op de knieën vallen om de uiting van hun geloof via de gezangen nog wat meer expressie mee te geven. Na de gezangen beginnen de priesters te preken. Dit preken is ook totaal niet te vergelijken met het preken van bij ons. De priesters schreeuwen meer dan een half uur door de micro. Ze roepen zo hard, dat hetgeen ze zeggen vaak gewoon onverstaanbaar wordt. Af en toe krijgen de priesters respons van het aanwezige publiek op hun energieke redevoering. Net op het moment dat Kaat en ik bijna hoofdpijn krijgen van het getier stopt het preken en beginnen er weer gezangen. Op dat moment komt Richard naar ons toe en hij zegt dat we de dienst mogen verlaten omdat dit de slotgezangen zijn. Ik ben super blij dat ik het gezien heb en dat ik er bij was, maar dit signaal kwam echt geen minuut te vroeg. Van de mis vertrekken we, na nog snel iets te eten, richting Thondwe.

In een vorig dagboek vertelde ik ook al eens over Thondwe. Het is qua armoede wel maar qua uitzicht en beleving niet te vergelijken met Sitima. Het is er veel vuiler en groter en ik zie er veel meer hongerbuiken. De plaatselijke hoertjes zijn veel prominenter aanwezig en er wordt openlijk meer alcohol gedronken dan dat ik ze dat “bij ons” zie doen. De competitie is voor Sitima een groot succes. Zowel de meisjes netbalploeg (3-10), de jongens voetbalploeg onder 14 jaar (1-1 en 4-5 met penalty’s) als de oudere jongens voetbalploeg (0-1) winnen hun wedstrijd.

Na de wedstrijden krijg ik de eer om zowel aan het verliezende als aan het winnende kamp prijzen uit te delen (broekjes, T-shirts en trainingen). Beide gemeenschappen zijn er zeer blij mee. Tot slot word ook ik bedankt, met een potje pikante saus die ze zelf maken en een grote tekening.

Na alweer een mooie en leerrijke dag, keren Kaat en ik bij het vallen van de duisternis terug naar Zomba.

 

 

Dag 17: Maandag 15 juli: rustdag en de toekomstplannen

Beste lezer, vandaag heb ik niet veel meer uitgestoken. Morgen is het de laatste dag hier en ik vrees dat ik geen tijd meer ga hebben om de dag van morgen die nog in het teken staat van de Sitima Sisters op papier te zetten.

Daarom wil ik alvorens af te sluiten nog een update geven van waar we nu met het project staan en wat onze toekomstplannen zijn. We staan met YOCE voor een zeer belangrijke en grote uitdaging, namelijk de volledige overdracht van het project aan de Malawezen. Begrijp me niet verkeerd, alles wat tot nu werd gerealiseerd, werd door de Malawezen zelf gerealiseerd en onderhouden. Maar wij (vooral Mieke eigenlijk) hebben in de voorbije 6 jaren veel ideeën aangereikt, alles gecontroleerd en vooral alle financiële stromen aangeleverd en beheerd. Zowel operationeel als financieel moeten onze Malawese vrienden nu gaan leren op eigen benen te staan. De school realiseren zoals ze er nu staat, is een huzarenstukje geweest, maar wie Afrika wat kent, weet dat het uit handen geven van dergelijke projecten en de lokale bevolking op eigen benen leren staan, een nog veel grotere uitdaging is dan het bouwen van de school zelf.

In alle vergaderingen die ik hier dit jaar heb gehad, is de boodschap heel duidelijk geweest. Wij verwachten nu dat zij het heft in handen nemen. Op zich is dit geen keuze maar een gedwongen noodzakelijkheid. Noch Mieke, noch ikzelf zullen eeuwig blijven leven, dus die overdracht die moet er sowieso komen. Ik heb hen, samen met Mieke, uitgelegd dat de begeleide overgang nu naar hun volledige zelfstandigheid de enige mogelijke en juiste weg is voor een leefbaar Sitima op lange termijn. We streven naar een volledige operationele en financiële onafhankelijkheid van de lokale gemeenschap op een termijn van 3 jaar, maar in ons achterhoofd beseffen we beide wel dat 5 jaar waarschijnlijk een meer realistische schatting is. Zeker voor wat het financiële gedeelte betreft. Operationeel kan alles relatief snel gaan. Vanaf 1 januari 2014 zal Mieke bewust een stap opzij zetten en zullen de Malawezen het operationeel allemaal zelf moeten regelen. Dit komt er vooral op neer dat ze zelf hun week-/maandplanningen moeten opmaken en onder elkaar zullen moeten uitmaken wat er moet gebeuren en wie daarvoor verantwoordelijk zal gesteld worden. Voor het financiële plaatje zullen zij nog steeds kunnen rekenen op zeer strakke budgetten die wij voor hen maandelijks zullen beschikbaar stellen. Zo zal 2014 een jaar worden van operationele onafhankelijkheid en zal het hoogstwaarschijnlijk een jaar worden waarin de lokale bevolking fouten zal maken en zal moeten leren zichzelf bij te sturen.

In tussentijd gaan we samen met de lokale bevolking op zoek naar manieren waarop zij voor zichzelf financiële middelen kunnen genereren. Vandaag zijn er trouwens al een aantal manieren waarop zij geld verdienen; zij verhuren een deel van de school voor opslag van maïs en rijst, zij verhuren de muziekinstallatie die we hen hebben geschonken voor de organisatie van trouwfeesten, ze kopen rijst wanneer de prijzen relatief laag zijn om deze op andere momenten aan betere prijzen op de markt te brengen, zij hebben een biljart waar voor het spelen een kleine bijdrage gevraagd wordt, er komen een paar keer per jaar toeristen (groepen van Joker-reizen) tegen betaling in onze school slapen, …

Samen met de lokale bevolking, met Mieke en haar kinderen zullen we in de komende periode dus bekijken hoe we deze inkomstenbronnen kunnen versterken of uitbreiden. Mogelijkheden zijn een naai-atelier, huisjes bouwen die ze kunnen verhuren, het uitbreiden van het aantal bezoeken door toeristen, opstarten van wat veeteelt, …

Binnen 3 tot 5 jaar moeten de inkomstenbronnen, waarvan de opstart nog door YOCEvim gefinancierd zal worden, toelaten voldoende geld te genereren om elke dag aan de 200 kindjes eten te geven en alle lonen van leerkrachten, cooks en cleaners te betalen. Stap voor stap zullen we onze vrienden in Sitima vragen om zelf meer in te staan voor een deel van het financiële plaatje, opdat ze zo hopelijk binnen 3 à 5 jaar op eigen benen kunnen staan.

Dat zijn de plannen. Zo op papier lijkt het allemaal eenvoudig, maar in deze wereld die zo anders is dan de onze, in deze wereld vol armoede, waar niets is wat het lijkt, in deze wereld wordt dit dus onze grootste uitdaging.

Ik hoop beste lezers en sympathisanten dat jullie samen met ons deze uitdaging willen aangaan en ons ook zullen blijven steunen in de jaren die nu nog volgen, maar daar heb ik alle vertrouwen. Ik hoop ook dat jullie van dit dagboek wat hebben kunnen genieten en dat het jullie op een bepaalde manier toch (weer) wat meer inzicht heeft gegeven in waarmee YOCEvim hier bezig is.

Tot slot wil ik nogmaals mijn dankbaarheid uitdrukken aan jullie allemaal, sympathisanten, schenkers en sponsors van YOCEvim. Zonder jullie steun zou het voor ons onmogelijk zijn om al het moois wat we hier doen, te realiseren. Echt, dikke merci. ZIKOMO KWAMBIRI !

En, hoe was het?

•november 6, 2012 • Geef een reactie

Kan je na een verblijf in Malawi op die vraag antwoorden? Moeilijk. Filip hield opnieuw een dagboek bij. In 8.378 woorden schreef hij neer wat hij meemaakte, dacht en voelde. Je kan het door op de link te klikken lezen.

2012 Dagboek 5

bloggeweld

•augustus 6, 2012 • Geef een reactie

Terwijl er hier niet meer zo vaak een tekst verschijnt – en dan ook nog met vertraging – schrijven 3 studentes die deze Europese zomer/Malawese winter voor de tweede keer in Zomba verblijven dagelijks hun avonturen in Sitima neer. Veel leesvoer op sitima2012.wordpress.com!

niet helemaal up to date

•augustus 6, 2012 • Geef een reactie

Al 2 maanden oud, en ergens vergeten in een mailbox…

Overgang tussen twee werelden.

Ze neemt het me niet kwalijk dat ik haar zomaar veertien dagen achterliet. Integendeel, ze beloont me met nog meer trouw en hondenliefde dan voordien. Haar vertrouwen heeft wat schade opgelopen en dat heb ik deze ochtend proberen recht te zetten. Een zondagse straalblauwe hemel, stilte vooral, beetje fris nog maar alle ingrediënten zijn aanwezig om op deze ochtend een heerlijke wandeling te maken op het plateau. Een mooier welkom kan Malawi me niet schenken. Meteen ook mijn eerste fysieke inspanning na veertien dagen Belgische overdaad.  Ik wil  vooral de overgang tussen mijn twee werelden alleen bewandelen.  Mijn “neen” op een verleidelijk voorstel van een goede vriend kwam ontnuchterend aan.  
Er is weer volop fuel in het land en schaarste maakt begeerd.  Ik heb te lang niet kunnen genieten van het autorijden zodat ik besluit de wagen uit de garage te rijden, mijn Zarya in de bak hijs (ze durft er nog niet inspringen) en Dave, mijn dagwaker vraag om plaats te nemen bij haar.  Het is haar eerste proefritje achter in de bak. En ook haar eerste wandeling op het plateau. Zo ook voor Dave. Ik maak twee zielen blij vandaag. Deze avond is hij één van de uitzonderingen in zijn dorpje die ooit het plateau heeft betreden.  Dave moet mij beschermen en Zarya in toom houden als apen haar aanvallen.  Alleen ben ik overgeleverd aan de krachten van de natuur. Alleen moet ik mijn vrijheid leren behouden.
Drie uur puur genot, mijn hoofd leeg, mijn maag leeg.  Een etentje in mijn geliefd Ku Chawe zit er niet in vandaag.  Ze willen daar geen guard en een hond ontvangen. Hen laten zitten in de bak is me een brug te ver en samen rijden we terug naar huis.
Iedereen tevreden.

Zuinig zijn, is niet altijd de juiste keuze. Ik had mijn koelkast op minimum gezet want er lag nog echte Parmezaan te wachten en mijn “bewaarcompagnon” was zelf het land uit dus koos ik voor de minst slechte oplossing. Dat was een beetje buiten de stroompannes gerekend want zowat alles: heerlijke muffins van Jane, boter, brood, ….lagen te zwemmen in eigen verpakking en het vriesvak was voorzien met een ijslaag om U tegen te zeggen.  Alles ontdooien dan maar.  Alle etenswaren aan Zarya gegeven die dit als een extra beloning zag.  Etenswaren die ik veel beter aan mijn staff had kunnen geven voor ik vertrok. De Parmezaan heeft het wegens zijn ouderdom overleefd.
Het was lang geleden en soms mag ik geen keuze meer hebben maar vandaag heb ik nog eens met plezier aardbeienconfituur gemaakt, jonge zombapatatjes gekookt en worteltjes geschraapt. Een bewuste manier van afstand nemen en terug binnen komen in mijn gekende wereld van soberheid?

“Geen enkel probleem, ik heb leren aanvaarden. Heel graag lees ik het nieuwe boek van Connie Palmen : Logboek van een onbarmhartig jaar. Ik hoor het me nog zeggen en was erg overtuigd van mijn “overmoed”. De lieve schenker (gvdb) had me nochtans vooraf duidelijk de vraag gesteld :” kan ik je dit boek geven?”.
Ik zou het lezen tussen mijn twee werelden in.  Als een adempauze, een overgang, een leven in het boek.
Ik schrijf in boeken. De plaats, de datum en een boodschap. Ik denk dat ik daar later nog plezier aan heb.  
“Op mijn weg van Brussel Zaventem – Frankfurt – Johannesburg – Blantyre (Malawi): 25 mei 2012.  Mijn dochter voorziet het boek met een persoonlijke noot.  Dit is voor altijd.
Eerste vlucht: Het loopt spoedig mis.  Is het de wijn, emoties, afscheid, ik weet het niet.  Tranen met tuiten zit ik te wenen en ik ben nog geen bladzijde ver.  
Even wachten hiermee, maak ik me wijs.  
Tweede vlucht.  Hetzelfde. Ik heb dit keer geen wijn genomen, gewoon water maar ik geraak slechts tot bladzijde 5 voor ik me begin te schamen voor de dame naast me. Ik probeer me te redden door te zeggen dat ik een verkoudheid heb opgelopen in België. Wat niet gelogen was.
Zij gaat naar Botswana voor een georganizeerde safari.  Ze is Duitse. Begrijpt niet goed mijn uitleg waarop ik mijn boek weg leg en zeg: “ Too emotional for me at the moment.   I try it later”.
Derde vlucht: ik laat mijn boek waar het is.  Ik wil niet met dikke ogen aankomen in Chileka luchthaven. Mensen gaan verkeerde conclusies trekken.
“Iedereen verwerkt verlies op zijn/haar manier” “Het is niet nodig om alles terug te lezen”: wijze woorden die ik beaam.
Het boek plakt op mijn ziel en maakte dat ik vandaag een confronterend “neen” zei aan gezelschap. Ik moet even weer bij mezelf gaan wonen voor ik morgen met de fiets de dorpjes inrijd.  Het zal voelen als thuiskomen, ik zal tranen in mijn ogen krijgen en snel overgaan tot de geplande meeting met het Youth Center.
Een bierke op mijn terugweg in mijn lievelingsbar: Two Missed Galls en de overgang is gemaakt.    

 

 

SPRITE GOES WITH GIN AND COKE WITH BRANDY.

•april 9, 2012 • 1 reactie

Als ik toekom in Peters Lodge, één van mijn mogelijke eet- en drinkgelegenheden in Zomba, valt me maar één ding op: leegte. Geen auto’s op de parking en geen verbruikers. Een beeld dat Malawi in de greep houdt.

 

Het is al over middag en ik ben wel aan een drankje toe na mijn fietstocht kris kras door het centrum van Zomba.

Het zat niet mee vandaag. Uit slechte gewoonte trek ik meteen naar de keuken om te polsen wat er voorradig is en afhankelijk van het antwoord, bestel ik.

De kok is niet te zien maar wel de serveerster. Ze snelt naar de bar aan de overkant van hun domein. Ik snel mee op weg naar mijn drankje.

En daar zat de kok, samen met ander personeel gezellig te keuvelen. Wat moet je anders doen als er toch geen kat te zien valt.

“Samosa’s?: No, not possible, we have no meat”.

Dan maar vegetarische samosas.

Het maakt toch geen verschil. De kok maakt gewoon wat er voorradig is en is er vlees beschikbaar dan krijg ik beefsamosas ook al bestelde ik vegetarisch.

Zelfs het aantal maakt niet uit. Drie bestellen en er liggen er vier op je bord of omgekeerd. De kok eet graag ook een hapje van zijn bereiding en als hij honger heeft…. dat resulteert zich in mijn bord.

Ik heb me daar al heel lang geleden bij neergelegd en tegenwoordig is het zelfs een kwisvraag. Maar ze zijn supervers en superlekker na een goed uurtje wachten.
Intussen moet ik me maar wat amuseren in de bar. Niemand die zich druk maakt over mij, ik betaal netjes en gedraag me.

Na een klein onderhoud met de kok, vertrekt hij richting keuken.
In de bar bestel ik een cola en neem de krant. Het idee mijn tijd toch nuttig besteed te hebben, zit diep geworteld.

Wat tijdsbesteding betreft, daar denkt een Malawees anders over. In de kortste keren zit ik verwikkeld in een discussie met de barman en… de kok, over voetbal nota bene.

“No flour” zei de kok en hij bestelt zich een vol glas brandy en een special (lokaal bier).

Even vermoed ik een complot maar de realiteit is erger dan ik dacht. Geen bloem meer te krijgen en de suiker is vier keer de prijs van een jaar teug.

Een plaatselijk artiest komt binnen gewandeld. Hij heeft net de lodge voorzien van zijn kunstwerken en wat verdiend. Hij toont me zijn specialiteit en ik kan de kunst er niet van inzien. Ik wil hem niet ontmoedigen en zeg dat ik zijn werk kan appreciëren. Dat antwoord deed deugd want hij bestelt meteen ook een brandy voor mij na eerst zelf met één teug zijn vol glas binnengewerkt te hebben.

Ik sta versteld van zoveel drankgenot en de barman voegt eraan toe: “they feel comfortable with a brandy”. Dat zal wel.

En zo zitten we met drie op onze stoeltjes aan de bar, elk met zijn portie brandy, de kok, de artiest en ik, goed bezig met ons “comfortable” te voelen.

En ik voel me ook comfortable na één shot brandy op nuchtere maag op het middaguur. Mijn honger is er meteen mee over.

 

Ik ben deel van het geheel geworden. Malawi dat kreunt onder de problemen en waarvoor nog lang geen oplossing in het zicht is.

Geen forex meer in het land, geen fuel te koop. Rijen auto’s wachtend zonder chauffeur aan elk pompstation, hopend dat de “rumors” waarheid worden.

Rijen mensen aan de ingang van winkels, hopend op die twee kilogram suiker die elk nog mag kopen wegens schaarste.

We staan erbij en kijken er naar.
Geen samosa’s wegens geen bloem. Ik vind het niet erg. Ik heb nog lekker brood, thuis weliswaar, zonder boter of beleg want dat hebben gisteren twee inwoners van Malawi meegenomen naar huis voor hun kinderen.

Ik betaal en vraag hoeveel mijn brandy kost. Ik wil niet dat de artiest zijn zuurverdiende geld aan mij besteedt.

“No problem” zegt de barman, “I pay it for you”.

Zo gaat dat dus, niemand betaalt, niemand kan betalen, alleen de eigenaar wordt hiervan armer.

 

Ik fiets bergop huiswaarts met flanellen benen en in het midden van de straat (geen auto te zien) maar wel gewapend met de nodige scans op mijn stick waarvoor ik kris kras door zomba moest.

Mijn namiddag gaat volledig op aan het invullen van de nodige formulieren voor het aanvragen van een subsidie bij de provincie Antwerpen.

Een te klein bedrag voor een te grote nood.

 

ps. Enkele dagen na het schrijven van dit dagboek, overlijdt de President van Malawi.

Een nieuwe periode breekt aan.

not just the same

•januari 19, 2012 • 1 reactie

“Just the same” antwoordt Richard als ik hem tijdens het ochtendritueel begroet en vraag hoe het met hem gaat.
Hetzelfde als gisteren en waarschijnlijk ook als morgen.
Er zijn dagen dat ik hem gelijk geef en er zijn dagen dat ik heftig het tegendeel wil bewijzen.
Na 10 jaar samenwonen met zijn vrouw Ida, heeft hun Calvery Church besloten dat het tijd werd dit onofficieel huwelijk officieel te maken.
Ik voel altijd wat argwaan als bestaande situaties plots om verandering vragen. Daar moet een reden voor zijn.
Het blijft gissen maar zoals het plaatje er nu uitziet, hebben de drie partijen hun voordeel binnengehaald.
De kerk heeft zijn schaapjes onder controle, Ida haar man en Richard het geld om zijn toekomst te verbeteren.
Buiten zijn job als housekeeper is hij ook nog accountant. Zijn huwelijk heeft hem uiteindelijk, na aftrek van onkosten, zo’n 40 000 MK opgeleverd. Vier maandlonen.
Trouwen doe je in meer pracht en praal dan je budget aankan. Vele Malawezen zetten zich voor jaren in schulden hierdoor maar niet Richard.
En toch krijg ik de dag na zijn huwelijk te horen: “it’s just the same”.

Elke maandagochtend van 9 tot 11 vergaderen de verantwoordelijken van het Youth Center.
Alle punten die op hun agenda staan, worden besproken. Pas daarna zet ik me bij hen aan tafel en overloop alle items.
Na het vertrek van Veerle, zo’n maand geleden, leg ik de verantwoordelijkheid in hun handen. Ik luister naar hun voorstellen en wensen, neem berekende risico’s want leren gaat met vallen en opstaan, een weg die de vrijwilligers moeten afleggen. Ik geef hen die mogelijkheid, kijk toe en bied aan.
We hebben educatieve boeken gekocht (met dank aan Annabel) en zo de start gemaakt voor een bibliotheek.
Contacten zijn gemaakt met andere youth center en we groeien mee.
Het youth center heeft nu zijn eigen “kassa” en we doen aan fundraising door activiteiten te organiseren: disco met kerstmis (plaatselijke gewoonte), gamecompetion (bao, chess, monopoly, …. ), toneelopvoeringen enz.

Als ik toekom in Sitima Nursery School, ben ik thuis. Mijn wereld in de dorpjes. Stiekem loop ik langs de open ramen en kijk of iedere leerkracht actief is met de kindjes.
Ik zie een grote vis getekend op de vloer en Sam zijn kindjes zitten in een cirkel rond deze vis. Met een grote van schuim gemaakte teerling, wordt geworpen en om beurt moet een kind het getal aangeven dat bovenligt en meteen ook het getal neerschrijven op de plaats waar zij/hij zit.
In de klas van Alexander zijn twee groepen gemaakt. Ze zijn druk in de weer met de prachtige oefenboekjes gemaakt door Annabel. Op het einde van dit schooljaar krijgt elk kind zijn boekje mee naar huis. Ik zie nu al de trotse ouders bij het ontvangen van dit boekje.
Sitima Nursery School groeit en wel in die mate dat Sitima soms wordt omschreven als een “city” tussen de dorpjes.
Onze westerse gewoontes en de passage van blanken is daar niet vreemd aan.

We namen een risico, Filip en ik, toen we onze Sitima Sisters inschreven in de Peter Mutharika (broer president) women league, de dag voor het vertrek van Filip uit Malawi.
Filip heeft hiervoor al zijn charmes ingezet en jawel, we werden toegelaten.
De Sitima Sisters, een meisjesploeg uit de dorpen.
Hoe konden we toen weten wat we nu weten. We zitten in een klas te hoog. Of in twee klassen te hoog.
Enkel de topploegen uit Blantyre en Zomba hadden ingeschreven.
En wij dus ook.
Het vraagt moed en doorzettingsvermogen van onze meisjes om het veld op te gaan, wetende dat ze weer dik zullen verliezen.
Maar ze gaan door, beseffend dat ze heel veel ervaring opdoen en beseffend dat ze kansen krijgen die ze voordien nooit kregen. Ze wisselen gedachten uit met hun tegenspelers en ondanks wat lokaal gelach en gefluit, is er een groot respect vanuit de vrouwenvoetbal voor onze Sitima Sisters.
De Sitima Sisters:” we put them on the map” zeggen ze daar. Goed of slecht nieuws. We staan in de kranten en onze tijd komt nog. Zo is dat.

Om half zes deze ochtend was Karine al op weg naar “haar boeren”.
Zij slaagt alle records wat fietsen betreft. Bijna geen dag gaat voorbij of Karine fietst. En dat terwijl haar motor in haar woning staat te blinken. Geen Malawees die dat begrijpen kan.
Fietsen is dan ook puur genieten, vooral in het heengaan, bergaf en nog in friste van de ochtend. Alleen daarvoor al fiets je naar Sitima.
Ik ook. De terugtocht is van een andere aard. Bergop en in volle zon. Liefst gooi ik mijn fiets in de kant of op een truck of laat hem gewoon staan in school. Ik geraak altijd wel thuis.
Maar Karine, nee hoor, die rijdt het hele traject ook terug.
Karine van Non Profit Belgium. De Belgische vzw waarmee Yoce samenwerkt, is hier voor zes maanden.
Het zou mij te ver brengen haar verhaal hier te beschrijven. Hopelijk staat ze me toe enkele van haar verslagen te linken aan onze site zodat iedereen die het wil, haar werk en ervaringen kan lezen.

Op zijn minst moet ik één glaasje Glenmorangie Single Highland Malt Scotch Whisky in de fles laten voor een goede vriend uit Blantyre. Een man op leeftijd en nog genietend van de “little things that mean a lot”.
Vier uur in de namiddag, echt niet het uur waarop een mens een whisky behoeft maar wat betekent tijd als je dag al om 5 uur begint.
Als de muziek van Linda Rondstadt uit mijn radio galmt en ik moe ben van meetings en boekhouding, moe van denken en organiseren en nog enkel wil genieten van wat de dag nog mag brengen.
“Tu solo tu”: ik word teruggeworpen in mijn verleden met al zijn vreugdes en verdriet.
Waar is de tijd dat ik nog Spaans ging studeren met als enkel doel een vakantie in Argentinië.
Waar is de tijd dat ik zei: “quero que me accompagnes hasta que muera”.
In het leven heb ik niks te willen, ik mag enkel hopen, zoveel is intussen duidelijk geworden.
Zonder te beseffen, ben ik op zoek naar wat me dezer dagen bindt aan mijn verleden.
De film “Rundskop” heb ik twee dagen geleden bekeken en ik was verbaasd over de impact die de film op me had. Ik was ook verbaasd hoeveel waarheid er zat in alle details. Details die ik misschien alleen herken.
Ik heb de ganse film uitgelegd aan een Malawiaan. Kan je begrijpen dat hij niks begreep van mijn verhaal?
Hij heeft nochtans Karel gekend destijds. Hij was zijn assistent in Lilongwe. Hij kent Karel zijn leven, zijn werk, zijn strijd en hij heeft me bij toeval terug ontmoet in Zomba.

Ik geloof in “the little things that mean a lot”.
Op 19/01/2012 , de verjaardag van Karel, wil ik Richard geen gelijk geven.

Gastbijdrage – Filip

•oktober 11, 2011 • Geef een reactie

Donderdag en vrijdag, 1 en 2 september 2011: De reis, anders dan vroeger
Mijn 4° reis naar de andere wereld, maar in niets te vergelijken met de 3 vorige. Enerzijds vlieg ik voor de eerste keer met Ethiopian Airlines via een totaal ander traject en anderzijds reis ik voor de eerste keer niet alleen. Cédric en Bianca reizen met me mee. Cé is mijn Oetingse jeugdvriend die ik al het langste in mijn leven ken. We moeten zo’n jaar of 2, 3 geweest zijn toen we voor het eerst samen speelden. Onze ouders waren vrienden en Cé is net als ik van ’76 en zot van voetbal. Soms zeg ik met een boutade dat ik in mijn jeugdjaren meer met hem heb gespeeld dan met mijn tweelingbroer. Ik weet niet of het klopt maar het zal alleszins niet veel schelen. Dit eigenlijk gewoon om te zeggen dat we echt goeie vrienden zijn. Bianca is van het naburige Kester en al 13 jaar de vriendin van de Cé en een vree toffe madam. Doordat ik niet alleen reis, krijgt de reis een andere invulling. Als je 3 vluchten moet nemen, veel moet wachten enz. dan is samen reizen veel leuker. De nieuwe reisroute gaat van Brussel over Milaan naar Addis Abeba (hoofdstad van Ethiopië), vandaar naar Lilongwe (hoofdstad van Malawi) en dan met een binnenlandse vlucht naar Blantyre, Chileka Airport, zoals gewoonlijk mijn eindbestemming. Eigenlijk verloopt de reis perfect volgens schema, maar toch vallen er een paar opmerkelijke zaken over te vertellen:
Ten eerste Addis Abeba; this is Africa ! We landen in Addis Abeba en moeten er 2,5 uur in de transit zone blijven alvorens we onze volgende vlucht kunnen nemen. Concreet betekent dit, dat we in een lange gang zitten met een 8-tal “gates” van waaruit er vluchten vertrekken en waar er dus heel wat mensen zitten te wachten. In deze gang is er geen enkele drink- of eetgelegenheid. Het eerste wat opvalt, is dat er naast de verschillende Afrikaanse nationaliteiten er vooral veel Aziaten (waarschijnlijk Chinezen) rondlopen. Speciale mannen die Chinezen. Enerzijds hebben ze er totaal geen moeite mee om vanuit de onderste krochten van hun keelholtes de zwaarste rochels boven te halen en die dan doodgezellig uit te spuwen en anderzijds roken ze als ketters en steken ze met hun ene sigaret hun volgende op. Het is wel een grappig beeld om op een bepaalde plaats een 15-tal Chinezen onder een mega “no smoking”- teken te zien staan dampen. Bianca en mezelf maken dankbaar gebruik van de Chinezen en steken een beetje verder van het bordje ook een sigaretje op. Voor de 8 gates, waar naar schatting toch een 1000 man zit te wachten is er één plaats waar mannen en vrouwen naar het toilet kunnen. Cé en Bianca hebben het geduld om in de lange rij te gaan staan. Ik hoor van hen dat er één “pisbak” en 2 toiletten voor de mannen zijn en 3 WC’s voor de vrouwen. Bianca laat weten dat de vrouwen-WC meer een badkamer is, waar de (Afrikaanse) vrouwen zichzelf en de kroost wassen en Cé – die nochtans tegen een stootje kan op dat vlak – zegt dat de geur bij de mannen niet te harden is. This is Africa denk ik bij mezelf en ik houd me nog wel even in tot op de volgende vlucht of tot in Lilongwe. Ik wacht tot in Lilongwe om daar vast te stellen dat alle sloten van de toiletten ontbreken (allemaal kapot en weggehaald of gestolen, wie zal het zeggen). This is Africa! We beleven nog 1 zot moment in Addis Abeba; wanneer de vlucht van Lagos wordt afgeroepen aan de gate waar wij staan te wachten. Springen er plots een 200 man recht die ons echt letterlijk onder de voet lopen. Bianca is het zwaarste “slachtoffer” met serieus gepush langs alle kanten en een trollie die over haar voeten wordt gereden. We banen ons door de aanstormende massa een weg naar de zijkant om niet omver geduwd te worden. Dat was ff verschieten…
Het derde opmerkelijke beleven we in Lilongwe. Nadat we met een beetje geluk voorbij de douane geraken (ze vinden de flessen alcohol die we mee hebben als cadeautje voor Mieke niet …), willen we onze tickets ophalen voor onze laatste vlucht met Air Malawi. Aan de balie krijg ik te horen; Sorry Sir, your tickets were canceled. The plane is full and the chance to get you on the plane is fifty/fifty. When people come too late or cancel the flight, you’ll be the first to take their place. De dame is zo vriendelijk om ons te laten meekijken op haar scherm waarop we kunnen zien dat wij op 9 februari 2011 als eersten reserveerden voor deze vlucht. Als ik haar daarop wijs, geeft ze toe dat ze dat zelf niet goed begrijpt. We staan op het punt om dan maar een taxi te nemen, dus vraag ik haar een bewijs dat onze tickets werden gecancelled, zodat we de kosten kunnen terugvorderen, because we payed for this flight. Wanneer ze dit hoort, zie je duidelijk dat ze verschiet en dan zegt ze doodleuk; We will put you on the flight. Waarop ik dan vraag. Is it sure for one hundred %? Yes sir, we will put you on the flight en onze ticketnumbers worden afgedrukt. Op nog geen 2 minuten tijd van fifty/fifty naar 100%?!Ook dit is Afrika… Uiteindelijk loopt alles volgens plan en komen we tegen 18u00 aan in Blantyre waar we op aanraden van Mieke het hotelletje “Casa Mia” hadden geboekt. Casa Mia heeft waarschijnlijk de beste keuken van Malawi had ze ons gezegd. Na het uitgebreide en naar Malawese normen decadente avondmaal dat we er nuttigen, weten we het zeker: Casa Mia heeft de beste keuken/kok van heel Malawi!!!
Om middernacht kruipen Cé en ik in ons bed. Het avontuur kan beginnen…
Zaterdag, 3 september 2011: Money, football en de zusjes
Nadat we ’s morgens een lekker ontbijtje hebben gehad in Casa Mia, komt Mieke er zoals afgesproken tegen 9u30 aan. Mieke heeft ook de afspraak geregeld met een Indiër die vroeger een exchange-bureau had om geld te wisselen. In totaal willen we 16000 euro wisselen. Geld voor Cé en Bianca, voor mezelf, voor Mieke en voor het project…). Ik hoor Koen – de schoonzoon van Mieke die in juli in Malawi was – nog stoefen dat ze een rate hadden gekregen van 255 MK (Malawian Kwacha) voor 1 euro. Hij had me uitgedaagd om beter te doen, en alhoewel ik er geen enkele verdienste aan heb, is het toch leuk om te zeggen dat we een rate van 265 krijgen. Het grootste briefje is 500 MK, oftewel dus 1.89 euro. Dit betekent dus dat we met net geen 8500 briefjes van 500 MK de Casa Mia buiten wandelen. Het geeft een raar gevoel om zoveel briefjes bij elkaar te zien. Na de Casa Mia gaan we winkelen in de grote shopping mall in Blantyre. Deze shopping is te vergelijken met een grote Carrefour van bij ons en ligt rechtover het grote voetbalstadion van Blantyre, waar er ’s namiddags Malawi – Tunesië zal gespeeld worden. Het krioelt er van de mensen met de rood-groene kleuren van de thuisploeg. Omwille van de drukte, het vele geld en de valiezen in de wagen beslissen we om na het winkelen Blantyre te verlaten en naar huis in Zomba te rijden.
Eenmaal thuis pakken we uit, geven we Mieke haar cadeautjes en laten haar het materiaal zien dat we voor de Sitima Sisters, onze meisjesvoetbalploeg, mee hebben. Enerzijds de truitjes die ik van Nancy (vrouw van een jeugdtrainer van ons, die voor een verdeler van sportmaterialen werkt) heb meegekregen en anderzijds voetbalnetten, kegeltjes en ander materiaal die Cedric en Bianca hebben gesponsord. Aan hen nogmaals mijn uitdrukkelijke dank !!! Nadat we hebben uitgepakt, gaan we wandelen en gaan we naar het “huis” van de zusjes waarvan ik in eerdere dagboeken al sprak. De 5 zusjes waren de eerste buurmeisjes van Mieke en mijnen Daddy, hier in Malawi. Sindsdien volgen we deze super schattige, lieve en goedlachse meisjes op. En elk jaar probeer ik regelmatig met hen te spelen en hen wat te verwennen. Ze verdienen het echt. Cé en Bianca worden voor het eerst geconfronteerd met de harde realiteit hier. We worden ontvangen in de (slaap)kamer van de zusjes. De vierkante kamer is 2,5m op 2,5 m en er staan 2 bedden in. Op zich zijn de bedden al een uitzondering, maar Mieke heeft de matrassen gesponsord waardoor ze dus wel een bed hebben. De harde realiteit is dat de 5 meisjes in de 2 bedden (1,5 persoonsbedden, twijfelaars zoals dat heet) slapen. De 2 oudsten (17 en 19 jaar) in één bed en de 3 jongsten (ik denk, 14, 12 en 9) in het andere bed. Mama en dochters zijn super blij en fier dat we bij hen op bezoek komen. Wij kunnen het haast niet voorstellen dat ze in deze ruimte leven en slapen. De mama vraagt of we niet blijven eten. Ze wil voor ons nsima (de maïsbrei die hier door de meeste mensen wordt gegeten) koken. Ook dit is Malawi, ondanks de familie bijna niets heeft, zouden we toch mogen mee-eten. We beseffen dat we totaal onverwacht zijn afgekomen en stellen dit etentje uit naar een andere datum, zodat ze zich er wat beter op kunnen voorbereiden. In één adem spreken we dan ook af dat zij ook bij ons moeten komen eten als “Filipi”, spek en eieren gaat maken. Spek is in Zomba niet verkrijgbaar, maar we hebben het mee vanuit Blantyre.
’s Avonds gaan we nog een pizza’tje eten in Domino’s, een restaurantje in Zomba op een 3-tal km van huis. “We” zijn Cé, Bianca, Mieke en ikzelf en Karine. Karine is een medewerkster van de vzw Non Profit. Zij, heeft een verpleegkundige opleiding genoten en werkt als diensthoofd in de gehandicaptenzorg in België. Ze heeft loopbaanonderbreking genomen en is voor 6 maand naar Malawi gekomen om enerzijds het voedselproject dat Non Profit met de landbouwers opstartte op te volgen en om anderzijds te kijken wat er kan gedaan worden aan de ondervoeding van baby’s in de streek rond Sitima. Zonder haar te kennen, voel je onmiddellijk dat het een lieve en geëngageerde vrouw is. Later zeker meer over de zaken waar zij mee bezig is.

Zondag, 4 spetember 2011: Loopdag, maar vooral luilekkerdag, Ku-Chawe-dag
Vandaag ben ik eerst gaan lopen met Cédric. We lopen een 5,5 km op een traag tempo langs de bergflank. Buiten een paar apen komen we eigenlijk weinig tegen. Daarna ontbijt ik samen met Cédric en Bianca. We zetten onze ontbijttafel op het zijterras van ons huis op Zomba-plateau. Zomba-plateu is een berg van 1800 meter hoog en ons huis is onderaan de berg gelegen op een hoogte van 800 meter. Van op het zijterras hebben we een prachtig zicht over de vallei en over een aantal andere “bulten” die Malawi rijk is. Het is het vreemde en tegelijkertijd ook het mooie aan Malawi. Die plots opduikende bulten in het glooiende landschap. Een Engelse schrijver omschreef het als volgt: “Malawi is dotted by rocks” (gestippeld met rotsen). Dit omdat deze bulten een rotsachtige structuur hebben.
We blijven lang aan de ontbijttafel zitten en mijmeren wat over het leven. Zondag is normaal ook Ku-Chawe-dag. Ku-Chawe is een luxehotel boven op Zomba-plateau. Op zondag wordt er ’s middags buffet geserveerd. Samen met Mieke, Karine, Cédric en Bianca rijden we tegen 11u30 naar boven. Eenmaal boven doen we ons tegoed aan het buffet; soep, voorgerecht, hoofdschotel en dessert. Bianca zegt al lachen dat ze hier in Malawi al meer heeft gegeten dan dat ze normaal in België zou doen. Casa Mia, Domino’s en Ku-Chawe, het kan inderdaad tellen qua overvloed. Ik riposteer door te zeggen dat ik zwaar door de mand val, met mijn verhalen over het arme en hongerige Malawi, maar ik waarschuw haar toch ook voor de andere kant van Malawi, Sitima waar we morgen naar toe trekken. Morgen is het de eerste schooldag in die andere wereld. De bedoeling is dat we morgen naar daar trekken en er ’s middags ook blijven mee-eten. Het is de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar, en er moeten heel wat zaken besproken worden. Enerzijds algemene zaken over de dagelijkse werking van de school, anderzijds ook een aantal specifieke zaken die ik inzake de meisjes voetbalploeg wil bespreken, zodat ik ons verblijf hier optimaal kan invullen. Maar daarover morgen meer. We blijven lekker lang zitten in de paradijselijke tuin van Ku-Chawe. We lachen en zeveren wat af. Op het einde krijgen we nog een apenspektakel (een 20-tal apen komt eens langs om te checken of ze geen achter gebleven etensresten kunnen buit maken) en net voor het donker wordt zakken we terug af naar beneden. Ik heb enorm genoten van de on-Malawese luxe en het gezelschap, maar ik kijk toch zwaar uit naar de ontmoeting met mijn vrienden in en de kinderen van Sitima …
Maandag 5 september 2011: Sitima, vergaderen en Mr Angoni
Om 8u00 vertrekken Bianca, Cé en ikzelf met de fiets naar Sitima. De heenrit is een zalige rit in dalende lijn. Ik schat dat van de 13,5 km er toch een 10-tal bergaf zijn. De helft is op harde wegen, de helft is in de zandvlakte. Ik kan ongelooflijk genieten van deze rit. We zijn nog maar net vertrokken of de eerste “Azungu” (Malawees voor “witte”) wordt ons al nageroepen. Eens in de zandvlakte worden de “Azungu’s” talrijker en net voor we Sitima binnen rijden klinkt er zelfs een eerste “Filipi!” aan de zijkant van de weg. Het ontroert me en het voelt op die manier nog meer aan als thuis komen. Eenmaal aangekomen begroet ik alle medewerkers (cooks, cleaners & teachers) met een stevige knuffel. Mr Davidson heeft een tekening gemaakt waarop hij me welkom heet in Sitima. Op dat moment zijn er ook heel wat ouders aanwezig, die hun kinderen op deze eerste schooldag komen inschrijven. Op de middag zie ik dat er vandaag reeds 142 kinderen zijn ingeschreven. We hebben plaats voor 200 kinderen, dus is dit cijfer na één dag een ongelooflijk succes. Het geeft aan dat de Sitima Nursery School een begrip is geworden in de streek. Ik geef Cé en Bianca een rondleiding in de school en ikzelf zet me een minuutje neer bij het monumentje dat ter ere van mijnen Daddy werd opgericht. Het doet pijn om te zien dat het monumentje licht beschadigd is, maar daarover straks meer.
De school is ondertussen begonnen en waar ik vroeger in alle klassen binnen ging om de leerkrachten wat bij te staan om te helpen, stel ik nu vast dat ik in 3 van de 4 klassen eerder een storende factor zou zijn in plaats van een optimaliserende. Ik ben echt fier op onze leerkrachten en onze werking als ik door de raampjes kijk en zie hoe gestructureerd en gedisciplineerd het er aan toe gaat. Enkel in het klasje waar de kleinsten (2 en 3 jaar) zitten, kunnen ze wat hulp gebruiken. In dat klasje zijn er heel wat kindjes aan het wenen, alhoewel krijsen misschien het betere woord is. In deze klas zitten kleintjes die de voorbije 2 jaar hoofdzakelijk op de rug van de mama hebben gezeten en nu voor het eerst door diezelfde mama werden achter gelaten. Bianca, Cé en ik gaan dit klasje binnen en proberen zo goed als mogelijk deze krijsertjes te troosten. Bij sommigen lukt het, voor anderen kunnen we beter verdwijnen omdat ze duidelijk schrik hebben van de “Azungu” (sommige kleintjes hebben, denk ik, nog nooit een blanke persoon gezien). Na het getroost gaan Cédric en ik naar de pomp achter het schooltje. Ik word weg geroepen voor een vergadering, maar de Cé gaat nog meer dan een uur door met pompen en Bianca blijft de kleintjes troosten (chapeau want het is voor de Cé een zware fysieke en voor Bianca een zware mentale belasting).
De eerste vergadering is gelinkt aan het enige minpunt aan het weerzien met Sitima; de beschadiging van het monumentje. In het kamertje van de leerkrachten zitten Mieke, Sam (leerkracht voor het vertaalwerk), Mr Mofolo (de directeur), 1 oudere heer en 1 jongere man op mij te wachten. De 2 mannen zijn familie van de man die het monumentje beschadigde. De sfeer is bedrukt. Eerst drukt Mr. Mofolo zijn diepe spijt en verontwaardiging uit over wat er is gebeurd. Hij benadrukt dat Sitima alles aan Mieke en Johan te danken heeft. Daarna volgen excuses van de 2 familieleden van de vandaal. Zij overhandigen aan Mieke een document van het Mental Hospital in Zomba waarop we kunnen lezen dat James Kundika lijdt aan “Schizofrenical disorder”. Blijkbaar is de man zwaar geestesgestoord en is het niet de eerste keer dat hij problemen veroorzaakte. De 2 mannen komen aan Mieke en mezelf vragen welke straf wij hen willen opleggen. Na kort overleg beslissen we dat we genoegen nemen met de excuses en dat we hen geen verdere straf willen opleggen, om de problemen die ze reeds hebben niet nog erger te maken. De mannen hadden dit totaal niet verwacht en danken ons voor onze goedhartigheid. Daarna beslis ik samen met Mr Mofolo en Sam dat de glazen platen met de tekst zullen vervangen worden door metalen platen met dezelfde tekst. Ze willen de kosten zelf dragen, maar omdat de school er zelf niks kan aan doen en omdat ik weet dat deze kosten hen pijn doen, zeg ik hen dat ik de helft van de kosten op mij zal nemen.
Daarna heb ik met Veerle, Mieke en de Malawese jongeren die verantwoordelijk zijn voor het Youth Centre een volgende vergadering. Enerzijds gaat het over extra materiaal (boeken, ballen, knutselmateriaal, …) dat ze willen aankopen en anderzijds gaat het over de loonsopslag die ze graag zouden willen. Willy, de papa van Cé, heeft extra budget mee gegeven voor de school en het Youth Center (ook mijn uitdrukkelijke dank aan Willy daarvoor !!!). Ik beslis om een deel van dat geld aan te spreken voor de aankoop van extra materiaal. Mieke beslist om net zoals dat het geval is voor de werknemers van de school, de lonen van de medewerkers jaarlijks aan te passen aan de inflatie.
Na deze vergaderingen is het al over één uur en kan ik samen met Cé en Bianca het bordje nsima met witte kool en tomaatjes eten dat de cooks voor ons hebben klaar gemaakt. Bianca eet duidelijk minder dan de voorbije dagen ;-). Na het eten volgt er een derde vergadering met de trainers van de meisjes voetbalploeg over het organiseren van een wedstrijd tegen een andere meisjesploeg. Hiervoor worden de eerste afspraken gemaakt. Blijkbaar is het omwille van transportkosten moeilijk om een andere ploeg naar Sitima te krijgen. Sam zal een rondvraag doen en later komen we hierop terug. Wordt dus zeker vervolgd …
Na deze vergadering keren we met de fiets terug naar Zomba. In 32° en met 10 km bergop is dit geen lachertje. Bianca bijt op de tanden en Cédric en ik slagen erin om de “Muur van Zomba” op te rijden zonder voet aan grond te zetten. Geloof me, ik sprak over deze muur ook al in mijn vorige dagboeken, het is een monster van een klim: ik schat een 7 à 800 meter lang met stijgingspercentages van boven de 20%. Het is – ter ere van mijnen Daddy, die hier ook zo kon op vloeken – mijn doel om deze berg minstens eenmaal te bedwingen en bij de eerste poging onmiddellijk prijs. Jiehaa !!!
In de loop van de namiddag had ik ook een afspraak gemaakt met Mr Angoni. Mieke kent Mr. Angoni al 4 jaar. Hij is iemand die met zijn transportbedrijfje reeds veel heeft gedaan voor Sitima en hij is ook de secretaris van Zomba United FC, de eerste klasse ploeg uit Zomba. Mieke had over Cé en mij verteld en hij wilde ons graag ontmoeten. We spreken met hem af om 17u30 in Domino’s, alwaar we ook iets eten. Het gaat niet goed met Zomba United. Ze hebben slechts 5 punten uit 7 wedstrijden en staan voor-voorlaatste. Mr. Angoni vraagt ons of we onze Europese ervaring niet willen delen met de ploeg. Uiteraard willen en kunnen we dit doen en we spreken af dat Cé en ik enkele tactiek-oefeningen zullen voorbereiden en donderdag zullen assisteren bij de training van Zomba United FC. Ja, ja jullie lezen het goed, Filipi wordt assistent-coach van een eerste klasse ploeg !!!
Na een goed gevulde dag, kruipen we moe maar voldaan in ons bedje. Tot morgen !
Dinsdag 6 september 2011: Zomba-centrum en de training die geen training werd
Omdat Mieke pas om 9u00 weet of ze al dan niet in Blantyre moet zijn en wij zouden meegaan om de spullen voor het Youth Centre aan te kopen. Vertrekken we ’s morgens niet onmiddellijk naar Sitima. Om 9u00 komt het nieuws dat we pas morgen naar Blantyre kunnen/moeten. Omdat we brood nodig hebben en onze Malawese Sim-kaarten moeten regelen beslissen Cé, Bianca en ik om met Mieke, die er een aantal rekeningen moet betalen, mee te wandelen naar Zomba-centrum. Het is een stevige wandeling van meer dan een uur, door een koloniale botanische tuin en over de golfterreinen van Zomba. De natuur is echt prachtig en we genieten van de wandeling. Eenmaal in Zomba-centrum aangekomen, wordt Mieke op de eerste honderden meters al door een 4-tal Malawezen aangesproken die haar kennen. Het is duidelijk dat zij een deel van de Zomba community is geworden… Eén van de 4 is Mr. Dimba de loodgieter, die ik ook ken. Vorig jaar had ik beloofd om met hem uit te gaan, maar dat is er toen niet van gekomen. Belofte maakt schuld en een Malawees vergeet nooit wat je hem hebt gezegd, dus maken we onmiddellijk de afspraak met Mr. Dimba om met hem op vrijdag uit te gaan in de plaatselijke discotheek, de G-string. Na deze afspraak toon ik Cédric en Bianca de lokale markt. De markt is ongeveer een 50m op 100m met het ene kraampje naast het andere. Het is een beetje te vergelijken met de “Soux” (weet niet of dit juist geschreven is) die je in de Arabische landen vindt. Toch zijn er een aantal verschillen. De kraampjes zijn meestal van hout en het aanbod hier is veel breder. In de Soux verkoopt men vooral kledij en lederwaren enz. Hier gaat het van kledij tot kuismateriaal, van groenten tot vleeskarkassen. De markt is vuiler en stoffiger dan de klassieke Soux, maar het is op zich wel leuker om op deze markt rond te wandelen, omdat Malawezen minder opdringerig zijn. Na de markt, kopen we brood en regelen we onze sim-kaarten. Daarna spreken we op de middag af met Mieke af in het restaurantje “Tasty-Bites” waar we iets eten. Omdat Mieke nog op zoek wil gaan naar de garagist die onze brommer kan repareren, keren wij met de “bus”reeds huiswaarts. Hier de bus nemen is ook een avontuur. De bussen zijn mini-busjes die je bijna eender waar kan tegen houden en waar ze zo veel mogelijk mensen en materiaal in proppen. We stappen in een gezellig vol busje en worden beneden aan de voet van “onze berg” afgezet. Als we zo de berg opstappen, lijkt het echt een wonder dat we hier gisteren met de fiets zijn opgeraakt. Deze berg kan echt niet goed geweest zijn voor mijnen Daddy zijn hart, bedenk ik bij mezelf. Omdat ik met hem hier de laatste momenten heb beleefd, is hij hier in Malawi voor mij nog zoveel meer aanwezig dan dat hij dat in België is (ook al gaat er in België ook geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk…). Ik veronderstel dat dit ook één van de redenen is waarom ik hier zo graag ben.
Eenmaal thuis is Mieke reeds daar. Zij heeft de garagist gevonden, is achterop bij hem op zijn motor gekropen en de man is reeds naarstig aan onze motor aan het werken. Cé, Bianca en ik maken ons dan klaar om met de wagen naar Sitima te gaan, want vandaag is er training voor de meisjes. Sam had gezegd dat de training tegen 15u à 15u30 begint. Tegen vijf voor drie komen we in Sitima aan, maar buiten Sam is er nog niemand daar. Op zich niks bijzonders, want dit is Malawi. Maar uiteindelijk wachten we tot kwart voor vijf en pas dan komt het eerste meisje opdagen. Ook dit is Malawi; de school is nog maar net terug begonnen en de meisjes mogen thuis niet zomaar weg. Nu ze overdag op school zijn, moet er eerst gewerkt worden wanneer ze thuis komen. Het is het grootste probleem voor onze meisjesploeg. De ouders vinden dat ze zich thuis veel nuttiger kunnen maken dan op het voetbalplein. Uiteindelijk was het één van de hoofdredenen waarom mijnen Daddy er indertijd mee begonnen is; de sleur en het harde bestaan van deze meisjes wat te doorbreken. We verlaten Sitima omdat we voor het donker willen thuis zijn. Ik hoor later van Sam dat ze toch nog een uurtje getraind hebben…
Woensdag 7 september 2011: Een brommer kopen, shopping in Blantyre en Esther Mikeseni het toonbeeld van de moderne Malawese vrouw
Vandaag willen we met Karine en Esther Mikeseni (Malawese vrouw die het landbouwproject van Non Profit hier moet coördineren) en Mieke naar de grote stad Blantyre gaan. We hebben allemaal onze redenen om naar ginds te trekken. Mieke kan haar nieuwe auto ophalen en moet een aantal paperassen regelen, Cé, Bianca en ik, moeten inkopen doen voor het Youth Centre en Carine en Esther moeten er een bromfiets voor Esther kopen, zodat ze zich makkelijk kan verplaatsen tussen de dorpen en de boeren, om hen te controleren. Op het afgesproken uur en plaats voor vertrek zijn alle Azungu aanwezig. Alleen is er geen spoor van Esther. Wanneer Karine haar probeert te bereiken, laat Esther weten dat haar mini-busje problemen heeft. Als Karine vraagt hoe lang ze nog denkt nodig te hebben, is het antwoord een kwartier. Mieke kent deze Malawese kwartiertjes en zegt onmiddellijk dat Esther dan maar de bus naar Blantyre moet nemen. Mieke maak je hier niks meer wijs. Als we een uur later nog eens polsen bij Esther blijkt ze nog altijd in Zomba te zijn. In Blantyre gaat Mieke haar eigen weg en doen wij met Karine een eerste rondje in de grote “Game-Store” zodat we straks wanneer de wagen terug is, aan snel-shopping kunnen doen. Wij waren in Blantyre rond 8u45, tegen 11u00 komt Esther aan. Omdat wij toch moeten wachten totdat Mieke terug is met de auto, beslissen we om mee te gaan met Esther en Karine voor de aankoop van een brommer.
Karine is reeds een aantal dagen in de weer om die aankoop rond te krijgen, maar blijkbaar maakt Esther telkens voorbehoud en is er toch telkens wel iets waardoor ze de knoop niet kan/wil doorhakken. De voorbije dagen hebben ze 2 brommers gevonden die binnen het budget pasten. De ene is een Honda van 12 jaar oud en de andere is een nieuwe van een merk uit Mozambique. De garagist die we kennen raadde Karine toch aan om voor de Honda te gaan omdat die steviger is en omdat die makkelijker te repareren valt wanneer er iets kapot aan zou zijn. Wanneer ik Esther vraag welke bromfiets haar voorkeur wegdraagt, begint ze onmiddellijk over het design van de motor. Ik onderbreek haar door te zeggen dat “Design not the main thing is. First of all, it has to be a good motorbike”. Esther zegt dan dat ze in Blantyre een motorshop weet zijn die ze graag wil bezoeken. Ik spreek met Karine af, dat we daar zullen passeren, om te kijken of er daar zijn die binnen het budget passen en dat we dan beslissen; de Honda, de Mozambique of toch één vanuit de nieuwe shop. In de (Chinese) motorshop vinden we een spiksplinternieuwe motor die binnen het budget past. De verkoper (een Malawees) garandeert ons dat er wisselstukken zijn en we krijgen 1 jaar garantie. Mits dat jaar garantie kan het voor mij. Karine heeft blijkbaar ook meer vertrouwen in deze nieuwe dan in de nieuwe Mozambique dus beslissen we om de onderhandelingen op te starten. Al vrij snel gaan we van de vraagprijs van 200 000 MK naar 170 000 MK. Omdat het zo snel gaat wil ik nog een stukje van de prijs krijgen. Ik ga naar 165 000 MK waarop de Malawees zegt dat hij zijn Boss moet bellen. Een 5-tal minuten later komt er een Chinees aan van een jaar of 30. Hij garandeert me dat hij onmogelijk onder de 170 000 MK kan gaan. Ik zeg dat ik van mijn organisatie slechts een budget heb van 165 000 MK en “that they will kill me if I go above this limit”. De Chinees houdt voet bij stuk. Ik vraag hem of hij nu echt wil dat ik word doodgeschoten voor 5000 MK ;-). Dan doe ik mijn laatste zet; ik zeg dat wij de brommer vandaag willen kopen en betalen en dat ik wil bellen naar mijn organisatie om mijn budget op te trekken naar 167 000 MK. We zullen ook de helm die Esther nodig heeft bij hem kopen. Deal voor 167000 MK en Filipi zo fier als ne gieter ! We hebben, denk ik, echt uit het onderste uit de kan gehaald.
’s Namiddags betalen we de brommer en spreken met de Chinees alle formaliteiten af (registratie, nummerplaat, verzekering, road trafic control en de documenten inzake transfer of ownership). De Chinezen doen al deze formaliteiten voor 4500 MK. Op zich een goeie prijs want ik denk dat als wij het moeten doen, dat we hier makkelijk nog 2 à 3 volle dagen zoet mee zouden zijn. Op donderdag 15 september mogen we de bromfiets (een 125 CC by the way) vertrekkensklaar komen halen.
Mieke en Karine gaan met de nieuwe wagen naar Zomba, wij gaan met Esther naar de Game-shop en doen daar onze nodige inkopen voor het Youth Centre. Esther rijdt met ons mee omdat zij ook de weg kent. Ik ken hem ondertussen ook wel een beetje, maar in Blantyre zelf durf ik me nog wel eens vergissen. Wanneer we Blantyre buiten rijden wil Esther me rechts doen afslaan. Ik ben bijna 100% zeker dat ik links moet aanhouden en negeer haar vraag. Later zal blijken dat Esther mij een serieuze omweg wou laten maken om voor haar een tafeltje op te halen in Limbe tegen Blantyre. Ze zal gedacht hebben dat dienen Mzungu toch de weg niet kent en wilde daarvan profiteren. Na één uur en twintig minuten rijden, het is dan iets na half zes, komen we aan in Zomba. Daar probeert Esther de Mzungu in kwestie (ik dus) opnieuw een blaas wijs te maken. Ze zegt dat ze vreest dat er geen bussen meer zullen rijden. Ik blijf beleefd en zeg haar dat dit geen probleem kan zijn, want ik weet dat er zeker tot 10 à 11 uur ’s avonds nog bussen rijden. Op de plaats waar ik met Karine had afgesproken om haar af te zetten, tovert ze nog een leuk een aapje uit haar mouw; this is not the bus station, zegt ze, waarop ik zeg “I know, it is 200 m down the road, that must be possible for your young feet”. Uiteindelijk zet ik haar nog enkele bushaltes verder af, iets dichter bij haar huis. Het gedrag van Esther vandaag toont echt wel hoe ze hier zijn. Design en looking cute is het belangrijkste voor de Malawese vrouw, daarnaast is tijd een relatief begrip en zal men steeds alles proberen om zoveel mogelijk eigen profijt te slaan uit de Azungu. We moeten hier altijd op onze hoede zijn! Maar ja, kunnen we hen dat kwalijk nemen?
Donderdag 8 september: Sitima en Zomba United FC
Vandaag zijn we reeds vroeg met de fiets op pad richting Sitima. We komen er tegen iets voor 8u30 aan, net voor de school begint. Er staat heel wat te gebeuren vandaag; onze school wordt als centraal punt gebruikt door de plaatselijke gezondheidsorganisatie voor de maandelijkse registratie van de baby’s en jonge kinderen uit de streek. Ook in vorige dagboeken heb ik hierover al iets geschreven. De kinderen worden gemeten (lengte en omtrek buikjes en armpjes) en gewogen (letterlijk aan de haak aan een boom). Ze krijgen de nodige inentingen en alles wordt zorgvuldig genoteerd en opgevolgd in de boekjes die de mama’s bij de geboorte van hun kinderen meekrijgen. Karine volgt de volledige voormiddag dit proces op. Ik hoor van haar dat de ondervoeding bij de baby’s lijkt mee te vallen en ten opzichte van het voorbije jaar (ze was hier vorig jaar ook al eens) enorm verbeterd is. Dit betekent niet dat alles ok is, want in de school bij ons zie je toch nog dat zeker 20% van de kindjes er met een dik buikje rond loopt. Dikke buiken bij kinderen wijzen hier op te éénzijdige voeding of ondervoeding en na een lange vakantie zie je er altijd meer dan wanneer de school een tijdje bezig is. Wat de geboorte van de kinderen betreft heb ik dit jaar het volgende geleerd. Mannen zijn hier in Malawi nooit bij de bevalling aanwezig. Vrouwen bevallen thuis of in het beste geval in het hospitaal, maar nooit is de man er bij. De mannen willen het niet, maar de vrouwen willen het ook niet. Vrouwen hebben schrik dat wanneer mannen de geboorte van de kinderen meemaken, ze daarna de vrouw niet meer aantrekkelijk vinden en de vrouwen zullen achter laten. Na de geboorte slapen mannen en vrouwen ook apart voor minstens 6 maanden (soms tot 9 maanden). In die tijd hebben ze geen seks met elkaar. Het is algemeen geweten dat de mannen in die periode zich op een ander aan hun trekken laten komen…
Cé, Bianca en ikzelf gaan met twee klasjes achteraan op het “voetbalveld” wat spelletjes spelen. Elke klas heeft wekelijks zo één speeldag en vandaag zijn de grootsten aan de beurt. We spelen eerst “tussen 2 vuren” en daarna leren we hen “schipper mag ik overvaren”. De kinderen leren heel snel de Chichewa-versie en ze vinden het echt geweldig. 2 of 3 jaar geleden speelde ik het hier al eens, maar blijkbaar waren ze het vergeten… Na het spelen achteraan gaan we al zingen terug naar de school. Tijdens de speeltijd trakteer ik heel de school op mijn na-zing en na-doe liedjes. Zij genieten, maar ik ook. Al die kleine zwarte kopjes rond mij, die me perfect nabootsen, echt geweldig ! Ondertussen heb ik ook vernomen dat we dit jaar 210 inschrijvingen hebben in de school. Normaal zetten we de limiet op 200 kinderen, omdat het zowel financieel (een kind kost ons nu, door de inflatie, ongeveer 8 euro per maand), als logistiek (we hebben maar 4 grote klassen) haalbaar moet blijven. Op het moment dat we aan 192 inschrijvingen zaten, stelden de leerkrachten vast dat er nog 18 weeskinderen uit de buurt niet waren ingeschreven. De wezen krijgen in principe voorrang op de andere kinderen, dus zitten we nu met 210 kinderen. De wezen komen gratis, maar om de ouders van de andere kinderen wat te responsabiliseren vragen we 100 MK (ongeveer 40 eurocent) inschrijvingsgeld per maand. Het inschrijvingsgeld gaat niet naar YOCE, maar naar de CBO van Sitima (de Community Based Organisation).
Om 11u00 hebben we afgesproken om met de “Sitima-Bullets” te vergaderen. De Bullets is de mannen voetbalploeg van Sitima. Vorig jaar heb ik duidelijk gevoeld dat ze ongelooflijk jaloers zijn op de Sitima Sisters en ik kan hen wel begrijpen, want ook zij leven in deze harde wereld en ook zij hebben eigenlijk helemaal niks. Daarom dat ik dit jaar ook voor hen iets wilde doen. Mijn dank aan mijn trainer Gunther, Michel Sablon van de KBVB en SK Oetingen die mij heel wat sportkledij hebben meegegeven. Ik beloof de Bullets dat ik voor elke speler een pakketje sportmateriaal zal klaar maken en dat ik hun “registration-fee” van 1000 MK zal betalen zodat ze kunnen deelnemen aan de lokale competitie. Daarnaast maken we de afspraak dat Cé en ik volgende week donderdag ook aan hen een training zullen geven. Tijdens de vergadering komen ook Mr. Mofolo en de Nfumo (de plaatselijke burgemeester) binnen. Sam had me gezegd dat zij een officieel moment wilden organiseren om de overdracht van de voetbalnetten en de kegeltjes te “vieren”. Beide heren houden hun gebruikelijke speech en danken ons voor de steun die we zowel aan de Sitima Bullets als aan de Sitima Sisters bieden. Na deze vergadering is het al over 12u00 en Cé en ik moeten ons haasten naar Zomba, omdat we om 14u00 bij Zomba United FC moeten zijn voor de training.
Voor het eerst zie ik het stadion van Zomba United FC. Het is eigenlijk niet echt een stadion. Enkel langs één kant van het terrein staat er iets wat we een tribune kunnen noemen. Onze mond valt open van verbazing. Op het veld staat nauwelijks gras en het ligt er zeer bultig en hobbelig bij. De spelers (24 in totaal) kleden zich om langs de zijlijn en de ploeg heeft 3 ballen ter beschikking! De trainer van Zomba United komt naar ons toe. Hij zegt dat hij op de hoogte is gebracht van onze komst en vraagt wat we willen doen. Het is duidelijk dat de man zich onzeker voelt door onze komst. Eigenlijk hebben we dit wat onderschat. De ploeg doet het slecht en de Azungu komen de boel wat overnemen. We beseffen maar al te goed dat wij hier éénmalig zijn en dat de man nog een heel jaar met deze groep moet werken. Om zijn gezag niet te ondermijnen, zeggen we dat hij de baas is en dat wij vanaf de zijlijn zullen toekijken en wat raadgevingen zullen geven waar we kunnen. De oefeningen die we hebben voorbereid zouden we toch niet kunnen geven door het gebrek aan ballen. Na de opwarming staat er een oefenpartijtje op het programma. De eerste helft kijken we toe en de tweede helft geven we onze mening aan de trainer. Voor de kenners; de linies spelen te ver uit elkaar, er is te weinig beweging zonder bal, voorin wordt er teveel voor de individuele actie gegaan in plaats van het ook daar proberen uit te spelen en bij hoekschoppen staat iedereen al bijna ter hoogte van de kleine backlijn in plaats van in te lopen. Pas op, het is niet allemaal kommer en kwel. Het voetbal dat ze bij wijlen op deze grasmat leggen, mag zeker gezien worden. De spelers zijn krachtig, snel en technisch onderlegd. Veel van deze spelers zouden bij ons ook wel in de nationale reeksen kunnen spelen, maar het is vooral op tactisch vlak dat ze nog kunnen bijleren. We zien soms dingen die bij ons zelfs in 4° provinciale niet geapprecieerd zouden worden (bvb. foute inworpen). Na de training spreken we ook nog even met de Team Manager. Eigenlijk hebben ze hetzelfde probleem als de kleinere ploegen bij ons. De beste spelers moeten ze laten gaan wanneer de grote ploegen met geld komen aandraven. Bij een overwinning krijgen de spelers 2500 MK (9,5 euro !!!), terwijl de grote ploegen makkelijk tot 15000 MK betalen. We beloven de man dat we 2 extra ballen zullen kopen voor het team. Meer kunnen we, vrees ik, niet doen …
Na alweer een volle, maar leuke en leerrijke dag kruipen we ’s avonds moe in ons bedje. Tiona na Mawa (tot morgen) !
Vrijdag 9 september: Sitima, platte banden en de meisjes op bezoek
Vandaag gaan we opnieuw naar Sitima. De tocht verloopt echter niet zoals gepland. Wanneer we op een kilometer van Sitima zijn, springt mijn buitenband over de velg en ik slaag er niet in om hem terug onder de velg te klemmen. Ik moet eigenlijk de binnenband voor een groot stuk aflaten om de buitenband terug op zijn plaats te krijgen. Terwijl ik daar sta te prutsen, stopt er al meteen een eerste Malawees die vraagt of hij kan helpen. Vriendelijke en behulpzame mensen hier in de zandvlakte. Dat heeft Malawi me ondertussen ook al geleerd, hoe minder de mensen hebben hoe meer ze elkaar helpen en hoe meer ze met elkaar begaan zijn. Want ook het omgekeerde is me al vaak opgevallen. Hoe rijker en verwender mensen zijn, hoe botter en onvriendelijker ze met elkaar omgaan. Het is soms pijnlijk om te zien hoe rijke Malawezen hun arme broeders respectloos en soms bijna als slaven behandelen en hen uitkafferen omdat zaken soms niet lopen zoals zij het in gedachten hebben. Wanneer we met de fietsen aan de hand de laatste kilometer afleggen, groeit ook weer het respect voor de arme mensen hier. De warmte weegt en het besef dat de armen hier bijna alles te voet en blootvoets afleggen, met vaak vele kilo’s op het hoofd …, het stemt weer even tot nadenken.
Eenmaal in Sitima aangekomen, gaat Cédric de metser, Mr. Masamba, helpen, speelt Bianca met de kindjes en heb ik een vergadering met Misses Joyce, de Headteacher en met Sam. Ik bespreek met hen de extra taken die buiten de schooluren moeten gebeuren. Eigenlijk is het zo dat op dit moment het vooral Sam en Joyce zijn, die buiten de schooluren regelmatig nog tijd steken in extra taken (contact met de ouders, naar de markt gaan, …). Zij krijgen hiervoor nog eens 500 MK per maand boven op hun loon. Het probleem is dat niemand eigenlijk weet dat ze hiervoor van YOCE nog extra geld krijgen en Mieke wil hiervan afstappen, want vroeg of laat komt dit toch uit. Mieke heeft me dus daarom gevraagd om samen te zitten met hen beide. Wanneer ik hen uitleg dat Mieke niet meer achter de rug van de anderen extra geld wil geven, krijg ik onmiddellijk een zalige reactie van Sam. Hij zegt dat hij blij is dat Mieke hiervan wil afstappen, omdat het inderdaad geen gezonde situatie is en het YOCE in diskrediet zou kunnen brengen. Hij zegt dat hij schrik had, dat Mieke door te lang in Malawi te zijn, nu ook zoals Malawezen zou beginnen handelen. Namelijk achter de rug van anderen allerlei zaakjes bedisselen. Het eerste idee dat we opperen, is om in het begin van de maand, in een open vergadering met iedereen, alle extra taken voor de volgende maand op te lijsten. Om dan te kijken wie wat gaat doen en dan ook te werken met een timetable, zodat we kunnen zien wie, waaraan, hoeveel tijd heeft besteed. Zo kunnen we bepalen wie recht heeft op welke vergoeding. Het is een omslachtige procedure, maar voor mij kan het. Dan komt er een zalige reactie van Joyce. Ze zegt dat deze manier van werken voor problemen gaat zorgen, want dat er zowel discussie kan zijn over wie wat gaat doen, over hoeveel tijd er aan besteed wordt en over de vergoeding die men er voor krijgt. Sam zegt dan, dat het eigenlijk voor iedereen normaal zou moeten zijn, dat men af en toe buiten de schooluren iets moet doen voor de school of de community en dat zonder een extra vergoeding te krijgen bovenop het loon dat ze nu al ontvangen. Uiteindelijk beslissen we, dat we vanaf nu de extra taken zullen verdelen over de 10 leerkrachten, zodanig dat iedereen af en toe iets extra doet voor de community zonder dat er moet betaald voor worden. We mogen echt blij zijn met Sam en Joyce, want de facto komt het er dus op neer dat zij, ondanks de armoede waarin ze leven, hun extra vergoeding laten vallen, omdat dit het beste is voor de school en de community. Dit is echt uitzonderlijk!
Na deze vergadering krijgt elke leerkracht, cook en cleaner van mij een pen die ik heb meegekregen van Robby, een ploegmaat bij SK Oetingen (thanks mate !). Het is een gewone pen, maar de blijdschap is buitengewoon. In deze wereld een cadeautje krijgen is nog zoveel leuker dan bij ons!
Nadat we mee-eten in Sitima; nsima, witte kool en rode bonen (hebben ongeveer dezelfde voedingswaarde als vlees) keren we (ik met een fiets van de leerkrachten) terug naar huis. Het is Murphy vandaag, want op de steile klim naar huis, rijd ik opnieuw lek. De drie voorbije jaren nooit een probleem gehad met de fiets en vandaag twee keer. Ach ja, het blijven luxeproblemen.
Vandaag hebben we ook afspraak met de 5 zusjes en de mama. De beloofde spek met eieren van Filipi staan op het programma. Ze komen iets later aan dan verwacht, maar hebben wel extra leuk nieuws mee. Rose (de 2° oudste) heeft vandaag te horen gekregen dat ze vorig schooljaar geslaagd was en naar het volgende jaar mag. De maaltijd wordt eigenlijk door Cé, Bianca en Mieke gemaakt, zodat ik buiten een beetje kan dollen met mijn schattekes. Ze worden extra verwend. Eerst Malawese chips met ananassap van Karine en dan dus spek met eieren. We zitten met zijn elven buiten aan tafel. Het is super gezellig en de 24 eieren die we maakten gaan vlotjes naar binnen. Na het eten komt nog de grootste verassing. We hebben in Blantyre voor de zusjes cadeautjes gekocht; pareltjes om kettingen te maken, een puzzel en Engelse leesboeken. Daarnaast krijgen ze allemaal een rugzakje (ook van de Robby meegekregen), een pen en een T-shirtje. Hun geluk kan niet op. Alle Azungu worden getrakteerd op een stevige knuffel en vele “thank you’s” en “zikomo’s” (zikomo: dank u in Chichewa). Als toetje worden we ook nog getrakteerd op enkele liedjes en dansjes. Na dit alles wordt er ook nog gebeden door Flora (de oudste). Ze bedankt God die ervoor gezorgd heeft dat wij hun levenspad kruisten. Zeer emotioneel allemaal, de liedjes, dansjes en het gebed. Na deze mooie avond zijn we allemaal blij, maar ook vrij moe. Niemand heeft nog zin om stap te gaan. Met een beetje blos op de wangen, bel ik naar Mr. Dimba om (alweer) het beloofde uitgaan in de G-string te cancellen…
Zaterdag 10 september: Matchke voetbal met de mannen van Angoni en Nkopola Lodge, het stukje paradijs aan het grote meer, Lake Malawi
Mr. Angoni had ons bij onze eerste ontmoeting uitgenodigd om met zijn voetbalploegje mee te spelen op zaterdag, vandaag dus. De match is om 9u00. Omdat we pech hebben met de motor, komen we iets na negen aan het “stadion” van Zomba United aan. De eerste klasse ploeg staat klaar om te vertrekken naar Lilongwe en ik wens hen en de coach veel succes en Mr. Angoni loopt er ook rond. Ondanks het al ruim na negenen is, wordt er duidelijk nog geen aanstalten gemaakt om met de match te beginnen. De ploeg van Mr. Angoni speelt tegen een ploeg van de Waterboard (de Malawese watermaatschappij). Ik denk dat het ruim 10u30 is, wanneer de match feitelijk begint. De match is op reserven-niveau en Cédric en ik worden in de basiself geposteerd. Later blijkt dat de basiself eerder de oude rakkers zijn, want tijdens de rust komen er 5 of 6 jonge gasten de ploeg versterken. Voor de Azungu is het geen makkelijke match. Enerzijds is er de temperatuur van 32 à 33°, anderzijds het hobbelige droge veld met hier en daar grote natte plekken (waar de lopende tuinslang een half uurtje is blijven liggen…). Met mijn zaalvoetbalschoenen houd ik me op die plekken nauwelijks recht. Algemene hilariteit als ik, de Azungu, bij een balcontrole op zo’n natte plek modder, zwaar onderuit ga. Cé en ik amuseren ons op het plein, hoewel ze hier toch heel anders spelen dan bij ons en enkele oude rakkers meer oog hebben voor het bier dat naast het veld gedronken wordt dan voor de bal op het veld. Met de rust en een 0-2 achterstand vragen we met plezier onze vervanging aan. Omdat we kort na de middag naar het meer willen trekken, vertrekken we na een 10-tal minuutjes in de 2° helft. Later horen we dat de jonge gasten de scheve situatie nog recht trekken en dat onze ploeg uiteindelijk met 3-2 wint. Door de defecte brommer moeten we te voet huiswaarts. Tijdens onze wandeling eten we samen met Mieke nog een hapje in de Pakachera, een eethuisje aan de golfterreinen. En waar we eerst tegen 13u wilden vertrekken, vertrekken we uiteindelijk om 15u00 met James (de taxidriver waar Mieke ook altijd beroep op doet) naar het meer. Je ziet het, we beginnen al wat Malawese trekjes te krijgen ;-).
De rit naar het meer neemt een kleine 3 uur in beslag en wie de vorige dagboeken heeft gelezen, weet dat er hier in Malawi regelmatig politiecontroles zijn. Na 20 minuten rit komen we al aan de 2° controle. Bij de eerste mochten we doorrijden, maar hier worden we aan de kant van de weg gezet. De politieman controleert de papieren op de wagen van James en vraagt ook naar zijn rijbewijs. James kan zijn rijbewijs niet onmiddellijk vinden en raakt lichtjes in paniek. Hij doorzoekt heel zijn wagen; achter de zonneklepjes, het bakje in de deur, het bakje van de passagier, het bakje tussen de 2 zetels, onder zijn zetel, onder de passagierszetel, vooraan, achteraan, … Echt hij kamt heel de wagen uit, en van overal komen er papieren tevoorschijn, maar zijn rijbewijs kan hij nergens vinden. Terwijl hij zoekt, zegt hij wel 100 keer hetzelfde. I have a driving licence, where did I put that driving licence? Hoe langer het duurt, hoe nerveuzer hij wordt. Na een kwartier zoeken begin ik er mij al op voor te bereiden, dat ik, die mijn internationaal rijbewijs mee heb, zal moeten verder rijden, tot plots wanneer hij voor de 10° of 20° keer door hetzelfde stapeltje papieren gaat, zijn rijbewijs vindt. Oef, een zucht van opluchting. Het rijbewijs in kwestie heeft James, zeker drie, vier keer in zijn handen gehad, maar waarschijnlijk door de stress, heeft hij er toen telkenmale over gekeken. Wanneer we weer vertrekken kunnen we er hartelijk om lachen. Verder verloopt de rit naar wens, maar wat wel enorm opvalt, is dat het land kreunt onder de hitte en de droogte. We passeren langs een 5 à 6-tal rivieren die helemaal zijn opgedroogd. Een vreemd beeld die beddingen van soms 3 à 4 meter breed en 2 à 3 meter diep, met niet één druppel water in… Later verneem ik dat het niet meer geregend heeft sinds einde maart dit jaar!
Tegen iets voor zes komen we aan in Nkopola Lodge aan het meer. Ik was hier ook met mijnen Daddy en Mieke in 2008. We worden naar onze luxe-hutten onder de palmbomen aan het strand gebracht en onze echte vakantie kan beginnen. Cé, Bianca en ikzelf doen ons tegoed aan de bar, het restaurant en opnieuw de bar. Cé en ik, drinken een viertal dubbele rum-cola’s en tegen middernacht kruip ik, hier in Malawi voor het eerst, lichtjes dronken in mijn bed. Morgen is het toch lazy-sunday…
Zondag 11 september: Lazy-Sunday aan Lake Malawi en blij weerzien met Esther
Vandaag kan opgesplitst worden in 2 delen en tegelijkertijd ook 2 uitersten. Enerzijds de ongebreidelde luxe in de Nkopola Lodge. Te beginnen met een luxe ontbijtbuffet, een lekkere “club sandwich op de middag”, wat luieren aan het zwembad om opnieuw af te sluiten in de bar, het restaurant en terug de bar.
Anderzijds ben ik tussen zwembad en avondmaal op zoek gegaan naar Esther, het meisje dat me in 2008 tijdens mijn looptoertje mee trok in het vissersdorp Chipoka dat vlak voor Nkopola Lodge ligt. Cé gaat met me mee. De kans is klein dat ik haar terug vind, omdat Chipoka vrij uitgestrekt is. De hutten staan verspreid over een oppervlakte van naar schatting 500m op 500m en er wonen 2500 mensen. Ik duik het zand in tussen de hutten en de Azungu’s vliegen ons rond de oren. Aan de verbaasde blikken te zien, is het duidelijk dat de rijke blanken die naar Nkopola Lodge gaan, zich hier niet laten zien. Ik vraag een aantal keren naar Esther, maar iedereen haalt de schouders op, tot ik op een moment het aan een jonge kerel van een jaar of 25 vraag. Hij kent geen Esther, maar spreekt tot onze grote verbazing vrij goed Engels. Ik doe hem kort het verhaal van 3 jaar geleden en leg hem uit dat ik dat kleine meisje van toen graag opnieuw wil ontmoeten. De kerel, Lewis genaamd, loopt met ons mee en vraagt de mensen rondom naar een Esther. Op een bepaald moment lijkt een oudere vrouw inderdaad een Esther te kennen. Lewis neemt ons mee en zegt dat er nog iets verder het zand in een Esther zou wonen. We komen opnieuw aan bij een aantal hutjes, waar een aantal vrouwen buiten zit en plots zegt Lewis; did you buy some bananas three years ago? De vrouwen herkennen me en herinneren zich het tafereel van 3 jaar geleden. Lewis zegt dat we moeten gaan zitten en dat ze Esther gaan halen. Na een 10-tal minuutjes komt Esther te voorschijn. Achteraf bekeken, denk ik dat ze haar snel nog iets moois hebben aangedaan, want in vergelijking met de andere kinderen die er werkelijk in vodden en lompen rondlopen, heeft ze een relatief proper T-shirtje aan en heeft ze een mooie schort rond haar lenden gewikkeld. Ze komt naar ons toe, lacht en zegt “hello”. Het is een blij weerzien al verloopt de communicatie vrij moeilijk. Ik zeg tegen Lewis dat ik opnieuw bananen wil kopen en hij leidt ons naar een winkeltje. Een winkeltje hier is een houten toonbank langs de zandweg zoals je er ook in Sitima vindt. Soms ligt er iets op de toonbank soms ook niet. We hebben geluk want er liggen toch heel wat bananen. Ik zeg tegen Lewis dat hij prijs moet vragen en zeg er onmiddellijk bij dat hij moet zeggen dat de bananen niet voor ons zijn, maar voor de kinderen van Chipoka. Het antwoord is 3 bananen voor 20 MK! De 3 meisjes van naar schatting 14 jaar beginnen alle bananen te tellen en komen op 90 bananen, dus 600 MK. Ik geef ze en de 6 kleine rakkers die er bij zijn komen staan allemaal een banaan en geef de 3 meisjes 700 MK en zeg dat het gepast is. Wel beste lezer, de vreugde-uitbarsting en het bijhorend geroep en gedans die daarop volgen, kan ik onmogelijk beschrijven.
We keren met de grote zak bananen terug naar het huisje van Esther, waar zij met nog vele andere kinderen op ons zijn blijven wachten. Esther mag aan alle kinderen een banaan uitdelen. Ik schat dat er toch een 60-tal worden uitgedeeld en de 30 resterende bananen worden, net als 3 jaar geleden door Esther aan haar mama gegeven. Bij het uitdelen wordt de armoede zichtbaarder dan ooit. De kinderen vertrappelen elkaar bijna om er zeker één te krijgen, enkele sloebers proberen 2 keer in de rij te staan (maar Esther doorziet deze trucjes), de bananen worden naar binnen geschrokt, zeker 1 kindje op 2 heeft dat lelijke dikke buikje van ondervoeding en de geur van deze kinderen is ook moeilijk op papier te zetten. Nadat de bananen zijn uitgedeeld, zegt Esther iets tegen Lewis. Lewis zegt dat Esther zich herinnert dat ik 3 jaar geleden een liedje heb gezongen. Ongelooflijk dat ze het nog weet! Ik lanceer daarom opnieuw mijn Tango – nazing en nadoe – liedje. Ontroerend tafereel, die 60 straatarme kinderen, die vol vreugde meezingen en mij perfect nabootsen. Nog even en het wordt donker. Ik neem afscheid van Esther en de kinderen en beloof iedereen dat ik, elke keer wanneer ik naar het meer kom, hen zal komen opzoeken. Cé en ik keren terug naar Nkopola lodge, het totaal andere uiterste van deze wereld op nog geen 400 meter daar vandaan…
Maandag 12 september: De safari in Liwonde National Park; één woord: WAUW !!!
Eerst en vooral een gelukkige verjaardag aan mijn lieve zus. Ik weet dat zij heel graag eens met mij zou meekomen, maar haar 2 kleine rakkers zijn nu nog te jong om ze mee te nemen of thuis te laten. Op een dag komt het er zeker van zusje en ik kijk er nu al naar uit.
Vandaag begint deel 2 van onze 3-daagse vakantie die we hier nemen. We gaan naar het wildlife-park van Liwonde. We hebben er een 24-uren arrangement geboekt. Het arrangement bestaat naast 3 luxemaaltijden uit een bootsafari, een nightlife-tour, een wandelsafari en een jeepsafari. Iets voor de middag zet James ons af aan Mvuu-camp. Mvuu is Chichewa voor nijlpaard en het “kamp” ligt diep in het park aan de oevers van de grootste rivier van Malawi, de Shire. Omdat we net voor de middag aankomen start ons programma met een lekkere lunch. Na het eten hebben we vrij (we nemen een duik in het zwembad) en tegen 15u30 worden met ons drietjes meegenomen op een boot voor een tochtje op de Shire. Mvuu Camp, heeft zijn naam niet gestolen want de Shire krioelt van de nijlpaarden. We zien er op het land en in het water, zowel grote als kleine. Daarnaast zien we ook haast onmiddellijk een aantal krokodillen aan de oevers en ook een aantal olifanten op het land. We nemen volop foto’s en genieten van het adembenemende landschap en de vele dieren op het land en in de lucht (schildpadden, vis-arenden, impala’s, wrattenzwijnen, …). Op een bepaald moment varen we vlak naast een 5-tal nijlpaarden, die op hun gekende wijze, met enkel de ogen boven, in het water liggen. Eentje van hen duikt onder en onze Malawese gids Mc Cloud zegt: he’s coming after us en geeft wat gas bij. Mc Cloud is nogal “ne gladde” zoals wij dat noemen en ik verdenk hem ervan om de tocht wat spannender te maken dan ze in werkelijkheid is, maar op dat moment kijk ik net naar achteren en ik zie het nijlpaard met open gesperde bek boven water komen en Mc Cloud geeft full gas om aan het nijlpaard te ontsnappen. He was indeed coming after us zeg ik tegen Mc Cloud. Een eerste keer verschoten, maar het zou niet de laatste keer zijn. De tocht op de boot duurt een kleine 3 uur, met als afsluiter de zonsondergang op het water. Zalige momenten, want Mc Cloud heeft in zijn frigobox op de boot Kuche Kuche en popcorn mee. Met een biertje in de hand op deze plek naar de zonsondergang kunnen kijken, een mens wordt er stil van.
Na de boottocht hebben we ons avondeten (bescheiden 3-gangen menu ;-)) en na het avondeten vertrekken we voor de nightlife-tour. In een volledig open safari-jeep en met 2 guards (Mc Cloud om te rijden en James om met de spot te schijnen). James zit op een stoeltje op de motorkap vooraan en schijnt met een rode spot die de beesten blijkbaar niet kunnen zien, maar die ons wel een perfect beeld geeft. Mc Cloud zegt dat we nooit weten wat we zullen zien, maar hij hoopt op hyena’s, hyppo’s, elephants, impala’s en maybe we see the lion. Ik weet van Koen die hier ook al enkele malen was dat ze dit elke keer zeggen, maar dat ze nog nooit een leeuw hebben gezien. We vertrekken en op nog geen 150 meter van het kamp zien we een kudde impala’s die samen liggen om te slapen. We zien een paar olifanten en dan plots achter een scherpe bocht staat een mastodont van een nijlpaard, met een baby-nijlpaardje achter zich dwars over de weg. Onmiddellijk wordt de motor stil gelegd en worden de autolichten gedoofd. Enkel de rode spot blijft branden. Wauw, wat een kolos, op ik schat een 3-tal meter van de wagen. Na enkele minuutjes van stilstaan, zet het dier zijn weg voort en steekt het de zandweg over. Ook wij kunnen dan verder. We zien een stekelvarken en een aantal wrattenzwijnen en dan plots, ik had de ogen al zien reflecteren, maar wist niet wat het was… A lion, a lion, no sound, no sound, be quiet, wordt er door Mc Cloud fluisterend geroepen !!! De motor wordt opnieuw stilgelegd en de lichten (behalve de rode spot) worden opnieuw gedoofd en inderdaad, op zo’n 20-tal meter van onze wagen staat een prachtige “male lion”, zo weg gelopen uit de reclame van het gelijknamige snoepgoed. De sfeer in de wagen slaat helemaal om van gezellig fluisterend keuvelend, naar uiterst gespannen. Net voor we de leeuw zagen liep er een wrattenzwijn full speed voor onze wagen weg. Blijkbaar was de leeuw hierop aan het jagen, dus hebben we de struise jongen zijn avondmaal verstoord. De leeuw kijkt ons aan en zet een stap vooruit. Mr. Mc Cloud geeft een geweer aan James die het onmiddellijk laadt. De adrenaline stroomt door onze lichamen, oog in oog met de koning van de wildernis. Wauw maal 10, ik vind het geweldig. Ik denk ook dat iedereen beseft dat als deze jongen aanvalt – ondanks het geweer – we geen schijn van kans maken, hij is zo kort bij en het geweer staat nu naast James die nog steeds met de rode lamp schijnt. Het is raar, maar ik heb helemaal geen schrik en bedenk zelfs dat het nog een uniek lot zou zijn, opgegeten te worden door een leeuw. Ik ga er niet verder over uitweiden, maar sinds het heengaan van mijnen Daddy, kijk ik helemaal anders naar de dood. Bianca denkt er duidelijk anders over en is letterlijk doodsbang. De 2 guards zijn totally excited, en ondanks dat we zeer stil moeten zijn, wordt het kamp verwittigd dat de leeuw is gespot en wordt er gezegd dat iedereen naar daar moet komen. Uiteindelijk staan we een klein half uur te kijken naar de leeuw die roerloos blijft staan totdat hij vertrekt, verder weg het park in. De guards kunnen er niet van over hoeveel geluk wij hebben. Het is de 2° keer in 5 jaar dat er een leeuw wordt gespot en “we are the lucky ones” ! Blijkbaar zijn er maar 4 leeuwen in het 548 km² grote park. My daddy was guiding us, zeg ik tegen Mc Cloud tegen wie ik al over hem verteld had. Om de adrenaline wat te laten zakken drinken we nog een pint in de bar voor het slapen gaan. En als je denkt dat je dan alles gehad hebt, volgt er ’s nachts nog een verrassing. Onze hutjes (zonder vensters, maar enkel met muggengaas omringd) worden ’s nachts besnuffeld door 3 olifanten. Cé ziet ze en is onder de indruk en Bianca besterft het blijkbaar opnieuw. Ik kijk niet naar buiten omdat ik op dat moment denk dat het apen zijn die in de bomen springen. Morgen doen we nog de wandel- en de jeepsafari, maar het is duidelijk dat we nu al het maximum uit ons bezoek aan Mvuu Camp hebben gehaald.
Jawadde dadde, dit kon tellen !
Dinsdag 13 september: Einde van onze vakantie in Camp Mvuu en eerste motorrijles voor Karine
Ondanks de gekke nacht vol geluiden van alle beesten die in en rond Mvuu Camp dwaalden, staan we om 5u30 op om tegen 6u00 aan de ochtend-wandel-safari te beginnen. Opnieuw worden we begeleid door 2 gidsen. Ditmaal is het geweer van de “waakgids” van een zwaarder kaliber dan het “one-shot-gun” van gisteren. De ontmoeting met de lion king gisteren is hier waarschijnlijk niet vreemd aan ;-). We wandelen een uurtje door het park en krijgen uitleg over de fauna en flora. 2 keer wijzigen we onze wandelrichting omdat we anders in het wandelspoor van een groep olifanten dreigen terecht te komen. Op zich ook wel even spannend, maar in niets te vergelijken met de spanning van gisteren. Na de wandelsafari een stevig ontbijt en dan nog 2 uur met de jeep door het park. We komen nog eens heel dicht bij een troep olifanten, maar eigenlijk zien we niks nieuws meer. Tegen 10u30 komt James ons ophalen aan de rand van Mvuu Camp en tegen 12u00 zijn we terug thuis in Zomba. Onze “vakantie in de vakantie” zit erop, maar ik heb het gevoel dat het, net zoals voor mezelf, ook voor Cé en Bianca niet meer had moeten zijn.
’s Namiddags leer ik Karine met de Yamaha rijden. De Yamaha is een 100 cc crossmotor die nu eindelijk helemaal is hersteld. Karine is eigenlijk toch een zotte madame. Ik voel dat ze der helemaal niet gerust in is, maar ze bijt door en na nog geen twintig minuten, rijdt ze al alleen een toertje. Ze rijdt uiteraard nog op een traag tempo en gaat niet hoger dan derde versnelling, maar toch dikke chapeau voor de manier waarop ze haar angsten overwint en het uiteindelijk zo snel aanleert. Ik ben blij dat ik dit voor haar heb kunnen doen, want soms heb ik hier wat te doen met haar. Zij moet hier als blanke vrouw én met een Esther Mikeseni, die zoals jullie al konden lezen niet de meest eenvoudige is, toch maar het project met de boeren uit de grond stampen. Het project is eigenlijk het oprichten van een voedselbank. In de 6 dorpen rond Sitima werden er een aantal boeren geselecteerd, die van de vzw Non Profit een aantal kwaliteits-meststoffen en dito zaden krijgen. Op die manier hebben ze meer kans op een geslaagde en ruimere oogst. Maar de boeren krijgen dit niet zomaar. Na het regenseizoen en na de oogst, moeten ze een deel van hun gewassen afstaan, zodat Non Profit met deze gewassen een voedselbank kan oprichten. Wanneer dan volgend jaar opnieuw de droge periode aanbreekt, is er een soort reserve die men tegen normale prijzen opnieuw op de markt kan brengen. Het principe is eenvoudig uit te leggen, maar het in deze wereld in praktijk brengen, is een ander paar mouwen. Dus nogmaals chapeau voor Karine, die hier haar uiterste best doet om alles op de rails te krijgen. Ik twijfel er ook geen seconde aan, dat ze er in zal slagen, maar uiteraard zal het Malwese tempo de voortgang van het project bepalen.
Morgen is het opnieuw Sitima-time. Benieuwd wat de dag brengen zal. Tot morgen !
Woensdag 14 september: De motor, valiezen uitdelen in Sitima en de training aan de meisjes
Nu de motor is gemaakt, neem ik hem voor het eerst om samen met de Cé naar Sitima te rijden. Op veel plaatsen in Afrika wordt er veel geld betaald om een dergelijk ritje door de zandvlakte te kunnen maken. Het is volop genieten. Het valt me op dat hoe dichter we bij Sitima komen de “Azungu’s” steeds meer “Filipi’s” worden. Het is enerzijds een beetje raar, maar anderzijds geeft het me wel een leuk gevoel. Na de speech in Chichewa die ik hier vorig jaar heb gegeven op de memorial voor mijnen Daddy, waar toen toch wel een 3 à 400 mensen hebben zitten naar luisteren, voel ik wel aan dat Filipi nog meer (h)erkend wordt, als vroeger. Ik ben een BM geworden : bekende Mzungu
Vandaag regel ik in Sitima alles voor de World Cup van zondag. We hebben een andere meisjesploeg uit Zomba uitgenodigd, er zal eten worden voorzien en alle meisjes zullen een zakje en pen (van de Robby) en een medaille krijgen. Daarnaast zal ik ook de EHBO-kist van het team wat aanvullen met materiaal dat ik van Martine (vrouw van de vroegere voorzitter van SK Oetingen, die een goede vriend was van onzen Daddy en die ons ook al veel te vroeg heeft moeten verlaten). Super dikke merci ook aan haar, want zij heeft heel wat medisch materiaal meegegeven, dat we ook nog zullen gebruiken om aan het Zomba Central Hospital te schenken en materiaal dat waarschijnlijk ook Karine nog zal kunnen gebruiken, wanneer ze de ondervoeding van de baby’s in en rond Sitima zal onderzoeken. Zikomo kwambiri (zikomo = dank u, kwambiri = veel), Martine!!!
Vandaag worden er ook reiskoffers uitgedeeld aan het personeel. Neen, beste lezer, deze mensen gaan niet op reis, maar een reiskoffer wordt hier gebruikt als kleerkast en is in dat opzicht een super groot geschenk voor deze mensen. Vandaag zijn de cooks en de cleaners aan de beurt. Er zijn 8 valiezen te verdelen, dus eerst maken zij onder elkaar uit welke 8 van de 16 vandaag aan de beurt zijn. Ze zijn hier zo nauw aan elkaar verbonden dat ze ook van elkaar wel weten wie op dit moment het best een koffer kan gebruiken dus zijn ze er snel uit. Omdat niet alle koffers gelijk zijn, worden de koffers via een lottrekking verdeeld. Het mooie is dat ze allen super blij zijn met wat ze krijgen. Ook de vrouw die de kleinste koffer heeft “getrokken”. Soms is de blijdschap zo groot dat ze op de knieën vallen voor de koffer die ze getrokken hebben en de handen ten hemel slaan. Wanneer de koffers zijn uitgedeeld, breekt er bij deze volwassen vrouwen spontaan gezang los. Een erg aangrijpend tafereel, dat nog maar eens aantoont hoe weinig de mensen hier hebben…
Donderdag 15 september: training aan de bullets, de levering van de fertilizers en ceremonie voor het uitdelen van de sportkledij
Vandaag speel ik eerst wat met de kindjes in Sitima, om daarna samen met de Cé training te geven aan de Sitima Bullets. Waar de meisjes tegen allerlei vooroordelen moeten opboksen en vieze moeders en vaders moeten trotseren om te mogen trainen, kunnen deze heren in deze mannenmaatschappij doen en laten wat ze willen en naar Malawese normen kan de training dus op tijd beginnen (slechts een half uur later dan voorzien ;-)). Ze zijn met 19 en zoals ik al eerder zei, is het er duidelijk aan te zien dat ook zij het niet breed hebben. Sommigen spelen blootvoets en sommigen hebben truitjes aan die wij zelfs niet als vod zouden gebruiken. We geven een uitgebreide opwarming met bal en doen dan een aantal partijtjes op balbezit (4 tegen 2, 3 tegen 2). Daarna maken we drie ploegjes die om ter snelst een technisch parcours moeten afleggen. Zoals overal ter wereld zijn de mannen en bij uitstek de voetballers grote kinderen. Veel geschater en alle trucjes uit de doos halend om toch maar punten te scoren. Dan geven we een oefening, afwerken op doel maar in combinatievorm op een half veld (3, 4 passen geven alvorens de laatste speler afwerkt). Dergelijke oefeningen kennen ze hier blijkbaar niet. Wanneer ik tegen de coach zeg dat dit een leuke en goede oefening is, antwoordt hij, “to many beautiful, this excercise” .
Terwijl de training bezig is, komen de fertilizers (meststoffen) en de granen aan voor het project van Non Profit. Na 2 dagen vruchteloos proberen (problemen met transport, met de betaling, …), is het Karine eindelijk gelukt om deze zakken (ongeveer een 70 à 80 zakken van 50 kg) in Sitima te krijgen. Het is een zware investering van meer dan 500.000 MK die dankzij Non Profit, kan gebeuren. Door de zakken nog 2 maand in onze school op te slaan, kan de community van Sitima er ook iets aan verdienen (2 maanden huur). Dit is Malawi, niks is gratis. Het is de dagelijkse realiteit waar ook wij mee geconfronteerd worden.
Na de training, laat ik aan de meisjes de 2 spiksplinternieuwe uitrustingen zien die ik van Nancy heb meegekregen. De ooh’s en de aaah’s zijn niet te tellen en de glimlach die deze truitjes op elk van de gezichtjes te weeg brengt, is echt super mooi. Ik moet van de Sam (hun trainer) een klein speechke doen en dan richt de kapitein van de meisjesploeg ook een dankwoordje aan mij. Daarna wordt er door Mr Mofolo nog een ceremonie georganiseerd om de overdracht van de voetbalkledij aan de Sitima Bullets en de Sitima Sisters te vieren. Hoe ze het doen (iedereen verwittigen) is me een raadsel, maar plots duiken er wel zo’n 70, 80 mensen op die de “ceremonie” bijwonen. Het lijkt letterlijk of de “tamtam” hier zijn werk doet ;-). Wat ook opvalt, is dat er ondanks er maar 19 “Bullets” op training waren er plots wel 35 à 40 spelers lijken te zijn. Ik ken ze hier ondertussen al en laat duidelijk merken dat ik hier niet over te spreken ben. Ik zeg dat enkel de spelers die op de training waren zich apart moeten zetten. De trainer komt dan naar me toe en zegt dat er toch wel een 5 à 6 spelers zijn die vandaag onmogelijk konden meetrainen (werken, geblesseerd, …), maar die toch wel duidelijk bij de ploeg horen. Ok for me, voor hen sta ik een uitzondering toe.
Eerst speecht Mr. Mofolo, daarna is het mijn beurt. Ik geef eerst mee dat, Johan, mijn vader, in België jarenlang een voetbaltrainer is geweest en dat hij vandaag fier zou zijn dat we in Sitima ook een mannenploeg hebben. Ik zeg dat ik dus blij ben dat ik kan helpen. Mr. Mofolo heeft samen met de trainer en enkele wijze mannen van het dorp beslist, dat de trainingen en voetbaltruitjes worden opgeslagen bij één van de wijze mannen en dat deze niet individueel mee naar huis mogen worden genomen. Ik zeg dat ik hoop dat ze begrijpen dat deze kledij in de eerste plaats voor de Sitima Community is, in plaats van individuele sponsoring voor henzelf. Een bescheiden applausje volgt. Ik wens de ploeg veel succes in de lokale competitie die trouwens zaterdag begint en om af te sluiten, zeg ik dan dat ik voor elke speler een paar voetbalkousen heb en dat ze deze kousen mee naar huis mogen nemen (zo afgesproken met Mr Mofolo). De helft van de ploeg springt recht en er wordt luid geapplaudisseerd en geroepen. Ook dit is Malawi. Wanneer er voor het team 30 mooie trainingen en truitjes worden uitgedeeld een bescheiden applausje, wanneer ze voor zichzelf een “stom” paar kousen krijgen, is het kot te klein.
Vrijdag 16 september: Sitima, pintje(s) met Dimba, discussie met the wakers en de G-String
Vandaag ga ik alleen naar Sitima met de motor. Ik moet geld geven voor de aankoop van het eten voor de school volgende week en geld voor de aankoop van het eten voor zondag. Sam heeft mij gisteren een lijstje gegeven met daarop het aantal personen voor wie we zondag moeten koken (de 2 ploegen, de officials en de vrijwilligers die helpen). Ze weten dat ik minder kritisch ben dan Mieke, dus hebben ze er 35 vrijwilligers opgezet, zodat we aan 97 mensen komen. Het zal ook een feestmaal worden, want er staat geit, met rijst en groentjes op het programma. Voor de middag speel ik nog wat met de kleine krawieteltjes en ’s middags eet ik samen met de leerkrachten, nsima, rode bonen en groene kool. Ik kan hiervan enorm genieten. Zo samen zitten de nsima met de handen kneden en naar binnen spelen, … op dat moment voel ik me echt één van hen. De leerkrachten lachen wat af onder elkaar. Het is mooi om te zien dat deze mensen die bijna niks hebben, toch zo vrolijk zijn. Ik versta niks van wat ze zeggen, maar kijk gewoon naar de gelaatsuitdrukkingen. Zo voel ik op een bepaald moment aan dat de Sam iets “pikant” moet verteld hebben. Als ik hem vraag wat, durft hij het niet te zeggen. Waarop ik antwoord, I knew it was dirty stuff. Een verlegen glimlach overvalt hem. Na het gezellige middagmaal keer ik terug naar Zomba.
Om 13u00 heb ik met Mr. Dimba (de loodgieter) afgesproken om samen een pint te pakken in de “2 missed calls bar”. Ik heb dit met hem afgesproken, omdat ik al 2 keer mijn afspraak om uit te gaan met hem, heb gecancelled. De “2 missed calls bar” is hier ondertussen mijn stamcafeetje (ook het enige dat ik bezoek) geworden. Het is een typisch Malawees cafeetje met 2 ruimtes en een “terras”. In de ene ruimte heb je de toog, enkele frigo’s en een aantal barkrukken en in de 2° ruimte staat een pool. Maar het leukste aan het café is de bazin, Margareth. Margareth is, denk ik een jaar of 30 en een zeer tengere, maar mooie vrouw. Het leuke aan Margareth is dat ze altijd lacht. En ondanks ze zo fijn en tenger is, is zij wel diegene die mij altijd beschermt wanneer er bedelende Malawezen bij mij komen om een biertje of een sigaret af te luizen. Dan komt ze van achter haar toog (ik zit altijd op de bank op het terras) en stuurt ze de bedelaar in kwestie weg. Zikomo kwambiri, Margareth en dan lacht ze weer.
Mr. Dimba is naar Malawese normen ruim op tijd (slechts 40 minuutjes te laat ;-)) en komt aan samen met zijn helper, Mr. Blessings. Ik zit met hen toch ruim 3 uur op het terras pintjes te pakken. En we praten over het leven hier en het leven in België. Nogmaals wordt duidelijk dat we in een mannenwereld zijn. Vrijdag is fathers day, de dag dat de mannen mogen/moeten uitgaan. Mannen mogen alles, vrouwen mogen niks. Als een vrouw zelfs nog maar even het huis uit wil, moet ze dit altijd vragen en moet ze goed uitleggen wat ze gaat doen en wanneer ze terug zal zijn. Mannen doen en laten wat ze willen en flirten er ondertussen lustig op los. Een man heeft het recht om een nacht niet naar huis te komen en de vrouw mag nog niet eens vragen waar hij heeft gezeten. Dimba is een zeer zachte man, nee hij is echt totaal geen machotype en hij is ook geen moslim. Hij is vader van 2 tweelingen, maar ook hij is een kind van zijn maatschappij en denkt er dus ook zo over. Vrouwen moeten luisteren naar de mannen. Laat de man maar voor de vrouw denken, dat is het beste voor iedereen… Pas op, Malawese mannen begrijpen wel dat ze deze houding noch van de Azungu-mannen als van de Azungu-vrouwen kunnen verwachten. Was dit zo geweest, dan had Mieke geen schijn van kans om hier te kunnen blijven. Meer nog, Mieke maakt er juist vaak een punt van tegen hen, dat zij het zuiverste bewijs is dat vrouwen wel heel veel kunnen en gelijkwaardig zijn aan de mannen. Je ziet ze dan vaak denken van, ach… pure Azungu-praat .
Wanneer ik thuis kom, staat er een discussie met onze wakers op het programma. Ze zijn boos op Madam Mieke, omdat ze geweigerd heeft hen een extra pre-pay (voorafbetaling van loon) toe te staan. Ze hebben daarom gisteren een klachtenbrief geschreven en de klachten zijn de volgende:

ze hebben geen eieren meer gekregen
de laatste vrijwilligers hebben voor hen niets achter gelaten en ze verdenken Madam Mieke er van dat zij dit heeft opgestookt
de reparatie van de fietsen wordt door haar niet meer betaald
als ze naar een begrafenis (op begrafenissen wordt er eten geserveerd, daarom gaan ze zo graag) van een “relatif” moeten, wordt de dag dat ze niet komen werken van hun loon afgehouden
een dag ziekte wordt van hun loon afgehouden
ze hebben geen extra pre-pay gekregen.

Ons antwoord:

Ze krijgen geen eieren meer omdat Mieke geen eieren meer koopt. Vroeger kocht Mieke de eieren voor Sitima, maar nu doen ze dit in Sitima zelf. Dit is al meer dan een jaar zo en Mieke heeft dit op zijn minst al 5 keer uitgelegd. Bovendien zijn we verwonderd dat ze de bonen en de rijst die ze nu als extra krijgen, niet vermelden ;-).
Madam Mieke maakt duidelijk dat zij niks maar dan ook niks tegen de vrijwilligers zegt. Het is de vrijwilliger zelf die beslist of hij/zij iets achter laat voor het personeel. Bovendien zijn we opnieuw verwonderd omdat in 99% van de gevallen de vrijwilligers wel iets voor hen achter laten, maar dat daar niets over gezegd wordt.
Mieke heeft ooit eens de reparatie van de fietsen betaald. Dit is pure goodwill en een zuivere extra geste. Het is niet omdat ze dit één keer heeft gedaan dat ze dit voor de rest van hun leven moet doen (maar zo denken zij dus wel).
Mieke zegt dat het onmogelijk te controleren is dat ze ten eerste naar een begrafenis gaan en ten tweede dat het over een relatif gaat. Als hun Nfumo (chief of the village) op papier zet dat het wel degelijk om een echte relatif van hen gaat, wil Mieke de dag toch uitbetalen. Dit antwoord lachen ze weg, want het is onmogelijk om dit aan de Nfumo te vragen. Mieke zegt sorry, maar jullie zien heel het dorp als jullie relatif, dus het blijft njet. Als het over hun vrouw, ouders of kinderen gaat, dan zullen ze wel worden doorbetaald, meer nog dan zal Mieke zelfs een stuk van de begrafeniskosten dragen.
Mieke legt de regel nog eens uit. Als ze ziek zijn, moeten ze naar de dokter en als de dokter een briefje schrijft, wordt de dag uitbetaald. Als we het zo niet doen, zijn ze 10 dagen per maand ziek.
De pre-pay. Eigenlijk draait alles rond het weigeren van een extra pre-pay en zijn de vorige zaken puur excuses om het zaakje wat aan te kleden. Eigenlijk is een pre-pay hier zeer uitzonderlijk. Een Malawese baas geeft nooit pre-pays. Eerst werken en dan pas je geld is het motto. De regel bij ons is de volgende. Het personeel mag slechts éénmaal per maand om een pre-pay vragen. Dit is puur om hen te beschermen, want als het aan hen lag, dan vroegen ze hun hele loon op in pre-pay en hebben ze op het einde van de maand niks van loon meer over.

Wat was er deze maand gebeurd? Enerzijds hebben de mannen een lening lopen bij Mieke en anderzijds zijn ze op de 5° van de maand al om een pre-pay komen vragen. Concreet betekent dit dat ze al 7000 MK hebben ontvangen van hun 10000 MK maandloon. Dus om hen te beschermen, wil Mieke geen extra pre-pay meer toestaan. Maar zoals jullie al konden lezen, is het nu het moment van de fertilizers waardoor ze extra geld nodig hebben. Vandaar ook de nood aan een extra pre-pay en het schrijven van de klachtenbrief. We proberen hen duidelijk te maken dat we hen beschermen tegen hun eigen onvermogen om hun geld goed te beheren. Toch kunnen ze het maar moeilijk begrijpen. We zeggen ook dat we eigenlijk kwaad zijn omdat we goed proberen te zijn met hen, maar we eigenlijk stank voor dank krijgen. Misschien moeten we maar stoppen met al die extra’tjes en gewoon het loon op het eind van de maand uitbetalen. De kopjes gaan naar omlaag en het antwoord van hen is dat, “that would be really no good, that would kill us.” We sluiten de meeting af en zeggen dat we moeten nadenken. Maandagmorgen is iedereen aanwezig en zullen we kijken hoe het verder moet. We beseffen dat ze nu bang zijn, maar ze zullen in het vervolg (hopelijk) toch wel iets langer nadenken alvorens een klachtenbrief te schrijven.
Omdat het onze laatste vrijdag is hier, beslissen we om ’s avonds naar de G-string, de plaatselijke discotheek te gaan. Ik ben er nog nooit naar toe geweest en Mieke heeft me met haar verhalen toch wat nieuwsgierig gemaakt. Na een pizza’tje in Domino’s, vertrekken we richting de Matawale-wijk. De G-string licht wat afgelegen buiten het centrum van Zomba. Er is op die plek eigenlijk een soort uitgaansbuurt gecreëerd, want naast de G-String zijn er zeker nog een 4-tal cafeetjes/discotheekjes. Omdat de elektriciteit het laat afweten, kunnen we in het begin, maar in één discotheekje terecht. Het is ook het enige cafeetje dat koud bier heeft. We placeren hier een eerste dansje, komen Mr. Angoni tegen en drinken een paar pintjes. Er is één ding dat opvalt: het is fathers day. De overgrote meerderheid van de uitgaanders zijn mannen. Ik schat een 80%. Naar schatting denk ik dat er over de verschillende cafeetjes heen een 80-tal meisjes/vrouwen zijn. Dit is niet het uitgaansleven zoals in België. Het is niet zo dat deze dames de lieven zijn van enkele gasten of gewoon enkele vriendinnen zijn die een stapje zetten. Nee, het overgrote deel van hen zijn hoeren. Op fathers day zijn zij het die de heren in hun lusten voorzien. Blijkbaar zouden er op zaterdag meer meisjes zijn die vrij kunnen uitgaan, maar vandaag… Ik vind het pijnlijk om te zien hoe deze – vaak jonge – vrouwen zich letterlijk verkopen aan de mannen. We blijven tot rond 01u00 in de uitgaansbuurt, want hoe later het wordt, hoe meer we voelen dat zatte mannen zich tot de Azungu richten in de hoop op een pint getrakteerd te worden. Veel later moet je er als Mzungu niet blijven…
Zaterdag 17 september: De boekhouding, het Youth Center (YC) en afscheidsfeestje bij Margot
Door het feestje van gisteren blijven we lekker lang uitslapen en staan we pas op tegen 8u30 ;-). Normaal zouden we vandaag kapitein spelen bij de competitiedag van het Youth Center, maar door het late opstaan en tal van andere zaken die nog moeten gebeuren, beslissen we om hieraan te verzaken. Kapitein spelen van een ploeg is iets wat ook de Malawese vrijwilligers, die door Veerle zijn opgeleid, kunnen. Veerle is de verantwoordelijke van het YC en ik breng haar van onze beslissing op de hoogte. Ik hoor dat ze er eigenlijk niet zo blij mee is, maar ik kan vandaag onmogelijk mijn volledige dag opofferen. Na vandaag heb ik nog maar 2 dagen hier in Zomba/Sitima (snik) en morgen staat het voetbaltornooi op het programma, dus die dag zit ook al aardig vol en maandag is het afscheid nemen van Sitima. Sorry Veerle, maar ik kon moeilijk anders.
Na het ontbijt neem ik met Mieke een stukje van onze boekhouding door. Mieke brengt me op de hoogte van de lonen in Sitima en hier in Zomba. De lonen die ook hier door de indexering en de hoge inflatie elk jaar stijgen. Waar de leraars in 2007 ooit startten met 1500MK, zitten ze nu al aan 2500 MK. We bespreken ook het probleem van de wakers en ik overleg met haar, hoe we best de bonussen die ik hier jaarlijks uitdeel, kunnen verdelen. Omwille van het feit dat er nog veel geld over is van het sponsorbedrag van Cé’s vader, kan ik dit jaar een veel grotere bonus uitkeren dan de vorige jaren. Ikzelf moet eigenlijk enkel nog een klein stukje opleggen, voor de bonussen voor de wakers. Ik kom met Mieke het volgende overeen; elk personeelslid dat “voltijds”(= hier 5 halve dagen en in concreto 24 FTE’s) voor ons in Sitima werkt, krijgt nu op het einde van de maand een eerste extra bonus van 2000MK om fertilizers te kunnen kopen en een tweede bonus van 2000 MK bij het loon in december om cadeautjes te kunnen kopen. Normaal zouden ook de wakers deze bonus krijgen, maar omdat ze toch zo sterk zijn in zagen en klagen, beslis ik in samenspraak met Mieke om elke maand dat ze niet (onredelijk) zagen en klagen, ze 500 MK te geven. Zo zullen ze hun bonus iets meer moeten verdienen, maar doen ze op het einde van de rit toch nog een betere zaak dan de mensen in Sitima (want als ze hun plicht doen, krijgen ze 6000 MK op jaarbasis).
Na deze administratie maak ik de prijzen klaar voor de competitiedag van het YC. Elke deelnemer krijgt een rugzakje van de Robby en elk lid van het winnende team krijgt ook een medaille. Tegen 11u30 ongeveer vertrek ik naar Sitima met een rugzak vol prijzen. In Sitima is de competitie volop bezig. Ik ga overal eens kijken en wat supporteren en speel tikkertje met een aantal meisjes van onze voetbalploeg die niet deelnemen aan de competitiedag. Ik leg Veerle uit wat de prijzen zijn en waar ze liggen en vertrek dan tegen 13u30 terug naar Zomba, waar er nog een rijles voor Karine op het programma staat. Daarna werk ik aan dit dagboek en tegen een uur of vijf maken we ons klaar om naar het afscheidsfeestje bij Margot te gaan.
Ik ken Margot eigenlijk niet, maar Mieke kent haar goed. Margot is een jonge Nederlandse psychiater die de voorbije 8 maanden in Zomba Mental Hospital heeft gewerkt. Volgende week vertrekt ze terug naar Nederland en daarom dus het feestje. Zoals het hier (en soms ook wel bij ons) gaat met feestjes, brengt iedereen wat mee voor te eten en te drinken en dan wordt alles gedeeld. Richard heeft daarom deze namiddag 2 kippen geslacht en klaar gemaakt en Cé is nog een fles Gin gaan halen. Op het feestje zijn veel Azungu aanwezig, maar ook veel Malawese collega’s vanuit het Mental Hospital en ook Malawese buurtbewoners. Zij moeten/kunnen op deze feestjes niks meebrengen, maar doen zich uitbundig tegoed aan de overvloed die de Azungu hebben meegebracht. Ook Veerle is daar. Ze vertelt me dat het een jaar geleden was dat ze hier in Malawi nog tranen had gelaten, maar dat ze vandaag tranen in de ogen had bij het zien van zoveel blijdschap bij het uitdelen van de rugzakjes. Weer het bewijs dat in Sitima een cadeautje krijgen iets buitengewoons is. Het is een leuk feestje, maar de vermoeidheid van gisteren hangt er nog wat in en eigenlijk keren we vrij snel terug naar huis om in ons bedje te kruipen. Tot morgen.

Zondag 18 september: De World Cup van de Sitima Sisters, een groot succes
Omdat we het Malawese ritme ondertussen al kennen en omdat er vandaag uiteindelijk maar één match op het programma staat, vertrekken we pas rond 11u00 richting Sitima. Bij aankomst is de ploeg van de tegenpartij al aanwezig, maar zijn de voorbereidingen van het veld nog aan de gang. Net als vorig jaar worden de lijnen van het veld met de hand gelegd. De meisjes zijn daar volop mee bezig. Sam en een aantal leerkrachten slaan de cornervlagjes die we dit jaar mee hadden in de grond. Het is eigenlijk een surreëel beeld om die fluo-cornervlagjes op ons veld te zien staan. Zelfs Zomba United heeft zo geen mooie cornervlaggen. Daarna moeten de netten nog aan de doelen gehangen worden. Waar wij hiervoor een trapladder zouden nodig hebben, kruipen ze hier zonder enige moeite op de houten palen naar boven. Wanneer het veld ver klaar is (het is dan over 13u30), moet er eerst nog door beide teams gegeten worden. Daarom beslissen wij om even naar Govala-market te gaan. Deze markt ligt op een 2-tal kilometer van Sitima en Cé en Bianca hebben deze nog niet gezien. Vandaag is het grote markt en het krioelt er van de mensen. Het overgrote deel van de marktkramers stalt zijn waar uit, door ze gewoon op grote doeken op de grond te leggen. We drinken een gezellige pint of 2, gaan aan het enige Malawese “frietkot” dat ik ken een portie “frieten” kopen en we zeveren weer wat af. Cé en ik stellen vast dat Bianca en Karine gaan “shoppen”(ze kopen een typisch Malawese schort) en we vinden het spijtig dat de stoofvleessaus met mayonaise in de frituur was uitverkocht. We verliezen de tijd wat uit het oog en komen tegen iets over 15u30 terug aan in Sitima.
Tegen 15u45 begint de match. Onze meisjes spelen tegen Zomba Touareg (een ploegje gesponsord door de automobielsector). Eerder speelden ze al een 4-tal keer tegen deze ploeg en ze speelden 3 keer gelijk en verloren één keer. Vandaag staan de meisjes te schitteren in hun gele blinkende truitjes die we van Nancy hebben meegekregen en de eerste 25 minuten leggen onze Sistima Sisters (al zeg ik het zelf) soms wervelende meisjesvoetbal op de mat. Na 25 minuten is de tussenstand dan ook 4-0! voor onze meisjes. De gemeenschap in Sitima gaat helemaal uit zijn dak. Dan wisselt de tegenpartij de goalkeeper. Onze meisjes blijven domineren, maar de nieuwe goalie houdt alles tegen. Na 45 minuten is de ruststand 4-0. Ik verplicht de trainers om wissels door te voeren, want bij zo’n “grote” match durven ze wel eens de beste meisjes te laten staan. De eerlijkheid gebiedt mij wel mee te geven dat de tegenpartij blootvoets speelt en onze meisjes allemaal voetbalschoenen aanhebben. De anderen hebben totaal geen schrik van de bal, maar het verschil zit hem duidelijk in de kracht die onze meisjes, dankzij hun schoenen, tegen de bal kunnen zetten. In de 2° helft is de partij iets meer in evenwicht, maar in de laatste 20 minuten slaan onze meisjes opnieuw toe. Eindstand 7-0 ! Mr. Mofolo, de directeur, die ik ken als een serieuze, kalme man, is bij de 5-0 de perfecte vertaling van de blijdschap die de gemeenschap vandaag overvalt. Hij springt van het bankje waar enkel hij en de Nfumo’s mogen opzitten en loopt met de armen in de lucht het veld op.
Na de wedstrijd wordt er gespeecht door Mr. Mofolo, de Nfumo van Sitima, de beide trainers en door mezelf en krijgen alle meisjes van beide ploegen een rugzakje en een medaille. Ondanks het zware verlies kan ook het geluk bij de meisjes van Zomba niet op. Dit was meer dan een geslaagde World Cup. Volgend jaar zeker opnieuw!
Morgen krijgen jullie het laatste dagverslag van mijn 4° reis naar de andere wereld. Ik weet nu al dat het afscheid pijnlijk zal zijn.
Maandag 19 september: Afscheid van Sitima
Voor een laatste keer met de motor naar Sitima. Cé rijdt mee in het opgaan, Bianca bij het terugkeren. Eenmaal in Sitima aangekomen is het speeltijd. Ondanks de vergadering met het YC dat op het programma staat, wil ik eerst de voorkeur geven aan mijn kleine schattekes. Filipi lanceert het Tango-liedje en ik schat dat er toch een 100-tal kinderen vrolijk meedoen. Ik brei er nog een aantal variante versies aan en geniet met volle teugen. Daarna de vergadering met het YC. Ik toon hen het materiaal dat we in Blantyre hebben gekocht. De vreugde en blijdschap is van de gezichten af te lezen. De vrijwilligers zullen een inventaris opmaken en er wordt een systeem uitgewerkt zodat het materiaal steeds terug zal komen naar het YC en niet zomaar kan verdwijnen. Na de vergadering eten we een laatste keer samen met de leerkrachten. En na het eten gaan we allen samen zitten om afscheid te nemen. Omdat Mr. Mofolo er vandaag blijkbaar niet bij kan zijn, ben ik als eerste aan de beurt om te speechen. Ik dank iedereen voor het goede werk dat ze leveren. Ik benadruk nog eens dat we alles doe voor de kinderen die de toekomst zijn van Malawi. Daarna moet ook Cédric een speech geven. Cédric zegt dat hij onder de indruk is van de school die er staat. Hij vertelt dat we al meer dan 30 jaar vrienden zijn en dat hij, omdat we zo vaak samen speelden, ook mijn vader Johan heel goed kende. “Johan was like a second father for me when I was young”. Hij bedankt ook iedereen en zegt dat Sitima op zijn steun zal kunnen blijven rekenen. Daarna mag Bianca iets zeggen, maar een beetje verlegen als ze is, zegt ze dat Cédric alles heeft gezegd. Dan sluit Sam met een laatste speech af. Hij zegt dat het leuk was omdat we als de voorbije weken als broers en zussen hebben samen geleefd. Hij dankt ons allen voor de steun en vraagt een speciale dank u over te maken aan de sponsors in België (Willy, Nancy, Robby en de vele anderen voor alle steun die ze aan Sitima vanuit België) bieden. Dus in de naam van Sitima een steivge Zikomo kwambiri aan alle YOCE-sympathisanten en donoren in België. Daarna heeft Sam het over Mieke en Johan. Hij is ze dankbaar en zegt dat Johan blijft leven dankzij wat er in Sitima gebeurt. Het wordt me allemaal wat teveel en de tranen rollen over mijn wangen. Verdomme, wat mis ik hem toch. Maar goed, er zijn veel emoties die me overvallen. Het is niet alleen het verdriet, maar ook de blijdschap en de fierheid over wat we in Sitima gerealiseerd hebben en nog steeds aan het realiseren zijn. Na de speeches ga ik nog even aan het monumentje zitten om verder uit te wenen.
Als ultiem eerbetoon aan Sitima gaan we nog op bezoek bij de oude Nfumo die nu zwaar ziek is. Hij was de baas hier in 2007 toen het allemaal begon. Hij heeft met mijnen Daddy en Mieke indertijd het licht op groen gezet om van Sitima iets heel moois te maken. In Zomba zij er mij iemand: Sitima has become like a city. Ik denk dat die man toen bedoelde dat de schrijnende armoede die de dorpen typeert, in Sitima wat is weggevlakt. Een mooier compliment kon ik niet krijgen en dat dit is kunnen gebeuren, is voor een groot deel te danken aan de oude Nfumo. Volgend jaar zal deze man hier waarschijnlijk niet meer zijn, daarom is het belangrijk dat we dit bezoekje aflegden.
Zo beste lezer dit was het dan. Ik hoop dat jullie wat genoten hebben van het dagboek. Ik nodig jullie allen uit om ook regelmatig eens een bezoekje te brengen aan onze website http://www.yocevim.org . Daar kunnen jullie het project verder opvolgen en kunnen jullie ook alle gegevens terug vinden over hoe jullie het project kunnen steunen. Uiteraard is dit een totaal vrijblijvende oproep, maar we kunnen er niet om heen dat we jullie steun hard nodig hebben.
Aan jullie allemaal hartelijk dank om dit dagboek tot het einde uit te lezen. Volgend jaar zeker opnieuw.
Zikomo kwambiri !!!

 
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.