terugkeer van filip – week 2

Dag 10, zaterdag 05/09; Hout halen in de brousse en de aankomst van de vrijwilligsters, Veerle en Hanne

Omdat het zaterdag is en omdat ik gisteren al heel wat boodschappen heb kunnen doen beslis ik om geen wekker te zetten als ik om 21u30 ga slapen. Ik slaap eigenlijk heel goed, want in één stuk door tot 4u, draai me nog even om en wordt dan wakker om 6u30. 9u goed geslapen dus sta ik op om mijn 2-daags looptochtje te beginnen. Wanneer ik onze achterdeur opentrek staat Matthias de timmerman daar, met de melding dat hij hout gevonden heeft. Mieke had me inderdaad gezegd dat dit kon gebeuren. Ik zeg dat het fantastisch is en veronderstel dat hij geld nodig heeft, maar dat is het niet… We have to pick it up now, because else it will be for someone else …  and it will be 20 000 MK. Ok, geen looptochtje dan; ik doe mijn andere kleren aan, neem het geld en vertrek met Matthias. Eerst moeten we iemand oppikken in Zomba dankzij wie we aan dit hout kunnen geraken. Met de twee heren rijd ik verder. Ik dacht dat Sitima ver in de zandvlakte lag, maar waar de heren mijn nu naar toe sturen… dit slaat echt alles. We verlaten vrij snel de asfaltweg en rijden kilometers de zandvlakte in. Here to the right, there the road on the left, … en maar door en maar door. De “roads” waarvan sprake zijn net breed genoeg om met de jeep door te kunnen en zien eruit alsof ze nog nooit een autoband gezien hebben. Op een bepaald moment denk ik echt dat de twee heren mij de brousse in sturen en mij gewoon zullen achterlaten om met het geld en de wagen er van door te gaan. Zeker wanneer de man die achteraan zit en ik niet ken, hier ook nog eens een grapje over maakt. Maar neen hoor, na kilometers door het zand komen we plots aan een huis?! In het huis liggen inderdaad een 40-tal planken en balken op ons te wachten. De planken en balken wegen een 15 kg, dus ligt daar schappelijk een 600 kg hout. De kerel zegt dat we het in 2 keer zullen moeten doen. Ik maak me sterk dat het in één keer kan en iedereen lacht. Ik leg in de jeep de linkerkant helemaal plat en we stapelen het hout zeer zorgvuldig. Alsof het ervoor gemaakt is, krijgen we alles netjes op en naast elkaar en zijn er net nog 2 miniplekjes waarop de heren kunnen zitten. Ik maak een triomfantelijk gebaar en zeg; you see, in one time. Iedereen lacht opnieuw, maar ik het hardst, want ik had echt geen zin om deze weg twee keer af te leggen. Tegen 5 km/u rijden we terug naar Matthias’ atelier waar we alles afladen en alles afhandelen. Een zucht van opluchting gaat door me heen, want ik besef dat ik een klein risico’tje heb gepakt door zo geladen door het zand te rijden, maar eind goed al goed.

Tegen 9u30 ben ik thuis. Ik werk de boekhouding wat bij en bel dan Inge en Fleur op. We hadden afgesproken om samen te komen, om de week die komt wat te bespreken. Ze vragen of ze van mijn diensten gebruik mogen maken en of ik eerst met hen water wil gaan halen. Als zij dit voor 17 man te voet moeten doen… Tijdens het shoppen, heb ik twee oproepen gemist. Ik bel het nummer terug en het zijn Hanne en Veerle. Ze zijn vroeger dan ik dacht al in Zomba aangekomen en staan aan het busstation. Lichtjes beschaamd dat ik het niet gehoord had, haast ik mij naar ginder om hen op te pikken. Thuis laden we uit en om het goed te maken dat ik hen niet had gehoord en ook omdat Inge en Fleur er moeten zijn, breng ik hen naar het luxe-resort boven op Zomba plateau om hen een pintje te betalen. Met mijn vier knappe vrouwen op het mooiste en zonnigste terras van Zomba… Ik heb al slechtere zaterdagnamiddagen meegemaakt J Op de berg koop ik iets maf voor de Kimmen. Kimmen is ne maat van mij die ik de laatste tijd wat verwaarloosd heb, maar die voor het project van groot belang is, omdat hij mij een opslagruimte ter beschikking stelt waar ik heel veel materiaal voor Malawi kan stockeren in afwachting van een logistieke oplossing (we zoeken betaalbare manieren om materiaal van België naar Malawi te krijgen, wie hiermee zou kunnen helpen…). Een klein cadeautje is dan ook op zijn plaats. Ik wil hier ook een expliciet dankwoordje plaatsen voor: Tante Marleen en de mensen van kookclub Pajet uit Galmaarden voor een fantastisch eetfestijn, de “Bende Eikels” voor de kwis, alle mensen die kledij, poppen of speelgoed hebben binnen gebracht of die ze nog klaar staan hebben (kon niet alles meenemen), de Philip voor het doorsturen van voetbaloefeningen om aan de meisjes te geven, Barbara en de mensen van Real Dolmen voor al het schoolgerief, Michel Sablon van de KBVB voor de massa’s sportkledij en alle losse en vaste maandelijkse schenkers voor hun bijdragen. Jullie hulp en steun zijn voor mij echt heel veel waard. Uiteraard ook iedereen bedankt die rechtstreeks of onrechtstreeks steun verleende, hetzij door een kaart te kopen, hetzij door te komen eten of mee te kwissen. Sikomo Kwambiri, Sikomo Kwambiri ! (héél, veel dank).

Morgen is het zondag, ik denk dat ik met Veerle en Hanne naar Mulanje ga. Er zijn naast de wildlifeparken eigenlijk twee “toeristische” attracties in Malawi. Enerzijds het meer (Lake Malawi, heb ik vorig jaar gezien) en anderzijds de berg Mulanje. De berg is meer dan 3000m hoog en heb ik nog niet gezien. Ik ben benieuwd. Tiona na mawa. Tot morgen.

Dag 11, zondag 06/09; Berg Mulanje, een lichte afknapper, maar toch gezellig

Omdat Veerle en Hanne ook willen gaan lopen, spreek ik met hen af om 7u (6u wou ik hen niet aandoen ;-)). Samen lopen is iets moeilijker omdat we ons tempo op elkaar moeten afstemmen, maar is wel veel gezelliger. We zijn nog geen 200 meter ver of we komen de eerste apen tegen en er zijn enkele serieuze kleppers bij. De dames verschieten ff, maar onzen Daddy zei altijd, niet aantrekken gewoon oogcontact vermijden en doorlopen, wat we dus ook doen. Het doet me beseffen dat ik het hier toch wel echt aan het gewoon worden ben. Ik begin me hier echt thuis te voelen en weet zeer goed dat de eerst komende jaren Zomba mijn zomervakantiebestemming zal blijven. Ik geniet niet alleen van het goede van het project, maar ook van de warme mensen en van de natuur. Op de bergflank hier, heb je een prachtig uitzicht , er staan hier prachtige planten en bomen en naast de apen zijn er ook nog super maffe vogels (oa colibri’s) en andere diersoorten (vlinders, hagedissen, …). Ik zette het ook op facebook, maar in dit prachtige kader kunnen “werken” en voelen dat wat je doet ook echt het verschil maakt (soms tussen leven en dood), dat geeft een fantastisch gevoel, waar weinig tegen op kan.

Na ons looptochtje en een verfrissende douche eten we samen het ontbijt. We waren nog aan het twijfelen tussen Lake Malawi en Mulanje, maar tijdens het ontbijt beslissen we dan toch om naar de berg te gaan. Uiteindelijk is het ver 10 uur vooraleer we vertrekken. De tocht verloopt zeer vlot. Ondanks dat de wegwijzer nog moet uitgevonden worden in Malawi (is lichtjes overdreven, maar toch), slagen we er in om slechts 1 kiilometer verkeerd te rijden op onze iets meer dan 100km lange tocht. We passeren in het oprijden een 6-tal politiecontroles, maar bij niet één moeten we stoppen om papieren te tonen. Ik denk dat de glimlach van de dames er voor iets tussen zit, maar ben er alleszins niet kwaad voor. Wanneer we de Mulanje bereiken, stellen we wel vast dat we aan de verkeerde kant van de berg zitten en op dat moment is het al iets over half één. Na ons wat te bevragen, komen we tot de vaststelling dat we eigenlijk te weinig tijd hebben, om de berg op te rijden en het zicht van boven te kunnen meepikken. We stellen ons dan maar tevreden met een etentje in het Motel “View Mulanje” aan de voet van de berg. Voor de view Mulanje zorgen we uiteindelijk zelf, want we laten ons een tafeltje installeren in de tuin van waar we toch iet of wat zicht hebben op de berg. De berg zelf mag dan tegenvallen (of toch het feit dat we er niet op kunnen), maar zo eten in een tuin voor ons alleen, is best wel cool. Veerle en Hanne zijn echt twee toffe grieten. Veerle is echt een zot geval en Hanne is iets rustiger, maar beide lachen ze even graag. Met ons drietjes liggen we meerdere malen dubbel van ’t lachen als we aan het zeveren zijn over van alles en nog wat.

Tegen half drie vatten we de terugtocht aan en rond 17u zijn we thuis. Tot mijn grote blijdschap zijn de zusjes daar. Ze spelen in de tuin met de kinderen van Richard. Meteen komen ze naar me toe. Ze willen mij natuurlijk opvragen over de extra woordjes die ik moest leren. Wat me nog nooit is overkomen, gebeurt nu toch; ik had mijn les niet geleerd!!! J J J Ik vraag mijn schetekes een 5 à 10 minuutjes tijd om het extra blad woordjes in mijn kop te stampen. Ondertussen maken ze kennis met Veerle en Hanne. Na wat drilwerk, breng ik het er niet zo slecht van af met een 3-tal fouten. We stellen opnieuw een blad woordjes op en ondertussen verwen ik ze met snoep en appelsap. Tot slot neem ik nog van iedereen een foto. Op aangeven van Veerle en Hanne stellen de meisjes zich in “modellen-poses” op voor de camera… We lachen dat het een lieve lust is.

We hebben het doel van de dag misschien niet gehaald (de top van Malawi), maar we hebben ons toch kostelijk geamuseerd. Morgen begint een nieuwe schoolweek in Sitima en is het weer alle hens aan dek. Morgen wordt voor Veerle en Hanne ook de eerste kennismaking met het project. Zij zullen hier uiteindelijk drie maanden blijven, dus ik ben wel benieuwd hoe ze het zullen ervaren. Maar dat is dus voor morgen.

Mukagone bwino. Good night.

Dag 12, maandag 07/09/09; Ziekendag en officiële verwelkoming in Sitima

Zoals we ook gisteren deden, spreken Veerle, Hanne en ikzelf ’s morgens af om samen te ontbijten. Ondanks dat het in principe geen loopdag is, wil ik toch een klein tochtje maken. Ik had het idee om 2 km te lopen aan een hoog tempo, maar het snel vertrekken, valt zwaar tegen en uiteindelijk loop ik met moeite een kilometer. Terug thuis zeg ik goeie morgen aan de watchmen en vraag of alles goed gaat. Neen, is het antwoord: Het zoontje van Samson is naar het hospitaal gemoeten want staat over het hele lichaam vol met boebels. De aansluitende klassieke vraag of er geld kan gekregen worden voor de behandeling, volgt snel. Ik weet eerst niet goed wat denken, want Samson had op de derde september al om een pre-pay gevraagd die ik toen geweigerd had (31/8 loon gekregen en 3/9 pre-pay vragen, vond ik er wat over…). Maar door de precisie waarmee de boebels omschreven worden, schrijf ik voor Samson nu toch een pre-pay uit zodat hij het nodige kan doen. Alvorens te ontbijten, neem ik een douche en ben wat verontrust dat ik Richard nog niet in huis hoor. Het is dan 10 voor 7 en normaal is hij al bezig dan, alhoewel hij “officieel” pas om 7u moet beginnen. Mijn ongerustheid blijkt terecht, want wanneer ik naar het gastenverblijf stap, komt Richard rillend en bevend vertellen dat ook hij ziek is… Maandag is wasdag, dus die doen we dan zelf wel (we, zijn vooral Veerle en Hanne geweest ;-))

Na een zalige fietsrit komen we aan Sitima. Ik bekijk de rekeningen voor het eten met Davidson, vraag de builder of hij tevreden is met de ijzerzagen en aan de cleaners moet ik niks vragen, die staan vanzelf al te glunderen met de nieuwe bezems. Iedereen is tevreden, goed zo. Ik spring dan het klasje bij de kleinsten binnen en probeer er, twee huilende kindjes te troosten. Ze huilen om de mama. Ik pak ze op de schoot en trek wat gekke bekken en slaag er in om ze te kalmeren. Het ene meisje blijft nog wel wat snikken, maar het grote verdriet is over. Het andere stopt helemaal en knelt zich zo stevig tegen me aan, dat ik bijna zelf een snikje moet laten.

Op vrijdag had Mr Mofulo (de directeur) mij laten weten dat we de Nederlanders nog geen officiële welkom hebben gegeven en dat hij dat graag op maandag (vandaag) om 11u had gedaan. Malawezen (en zeker Mr Mofulo) zijn zot op dergelijke officiële plechtigheden. Tegen 11u00 wordt dus alles in gereedheid gebracht, om de groep welkom te heten (stoelen, tafels en banken worden mooi geplaatst). Ik spreek met Sam en Mr Mofulo af, dat Mr Mofulo, Fleur en ikzelf een woordje zullen placeren. Uiteraard mag Mofulo beginnen… Deze ceremonie doet me heel sterk denken aan vorig jaar, omdat we er ook toen een 3-tal hebben gehad. Onzen Daddy moest toen ook altijd speechen en ik voel sterk aan dat ik nu echt zijn taak overneem. Dit maakt me zeer emotioneel… Als ik Mr Mofulo dan in zijn Chichewiaanse speech een paar keer Johan hoor zeggen, komen de tranen. Het is sterker dan mezelf en ik vecht er ook niet tegen. Waarom zou ik? Ik besef dat dit nu éénmaal die fase is waar ik door moet en eigenlijk doen de tranen ook deugd, want het zijn niet alleen tranen van verdriet, maar ook tranen van fierheid en geluk. Fierheid is duidelijk denk ik. Geluk omdat ik voel dat het project echt iets moois is, dat steeds mooier wordt. Na mijn korte huilbui, bedank ik zowel de Belgen, de Nederlanders als de Malawezen voor hun inzet in Sitima, in onzen Daddy zijn naam.

Wanneer we na een iets minder zalige fietstocht (10 km van de 13 in stijgende lijn en zowel bij Hanne als mezelf kettingproblemen) terug thuis zijn, wil ik met Veerle en Hanne iets gaan eten en inkopen gaan doen, maar onze zieke Richard, komt buiten met de melding dat de school heeft gebeld dat zijn dochter Violet ziek is. Hij vraagt of we haar met de auto kunnen ophalen. Ik haal samen met Richard en Veerle, Violet op in een typisch Malawees schooltje (de afwatering van de WC’s loopt in een greppeltje tussen 2 speelplaatsjes). Het kind staat vol met uitslag en ik twijfel niet om ook haar naar het privé health center te brengen. Tijdens het onderzoek, ga ik langs bij de timmerman die vlakbij woont, om nog enkele zaken (houten deurstijlen) te regelen op vraag van de builder. Wanneer ik terug in het health center ben, kom ik juist op tijd om te betalen. De rekening bedraagt 550 MK (2, 75 euro), voor het onderzoek en de medicijnen die Violet meekrijgt. Voor mij een lachertje, voor Richard 2 dagen werken… Ik laat Richard weten dat hij mij dit geld niet moet terug betalen.

’s Avonds ga ik eten bij de Nederlanders die me hebben uitgenodigd (ook Veerle en Hanne, maar die passen). Ik beleef er een reuze-avond ;-), geniet van het zingen en het lachen en nu maakt vooral Inge indruk op mij. Inge is by the way een Belgische uit As tegen Genk. Super coole madam, waarmee ik meerdere keren dubbel lig van het lachen. Het is eigenlijk mijn eerste feestavond in Malawi. Ik geniet maar drink met mate ;-). Tot morgen.

Dag 13, dinsdag 08/09/09; Een historische dag, de eerste schoolreis voor de kindjes van onze school in Sitima.

‘ Morgens ben ik vroeg uit de veren, want ik heb met de Nederlanders om 7u15 afgesproken, om hen het gekoelde water voor de kinderen van Sitima af te geven. Ikzelf ben niet zeker of ik op tijd zal zijn in Sitima omdat ik eerst bij de timmerman stoelen en tafels moet ophalen. Wanneer ik in Sitima aankom met een auto vol hout, staat de grote bus nog voor de school. Alle vrouwen van het dorp zijn aanwezig om getuige te zijn van dit grootse moment. Alle kindjes hebben hun uniformpje aan en zitten al op de bus. De bus is versierd met ballonnen en grote papieren waarop allerlei welkomst- en schoolreisslogans staan geschreven en getekend. De vrouwen buiten staan te dansen en te zingen. Dit alles is een prachtig beeld. Ik heb gisteren nog maar moeten bleiten en ’t was bij het zien van dit tafereel bijna weer van dat. Had je twee jaar geleden in Sitima tegen iemand gezegd dat alle kinderen van het dorp (en de 5 omliggende dorpen) met een bus op schoolreis zouden gaan naar Lake Chilwa, dan hadden ze je niet alleen uitgelachen, ze hadden je waarschijnlijk ook in de psychiatrie gestoken en nu is dit gewoon werkelijkheid geworden. Het moet ongeveer 9u zijn, wanneer de bus met een 60-tal zingende kinderen vertrekt. Ikzelf reis niet mee, ik stem eerst nog de verdere werken af met de timmerman en de bouwmannen. Ik rijd straks naar Lake Chilwa om het eten te brengen voor onze kleine krawietelkes.

De groep Nederlanders heeft zich opgesplitst. De helft is mee met de bus naar Lake Chilwa om de groep te begeleiden en de andere helft blijft in Sitima om de muren van 2 nieuwe klaslokalen te beschilderen. Ik ga niet zeggen wat ze allemaal op de muren zetten, omdat ik wil dat dit een verassing blijft voor Mieke… Ik kan alleen maar zeggen dat het echt chique is. Wie het wil weten, moet maar eens komen kijken. In Sitima is iedereen altijd welkom (wel graag vooraf een seintje ;-)). J

Om 11u is het eten klaar. Het wordt verdeeld in 2 delen. Het grootste deel gaat mijn wagen in, het kleinere deel blijft ter plaatse. Jullie moeten weten dat hier niks wordt afgewogen, alles gebeurt op het zicht. Het is eigenlijk ongelooflijk hoe ze dit op het zicht perfect inschatten. Zoals afgesproken rijden Mr Mofulo, 2 cooks en 1 cleaner met mij mee. Eigenlijk was dit een soort geste naar hen toe, omdat ook de teachers van de respectievelijke klassen meegaan naar Lake Chilwa, maar éénmaal ter plaatse, ben ik super blij dat deze cooks en cleaner mee zijn om alles in goede banen te leiden. We hebben water mee zodat iedereen eerst de handen kan wassen, de borden worden uitgeschept en verdeeld. Na het eten krijgt iedereen dan nog een beker met Sobo Pine-apple (Malawese frisdrank). Een waar festijn voor onze klein mannen.

Jullie gaan het misschien niet geloven, maar ik geef toch nog even mee dat ik bij het instappen in Sitima vraag aan Mr Mofulo om zijn gordel aan te doen. Hij kruipt met zijn hoofd en arm onder de gordelzijde die normaal schuin over onze borstkas komt en hangt zich er bijna mee op. Ik verlos hem uit zijn lijden en maak de gordel voor hem vast. Dit scenario herhaalt zich ook als we aan Lake Chilwa vertrekken. Ik zie twee keer dat hij beschaamd is, maar lach dit weg, alsof dit de beste kan overkomen. Het is gelijkaardig aan wat Joyce met het ruitje afdraaien, meemaakte en ook de Carpenter Matthias had hetzelfde gedaan wanneer ik met hem in de brousse hout ben gaan halen. Het geeft nog maar eens aan, dat hier niets is wat het lijkt.

Rond 14u komt de bus terug aan in Sitima. Ik hoor van de Nederlanders, dat de busreis van de eerste tot de laatste seconde begeleid werd door gezangen. Voor de kinderen en de leerkrachten was dit een onvergetelijke trip en alles is super vlot verlopen. Hiervoor doen we het.

’s Namiddags geef ik nog de training, maar blijf niet tot het laatste omdat ik nog zwarte plastic moet halen voor Mr Masamba en de helper van de Carpenter thuis moet afzetten. De plastic komt onder de muren tegen het vocht. Voor iemand die zoals ik nu al twee keer op het einde van het droog seizoen komt, is het moeilijk te geloven dat dit ook hier nodig is, want alles is echt kurkdroog. Eergisteren heeft het eens heel even “geregend”. ’s Avonds rond een uur of 8 en zeker 3 minuten lang…

Nu ben ik stikkapot, maar ook wel erg fier dat onze eerste schoolreis een succes geworden is.

Moe maar voldaan, ga ik doken doen. Mukagone bwino. Tiona na mawa.

Dag 14, woensdag 09/09/09; De werkzaamheden verlopen vlot en toffe bende die Nederlanders

Toen ik eind augustus aankwam en de eerste dagen op het project vertoefde, lagen de werken eigenlijk stil. Ik wist niet of dit normaal was of niet, want Mieke had me gezegd dat zij alles met de bouwmannen had geregeld. Door het mailverkeer met Mieke werd me dan tijdens de eerste week duidelijk dat het toch de bedoeling was dat ze voort deden. Toen ik Mr. Masamba (de “werfleider”) te pakken had gekregen en hem gezegd had dat Mieke op hem rekende, zijn ze er opnieuw ingevlogen. Hij vertelde me wel dat hij zowel de timmerman als de loodgieter nodig had om zijn werk verder te zetten. Vandaag kreeg ik deze 3 partijen bij elkaar in Sitima, een belangrijk moment voor de continuïteit van de werkzaamheden. Er was wat discussie over wie wat ging doen en ook over de plaats waar bepaalde leidingen en gebouwen moesten komen. Samen met Sam die enerzijds tolkt en anderzijds ook de CBO (Community Based Organisation) vertegenwoordigt, raken we er uit. Iedereen weet wat er van hem verwacht wordt en ook de timing wordt afgesproken. De CBO wordt bij alles betrokken. Zowel bij de bouw (wat, waar, hoe, …), als bij bezoekers die komen, als bij dingen die georganiseerd worden … De gemeenschap ter plaatse moet er achter staan, anders doen we het niet, dat is bij alles de richtlijn.

De bouwvakkers zijn eigenlijk ongelooflijke beren. Beste lezer, je moet goed beseffen dat deze gebouwen worden recht getrokken zonder elektriciteit of stromend water. Dit betekent onder andere manueel ijzer zagen, het houtwerk wordt manueel gezaagd, stenen worden manueel gemaakt, alle water voor cement wordt manueel opgepompt enz. Ikzelf probeer af en toe te helpen door wat water te pompen en heb ook al eens ijzer gezaagd. Zo ijzer zagen is echt een berenwerk. Ik heb eens twee stangen na elkaar moeten doorzagen en ik kreeg gewoon kramp in mijn bovenarm (van twee! en die mannen zagen er soms tien of meer op een dag, naast al het andere werk dat ze verrichten). Vraag het trouwens ook maar aan de Nederlandse boys. Zij hadden Inge, Fleur en mijzelf laten weten dat ze graag aan het zwaardere werk wilden deelnemen.  ’s Morgens vraag ik hen wie er mee wil hout en ijzer zagen en zeg hen dat ze niet moeten bang zijn van wat met meer te zijn dan dat er zagen zijn, want dat ze zullen blij zijn als ze eens kunnen afwisselen. Na de middag komen er een paar van hen zeggen dat ze plots veel meer respect hebben voor de Malawese bouwvakkers. Die mannen doen dit, dag in, dag uit en zij voelen na een halve dag reeds, dat het echt niet te onderschatten is (enkele blaren op de handen zijn daarvan het bewijs).

’t Zijn echt toffe kinderen uit Heerlen. Zowel de jongens als de meisjes doen heel goed hun best. Ik ben blij dat het zo’n toffe bende is. Met deze kinderen kan je echt buiten komen. Men spreekt vaak van de jeugd van tegenwoordig in negatieve zin, maar deze kinderen zijn beleefd, behulpzaam en lief voor elkaar. Ieder krijgt van de ander de ruimte om, op de manier waarop ze zijn, hun plaats in te nemen in de groep. Zo voel ik het tenminste aan en dit maakt van hen juist een echt leuke bende. Ze worden ook goed begeleid, vind ik. De regelende hand van de leerkrachten hangt een beetje onzichtbaar boven de groep. De kinderen krijgen veel vrijheid en zelfstandigheid en als groep gaan ze daar dus heel goed mee om. De begeleiders, Inge, Fleur, Vincent, Arjan en Riet zijn toffe mensen. Riet is de mama van Fleur, maar ook een beetje van de groep, (“la mama, zonder een ouderwetse tante te zijn!”). Zij is een fantastische madam. Een zeer zachte, lieve en meelevende vrouw. Zij leidt de kookploeg als ze in Zomba zijn en in Sitima is zij, met al haar levenservaring zich het meest bewust van de schrijnende dimensie van het leven daar. Voor ons volwassenen dringt het tragische van dit alles veel meer door dan voor de kinderen. Ik heb het tegen de kinderen ook in mijn “speech” bij de verwelkoming gezegd; het is een prachtige en unieke ervaring die ze dankzij het Citaverde College uit Heerlen mogen meemaken en later (binnen een jaar of 10) zullen ze dit nog veel meer beseffen dan dat ze dat nu al doen. Nog eens een extra bedankje voor Inge en Fleur om enerzijds voor ons project te kiezen en anderzijds voor een vol jaar energie te hebben gestoken in de voorbereiding. Sikomo kwambiri!

Ik hoor de begeleiders zeggen dat ze willen voorstellen aan hun directie, om in Nederland een sponsordossier in te dienen bij een officiële instantie (waarvan de naam mij nu ontsnapt) en wanneer dat dossier aanvaard zou worden , dat ze dan van “Citaverde goes Malawi” een tweejaarlijks evenement zouden willen maken. Ik word warm van binnen als ik er aan denk… Enerzijds omwille van het feit, dat dit ons project extra slagkracht zou geven (sponsoringbedragen die ze noemen zijn echt groot) en anderzijds omdat in de geest van onzen Daddy zijn filosofie, er niets mooier kan zijn, dan jonge mensen te confronteren met deze Afrikaanse realiteit en hen op die manier een levensles mee te geven die ze op geen enkele schoolbank kunnen krijgen. Morgen ga ik hier dieper op in. Tot morgen

Dag 15, donderdag 10/09/09; Ook de 2° schoolreis wordt een succes

Voor ik iets over de schoolreis voor de allerkleinsten zeg, wil ik nog even doorgaan op het feit dat ik gisteren zei dat er in de geest van onzen Daddy zijn filosofie, er niets mooier kan zijn, dan jonge mensen te confronteren met deze Afrikaanse realiteit. Zoals ik al zei kan je de levensles die je hier meekrijgt, nergens anders meekrijgen en dit wordt duidelijk in zoveel facetten; in Sitima in het bijzonder en in Malawi in het algemeen, is de armoede zo tastbaar… Als die kinderen nu nog eens op TV een vrouw zien die iets op haar hoofd draagt, dan zal dat niet meer met datzelfde “evidentie-gevoel”  bekeken worden als vroeger. Doordat je de Afrikaanse kinderen elkaar bijna hebt zien vertrappelen voor het krijgen van een halve banaan, krijgt honger en eten toch een andere dimensie. Als je in een stad leeft waar dagelijks de elektriciteit uitvalt en waar er soms plots geen water meer uit de kraan komt, dan wordt duidelijk dat ook dit geen evidentie is. Als je een dorp (volwassenen en kinderen samen) uit de bol ziet gaan (dansen en zingen), omdat er een schoolreis wordt georganiseerd, dan geeft ook dat weer het gevoel dat alles wat voor ons zo normaal is, het dat niet altijd en overal voor iedereen is… en zo zou ik nog een tijdje kunnen doorgaan, met indrukken weer te geven, waaruit heel wat lessen kunnen getrokken worden.  Onzen Daddy geloofde enorm “in de kracht van de bezoeker”. Sitima is zo mooi en zo echt, dat het geen enkele bezoeker onberoerd kan laten. Hij zag in elke bezoeker een wandelend reclamebord in het Westen voor ons project. Wanneer dit dan kan gecombineerd worden met het educatieve aspect naar de kinderen toe, dan zou onzen Daddy (als oud-leraaar en steeds begaan met de jeugd) dit gewoon fantastisch gevonden hebben. Ik kan alleen maar zeggen; go, go, go Citaverde, jullie zijn echte pioniers en ik hoop dat jullie een inspiratiebron mogen wezen voor andere scholen en directies…

Wanneer ik deze morgen in Sitima aankom, staan er naar mijn gevoel nog meer mensen te dansen en te zingen rond de bus dan dit eergisteren al het geval was. Ik had gisteren, met de leerkrachten een evaluatiemoment van de schoolreis gehouden en we hadden beslist om met de kleinsten niet de lange wandeling te maken, maar een korte wandeling te combineren met wat spelletjes spelen in de plaatselijke primary school. ’s Morgens beslissen we ook om 1 extra leerkracht en 1 extra cleaner onmiddellijk mee te sturen met de groep. De klein mannen vragen nu eenmaal extra aandacht en de groep is ook groter( een 10 à 15-tal meer kinderen). Wat we misschien wat onderschat hadden voor de allerkleinsten is het psychologische shock-effect voor hen om op die bus te moeten stappen zonder de mama. Opnieuw moeten we goed beseffen, dat niet één van deze 3, 4 en 5-jarigen ooit buiten zijn dorpje is geweest, of ooit in een auto heeft gezeten, laat staan in zo’n grote bus. Ik schat dat er bij het vertrek toch een 15 à 20 van de 70 kinderen echt huilend de bus moeten worden opgeduwd. Ik denk dat sommigen echt moeten gedacht hebben dat ze die grote bus nooit zouden overleven. Maar later hoor ik dat ook de ergste krijsers, relatief snel kunnen getroost worden. Nadat ik ter plaatse aankom en het eten aflever, ga ik naar de plaatselijke markt om er wat “airtime” (= units voor de teklefoon) te kopen. Er overkomt me daar hetzelfde als vorig jaar toen ik in Chenga (dorpje bij het meer) rondliep. Ik reageer op een aantal kinderen, die de gebruikelijke “Azungu” (de witte)op me afvuren. Ik roep hen terug “het is niet Azungu, maar Nzanga (= vriend)”. De kinderen herhalen: “Azungu Nzanga”. Ik vind dit wel klinken en herhaal Azungu Nzanga op een ritmisch toontje en alle kinderen roepen dit ritmisch na. Ik doe er een klein danspasje bij en hilariteit alom natuurlijk. Op mijn terugtocht naar onze kindjes, word ik door een 30 à 40 plaatselijke kinderen ritmisch en dansend begeleid. Een Azungu is net, zoals ik ook al in mijn vorig dagboek zei, een toeristische attractie op zichzelf, zeker voor de kleinsten.

Terug in Sitima aangekomen, geef ik nog voetbaltraining aan de meisjes. Ik blijf opnieuw niet tot het laatste moment omdat ik voor de builders nog op zoek moet gaan naar ijzeren staven die de constructie van het gebouw verder moeten verstevigen.

Ondanks mijn”vroeger” vertrek, blijken de winkels met “hardware” reeds dicht te zijn in Zomba, het is dan iets over vijf. ’s Avonds ga ik met Hanne en Veerle iets eten (ik vind dat we dit verdiend hebben, na de geslaagde dubbele schoolreis). Na het eten springen we dan nog even binnen bij de Nederlandse vrienden, waar we meespelen met het “moordspel” (soort uitbeeldspel) en een gezellige pint drinken.

Ik geniet van deze momenten en besef dat mijn laatste week is ingegaan. Volgende woensdag stap ik op het vliegtuig richting België. Man, man, man, wat ga ik het hier missen. Tja, dat is het leven zeker; komen en gaan… Tot morgen.

Dag 16, vrijdag 11/09/09; Bezoek aan het ziekenhuis in Zomba.

’s Morgens ben ik vrij vroeg wakker. Ik sta op en zet alles op papier wat ik vandaag te doen heb en dat is niet mis. Een kleine greep uit het waslijstje; ijzeren staven kopen, de boekhouding, checken hoe het nu met Bertha is die nu toch langer dan normaal afwezig is, komst Jokergroep voorbereiden, met Mr Davidson het voedselprogramma voor volgende week opmaken, de loodgieter zien, Sam officieel aanduiden als gids voor de Jokergroep (Inge de lerares Engels heeft hem aangeduid, wat te verwachten was), ik zou mijn 25kg zware valies moeten leegmaken, want ik moet stilletjes aan gaan beslissen, wie wat krijgt, een slot kopen dat ik Matthias de timmerman heb beloofd, Matthias een stuk betalen voor zijn werk en samen met hem hout gaan halen…  Een hele boterham dus.

Doordat ik ’s morgens een 5-tal winkels moet doen alvorens ik de staven vind die ik nodig heb is het net 10u, wanneer ik in Sitima aankom. De dingen die ik met Matthias moet doen, verschuiven onmiddellijk naar maandag omdat hij mij bij aankomst laat weten dat hij een sterfgeval heeft in de familie en onze geplande activiteiten dus niet kunnen doorgaan.

Het is speeltijd en ik roep Joyce the Head Mistress bij mij en vraag hoe het met Bertha is gesteld, die sinds vorige woensdag niet is komen werken. Bertha is blijkbaar in het hospitaal in Zomba. Zij zou zelf een 4-tal dagen erg ziek geweest zijn, maar is nu aan de betere hand, maar moet nu daar nog blijven omdat het kindje van haar zus (die denk ik overleden is) nog steeds ziek is en zij de opvoeding van dat kind op haar heeft genomen. Joyce zegt dat ze Bertha eigenlijk wou bezoeken vandaag, maar dat dit niet zo evident is “for transport”. De bezoekuren in het ziekenhuis zijn van 6 tot 7 ’s morgens, van 12 tot 1 ’s middags en van 5 tot 6 ’s avonds. De opmerkzame geest ziet hierin de uren waarop er wel eens gegeten wordt. Het is één van mijn markantste indrukken van vorig jaar. Rond de muren van het hospitaal zitten minstens zoveel mensen als er binnen zitten. Het zijn familieleden van patiënten die voor de patiënt die binnen zit, koken. Het hospitaal voorziet haar patiënten nauwelijks of niet van basisvoeding. Het zal je maar overkomen hier te belanden…

Ik besluit om met de leerkrachten (alle 6 willen ze mee + zwangere Munde die er niet is en Bertha zelf, zijn 8 leerkrachten, 2 per klas) tegen 11u45 te vertrekken naar Zomba Hospital. Ze kunnen allemaal makkelijk in de wagen omdat ik van de koffer ook een tweede achterbank kan maken. Ik bepaal de plaatsen; de twee jongste mannen, Sam en Alexander, op de achterste en kleinste bank, Mr Davidson, Margareth en Lekerene op de achterbank en de head Mistress, Joyce vooraan naast mij. Mr Davidson zegt dat de vrouwen eigenlijk achteraan moeten zitten en de mannen vooraan. Ik zeg no way, the head Mistress in front Mr Macho Davidson en we kunnen weer eens lachen. Ik zeg tijdens het begin van de rit dat het niet alle dagen voorkomt dat ik met 7 mensen in een auto zit. Nine! roept Margareth en inderdaad, want zowel Lekerene als Mr Davidson hebben respectievelijk hun dochter en zoon bij zich. Tijdens de rit geniet ik van het Chichewiaanse gekeuvel in de wagen. In het begin wordt er nog veel gelachen, maar naarmate we het hospitaal naderen wordt de sfeer serener en rustiger…

Het hospitaal laat een diepe indruk op mij. De geur die er hangt, de kokende mensen, zowel binnen de hekkens (in de tuin) als er buiten. Er is sowieso al veel miserie in dit land, maar als je dan nog eens ziek of hulpbehoevend bent… Kamers staan vol bedden (ik schat een 10-tal per kamer). Het hospitaal is enorm groot. Ik schat zeker een 10 à 15-tal gebouwen en ik denk bij mezelf, was er in heel dit hospitaal nu echt niemand die hem kon helpen…?

Plots zien we Bertha zitten in één van de tuintjes. Ze is net de kleine eten aan het geven. Zij ziet er relatief goed uit, maar de kleine is nog ziek. Elke leerkracht en ikzelf hebben 50 MK samengelegd voor Bertha. Het wijst op het mooie solidariteitsgevoel dat er heerst in Sitima. 50 MK is ongeveer één dertigste van hun loon. Als we dat naar onze Westerse normen omrekenen met een nettoloon van 1500 euro per maand, dan komen op 50 euro. Ik ben echt fier op mijn Aphunzitsi (leerkrachten), dat ze dit voor elkaar over hebben. We zetten ons met ons groepje apart en er wordt gebeden. Plots komt het bericht dat de kleine het ziekenhuis mag verlaten. Blijdschap alom! We kunnen dus met 11 terug naar Sitima. Ik ben blij dat we weer voltallig zijn (op Munde na, maar dat is een positieve afwezigheid) en dat we Bertha, met een zak kookgerief mee naar Sitima kunnen nemen. Bij aankomst zien we dat er ook iets op de buitenmuur is geschilderd door de Nederlanders. Applaus breekt spontaan los in de wagen. Iedereen is blij, ik ook. Graag to morgen.

Advertenties

~ door koenf op september 13, 2009.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: