Gastbijdrage – Filip

•oktober 11, 2011 • Geef een reactie

Donderdag en vrijdag, 1 en 2 september 2011: De reis, anders dan vroeger
Mijn 4° reis naar de andere wereld, maar in niets te vergelijken met de 3 vorige. Enerzijds vlieg ik voor de eerste keer met Ethiopian Airlines via een totaal ander traject en anderzijds reis ik voor de eerste keer niet alleen. Cédric en Bianca reizen met me mee. Cé is mijn Oetingse jeugdvriend die ik al het langste in mijn leven ken. We moeten zo’n jaar of 2, 3 geweest zijn toen we voor het eerst samen speelden. Onze ouders waren vrienden en Cé is net als ik van ’76 en zot van voetbal. Soms zeg ik met een boutade dat ik in mijn jeugdjaren meer met hem heb gespeeld dan met mijn tweelingbroer. Ik weet niet of het klopt maar het zal alleszins niet veel schelen. Dit eigenlijk gewoon om te zeggen dat we echt goeie vrienden zijn. Bianca is van het naburige Kester en al 13 jaar de vriendin van de Cé en een vree toffe madam. Doordat ik niet alleen reis, krijgt de reis een andere invulling. Als je 3 vluchten moet nemen, veel moet wachten enz. dan is samen reizen veel leuker. De nieuwe reisroute gaat van Brussel over Milaan naar Addis Abeba (hoofdstad van Ethiopië), vandaar naar Lilongwe (hoofdstad van Malawi) en dan met een binnenlandse vlucht naar Blantyre, Chileka Airport, zoals gewoonlijk mijn eindbestemming. Eigenlijk verloopt de reis perfect volgens schema, maar toch vallen er een paar opmerkelijke zaken over te vertellen:
Ten eerste Addis Abeba; this is Africa ! We landen in Addis Abeba en moeten er 2,5 uur in de transit zone blijven alvorens we onze volgende vlucht kunnen nemen. Concreet betekent dit, dat we in een lange gang zitten met een 8-tal “gates” van waaruit er vluchten vertrekken en waar er dus heel wat mensen zitten te wachten. In deze gang is er geen enkele drink- of eetgelegenheid. Het eerste wat opvalt, is dat er naast de verschillende Afrikaanse nationaliteiten er vooral veel Aziaten (waarschijnlijk Chinezen) rondlopen. Speciale mannen die Chinezen. Enerzijds hebben ze er totaal geen moeite mee om vanuit de onderste krochten van hun keelholtes de zwaarste rochels boven te halen en die dan doodgezellig uit te spuwen en anderzijds roken ze als ketters en steken ze met hun ene sigaret hun volgende op. Het is wel een grappig beeld om op een bepaalde plaats een 15-tal Chinezen onder een mega “no smoking”- teken te zien staan dampen. Bianca en mezelf maken dankbaar gebruik van de Chinezen en steken een beetje verder van het bordje ook een sigaretje op. Voor de 8 gates, waar naar schatting toch een 1000 man zit te wachten is er één plaats waar mannen en vrouwen naar het toilet kunnen. Cé en Bianca hebben het geduld om in de lange rij te gaan staan. Ik hoor van hen dat er één “pisbak” en 2 toiletten voor de mannen zijn en 3 WC’s voor de vrouwen. Bianca laat weten dat de vrouwen-WC meer een badkamer is, waar de (Afrikaanse) vrouwen zichzelf en de kroost wassen en Cé – die nochtans tegen een stootje kan op dat vlak – zegt dat de geur bij de mannen niet te harden is. This is Africa denk ik bij mezelf en ik houd me nog wel even in tot op de volgende vlucht of tot in Lilongwe. Ik wacht tot in Lilongwe om daar vast te stellen dat alle sloten van de toiletten ontbreken (allemaal kapot en weggehaald of gestolen, wie zal het zeggen). This is Africa! We beleven nog 1 zot moment in Addis Abeba; wanneer de vlucht van Lagos wordt afgeroepen aan de gate waar wij staan te wachten. Springen er plots een 200 man recht die ons echt letterlijk onder de voet lopen. Bianca is het zwaarste “slachtoffer” met serieus gepush langs alle kanten en een trollie die over haar voeten wordt gereden. We banen ons door de aanstormende massa een weg naar de zijkant om niet omver geduwd te worden. Dat was ff verschieten…
Het derde opmerkelijke beleven we in Lilongwe. Nadat we met een beetje geluk voorbij de douane geraken (ze vinden de flessen alcohol die we mee hebben als cadeautje voor Mieke niet …), willen we onze tickets ophalen voor onze laatste vlucht met Air Malawi. Aan de balie krijg ik te horen; Sorry Sir, your tickets were canceled. The plane is full and the chance to get you on the plane is fifty/fifty. When people come too late or cancel the flight, you’ll be the first to take their place. De dame is zo vriendelijk om ons te laten meekijken op haar scherm waarop we kunnen zien dat wij op 9 februari 2011 als eersten reserveerden voor deze vlucht. Als ik haar daarop wijs, geeft ze toe dat ze dat zelf niet goed begrijpt. We staan op het punt om dan maar een taxi te nemen, dus vraag ik haar een bewijs dat onze tickets werden gecancelled, zodat we de kosten kunnen terugvorderen, because we payed for this flight. Wanneer ze dit hoort, zie je duidelijk dat ze verschiet en dan zegt ze doodleuk; We will put you on the flight. Waarop ik dan vraag. Is it sure for one hundred %? Yes sir, we will put you on the flight en onze ticketnumbers worden afgedrukt. Op nog geen 2 minuten tijd van fifty/fifty naar 100%?!Ook dit is Afrika… Uiteindelijk loopt alles volgens plan en komen we tegen 18u00 aan in Blantyre waar we op aanraden van Mieke het hotelletje “Casa Mia” hadden geboekt. Casa Mia heeft waarschijnlijk de beste keuken van Malawi had ze ons gezegd. Na het uitgebreide en naar Malawese normen decadente avondmaal dat we er nuttigen, weten we het zeker: Casa Mia heeft de beste keuken/kok van heel Malawi!!!
Om middernacht kruipen Cé en ik in ons bed. Het avontuur kan beginnen…
Zaterdag, 3 september 2011: Money, football en de zusjes
Nadat we ’s morgens een lekker ontbijtje hebben gehad in Casa Mia, komt Mieke er zoals afgesproken tegen 9u30 aan. Mieke heeft ook de afspraak geregeld met een Indiër die vroeger een exchange-bureau had om geld te wisselen. In totaal willen we 16000 euro wisselen. Geld voor Cé en Bianca, voor mezelf, voor Mieke en voor het project…). Ik hoor Koen – de schoonzoon van Mieke die in juli in Malawi was – nog stoefen dat ze een rate hadden gekregen van 255 MK (Malawian Kwacha) voor 1 euro. Hij had me uitgedaagd om beter te doen, en alhoewel ik er geen enkele verdienste aan heb, is het toch leuk om te zeggen dat we een rate van 265 krijgen. Het grootste briefje is 500 MK, oftewel dus 1.89 euro. Dit betekent dus dat we met net geen 8500 briefjes van 500 MK de Casa Mia buiten wandelen. Het geeft een raar gevoel om zoveel briefjes bij elkaar te zien. Na de Casa Mia gaan we winkelen in de grote shopping mall in Blantyre. Deze shopping is te vergelijken met een grote Carrefour van bij ons en ligt rechtover het grote voetbalstadion van Blantyre, waar er ’s namiddags Malawi – Tunesië zal gespeeld worden. Het krioelt er van de mensen met de rood-groene kleuren van de thuisploeg. Omwille van de drukte, het vele geld en de valiezen in de wagen beslissen we om na het winkelen Blantyre te verlaten en naar huis in Zomba te rijden.
Eenmaal thuis pakken we uit, geven we Mieke haar cadeautjes en laten haar het materiaal zien dat we voor de Sitima Sisters, onze meisjesvoetbalploeg, mee hebben. Enerzijds de truitjes die ik van Nancy (vrouw van een jeugdtrainer van ons, die voor een verdeler van sportmaterialen werkt) heb meegekregen en anderzijds voetbalnetten, kegeltjes en ander materiaal die Cedric en Bianca hebben gesponsord. Aan hen nogmaals mijn uitdrukkelijke dank !!! Nadat we hebben uitgepakt, gaan we wandelen en gaan we naar het “huis” van de zusjes waarvan ik in eerdere dagboeken al sprak. De 5 zusjes waren de eerste buurmeisjes van Mieke en mijnen Daddy, hier in Malawi. Sindsdien volgen we deze super schattige, lieve en goedlachse meisjes op. En elk jaar probeer ik regelmatig met hen te spelen en hen wat te verwennen. Ze verdienen het echt. Cé en Bianca worden voor het eerst geconfronteerd met de harde realiteit hier. We worden ontvangen in de (slaap)kamer van de zusjes. De vierkante kamer is 2,5m op 2,5 m en er staan 2 bedden in. Op zich zijn de bedden al een uitzondering, maar Mieke heeft de matrassen gesponsord waardoor ze dus wel een bed hebben. De harde realiteit is dat de 5 meisjes in de 2 bedden (1,5 persoonsbedden, twijfelaars zoals dat heet) slapen. De 2 oudsten (17 en 19 jaar) in één bed en de 3 jongsten (ik denk, 14, 12 en 9) in het andere bed. Mama en dochters zijn super blij en fier dat we bij hen op bezoek komen. Wij kunnen het haast niet voorstellen dat ze in deze ruimte leven en slapen. De mama vraagt of we niet blijven eten. Ze wil voor ons nsima (de maïsbrei die hier door de meeste mensen wordt gegeten) koken. Ook dit is Malawi, ondanks de familie bijna niets heeft, zouden we toch mogen mee-eten. We beseffen dat we totaal onverwacht zijn afgekomen en stellen dit etentje uit naar een andere datum, zodat ze zich er wat beter op kunnen voorbereiden. In één adem spreken we dan ook af dat zij ook bij ons moeten komen eten als “Filipi”, spek en eieren gaat maken. Spek is in Zomba niet verkrijgbaar, maar we hebben het mee vanuit Blantyre.
’s Avonds gaan we nog een pizza’tje eten in Domino’s, een restaurantje in Zomba op een 3-tal km van huis. “We” zijn Cé, Bianca, Mieke en ikzelf en Karine. Karine is een medewerkster van de vzw Non Profit. Zij, heeft een verpleegkundige opleiding genoten en werkt als diensthoofd in de gehandicaptenzorg in België. Ze heeft loopbaanonderbreking genomen en is voor 6 maand naar Malawi gekomen om enerzijds het voedselproject dat Non Profit met de landbouwers opstartte op te volgen en om anderzijds te kijken wat er kan gedaan worden aan de ondervoeding van baby’s in de streek rond Sitima. Zonder haar te kennen, voel je onmiddellijk dat het een lieve en geëngageerde vrouw is. Later zeker meer over de zaken waar zij mee bezig is.

Zondag, 4 spetember 2011: Loopdag, maar vooral luilekkerdag, Ku-Chawe-dag
Vandaag ben ik eerst gaan lopen met Cédric. We lopen een 5,5 km op een traag tempo langs de bergflank. Buiten een paar apen komen we eigenlijk weinig tegen. Daarna ontbijt ik samen met Cédric en Bianca. We zetten onze ontbijttafel op het zijterras van ons huis op Zomba-plateau. Zomba-plateu is een berg van 1800 meter hoog en ons huis is onderaan de berg gelegen op een hoogte van 800 meter. Van op het zijterras hebben we een prachtig zicht over de vallei en over een aantal andere “bulten” die Malawi rijk is. Het is het vreemde en tegelijkertijd ook het mooie aan Malawi. Die plots opduikende bulten in het glooiende landschap. Een Engelse schrijver omschreef het als volgt: “Malawi is dotted by rocks” (gestippeld met rotsen). Dit omdat deze bulten een rotsachtige structuur hebben.
We blijven lang aan de ontbijttafel zitten en mijmeren wat over het leven. Zondag is normaal ook Ku-Chawe-dag. Ku-Chawe is een luxehotel boven op Zomba-plateau. Op zondag wordt er ’s middags buffet geserveerd. Samen met Mieke, Karine, Cédric en Bianca rijden we tegen 11u30 naar boven. Eenmaal boven doen we ons tegoed aan het buffet; soep, voorgerecht, hoofdschotel en dessert. Bianca zegt al lachen dat ze hier in Malawi al meer heeft gegeten dan dat ze normaal in België zou doen. Casa Mia, Domino’s en Ku-Chawe, het kan inderdaad tellen qua overvloed. Ik riposteer door te zeggen dat ik zwaar door de mand val, met mijn verhalen over het arme en hongerige Malawi, maar ik waarschuw haar toch ook voor de andere kant van Malawi, Sitima waar we morgen naar toe trekken. Morgen is het de eerste schooldag in die andere wereld. De bedoeling is dat we morgen naar daar trekken en er ’s middags ook blijven mee-eten. Het is de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar, en er moeten heel wat zaken besproken worden. Enerzijds algemene zaken over de dagelijkse werking van de school, anderzijds ook een aantal specifieke zaken die ik inzake de meisjes voetbalploeg wil bespreken, zodat ik ons verblijf hier optimaal kan invullen. Maar daarover morgen meer. We blijven lekker lang zitten in de paradijselijke tuin van Ku-Chawe. We lachen en zeveren wat af. Op het einde krijgen we nog een apenspektakel (een 20-tal apen komt eens langs om te checken of ze geen achter gebleven etensresten kunnen buit maken) en net voor het donker wordt zakken we terug af naar beneden. Ik heb enorm genoten van de on-Malawese luxe en het gezelschap, maar ik kijk toch zwaar uit naar de ontmoeting met mijn vrienden in en de kinderen van Sitima …
Maandag 5 september 2011: Sitima, vergaderen en Mr Angoni
Om 8u00 vertrekken Bianca, Cé en ikzelf met de fiets naar Sitima. De heenrit is een zalige rit in dalende lijn. Ik schat dat van de 13,5 km er toch een 10-tal bergaf zijn. De helft is op harde wegen, de helft is in de zandvlakte. Ik kan ongelooflijk genieten van deze rit. We zijn nog maar net vertrokken of de eerste “Azungu” (Malawees voor “witte”) wordt ons al nageroepen. Eens in de zandvlakte worden de “Azungu’s” talrijker en net voor we Sitima binnen rijden klinkt er zelfs een eerste “Filipi!” aan de zijkant van de weg. Het ontroert me en het voelt op die manier nog meer aan als thuis komen. Eenmaal aangekomen begroet ik alle medewerkers (cooks, cleaners & teachers) met een stevige knuffel. Mr Davidson heeft een tekening gemaakt waarop hij me welkom heet in Sitima. Op dat moment zijn er ook heel wat ouders aanwezig, die hun kinderen op deze eerste schooldag komen inschrijven. Op de middag zie ik dat er vandaag reeds 142 kinderen zijn ingeschreven. We hebben plaats voor 200 kinderen, dus is dit cijfer na één dag een ongelooflijk succes. Het geeft aan dat de Sitima Nursery School een begrip is geworden in de streek. Ik geef Cé en Bianca een rondleiding in de school en ikzelf zet me een minuutje neer bij het monumentje dat ter ere van mijnen Daddy werd opgericht. Het doet pijn om te zien dat het monumentje licht beschadigd is, maar daarover straks meer.
De school is ondertussen begonnen en waar ik vroeger in alle klassen binnen ging om de leerkrachten wat bij te staan om te helpen, stel ik nu vast dat ik in 3 van de 4 klassen eerder een storende factor zou zijn in plaats van een optimaliserende. Ik ben echt fier op onze leerkrachten en onze werking als ik door de raampjes kijk en zie hoe gestructureerd en gedisciplineerd het er aan toe gaat. Enkel in het klasje waar de kleinsten (2 en 3 jaar) zitten, kunnen ze wat hulp gebruiken. In dat klasje zijn er heel wat kindjes aan het wenen, alhoewel krijsen misschien het betere woord is. In deze klas zitten kleintjes die de voorbije 2 jaar hoofdzakelijk op de rug van de mama hebben gezeten en nu voor het eerst door diezelfde mama werden achter gelaten. Bianca, Cé en ik gaan dit klasje binnen en proberen zo goed als mogelijk deze krijsertjes te troosten. Bij sommigen lukt het, voor anderen kunnen we beter verdwijnen omdat ze duidelijk schrik hebben van de “Azungu” (sommige kleintjes hebben, denk ik, nog nooit een blanke persoon gezien). Na het getroost gaan Cédric en ik naar de pomp achter het schooltje. Ik word weg geroepen voor een vergadering, maar de Cé gaat nog meer dan een uur door met pompen en Bianca blijft de kleintjes troosten (chapeau want het is voor de Cé een zware fysieke en voor Bianca een zware mentale belasting).
De eerste vergadering is gelinkt aan het enige minpunt aan het weerzien met Sitima; de beschadiging van het monumentje. In het kamertje van de leerkrachten zitten Mieke, Sam (leerkracht voor het vertaalwerk), Mr Mofolo (de directeur), 1 oudere heer en 1 jongere man op mij te wachten. De 2 mannen zijn familie van de man die het monumentje beschadigde. De sfeer is bedrukt. Eerst drukt Mr. Mofolo zijn diepe spijt en verontwaardiging uit over wat er is gebeurd. Hij benadrukt dat Sitima alles aan Mieke en Johan te danken heeft. Daarna volgen excuses van de 2 familieleden van de vandaal. Zij overhandigen aan Mieke een document van het Mental Hospital in Zomba waarop we kunnen lezen dat James Kundika lijdt aan “Schizofrenical disorder”. Blijkbaar is de man zwaar geestesgestoord en is het niet de eerste keer dat hij problemen veroorzaakte. De 2 mannen komen aan Mieke en mezelf vragen welke straf wij hen willen opleggen. Na kort overleg beslissen we dat we genoegen nemen met de excuses en dat we hen geen verdere straf willen opleggen, om de problemen die ze reeds hebben niet nog erger te maken. De mannen hadden dit totaal niet verwacht en danken ons voor onze goedhartigheid. Daarna beslis ik samen met Mr Mofolo en Sam dat de glazen platen met de tekst zullen vervangen worden door metalen platen met dezelfde tekst. Ze willen de kosten zelf dragen, maar omdat de school er zelf niks kan aan doen en omdat ik weet dat deze kosten hen pijn doen, zeg ik hen dat ik de helft van de kosten op mij zal nemen.
Daarna heb ik met Veerle, Mieke en de Malawese jongeren die verantwoordelijk zijn voor het Youth Centre een volgende vergadering. Enerzijds gaat het over extra materiaal (boeken, ballen, knutselmateriaal, …) dat ze willen aankopen en anderzijds gaat het over de loonsopslag die ze graag zouden willen. Willy, de papa van Cé, heeft extra budget mee gegeven voor de school en het Youth Center (ook mijn uitdrukkelijke dank aan Willy daarvoor !!!). Ik beslis om een deel van dat geld aan te spreken voor de aankoop van extra materiaal. Mieke beslist om net zoals dat het geval is voor de werknemers van de school, de lonen van de medewerkers jaarlijks aan te passen aan de inflatie.
Na deze vergaderingen is het al over één uur en kan ik samen met Cé en Bianca het bordje nsima met witte kool en tomaatjes eten dat de cooks voor ons hebben klaar gemaakt. Bianca eet duidelijk minder dan de voorbije dagen ;-). Na het eten volgt er een derde vergadering met de trainers van de meisjes voetbalploeg over het organiseren van een wedstrijd tegen een andere meisjesploeg. Hiervoor worden de eerste afspraken gemaakt. Blijkbaar is het omwille van transportkosten moeilijk om een andere ploeg naar Sitima te krijgen. Sam zal een rondvraag doen en later komen we hierop terug. Wordt dus zeker vervolgd …
Na deze vergadering keren we met de fiets terug naar Zomba. In 32° en met 10 km bergop is dit geen lachertje. Bianca bijt op de tanden en Cédric en ik slagen erin om de “Muur van Zomba” op te rijden zonder voet aan grond te zetten. Geloof me, ik sprak over deze muur ook al in mijn vorige dagboeken, het is een monster van een klim: ik schat een 7 à 800 meter lang met stijgingspercentages van boven de 20%. Het is – ter ere van mijnen Daddy, die hier ook zo kon op vloeken – mijn doel om deze berg minstens eenmaal te bedwingen en bij de eerste poging onmiddellijk prijs. Jiehaa !!!
In de loop van de namiddag had ik ook een afspraak gemaakt met Mr Angoni. Mieke kent Mr. Angoni al 4 jaar. Hij is iemand die met zijn transportbedrijfje reeds veel heeft gedaan voor Sitima en hij is ook de secretaris van Zomba United FC, de eerste klasse ploeg uit Zomba. Mieke had over Cé en mij verteld en hij wilde ons graag ontmoeten. We spreken met hem af om 17u30 in Domino’s, alwaar we ook iets eten. Het gaat niet goed met Zomba United. Ze hebben slechts 5 punten uit 7 wedstrijden en staan voor-voorlaatste. Mr. Angoni vraagt ons of we onze Europese ervaring niet willen delen met de ploeg. Uiteraard willen en kunnen we dit doen en we spreken af dat Cé en ik enkele tactiek-oefeningen zullen voorbereiden en donderdag zullen assisteren bij de training van Zomba United FC. Ja, ja jullie lezen het goed, Filipi wordt assistent-coach van een eerste klasse ploeg !!!
Na een goed gevulde dag, kruipen we moe maar voldaan in ons bedje. Tot morgen !
Dinsdag 6 september 2011: Zomba-centrum en de training die geen training werd
Omdat Mieke pas om 9u00 weet of ze al dan niet in Blantyre moet zijn en wij zouden meegaan om de spullen voor het Youth Centre aan te kopen. Vertrekken we ’s morgens niet onmiddellijk naar Sitima. Om 9u00 komt het nieuws dat we pas morgen naar Blantyre kunnen/moeten. Omdat we brood nodig hebben en onze Malawese Sim-kaarten moeten regelen beslissen Cé, Bianca en ik om met Mieke, die er een aantal rekeningen moet betalen, mee te wandelen naar Zomba-centrum. Het is een stevige wandeling van meer dan een uur, door een koloniale botanische tuin en over de golfterreinen van Zomba. De natuur is echt prachtig en we genieten van de wandeling. Eenmaal in Zomba-centrum aangekomen, wordt Mieke op de eerste honderden meters al door een 4-tal Malawezen aangesproken die haar kennen. Het is duidelijk dat zij een deel van de Zomba community is geworden… Eén van de 4 is Mr. Dimba de loodgieter, die ik ook ken. Vorig jaar had ik beloofd om met hem uit te gaan, maar dat is er toen niet van gekomen. Belofte maakt schuld en een Malawees vergeet nooit wat je hem hebt gezegd, dus maken we onmiddellijk de afspraak met Mr. Dimba om met hem op vrijdag uit te gaan in de plaatselijke discotheek, de G-string. Na deze afspraak toon ik Cédric en Bianca de lokale markt. De markt is ongeveer een 50m op 100m met het ene kraampje naast het andere. Het is een beetje te vergelijken met de “Soux” (weet niet of dit juist geschreven is) die je in de Arabische landen vindt. Toch zijn er een aantal verschillen. De kraampjes zijn meestal van hout en het aanbod hier is veel breder. In de Soux verkoopt men vooral kledij en lederwaren enz. Hier gaat het van kledij tot kuismateriaal, van groenten tot vleeskarkassen. De markt is vuiler en stoffiger dan de klassieke Soux, maar het is op zich wel leuker om op deze markt rond te wandelen, omdat Malawezen minder opdringerig zijn. Na de markt, kopen we brood en regelen we onze sim-kaarten. Daarna spreken we op de middag af met Mieke af in het restaurantje “Tasty-Bites” waar we iets eten. Omdat Mieke nog op zoek wil gaan naar de garagist die onze brommer kan repareren, keren wij met de “bus”reeds huiswaarts. Hier de bus nemen is ook een avontuur. De bussen zijn mini-busjes die je bijna eender waar kan tegen houden en waar ze zo veel mogelijk mensen en materiaal in proppen. We stappen in een gezellig vol busje en worden beneden aan de voet van “onze berg” afgezet. Als we zo de berg opstappen, lijkt het echt een wonder dat we hier gisteren met de fiets zijn opgeraakt. Deze berg kan echt niet goed geweest zijn voor mijnen Daddy zijn hart, bedenk ik bij mezelf. Omdat ik met hem hier de laatste momenten heb beleefd, is hij hier in Malawi voor mij nog zoveel meer aanwezig dan dat hij dat in België is (ook al gaat er in België ook geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk…). Ik veronderstel dat dit ook één van de redenen is waarom ik hier zo graag ben.
Eenmaal thuis is Mieke reeds daar. Zij heeft de garagist gevonden, is achterop bij hem op zijn motor gekropen en de man is reeds naarstig aan onze motor aan het werken. Cé, Bianca en ik maken ons dan klaar om met de wagen naar Sitima te gaan, want vandaag is er training voor de meisjes. Sam had gezegd dat de training tegen 15u à 15u30 begint. Tegen vijf voor drie komen we in Sitima aan, maar buiten Sam is er nog niemand daar. Op zich niks bijzonders, want dit is Malawi. Maar uiteindelijk wachten we tot kwart voor vijf en pas dan komt het eerste meisje opdagen. Ook dit is Malawi; de school is nog maar net terug begonnen en de meisjes mogen thuis niet zomaar weg. Nu ze overdag op school zijn, moet er eerst gewerkt worden wanneer ze thuis komen. Het is het grootste probleem voor onze meisjesploeg. De ouders vinden dat ze zich thuis veel nuttiger kunnen maken dan op het voetbalplein. Uiteindelijk was het één van de hoofdredenen waarom mijnen Daddy er indertijd mee begonnen is; de sleur en het harde bestaan van deze meisjes wat te doorbreken. We verlaten Sitima omdat we voor het donker willen thuis zijn. Ik hoor later van Sam dat ze toch nog een uurtje getraind hebben…
Woensdag 7 september 2011: Een brommer kopen, shopping in Blantyre en Esther Mikeseni het toonbeeld van de moderne Malawese vrouw
Vandaag willen we met Karine en Esther Mikeseni (Malawese vrouw die het landbouwproject van Non Profit hier moet coördineren) en Mieke naar de grote stad Blantyre gaan. We hebben allemaal onze redenen om naar ginds te trekken. Mieke kan haar nieuwe auto ophalen en moet een aantal paperassen regelen, Cé, Bianca en ik, moeten inkopen doen voor het Youth Centre en Carine en Esther moeten er een bromfiets voor Esther kopen, zodat ze zich makkelijk kan verplaatsen tussen de dorpen en de boeren, om hen te controleren. Op het afgesproken uur en plaats voor vertrek zijn alle Azungu aanwezig. Alleen is er geen spoor van Esther. Wanneer Karine haar probeert te bereiken, laat Esther weten dat haar mini-busje problemen heeft. Als Karine vraagt hoe lang ze nog denkt nodig te hebben, is het antwoord een kwartier. Mieke kent deze Malawese kwartiertjes en zegt onmiddellijk dat Esther dan maar de bus naar Blantyre moet nemen. Mieke maak je hier niks meer wijs. Als we een uur later nog eens polsen bij Esther blijkt ze nog altijd in Zomba te zijn. In Blantyre gaat Mieke haar eigen weg en doen wij met Karine een eerste rondje in de grote “Game-Store” zodat we straks wanneer de wagen terug is, aan snel-shopping kunnen doen. Wij waren in Blantyre rond 8u45, tegen 11u00 komt Esther aan. Omdat wij toch moeten wachten totdat Mieke terug is met de auto, beslissen we om mee te gaan met Esther en Karine voor de aankoop van een brommer.
Karine is reeds een aantal dagen in de weer om die aankoop rond te krijgen, maar blijkbaar maakt Esther telkens voorbehoud en is er toch telkens wel iets waardoor ze de knoop niet kan/wil doorhakken. De voorbije dagen hebben ze 2 brommers gevonden die binnen het budget pasten. De ene is een Honda van 12 jaar oud en de andere is een nieuwe van een merk uit Mozambique. De garagist die we kennen raadde Karine toch aan om voor de Honda te gaan omdat die steviger is en omdat die makkelijker te repareren valt wanneer er iets kapot aan zou zijn. Wanneer ik Esther vraag welke bromfiets haar voorkeur wegdraagt, begint ze onmiddellijk over het design van de motor. Ik onderbreek haar door te zeggen dat “Design not the main thing is. First of all, it has to be a good motorbike”. Esther zegt dan dat ze in Blantyre een motorshop weet zijn die ze graag wil bezoeken. Ik spreek met Karine af, dat we daar zullen passeren, om te kijken of er daar zijn die binnen het budget passen en dat we dan beslissen; de Honda, de Mozambique of toch één vanuit de nieuwe shop. In de (Chinese) motorshop vinden we een spiksplinternieuwe motor die binnen het budget past. De verkoper (een Malawees) garandeert ons dat er wisselstukken zijn en we krijgen 1 jaar garantie. Mits dat jaar garantie kan het voor mij. Karine heeft blijkbaar ook meer vertrouwen in deze nieuwe dan in de nieuwe Mozambique dus beslissen we om de onderhandelingen op te starten. Al vrij snel gaan we van de vraagprijs van 200 000 MK naar 170 000 MK. Omdat het zo snel gaat wil ik nog een stukje van de prijs krijgen. Ik ga naar 165 000 MK waarop de Malawees zegt dat hij zijn Boss moet bellen. Een 5-tal minuten later komt er een Chinees aan van een jaar of 30. Hij garandeert me dat hij onmogelijk onder de 170 000 MK kan gaan. Ik zeg dat ik van mijn organisatie slechts een budget heb van 165 000 MK en “that they will kill me if I go above this limit”. De Chinees houdt voet bij stuk. Ik vraag hem of hij nu echt wil dat ik word doodgeschoten voor 5000 MK ;-). Dan doe ik mijn laatste zet; ik zeg dat wij de brommer vandaag willen kopen en betalen en dat ik wil bellen naar mijn organisatie om mijn budget op te trekken naar 167 000 MK. We zullen ook de helm die Esther nodig heeft bij hem kopen. Deal voor 167000 MK en Filipi zo fier als ne gieter ! We hebben, denk ik, echt uit het onderste uit de kan gehaald.
’s Namiddags betalen we de brommer en spreken met de Chinees alle formaliteiten af (registratie, nummerplaat, verzekering, road trafic control en de documenten inzake transfer of ownership). De Chinezen doen al deze formaliteiten voor 4500 MK. Op zich een goeie prijs want ik denk dat als wij het moeten doen, dat we hier makkelijk nog 2 à 3 volle dagen zoet mee zouden zijn. Op donderdag 15 september mogen we de bromfiets (een 125 CC by the way) vertrekkensklaar komen halen.
Mieke en Karine gaan met de nieuwe wagen naar Zomba, wij gaan met Esther naar de Game-shop en doen daar onze nodige inkopen voor het Youth Centre. Esther rijdt met ons mee omdat zij ook de weg kent. Ik ken hem ondertussen ook wel een beetje, maar in Blantyre zelf durf ik me nog wel eens vergissen. Wanneer we Blantyre buiten rijden wil Esther me rechts doen afslaan. Ik ben bijna 100% zeker dat ik links moet aanhouden en negeer haar vraag. Later zal blijken dat Esther mij een serieuze omweg wou laten maken om voor haar een tafeltje op te halen in Limbe tegen Blantyre. Ze zal gedacht hebben dat dienen Mzungu toch de weg niet kent en wilde daarvan profiteren. Na één uur en twintig minuten rijden, het is dan iets na half zes, komen we aan in Zomba. Daar probeert Esther de Mzungu in kwestie (ik dus) opnieuw een blaas wijs te maken. Ze zegt dat ze vreest dat er geen bussen meer zullen rijden. Ik blijf beleefd en zeg haar dat dit geen probleem kan zijn, want ik weet dat er zeker tot 10 à 11 uur ’s avonds nog bussen rijden. Op de plaats waar ik met Karine had afgesproken om haar af te zetten, tovert ze nog een leuk een aapje uit haar mouw; this is not the bus station, zegt ze, waarop ik zeg “I know, it is 200 m down the road, that must be possible for your young feet”. Uiteindelijk zet ik haar nog enkele bushaltes verder af, iets dichter bij haar huis. Het gedrag van Esther vandaag toont echt wel hoe ze hier zijn. Design en looking cute is het belangrijkste voor de Malawese vrouw, daarnaast is tijd een relatief begrip en zal men steeds alles proberen om zoveel mogelijk eigen profijt te slaan uit de Azungu. We moeten hier altijd op onze hoede zijn! Maar ja, kunnen we hen dat kwalijk nemen?
Donderdag 8 september: Sitima en Zomba United FC
Vandaag zijn we reeds vroeg met de fiets op pad richting Sitima. We komen er tegen iets voor 8u30 aan, net voor de school begint. Er staat heel wat te gebeuren vandaag; onze school wordt als centraal punt gebruikt door de plaatselijke gezondheidsorganisatie voor de maandelijkse registratie van de baby’s en jonge kinderen uit de streek. Ook in vorige dagboeken heb ik hierover al iets geschreven. De kinderen worden gemeten (lengte en omtrek buikjes en armpjes) en gewogen (letterlijk aan de haak aan een boom). Ze krijgen de nodige inentingen en alles wordt zorgvuldig genoteerd en opgevolgd in de boekjes die de mama’s bij de geboorte van hun kinderen meekrijgen. Karine volgt de volledige voormiddag dit proces op. Ik hoor van haar dat de ondervoeding bij de baby’s lijkt mee te vallen en ten opzichte van het voorbije jaar (ze was hier vorig jaar ook al eens) enorm verbeterd is. Dit betekent niet dat alles ok is, want in de school bij ons zie je toch nog dat zeker 20% van de kindjes er met een dik buikje rond loopt. Dikke buiken bij kinderen wijzen hier op te éénzijdige voeding of ondervoeding en na een lange vakantie zie je er altijd meer dan wanneer de school een tijdje bezig is. Wat de geboorte van de kinderen betreft heb ik dit jaar het volgende geleerd. Mannen zijn hier in Malawi nooit bij de bevalling aanwezig. Vrouwen bevallen thuis of in het beste geval in het hospitaal, maar nooit is de man er bij. De mannen willen het niet, maar de vrouwen willen het ook niet. Vrouwen hebben schrik dat wanneer mannen de geboorte van de kinderen meemaken, ze daarna de vrouw niet meer aantrekkelijk vinden en de vrouwen zullen achter laten. Na de geboorte slapen mannen en vrouwen ook apart voor minstens 6 maanden (soms tot 9 maanden). In die tijd hebben ze geen seks met elkaar. Het is algemeen geweten dat de mannen in die periode zich op een ander aan hun trekken laten komen…
Cé, Bianca en ikzelf gaan met twee klasjes achteraan op het “voetbalveld” wat spelletjes spelen. Elke klas heeft wekelijks zo één speeldag en vandaag zijn de grootsten aan de beurt. We spelen eerst “tussen 2 vuren” en daarna leren we hen “schipper mag ik overvaren”. De kinderen leren heel snel de Chichewa-versie en ze vinden het echt geweldig. 2 of 3 jaar geleden speelde ik het hier al eens, maar blijkbaar waren ze het vergeten… Na het spelen achteraan gaan we al zingen terug naar de school. Tijdens de speeltijd trakteer ik heel de school op mijn na-zing en na-doe liedjes. Zij genieten, maar ik ook. Al die kleine zwarte kopjes rond mij, die me perfect nabootsen, echt geweldig ! Ondertussen heb ik ook vernomen dat we dit jaar 210 inschrijvingen hebben in de school. Normaal zetten we de limiet op 200 kinderen, omdat het zowel financieel (een kind kost ons nu, door de inflatie, ongeveer 8 euro per maand), als logistiek (we hebben maar 4 grote klassen) haalbaar moet blijven. Op het moment dat we aan 192 inschrijvingen zaten, stelden de leerkrachten vast dat er nog 18 weeskinderen uit de buurt niet waren ingeschreven. De wezen krijgen in principe voorrang op de andere kinderen, dus zitten we nu met 210 kinderen. De wezen komen gratis, maar om de ouders van de andere kinderen wat te responsabiliseren vragen we 100 MK (ongeveer 40 eurocent) inschrijvingsgeld per maand. Het inschrijvingsgeld gaat niet naar YOCE, maar naar de CBO van Sitima (de Community Based Organisation).
Om 11u00 hebben we afgesproken om met de “Sitima-Bullets” te vergaderen. De Bullets is de mannen voetbalploeg van Sitima. Vorig jaar heb ik duidelijk gevoeld dat ze ongelooflijk jaloers zijn op de Sitima Sisters en ik kan hen wel begrijpen, want ook zij leven in deze harde wereld en ook zij hebben eigenlijk helemaal niks. Daarom dat ik dit jaar ook voor hen iets wilde doen. Mijn dank aan mijn trainer Gunther, Michel Sablon van de KBVB en SK Oetingen die mij heel wat sportkledij hebben meegegeven. Ik beloof de Bullets dat ik voor elke speler een pakketje sportmateriaal zal klaar maken en dat ik hun “registration-fee” van 1000 MK zal betalen zodat ze kunnen deelnemen aan de lokale competitie. Daarnaast maken we de afspraak dat Cé en ik volgende week donderdag ook aan hen een training zullen geven. Tijdens de vergadering komen ook Mr. Mofolo en de Nfumo (de plaatselijke burgemeester) binnen. Sam had me gezegd dat zij een officieel moment wilden organiseren om de overdracht van de voetbalnetten en de kegeltjes te “vieren”. Beide heren houden hun gebruikelijke speech en danken ons voor de steun die we zowel aan de Sitima Bullets als aan de Sitima Sisters bieden. Na deze vergadering is het al over 12u00 en Cé en ik moeten ons haasten naar Zomba, omdat we om 14u00 bij Zomba United FC moeten zijn voor de training.
Voor het eerst zie ik het stadion van Zomba United FC. Het is eigenlijk niet echt een stadion. Enkel langs één kant van het terrein staat er iets wat we een tribune kunnen noemen. Onze mond valt open van verbazing. Op het veld staat nauwelijks gras en het ligt er zeer bultig en hobbelig bij. De spelers (24 in totaal) kleden zich om langs de zijlijn en de ploeg heeft 3 ballen ter beschikking! De trainer van Zomba United komt naar ons toe. Hij zegt dat hij op de hoogte is gebracht van onze komst en vraagt wat we willen doen. Het is duidelijk dat de man zich onzeker voelt door onze komst. Eigenlijk hebben we dit wat onderschat. De ploeg doet het slecht en de Azungu komen de boel wat overnemen. We beseffen maar al te goed dat wij hier éénmalig zijn en dat de man nog een heel jaar met deze groep moet werken. Om zijn gezag niet te ondermijnen, zeggen we dat hij de baas is en dat wij vanaf de zijlijn zullen toekijken en wat raadgevingen zullen geven waar we kunnen. De oefeningen die we hebben voorbereid zouden we toch niet kunnen geven door het gebrek aan ballen. Na de opwarming staat er een oefenpartijtje op het programma. De eerste helft kijken we toe en de tweede helft geven we onze mening aan de trainer. Voor de kenners; de linies spelen te ver uit elkaar, er is te weinig beweging zonder bal, voorin wordt er teveel voor de individuele actie gegaan in plaats van het ook daar proberen uit te spelen en bij hoekschoppen staat iedereen al bijna ter hoogte van de kleine backlijn in plaats van in te lopen. Pas op, het is niet allemaal kommer en kwel. Het voetbal dat ze bij wijlen op deze grasmat leggen, mag zeker gezien worden. De spelers zijn krachtig, snel en technisch onderlegd. Veel van deze spelers zouden bij ons ook wel in de nationale reeksen kunnen spelen, maar het is vooral op tactisch vlak dat ze nog kunnen bijleren. We zien soms dingen die bij ons zelfs in 4° provinciale niet geapprecieerd zouden worden (bvb. foute inworpen). Na de training spreken we ook nog even met de Team Manager. Eigenlijk hebben ze hetzelfde probleem als de kleinere ploegen bij ons. De beste spelers moeten ze laten gaan wanneer de grote ploegen met geld komen aandraven. Bij een overwinning krijgen de spelers 2500 MK (9,5 euro !!!), terwijl de grote ploegen makkelijk tot 15000 MK betalen. We beloven de man dat we 2 extra ballen zullen kopen voor het team. Meer kunnen we, vrees ik, niet doen …
Na alweer een volle, maar leuke en leerrijke dag kruipen we ’s avonds moe in ons bedje. Tiona na Mawa (tot morgen) !
Vrijdag 9 september: Sitima, platte banden en de meisjes op bezoek
Vandaag gaan we opnieuw naar Sitima. De tocht verloopt echter niet zoals gepland. Wanneer we op een kilometer van Sitima zijn, springt mijn buitenband over de velg en ik slaag er niet in om hem terug onder de velg te klemmen. Ik moet eigenlijk de binnenband voor een groot stuk aflaten om de buitenband terug op zijn plaats te krijgen. Terwijl ik daar sta te prutsen, stopt er al meteen een eerste Malawees die vraagt of hij kan helpen. Vriendelijke en behulpzame mensen hier in de zandvlakte. Dat heeft Malawi me ondertussen ook al geleerd, hoe minder de mensen hebben hoe meer ze elkaar helpen en hoe meer ze met elkaar begaan zijn. Want ook het omgekeerde is me al vaak opgevallen. Hoe rijker en verwender mensen zijn, hoe botter en onvriendelijker ze met elkaar omgaan. Het is soms pijnlijk om te zien hoe rijke Malawezen hun arme broeders respectloos en soms bijna als slaven behandelen en hen uitkafferen omdat zaken soms niet lopen zoals zij het in gedachten hebben. Wanneer we met de fietsen aan de hand de laatste kilometer afleggen, groeit ook weer het respect voor de arme mensen hier. De warmte weegt en het besef dat de armen hier bijna alles te voet en blootvoets afleggen, met vaak vele kilo’s op het hoofd …, het stemt weer even tot nadenken.
Eenmaal in Sitima aangekomen, gaat Cédric de metser, Mr. Masamba, helpen, speelt Bianca met de kindjes en heb ik een vergadering met Misses Joyce, de Headteacher en met Sam. Ik bespreek met hen de extra taken die buiten de schooluren moeten gebeuren. Eigenlijk is het zo dat op dit moment het vooral Sam en Joyce zijn, die buiten de schooluren regelmatig nog tijd steken in extra taken (contact met de ouders, naar de markt gaan, …). Zij krijgen hiervoor nog eens 500 MK per maand boven op hun loon. Het probleem is dat niemand eigenlijk weet dat ze hiervoor van YOCE nog extra geld krijgen en Mieke wil hiervan afstappen, want vroeg of laat komt dit toch uit. Mieke heeft me dus daarom gevraagd om samen te zitten met hen beide. Wanneer ik hen uitleg dat Mieke niet meer achter de rug van de anderen extra geld wil geven, krijg ik onmiddellijk een zalige reactie van Sam. Hij zegt dat hij blij is dat Mieke hiervan wil afstappen, omdat het inderdaad geen gezonde situatie is en het YOCE in diskrediet zou kunnen brengen. Hij zegt dat hij schrik had, dat Mieke door te lang in Malawi te zijn, nu ook zoals Malawezen zou beginnen handelen. Namelijk achter de rug van anderen allerlei zaakjes bedisselen. Het eerste idee dat we opperen, is om in het begin van de maand, in een open vergadering met iedereen, alle extra taken voor de volgende maand op te lijsten. Om dan te kijken wie wat gaat doen en dan ook te werken met een timetable, zodat we kunnen zien wie, waaraan, hoeveel tijd heeft besteed. Zo kunnen we bepalen wie recht heeft op welke vergoeding. Het is een omslachtige procedure, maar voor mij kan het. Dan komt er een zalige reactie van Joyce. Ze zegt dat deze manier van werken voor problemen gaat zorgen, want dat er zowel discussie kan zijn over wie wat gaat doen, over hoeveel tijd er aan besteed wordt en over de vergoeding die men er voor krijgt. Sam zegt dan, dat het eigenlijk voor iedereen normaal zou moeten zijn, dat men af en toe buiten de schooluren iets moet doen voor de school of de community en dat zonder een extra vergoeding te krijgen bovenop het loon dat ze nu al ontvangen. Uiteindelijk beslissen we, dat we vanaf nu de extra taken zullen verdelen over de 10 leerkrachten, zodanig dat iedereen af en toe iets extra doet voor de community zonder dat er moet betaald voor worden. We mogen echt blij zijn met Sam en Joyce, want de facto komt het er dus op neer dat zij, ondanks de armoede waarin ze leven, hun extra vergoeding laten vallen, omdat dit het beste is voor de school en de community. Dit is echt uitzonderlijk!
Na deze vergadering krijgt elke leerkracht, cook en cleaner van mij een pen die ik heb meegekregen van Robby, een ploegmaat bij SK Oetingen (thanks mate !). Het is een gewone pen, maar de blijdschap is buitengewoon. In deze wereld een cadeautje krijgen is nog zoveel leuker dan bij ons!
Nadat we mee-eten in Sitima; nsima, witte kool en rode bonen (hebben ongeveer dezelfde voedingswaarde als vlees) keren we (ik met een fiets van de leerkrachten) terug naar huis. Het is Murphy vandaag, want op de steile klim naar huis, rijd ik opnieuw lek. De drie voorbije jaren nooit een probleem gehad met de fiets en vandaag twee keer. Ach ja, het blijven luxeproblemen.
Vandaag hebben we ook afspraak met de 5 zusjes en de mama. De beloofde spek met eieren van Filipi staan op het programma. Ze komen iets later aan dan verwacht, maar hebben wel extra leuk nieuws mee. Rose (de 2° oudste) heeft vandaag te horen gekregen dat ze vorig schooljaar geslaagd was en naar het volgende jaar mag. De maaltijd wordt eigenlijk door Cé, Bianca en Mieke gemaakt, zodat ik buiten een beetje kan dollen met mijn schattekes. Ze worden extra verwend. Eerst Malawese chips met ananassap van Karine en dan dus spek met eieren. We zitten met zijn elven buiten aan tafel. Het is super gezellig en de 24 eieren die we maakten gaan vlotjes naar binnen. Na het eten komt nog de grootste verassing. We hebben in Blantyre voor de zusjes cadeautjes gekocht; pareltjes om kettingen te maken, een puzzel en Engelse leesboeken. Daarnaast krijgen ze allemaal een rugzakje (ook van de Robby meegekregen), een pen en een T-shirtje. Hun geluk kan niet op. Alle Azungu worden getrakteerd op een stevige knuffel en vele “thank you’s” en “zikomo’s” (zikomo: dank u in Chichewa). Als toetje worden we ook nog getrakteerd op enkele liedjes en dansjes. Na dit alles wordt er ook nog gebeden door Flora (de oudste). Ze bedankt God die ervoor gezorgd heeft dat wij hun levenspad kruisten. Zeer emotioneel allemaal, de liedjes, dansjes en het gebed. Na deze mooie avond zijn we allemaal blij, maar ook vrij moe. Niemand heeft nog zin om stap te gaan. Met een beetje blos op de wangen, bel ik naar Mr. Dimba om (alweer) het beloofde uitgaan in de G-string te cancellen…
Zaterdag 10 september: Matchke voetbal met de mannen van Angoni en Nkopola Lodge, het stukje paradijs aan het grote meer, Lake Malawi
Mr. Angoni had ons bij onze eerste ontmoeting uitgenodigd om met zijn voetbalploegje mee te spelen op zaterdag, vandaag dus. De match is om 9u00. Omdat we pech hebben met de motor, komen we iets na negen aan het “stadion” van Zomba United aan. De eerste klasse ploeg staat klaar om te vertrekken naar Lilongwe en ik wens hen en de coach veel succes en Mr. Angoni loopt er ook rond. Ondanks het al ruim na negenen is, wordt er duidelijk nog geen aanstalten gemaakt om met de match te beginnen. De ploeg van Mr. Angoni speelt tegen een ploeg van de Waterboard (de Malawese watermaatschappij). Ik denk dat het ruim 10u30 is, wanneer de match feitelijk begint. De match is op reserven-niveau en Cédric en ik worden in de basiself geposteerd. Later blijkt dat de basiself eerder de oude rakkers zijn, want tijdens de rust komen er 5 of 6 jonge gasten de ploeg versterken. Voor de Azungu is het geen makkelijke match. Enerzijds is er de temperatuur van 32 à 33°, anderzijds het hobbelige droge veld met hier en daar grote natte plekken (waar de lopende tuinslang een half uurtje is blijven liggen…). Met mijn zaalvoetbalschoenen houd ik me op die plekken nauwelijks recht. Algemene hilariteit als ik, de Azungu, bij een balcontrole op zo’n natte plek modder, zwaar onderuit ga. Cé en ik amuseren ons op het plein, hoewel ze hier toch heel anders spelen dan bij ons en enkele oude rakkers meer oog hebben voor het bier dat naast het veld gedronken wordt dan voor de bal op het veld. Met de rust en een 0-2 achterstand vragen we met plezier onze vervanging aan. Omdat we kort na de middag naar het meer willen trekken, vertrekken we na een 10-tal minuutjes in de 2° helft. Later horen we dat de jonge gasten de scheve situatie nog recht trekken en dat onze ploeg uiteindelijk met 3-2 wint. Door de defecte brommer moeten we te voet huiswaarts. Tijdens onze wandeling eten we samen met Mieke nog een hapje in de Pakachera, een eethuisje aan de golfterreinen. En waar we eerst tegen 13u wilden vertrekken, vertrekken we uiteindelijk om 15u00 met James (de taxidriver waar Mieke ook altijd beroep op doet) naar het meer. Je ziet het, we beginnen al wat Malawese trekjes te krijgen ;-).
De rit naar het meer neemt een kleine 3 uur in beslag en wie de vorige dagboeken heeft gelezen, weet dat er hier in Malawi regelmatig politiecontroles zijn. Na 20 minuten rit komen we al aan de 2° controle. Bij de eerste mochten we doorrijden, maar hier worden we aan de kant van de weg gezet. De politieman controleert de papieren op de wagen van James en vraagt ook naar zijn rijbewijs. James kan zijn rijbewijs niet onmiddellijk vinden en raakt lichtjes in paniek. Hij doorzoekt heel zijn wagen; achter de zonneklepjes, het bakje in de deur, het bakje van de passagier, het bakje tussen de 2 zetels, onder zijn zetel, onder de passagierszetel, vooraan, achteraan, … Echt hij kamt heel de wagen uit, en van overal komen er papieren tevoorschijn, maar zijn rijbewijs kan hij nergens vinden. Terwijl hij zoekt, zegt hij wel 100 keer hetzelfde. I have a driving licence, where did I put that driving licence? Hoe langer het duurt, hoe nerveuzer hij wordt. Na een kwartier zoeken begin ik er mij al op voor te bereiden, dat ik, die mijn internationaal rijbewijs mee heb, zal moeten verder rijden, tot plots wanneer hij voor de 10° of 20° keer door hetzelfde stapeltje papieren gaat, zijn rijbewijs vindt. Oef, een zucht van opluchting. Het rijbewijs in kwestie heeft James, zeker drie, vier keer in zijn handen gehad, maar waarschijnlijk door de stress, heeft hij er toen telkenmale over gekeken. Wanneer we weer vertrekken kunnen we er hartelijk om lachen. Verder verloopt de rit naar wens, maar wat wel enorm opvalt, is dat het land kreunt onder de hitte en de droogte. We passeren langs een 5 à 6-tal rivieren die helemaal zijn opgedroogd. Een vreemd beeld die beddingen van soms 3 à 4 meter breed en 2 à 3 meter diep, met niet één druppel water in… Later verneem ik dat het niet meer geregend heeft sinds einde maart dit jaar!
Tegen iets voor zes komen we aan in Nkopola Lodge aan het meer. Ik was hier ook met mijnen Daddy en Mieke in 2008. We worden naar onze luxe-hutten onder de palmbomen aan het strand gebracht en onze echte vakantie kan beginnen. Cé, Bianca en ikzelf doen ons tegoed aan de bar, het restaurant en opnieuw de bar. Cé en ik, drinken een viertal dubbele rum-cola’s en tegen middernacht kruip ik, hier in Malawi voor het eerst, lichtjes dronken in mijn bed. Morgen is het toch lazy-sunday…
Zondag 11 september: Lazy-Sunday aan Lake Malawi en blij weerzien met Esther
Vandaag kan opgesplitst worden in 2 delen en tegelijkertijd ook 2 uitersten. Enerzijds de ongebreidelde luxe in de Nkopola Lodge. Te beginnen met een luxe ontbijtbuffet, een lekkere “club sandwich op de middag”, wat luieren aan het zwembad om opnieuw af te sluiten in de bar, het restaurant en terug de bar.
Anderzijds ben ik tussen zwembad en avondmaal op zoek gegaan naar Esther, het meisje dat me in 2008 tijdens mijn looptoertje mee trok in het vissersdorp Chipoka dat vlak voor Nkopola Lodge ligt. Cé gaat met me mee. De kans is klein dat ik haar terug vind, omdat Chipoka vrij uitgestrekt is. De hutten staan verspreid over een oppervlakte van naar schatting 500m op 500m en er wonen 2500 mensen. Ik duik het zand in tussen de hutten en de Azungu’s vliegen ons rond de oren. Aan de verbaasde blikken te zien, is het duidelijk dat de rijke blanken die naar Nkopola Lodge gaan, zich hier niet laten zien. Ik vraag een aantal keren naar Esther, maar iedereen haalt de schouders op, tot ik op een moment het aan een jonge kerel van een jaar of 25 vraag. Hij kent geen Esther, maar spreekt tot onze grote verbazing vrij goed Engels. Ik doe hem kort het verhaal van 3 jaar geleden en leg hem uit dat ik dat kleine meisje van toen graag opnieuw wil ontmoeten. De kerel, Lewis genaamd, loopt met ons mee en vraagt de mensen rondom naar een Esther. Op een bepaald moment lijkt een oudere vrouw inderdaad een Esther te kennen. Lewis neemt ons mee en zegt dat er nog iets verder het zand in een Esther zou wonen. We komen opnieuw aan bij een aantal hutjes, waar een aantal vrouwen buiten zit en plots zegt Lewis; did you buy some bananas three years ago? De vrouwen herkennen me en herinneren zich het tafereel van 3 jaar geleden. Lewis zegt dat we moeten gaan zitten en dat ze Esther gaan halen. Na een 10-tal minuutjes komt Esther te voorschijn. Achteraf bekeken, denk ik dat ze haar snel nog iets moois hebben aangedaan, want in vergelijking met de andere kinderen die er werkelijk in vodden en lompen rondlopen, heeft ze een relatief proper T-shirtje aan en heeft ze een mooie schort rond haar lenden gewikkeld. Ze komt naar ons toe, lacht en zegt “hello”. Het is een blij weerzien al verloopt de communicatie vrij moeilijk. Ik zeg tegen Lewis dat ik opnieuw bananen wil kopen en hij leidt ons naar een winkeltje. Een winkeltje hier is een houten toonbank langs de zandweg zoals je er ook in Sitima vindt. Soms ligt er iets op de toonbank soms ook niet. We hebben geluk want er liggen toch heel wat bananen. Ik zeg tegen Lewis dat hij prijs moet vragen en zeg er onmiddellijk bij dat hij moet zeggen dat de bananen niet voor ons zijn, maar voor de kinderen van Chipoka. Het antwoord is 3 bananen voor 20 MK! De 3 meisjes van naar schatting 14 jaar beginnen alle bananen te tellen en komen op 90 bananen, dus 600 MK. Ik geef ze en de 6 kleine rakkers die er bij zijn komen staan allemaal een banaan en geef de 3 meisjes 700 MK en zeg dat het gepast is. Wel beste lezer, de vreugde-uitbarsting en het bijhorend geroep en gedans die daarop volgen, kan ik onmogelijk beschrijven.
We keren met de grote zak bananen terug naar het huisje van Esther, waar zij met nog vele andere kinderen op ons zijn blijven wachten. Esther mag aan alle kinderen een banaan uitdelen. Ik schat dat er toch een 60-tal worden uitgedeeld en de 30 resterende bananen worden, net als 3 jaar geleden door Esther aan haar mama gegeven. Bij het uitdelen wordt de armoede zichtbaarder dan ooit. De kinderen vertrappelen elkaar bijna om er zeker één te krijgen, enkele sloebers proberen 2 keer in de rij te staan (maar Esther doorziet deze trucjes), de bananen worden naar binnen geschrokt, zeker 1 kindje op 2 heeft dat lelijke dikke buikje van ondervoeding en de geur van deze kinderen is ook moeilijk op papier te zetten. Nadat de bananen zijn uitgedeeld, zegt Esther iets tegen Lewis. Lewis zegt dat Esther zich herinnert dat ik 3 jaar geleden een liedje heb gezongen. Ongelooflijk dat ze het nog weet! Ik lanceer daarom opnieuw mijn Tango – nazing en nadoe – liedje. Ontroerend tafereel, die 60 straatarme kinderen, die vol vreugde meezingen en mij perfect nabootsen. Nog even en het wordt donker. Ik neem afscheid van Esther en de kinderen en beloof iedereen dat ik, elke keer wanneer ik naar het meer kom, hen zal komen opzoeken. Cé en ik keren terug naar Nkopola lodge, het totaal andere uiterste van deze wereld op nog geen 400 meter daar vandaan…
Maandag 12 september: De safari in Liwonde National Park; één woord: WAUW !!!
Eerst en vooral een gelukkige verjaardag aan mijn lieve zus. Ik weet dat zij heel graag eens met mij zou meekomen, maar haar 2 kleine rakkers zijn nu nog te jong om ze mee te nemen of thuis te laten. Op een dag komt het er zeker van zusje en ik kijk er nu al naar uit.
Vandaag begint deel 2 van onze 3-daagse vakantie die we hier nemen. We gaan naar het wildlife-park van Liwonde. We hebben er een 24-uren arrangement geboekt. Het arrangement bestaat naast 3 luxemaaltijden uit een bootsafari, een nightlife-tour, een wandelsafari en een jeepsafari. Iets voor de middag zet James ons af aan Mvuu-camp. Mvuu is Chichewa voor nijlpaard en het “kamp” ligt diep in het park aan de oevers van de grootste rivier van Malawi, de Shire. Omdat we net voor de middag aankomen start ons programma met een lekkere lunch. Na het eten hebben we vrij (we nemen een duik in het zwembad) en tegen 15u30 worden met ons drietjes meegenomen op een boot voor een tochtje op de Shire. Mvuu Camp, heeft zijn naam niet gestolen want de Shire krioelt van de nijlpaarden. We zien er op het land en in het water, zowel grote als kleine. Daarnaast zien we ook haast onmiddellijk een aantal krokodillen aan de oevers en ook een aantal olifanten op het land. We nemen volop foto’s en genieten van het adembenemende landschap en de vele dieren op het land en in de lucht (schildpadden, vis-arenden, impala’s, wrattenzwijnen, …). Op een bepaald moment varen we vlak naast een 5-tal nijlpaarden, die op hun gekende wijze, met enkel de ogen boven, in het water liggen. Eentje van hen duikt onder en onze Malawese gids Mc Cloud zegt: he’s coming after us en geeft wat gas bij. Mc Cloud is nogal “ne gladde” zoals wij dat noemen en ik verdenk hem ervan om de tocht wat spannender te maken dan ze in werkelijkheid is, maar op dat moment kijk ik net naar achteren en ik zie het nijlpaard met open gesperde bek boven water komen en Mc Cloud geeft full gas om aan het nijlpaard te ontsnappen. He was indeed coming after us zeg ik tegen Mc Cloud. Een eerste keer verschoten, maar het zou niet de laatste keer zijn. De tocht op de boot duurt een kleine 3 uur, met als afsluiter de zonsondergang op het water. Zalige momenten, want Mc Cloud heeft in zijn frigobox op de boot Kuche Kuche en popcorn mee. Met een biertje in de hand op deze plek naar de zonsondergang kunnen kijken, een mens wordt er stil van.
Na de boottocht hebben we ons avondeten (bescheiden 3-gangen menu ;-)) en na het avondeten vertrekken we voor de nightlife-tour. In een volledig open safari-jeep en met 2 guards (Mc Cloud om te rijden en James om met de spot te schijnen). James zit op een stoeltje op de motorkap vooraan en schijnt met een rode spot die de beesten blijkbaar niet kunnen zien, maar die ons wel een perfect beeld geeft. Mc Cloud zegt dat we nooit weten wat we zullen zien, maar hij hoopt op hyena’s, hyppo’s, elephants, impala’s en maybe we see the lion. Ik weet van Koen die hier ook al enkele malen was dat ze dit elke keer zeggen, maar dat ze nog nooit een leeuw hebben gezien. We vertrekken en op nog geen 150 meter van het kamp zien we een kudde impala’s die samen liggen om te slapen. We zien een paar olifanten en dan plots achter een scherpe bocht staat een mastodont van een nijlpaard, met een baby-nijlpaardje achter zich dwars over de weg. Onmiddellijk wordt de motor stil gelegd en worden de autolichten gedoofd. Enkel de rode spot blijft branden. Wauw, wat een kolos, op ik schat een 3-tal meter van de wagen. Na enkele minuutjes van stilstaan, zet het dier zijn weg voort en steekt het de zandweg over. Ook wij kunnen dan verder. We zien een stekelvarken en een aantal wrattenzwijnen en dan plots, ik had de ogen al zien reflecteren, maar wist niet wat het was… A lion, a lion, no sound, no sound, be quiet, wordt er door Mc Cloud fluisterend geroepen !!! De motor wordt opnieuw stilgelegd en de lichten (behalve de rode spot) worden opnieuw gedoofd en inderdaad, op zo’n 20-tal meter van onze wagen staat een prachtige “male lion”, zo weg gelopen uit de reclame van het gelijknamige snoepgoed. De sfeer in de wagen slaat helemaal om van gezellig fluisterend keuvelend, naar uiterst gespannen. Net voor we de leeuw zagen liep er een wrattenzwijn full speed voor onze wagen weg. Blijkbaar was de leeuw hierop aan het jagen, dus hebben we de struise jongen zijn avondmaal verstoord. De leeuw kijkt ons aan en zet een stap vooruit. Mr. Mc Cloud geeft een geweer aan James die het onmiddellijk laadt. De adrenaline stroomt door onze lichamen, oog in oog met de koning van de wildernis. Wauw maal 10, ik vind het geweldig. Ik denk ook dat iedereen beseft dat als deze jongen aanvalt – ondanks het geweer – we geen schijn van kans maken, hij is zo kort bij en het geweer staat nu naast James die nog steeds met de rode lamp schijnt. Het is raar, maar ik heb helemaal geen schrik en bedenk zelfs dat het nog een uniek lot zou zijn, opgegeten te worden door een leeuw. Ik ga er niet verder over uitweiden, maar sinds het heengaan van mijnen Daddy, kijk ik helemaal anders naar de dood. Bianca denkt er duidelijk anders over en is letterlijk doodsbang. De 2 guards zijn totally excited, en ondanks dat we zeer stil moeten zijn, wordt het kamp verwittigd dat de leeuw is gespot en wordt er gezegd dat iedereen naar daar moet komen. Uiteindelijk staan we een klein half uur te kijken naar de leeuw die roerloos blijft staan totdat hij vertrekt, verder weg het park in. De guards kunnen er niet van over hoeveel geluk wij hebben. Het is de 2° keer in 5 jaar dat er een leeuw wordt gespot en “we are the lucky ones” ! Blijkbaar zijn er maar 4 leeuwen in het 548 km² grote park. My daddy was guiding us, zeg ik tegen Mc Cloud tegen wie ik al over hem verteld had. Om de adrenaline wat te laten zakken drinken we nog een pint in de bar voor het slapen gaan. En als je denkt dat je dan alles gehad hebt, volgt er ’s nachts nog een verrassing. Onze hutjes (zonder vensters, maar enkel met muggengaas omringd) worden ’s nachts besnuffeld door 3 olifanten. Cé ziet ze en is onder de indruk en Bianca besterft het blijkbaar opnieuw. Ik kijk niet naar buiten omdat ik op dat moment denk dat het apen zijn die in de bomen springen. Morgen doen we nog de wandel- en de jeepsafari, maar het is duidelijk dat we nu al het maximum uit ons bezoek aan Mvuu Camp hebben gehaald.
Jawadde dadde, dit kon tellen !
Dinsdag 13 september: Einde van onze vakantie in Camp Mvuu en eerste motorrijles voor Karine
Ondanks de gekke nacht vol geluiden van alle beesten die in en rond Mvuu Camp dwaalden, staan we om 5u30 op om tegen 6u00 aan de ochtend-wandel-safari te beginnen. Opnieuw worden we begeleid door 2 gidsen. Ditmaal is het geweer van de “waakgids” van een zwaarder kaliber dan het “one-shot-gun” van gisteren. De ontmoeting met de lion king gisteren is hier waarschijnlijk niet vreemd aan ;-). We wandelen een uurtje door het park en krijgen uitleg over de fauna en flora. 2 keer wijzigen we onze wandelrichting omdat we anders in het wandelspoor van een groep olifanten dreigen terecht te komen. Op zich ook wel even spannend, maar in niets te vergelijken met de spanning van gisteren. Na de wandelsafari een stevig ontbijt en dan nog 2 uur met de jeep door het park. We komen nog eens heel dicht bij een troep olifanten, maar eigenlijk zien we niks nieuws meer. Tegen 10u30 komt James ons ophalen aan de rand van Mvuu Camp en tegen 12u00 zijn we terug thuis in Zomba. Onze “vakantie in de vakantie” zit erop, maar ik heb het gevoel dat het, net zoals voor mezelf, ook voor Cé en Bianca niet meer had moeten zijn.
’s Namiddags leer ik Karine met de Yamaha rijden. De Yamaha is een 100 cc crossmotor die nu eindelijk helemaal is hersteld. Karine is eigenlijk toch een zotte madame. Ik voel dat ze der helemaal niet gerust in is, maar ze bijt door en na nog geen twintig minuten, rijdt ze al alleen een toertje. Ze rijdt uiteraard nog op een traag tempo en gaat niet hoger dan derde versnelling, maar toch dikke chapeau voor de manier waarop ze haar angsten overwint en het uiteindelijk zo snel aanleert. Ik ben blij dat ik dit voor haar heb kunnen doen, want soms heb ik hier wat te doen met haar. Zij moet hier als blanke vrouw én met een Esther Mikeseni, die zoals jullie al konden lezen niet de meest eenvoudige is, toch maar het project met de boeren uit de grond stampen. Het project is eigenlijk het oprichten van een voedselbank. In de 6 dorpen rond Sitima werden er een aantal boeren geselecteerd, die van de vzw Non Profit een aantal kwaliteits-meststoffen en dito zaden krijgen. Op die manier hebben ze meer kans op een geslaagde en ruimere oogst. Maar de boeren krijgen dit niet zomaar. Na het regenseizoen en na de oogst, moeten ze een deel van hun gewassen afstaan, zodat Non Profit met deze gewassen een voedselbank kan oprichten. Wanneer dan volgend jaar opnieuw de droge periode aanbreekt, is er een soort reserve die men tegen normale prijzen opnieuw op de markt kan brengen. Het principe is eenvoudig uit te leggen, maar het in deze wereld in praktijk brengen, is een ander paar mouwen. Dus nogmaals chapeau voor Karine, die hier haar uiterste best doet om alles op de rails te krijgen. Ik twijfel er ook geen seconde aan, dat ze er in zal slagen, maar uiteraard zal het Malwese tempo de voortgang van het project bepalen.
Morgen is het opnieuw Sitima-time. Benieuwd wat de dag brengen zal. Tot morgen !
Woensdag 14 september: De motor, valiezen uitdelen in Sitima en de training aan de meisjes
Nu de motor is gemaakt, neem ik hem voor het eerst om samen met de Cé naar Sitima te rijden. Op veel plaatsen in Afrika wordt er veel geld betaald om een dergelijk ritje door de zandvlakte te kunnen maken. Het is volop genieten. Het valt me op dat hoe dichter we bij Sitima komen de “Azungu’s” steeds meer “Filipi’s” worden. Het is enerzijds een beetje raar, maar anderzijds geeft het me wel een leuk gevoel. Na de speech in Chichewa die ik hier vorig jaar heb gegeven op de memorial voor mijnen Daddy, waar toen toch wel een 3 à 400 mensen hebben zitten naar luisteren, voel ik wel aan dat Filipi nog meer (h)erkend wordt, als vroeger. Ik ben een BM geworden : bekende Mzungu
Vandaag regel ik in Sitima alles voor de World Cup van zondag. We hebben een andere meisjesploeg uit Zomba uitgenodigd, er zal eten worden voorzien en alle meisjes zullen een zakje en pen (van de Robby) en een medaille krijgen. Daarnaast zal ik ook de EHBO-kist van het team wat aanvullen met materiaal dat ik van Martine (vrouw van de vroegere voorzitter van SK Oetingen, die een goede vriend was van onzen Daddy en die ons ook al veel te vroeg heeft moeten verlaten). Super dikke merci ook aan haar, want zij heeft heel wat medisch materiaal meegegeven, dat we ook nog zullen gebruiken om aan het Zomba Central Hospital te schenken en materiaal dat waarschijnlijk ook Karine nog zal kunnen gebruiken, wanneer ze de ondervoeding van de baby’s in en rond Sitima zal onderzoeken. Zikomo kwambiri (zikomo = dank u, kwambiri = veel), Martine!!!
Vandaag worden er ook reiskoffers uitgedeeld aan het personeel. Neen, beste lezer, deze mensen gaan niet op reis, maar een reiskoffer wordt hier gebruikt als kleerkast en is in dat opzicht een super groot geschenk voor deze mensen. Vandaag zijn de cooks en de cleaners aan de beurt. Er zijn 8 valiezen te verdelen, dus eerst maken zij onder elkaar uit welke 8 van de 16 vandaag aan de beurt zijn. Ze zijn hier zo nauw aan elkaar verbonden dat ze ook van elkaar wel weten wie op dit moment het best een koffer kan gebruiken dus zijn ze er snel uit. Omdat niet alle koffers gelijk zijn, worden de koffers via een lottrekking verdeeld. Het mooie is dat ze allen super blij zijn met wat ze krijgen. Ook de vrouw die de kleinste koffer heeft “getrokken”. Soms is de blijdschap zo groot dat ze op de knieën vallen voor de koffer die ze getrokken hebben en de handen ten hemel slaan. Wanneer de koffers zijn uitgedeeld, breekt er bij deze volwassen vrouwen spontaan gezang los. Een erg aangrijpend tafereel, dat nog maar eens aantoont hoe weinig de mensen hier hebben…
Donderdag 15 september: training aan de bullets, de levering van de fertilizers en ceremonie voor het uitdelen van de sportkledij
Vandaag speel ik eerst wat met de kindjes in Sitima, om daarna samen met de Cé training te geven aan de Sitima Bullets. Waar de meisjes tegen allerlei vooroordelen moeten opboksen en vieze moeders en vaders moeten trotseren om te mogen trainen, kunnen deze heren in deze mannenmaatschappij doen en laten wat ze willen en naar Malawese normen kan de training dus op tijd beginnen (slechts een half uur later dan voorzien ;-)). Ze zijn met 19 en zoals ik al eerder zei, is het er duidelijk aan te zien dat ook zij het niet breed hebben. Sommigen spelen blootvoets en sommigen hebben truitjes aan die wij zelfs niet als vod zouden gebruiken. We geven een uitgebreide opwarming met bal en doen dan een aantal partijtjes op balbezit (4 tegen 2, 3 tegen 2). Daarna maken we drie ploegjes die om ter snelst een technisch parcours moeten afleggen. Zoals overal ter wereld zijn de mannen en bij uitstek de voetballers grote kinderen. Veel geschater en alle trucjes uit de doos halend om toch maar punten te scoren. Dan geven we een oefening, afwerken op doel maar in combinatievorm op een half veld (3, 4 passen geven alvorens de laatste speler afwerkt). Dergelijke oefeningen kennen ze hier blijkbaar niet. Wanneer ik tegen de coach zeg dat dit een leuke en goede oefening is, antwoordt hij, “to many beautiful, this excercise” .
Terwijl de training bezig is, komen de fertilizers (meststoffen) en de granen aan voor het project van Non Profit. Na 2 dagen vruchteloos proberen (problemen met transport, met de betaling, …), is het Karine eindelijk gelukt om deze zakken (ongeveer een 70 à 80 zakken van 50 kg) in Sitima te krijgen. Het is een zware investering van meer dan 500.000 MK die dankzij Non Profit, kan gebeuren. Door de zakken nog 2 maand in onze school op te slaan, kan de community van Sitima er ook iets aan verdienen (2 maanden huur). Dit is Malawi, niks is gratis. Het is de dagelijkse realiteit waar ook wij mee geconfronteerd worden.
Na de training, laat ik aan de meisjes de 2 spiksplinternieuwe uitrustingen zien die ik van Nancy heb meegekregen. De ooh’s en de aaah’s zijn niet te tellen en de glimlach die deze truitjes op elk van de gezichtjes te weeg brengt, is echt super mooi. Ik moet van de Sam (hun trainer) een klein speechke doen en dan richt de kapitein van de meisjesploeg ook een dankwoordje aan mij. Daarna wordt er door Mr Mofolo nog een ceremonie georganiseerd om de overdracht van de voetbalkledij aan de Sitima Bullets en de Sitima Sisters te vieren. Hoe ze het doen (iedereen verwittigen) is me een raadsel, maar plots duiken er wel zo’n 70, 80 mensen op die de “ceremonie” bijwonen. Het lijkt letterlijk of de “tamtam” hier zijn werk doet ;-). Wat ook opvalt, is dat er ondanks er maar 19 “Bullets” op training waren er plots wel 35 à 40 spelers lijken te zijn. Ik ken ze hier ondertussen al en laat duidelijk merken dat ik hier niet over te spreken ben. Ik zeg dat enkel de spelers die op de training waren zich apart moeten zetten. De trainer komt dan naar me toe en zegt dat er toch wel een 5 à 6 spelers zijn die vandaag onmogelijk konden meetrainen (werken, geblesseerd, …), maar die toch wel duidelijk bij de ploeg horen. Ok for me, voor hen sta ik een uitzondering toe.
Eerst speecht Mr. Mofolo, daarna is het mijn beurt. Ik geef eerst mee dat, Johan, mijn vader, in België jarenlang een voetbaltrainer is geweest en dat hij vandaag fier zou zijn dat we in Sitima ook een mannenploeg hebben. Ik zeg dat ik dus blij ben dat ik kan helpen. Mr. Mofolo heeft samen met de trainer en enkele wijze mannen van het dorp beslist, dat de trainingen en voetbaltruitjes worden opgeslagen bij één van de wijze mannen en dat deze niet individueel mee naar huis mogen worden genomen. Ik zeg dat ik hoop dat ze begrijpen dat deze kledij in de eerste plaats voor de Sitima Community is, in plaats van individuele sponsoring voor henzelf. Een bescheiden applausje volgt. Ik wens de ploeg veel succes in de lokale competitie die trouwens zaterdag begint en om af te sluiten, zeg ik dan dat ik voor elke speler een paar voetbalkousen heb en dat ze deze kousen mee naar huis mogen nemen (zo afgesproken met Mr Mofolo). De helft van de ploeg springt recht en er wordt luid geapplaudisseerd en geroepen. Ook dit is Malawi. Wanneer er voor het team 30 mooie trainingen en truitjes worden uitgedeeld een bescheiden applausje, wanneer ze voor zichzelf een “stom” paar kousen krijgen, is het kot te klein.
Vrijdag 16 september: Sitima, pintje(s) met Dimba, discussie met the wakers en de G-String
Vandaag ga ik alleen naar Sitima met de motor. Ik moet geld geven voor de aankoop van het eten voor de school volgende week en geld voor de aankoop van het eten voor zondag. Sam heeft mij gisteren een lijstje gegeven met daarop het aantal personen voor wie we zondag moeten koken (de 2 ploegen, de officials en de vrijwilligers die helpen). Ze weten dat ik minder kritisch ben dan Mieke, dus hebben ze er 35 vrijwilligers opgezet, zodat we aan 97 mensen komen. Het zal ook een feestmaal worden, want er staat geit, met rijst en groentjes op het programma. Voor de middag speel ik nog wat met de kleine krawieteltjes en ’s middags eet ik samen met de leerkrachten, nsima, rode bonen en groene kool. Ik kan hiervan enorm genieten. Zo samen zitten de nsima met de handen kneden en naar binnen spelen, … op dat moment voel ik me echt één van hen. De leerkrachten lachen wat af onder elkaar. Het is mooi om te zien dat deze mensen die bijna niks hebben, toch zo vrolijk zijn. Ik versta niks van wat ze zeggen, maar kijk gewoon naar de gelaatsuitdrukkingen. Zo voel ik op een bepaald moment aan dat de Sam iets “pikant” moet verteld hebben. Als ik hem vraag wat, durft hij het niet te zeggen. Waarop ik antwoord, I knew it was dirty stuff. Een verlegen glimlach overvalt hem. Na het gezellige middagmaal keer ik terug naar Zomba.
Om 13u00 heb ik met Mr. Dimba (de loodgieter) afgesproken om samen een pint te pakken in de “2 missed calls bar”. Ik heb dit met hem afgesproken, omdat ik al 2 keer mijn afspraak om uit te gaan met hem, heb gecancelled. De “2 missed calls bar” is hier ondertussen mijn stamcafeetje (ook het enige dat ik bezoek) geworden. Het is een typisch Malawees cafeetje met 2 ruimtes en een “terras”. In de ene ruimte heb je de toog, enkele frigo’s en een aantal barkrukken en in de 2° ruimte staat een pool. Maar het leukste aan het café is de bazin, Margareth. Margareth is, denk ik een jaar of 30 en een zeer tengere, maar mooie vrouw. Het leuke aan Margareth is dat ze altijd lacht. En ondanks ze zo fijn en tenger is, is zij wel diegene die mij altijd beschermt wanneer er bedelende Malawezen bij mij komen om een biertje of een sigaret af te luizen. Dan komt ze van achter haar toog (ik zit altijd op de bank op het terras) en stuurt ze de bedelaar in kwestie weg. Zikomo kwambiri, Margareth en dan lacht ze weer.
Mr. Dimba is naar Malawese normen ruim op tijd (slechts 40 minuutjes te laat ;-)) en komt aan samen met zijn helper, Mr. Blessings. Ik zit met hen toch ruim 3 uur op het terras pintjes te pakken. En we praten over het leven hier en het leven in België. Nogmaals wordt duidelijk dat we in een mannenwereld zijn. Vrijdag is fathers day, de dag dat de mannen mogen/moeten uitgaan. Mannen mogen alles, vrouwen mogen niks. Als een vrouw zelfs nog maar even het huis uit wil, moet ze dit altijd vragen en moet ze goed uitleggen wat ze gaat doen en wanneer ze terug zal zijn. Mannen doen en laten wat ze willen en flirten er ondertussen lustig op los. Een man heeft het recht om een nacht niet naar huis te komen en de vrouw mag nog niet eens vragen waar hij heeft gezeten. Dimba is een zeer zachte man, nee hij is echt totaal geen machotype en hij is ook geen moslim. Hij is vader van 2 tweelingen, maar ook hij is een kind van zijn maatschappij en denkt er dus ook zo over. Vrouwen moeten luisteren naar de mannen. Laat de man maar voor de vrouw denken, dat is het beste voor iedereen… Pas op, Malawese mannen begrijpen wel dat ze deze houding noch van de Azungu-mannen als van de Azungu-vrouwen kunnen verwachten. Was dit zo geweest, dan had Mieke geen schijn van kans om hier te kunnen blijven. Meer nog, Mieke maakt er juist vaak een punt van tegen hen, dat zij het zuiverste bewijs is dat vrouwen wel heel veel kunnen en gelijkwaardig zijn aan de mannen. Je ziet ze dan vaak denken van, ach… pure Azungu-praat .
Wanneer ik thuis kom, staat er een discussie met onze wakers op het programma. Ze zijn boos op Madam Mieke, omdat ze geweigerd heeft hen een extra pre-pay (voorafbetaling van loon) toe te staan. Ze hebben daarom gisteren een klachtenbrief geschreven en de klachten zijn de volgende:

ze hebben geen eieren meer gekregen
de laatste vrijwilligers hebben voor hen niets achter gelaten en ze verdenken Madam Mieke er van dat zij dit heeft opgestookt
de reparatie van de fietsen wordt door haar niet meer betaald
als ze naar een begrafenis (op begrafenissen wordt er eten geserveerd, daarom gaan ze zo graag) van een “relatif” moeten, wordt de dag dat ze niet komen werken van hun loon afgehouden
een dag ziekte wordt van hun loon afgehouden
ze hebben geen extra pre-pay gekregen.

Ons antwoord:

Ze krijgen geen eieren meer omdat Mieke geen eieren meer koopt. Vroeger kocht Mieke de eieren voor Sitima, maar nu doen ze dit in Sitima zelf. Dit is al meer dan een jaar zo en Mieke heeft dit op zijn minst al 5 keer uitgelegd. Bovendien zijn we verwonderd dat ze de bonen en de rijst die ze nu als extra krijgen, niet vermelden ;-).
Madam Mieke maakt duidelijk dat zij niks maar dan ook niks tegen de vrijwilligers zegt. Het is de vrijwilliger zelf die beslist of hij/zij iets achter laat voor het personeel. Bovendien zijn we opnieuw verwonderd omdat in 99% van de gevallen de vrijwilligers wel iets voor hen achter laten, maar dat daar niets over gezegd wordt.
Mieke heeft ooit eens de reparatie van de fietsen betaald. Dit is pure goodwill en een zuivere extra geste. Het is niet omdat ze dit één keer heeft gedaan dat ze dit voor de rest van hun leven moet doen (maar zo denken zij dus wel).
Mieke zegt dat het onmogelijk te controleren is dat ze ten eerste naar een begrafenis gaan en ten tweede dat het over een relatif gaat. Als hun Nfumo (chief of the village) op papier zet dat het wel degelijk om een echte relatif van hen gaat, wil Mieke de dag toch uitbetalen. Dit antwoord lachen ze weg, want het is onmogelijk om dit aan de Nfumo te vragen. Mieke zegt sorry, maar jullie zien heel het dorp als jullie relatif, dus het blijft njet. Als het over hun vrouw, ouders of kinderen gaat, dan zullen ze wel worden doorbetaald, meer nog dan zal Mieke zelfs een stuk van de begrafeniskosten dragen.
Mieke legt de regel nog eens uit. Als ze ziek zijn, moeten ze naar de dokter en als de dokter een briefje schrijft, wordt de dag uitbetaald. Als we het zo niet doen, zijn ze 10 dagen per maand ziek.
De pre-pay. Eigenlijk draait alles rond het weigeren van een extra pre-pay en zijn de vorige zaken puur excuses om het zaakje wat aan te kleden. Eigenlijk is een pre-pay hier zeer uitzonderlijk. Een Malawese baas geeft nooit pre-pays. Eerst werken en dan pas je geld is het motto. De regel bij ons is de volgende. Het personeel mag slechts éénmaal per maand om een pre-pay vragen. Dit is puur om hen te beschermen, want als het aan hen lag, dan vroegen ze hun hele loon op in pre-pay en hebben ze op het einde van de maand niks van loon meer over.

Wat was er deze maand gebeurd? Enerzijds hebben de mannen een lening lopen bij Mieke en anderzijds zijn ze op de 5° van de maand al om een pre-pay komen vragen. Concreet betekent dit dat ze al 7000 MK hebben ontvangen van hun 10000 MK maandloon. Dus om hen te beschermen, wil Mieke geen extra pre-pay meer toestaan. Maar zoals jullie al konden lezen, is het nu het moment van de fertilizers waardoor ze extra geld nodig hebben. Vandaar ook de nood aan een extra pre-pay en het schrijven van de klachtenbrief. We proberen hen duidelijk te maken dat we hen beschermen tegen hun eigen onvermogen om hun geld goed te beheren. Toch kunnen ze het maar moeilijk begrijpen. We zeggen ook dat we eigenlijk kwaad zijn omdat we goed proberen te zijn met hen, maar we eigenlijk stank voor dank krijgen. Misschien moeten we maar stoppen met al die extra’tjes en gewoon het loon op het eind van de maand uitbetalen. De kopjes gaan naar omlaag en het antwoord van hen is dat, “that would be really no good, that would kill us.” We sluiten de meeting af en zeggen dat we moeten nadenken. Maandagmorgen is iedereen aanwezig en zullen we kijken hoe het verder moet. We beseffen dat ze nu bang zijn, maar ze zullen in het vervolg (hopelijk) toch wel iets langer nadenken alvorens een klachtenbrief te schrijven.
Omdat het onze laatste vrijdag is hier, beslissen we om ’s avonds naar de G-string, de plaatselijke discotheek te gaan. Ik ben er nog nooit naar toe geweest en Mieke heeft me met haar verhalen toch wat nieuwsgierig gemaakt. Na een pizza’tje in Domino’s, vertrekken we richting de Matawale-wijk. De G-string licht wat afgelegen buiten het centrum van Zomba. Er is op die plek eigenlijk een soort uitgaansbuurt gecreëerd, want naast de G-String zijn er zeker nog een 4-tal cafeetjes/discotheekjes. Omdat de elektriciteit het laat afweten, kunnen we in het begin, maar in één discotheekje terecht. Het is ook het enige cafeetje dat koud bier heeft. We placeren hier een eerste dansje, komen Mr. Angoni tegen en drinken een paar pintjes. Er is één ding dat opvalt: het is fathers day. De overgrote meerderheid van de uitgaanders zijn mannen. Ik schat een 80%. Naar schatting denk ik dat er over de verschillende cafeetjes heen een 80-tal meisjes/vrouwen zijn. Dit is niet het uitgaansleven zoals in België. Het is niet zo dat deze dames de lieven zijn van enkele gasten of gewoon enkele vriendinnen zijn die een stapje zetten. Nee, het overgrote deel van hen zijn hoeren. Op fathers day zijn zij het die de heren in hun lusten voorzien. Blijkbaar zouden er op zaterdag meer meisjes zijn die vrij kunnen uitgaan, maar vandaag… Ik vind het pijnlijk om te zien hoe deze – vaak jonge – vrouwen zich letterlijk verkopen aan de mannen. We blijven tot rond 01u00 in de uitgaansbuurt, want hoe later het wordt, hoe meer we voelen dat zatte mannen zich tot de Azungu richten in de hoop op een pint getrakteerd te worden. Veel later moet je er als Mzungu niet blijven…
Zaterdag 17 september: De boekhouding, het Youth Center (YC) en afscheidsfeestje bij Margot
Door het feestje van gisteren blijven we lekker lang uitslapen en staan we pas op tegen 8u30 ;-). Normaal zouden we vandaag kapitein spelen bij de competitiedag van het Youth Center, maar door het late opstaan en tal van andere zaken die nog moeten gebeuren, beslissen we om hieraan te verzaken. Kapitein spelen van een ploeg is iets wat ook de Malawese vrijwilligers, die door Veerle zijn opgeleid, kunnen. Veerle is de verantwoordelijke van het YC en ik breng haar van onze beslissing op de hoogte. Ik hoor dat ze er eigenlijk niet zo blij mee is, maar ik kan vandaag onmogelijk mijn volledige dag opofferen. Na vandaag heb ik nog maar 2 dagen hier in Zomba/Sitima (snik) en morgen staat het voetbaltornooi op het programma, dus die dag zit ook al aardig vol en maandag is het afscheid nemen van Sitima. Sorry Veerle, maar ik kon moeilijk anders.
Na het ontbijt neem ik met Mieke een stukje van onze boekhouding door. Mieke brengt me op de hoogte van de lonen in Sitima en hier in Zomba. De lonen die ook hier door de indexering en de hoge inflatie elk jaar stijgen. Waar de leraars in 2007 ooit startten met 1500MK, zitten ze nu al aan 2500 MK. We bespreken ook het probleem van de wakers en ik overleg met haar, hoe we best de bonussen die ik hier jaarlijks uitdeel, kunnen verdelen. Omwille van het feit dat er nog veel geld over is van het sponsorbedrag van Cé’s vader, kan ik dit jaar een veel grotere bonus uitkeren dan de vorige jaren. Ikzelf moet eigenlijk enkel nog een klein stukje opleggen, voor de bonussen voor de wakers. Ik kom met Mieke het volgende overeen; elk personeelslid dat “voltijds”(= hier 5 halve dagen en in concreto 24 FTE’s) voor ons in Sitima werkt, krijgt nu op het einde van de maand een eerste extra bonus van 2000MK om fertilizers te kunnen kopen en een tweede bonus van 2000 MK bij het loon in december om cadeautjes te kunnen kopen. Normaal zouden ook de wakers deze bonus krijgen, maar omdat ze toch zo sterk zijn in zagen en klagen, beslis ik in samenspraak met Mieke om elke maand dat ze niet (onredelijk) zagen en klagen, ze 500 MK te geven. Zo zullen ze hun bonus iets meer moeten verdienen, maar doen ze op het einde van de rit toch nog een betere zaak dan de mensen in Sitima (want als ze hun plicht doen, krijgen ze 6000 MK op jaarbasis).
Na deze administratie maak ik de prijzen klaar voor de competitiedag van het YC. Elke deelnemer krijgt een rugzakje van de Robby en elk lid van het winnende team krijgt ook een medaille. Tegen 11u30 ongeveer vertrek ik naar Sitima met een rugzak vol prijzen. In Sitima is de competitie volop bezig. Ik ga overal eens kijken en wat supporteren en speel tikkertje met een aantal meisjes van onze voetbalploeg die niet deelnemen aan de competitiedag. Ik leg Veerle uit wat de prijzen zijn en waar ze liggen en vertrek dan tegen 13u30 terug naar Zomba, waar er nog een rijles voor Karine op het programma staat. Daarna werk ik aan dit dagboek en tegen een uur of vijf maken we ons klaar om naar het afscheidsfeestje bij Margot te gaan.
Ik ken Margot eigenlijk niet, maar Mieke kent haar goed. Margot is een jonge Nederlandse psychiater die de voorbije 8 maanden in Zomba Mental Hospital heeft gewerkt. Volgende week vertrekt ze terug naar Nederland en daarom dus het feestje. Zoals het hier (en soms ook wel bij ons) gaat met feestjes, brengt iedereen wat mee voor te eten en te drinken en dan wordt alles gedeeld. Richard heeft daarom deze namiddag 2 kippen geslacht en klaar gemaakt en Cé is nog een fles Gin gaan halen. Op het feestje zijn veel Azungu aanwezig, maar ook veel Malawese collega’s vanuit het Mental Hospital en ook Malawese buurtbewoners. Zij moeten/kunnen op deze feestjes niks meebrengen, maar doen zich uitbundig tegoed aan de overvloed die de Azungu hebben meegebracht. Ook Veerle is daar. Ze vertelt me dat het een jaar geleden was dat ze hier in Malawi nog tranen had gelaten, maar dat ze vandaag tranen in de ogen had bij het zien van zoveel blijdschap bij het uitdelen van de rugzakjes. Weer het bewijs dat in Sitima een cadeautje krijgen iets buitengewoons is. Het is een leuk feestje, maar de vermoeidheid van gisteren hangt er nog wat in en eigenlijk keren we vrij snel terug naar huis om in ons bedje te kruipen. Tot morgen.

Zondag 18 september: De World Cup van de Sitima Sisters, een groot succes
Omdat we het Malawese ritme ondertussen al kennen en omdat er vandaag uiteindelijk maar één match op het programma staat, vertrekken we pas rond 11u00 richting Sitima. Bij aankomst is de ploeg van de tegenpartij al aanwezig, maar zijn de voorbereidingen van het veld nog aan de gang. Net als vorig jaar worden de lijnen van het veld met de hand gelegd. De meisjes zijn daar volop mee bezig. Sam en een aantal leerkrachten slaan de cornervlagjes die we dit jaar mee hadden in de grond. Het is eigenlijk een surreëel beeld om die fluo-cornervlagjes op ons veld te zien staan. Zelfs Zomba United heeft zo geen mooie cornervlaggen. Daarna moeten de netten nog aan de doelen gehangen worden. Waar wij hiervoor een trapladder zouden nodig hebben, kruipen ze hier zonder enige moeite op de houten palen naar boven. Wanneer het veld ver klaar is (het is dan over 13u30), moet er eerst nog door beide teams gegeten worden. Daarom beslissen wij om even naar Govala-market te gaan. Deze markt ligt op een 2-tal kilometer van Sitima en Cé en Bianca hebben deze nog niet gezien. Vandaag is het grote markt en het krioelt er van de mensen. Het overgrote deel van de marktkramers stalt zijn waar uit, door ze gewoon op grote doeken op de grond te leggen. We drinken een gezellige pint of 2, gaan aan het enige Malawese “frietkot” dat ik ken een portie “frieten” kopen en we zeveren weer wat af. Cé en ik stellen vast dat Bianca en Karine gaan “shoppen”(ze kopen een typisch Malawese schort) en we vinden het spijtig dat de stoofvleessaus met mayonaise in de frituur was uitverkocht. We verliezen de tijd wat uit het oog en komen tegen iets over 15u30 terug aan in Sitima.
Tegen 15u45 begint de match. Onze meisjes spelen tegen Zomba Touareg (een ploegje gesponsord door de automobielsector). Eerder speelden ze al een 4-tal keer tegen deze ploeg en ze speelden 3 keer gelijk en verloren één keer. Vandaag staan de meisjes te schitteren in hun gele blinkende truitjes die we van Nancy hebben meegekregen en de eerste 25 minuten leggen onze Sistima Sisters (al zeg ik het zelf) soms wervelende meisjesvoetbal op de mat. Na 25 minuten is de tussenstand dan ook 4-0! voor onze meisjes. De gemeenschap in Sitima gaat helemaal uit zijn dak. Dan wisselt de tegenpartij de goalkeeper. Onze meisjes blijven domineren, maar de nieuwe goalie houdt alles tegen. Na 45 minuten is de ruststand 4-0. Ik verplicht de trainers om wissels door te voeren, want bij zo’n “grote” match durven ze wel eens de beste meisjes te laten staan. De eerlijkheid gebiedt mij wel mee te geven dat de tegenpartij blootvoets speelt en onze meisjes allemaal voetbalschoenen aanhebben. De anderen hebben totaal geen schrik van de bal, maar het verschil zit hem duidelijk in de kracht die onze meisjes, dankzij hun schoenen, tegen de bal kunnen zetten. In de 2° helft is de partij iets meer in evenwicht, maar in de laatste 20 minuten slaan onze meisjes opnieuw toe. Eindstand 7-0 ! Mr. Mofolo, de directeur, die ik ken als een serieuze, kalme man, is bij de 5-0 de perfecte vertaling van de blijdschap die de gemeenschap vandaag overvalt. Hij springt van het bankje waar enkel hij en de Nfumo’s mogen opzitten en loopt met de armen in de lucht het veld op.
Na de wedstrijd wordt er gespeecht door Mr. Mofolo, de Nfumo van Sitima, de beide trainers en door mezelf en krijgen alle meisjes van beide ploegen een rugzakje en een medaille. Ondanks het zware verlies kan ook het geluk bij de meisjes van Zomba niet op. Dit was meer dan een geslaagde World Cup. Volgend jaar zeker opnieuw!
Morgen krijgen jullie het laatste dagverslag van mijn 4° reis naar de andere wereld. Ik weet nu al dat het afscheid pijnlijk zal zijn.
Maandag 19 september: Afscheid van Sitima
Voor een laatste keer met de motor naar Sitima. Cé rijdt mee in het opgaan, Bianca bij het terugkeren. Eenmaal in Sitima aangekomen is het speeltijd. Ondanks de vergadering met het YC dat op het programma staat, wil ik eerst de voorkeur geven aan mijn kleine schattekes. Filipi lanceert het Tango-liedje en ik schat dat er toch een 100-tal kinderen vrolijk meedoen. Ik brei er nog een aantal variante versies aan en geniet met volle teugen. Daarna de vergadering met het YC. Ik toon hen het materiaal dat we in Blantyre hebben gekocht. De vreugde en blijdschap is van de gezichten af te lezen. De vrijwilligers zullen een inventaris opmaken en er wordt een systeem uitgewerkt zodat het materiaal steeds terug zal komen naar het YC en niet zomaar kan verdwijnen. Na de vergadering eten we een laatste keer samen met de leerkrachten. En na het eten gaan we allen samen zitten om afscheid te nemen. Omdat Mr. Mofolo er vandaag blijkbaar niet bij kan zijn, ben ik als eerste aan de beurt om te speechen. Ik dank iedereen voor het goede werk dat ze leveren. Ik benadruk nog eens dat we alles doe voor de kinderen die de toekomst zijn van Malawi. Daarna moet ook Cédric een speech geven. Cédric zegt dat hij onder de indruk is van de school die er staat. Hij vertelt dat we al meer dan 30 jaar vrienden zijn en dat hij, omdat we zo vaak samen speelden, ook mijn vader Johan heel goed kende. “Johan was like a second father for me when I was young”. Hij bedankt ook iedereen en zegt dat Sitima op zijn steun zal kunnen blijven rekenen. Daarna mag Bianca iets zeggen, maar een beetje verlegen als ze is, zegt ze dat Cédric alles heeft gezegd. Dan sluit Sam met een laatste speech af. Hij zegt dat het leuk was omdat we als de voorbije weken als broers en zussen hebben samen geleefd. Hij dankt ons allen voor de steun en vraagt een speciale dank u over te maken aan de sponsors in België (Willy, Nancy, Robby en de vele anderen voor alle steun die ze aan Sitima vanuit België) bieden. Dus in de naam van Sitima een steivge Zikomo kwambiri aan alle YOCE-sympathisanten en donoren in België. Daarna heeft Sam het over Mieke en Johan. Hij is ze dankbaar en zegt dat Johan blijft leven dankzij wat er in Sitima gebeurt. Het wordt me allemaal wat teveel en de tranen rollen over mijn wangen. Verdomme, wat mis ik hem toch. Maar goed, er zijn veel emoties die me overvallen. Het is niet alleen het verdriet, maar ook de blijdschap en de fierheid over wat we in Sitima gerealiseerd hebben en nog steeds aan het realiseren zijn. Na de speeches ga ik nog even aan het monumentje zitten om verder uit te wenen.
Als ultiem eerbetoon aan Sitima gaan we nog op bezoek bij de oude Nfumo die nu zwaar ziek is. Hij was de baas hier in 2007 toen het allemaal begon. Hij heeft met mijnen Daddy en Mieke indertijd het licht op groen gezet om van Sitima iets heel moois te maken. In Zomba zij er mij iemand: Sitima has become like a city. Ik denk dat die man toen bedoelde dat de schrijnende armoede die de dorpen typeert, in Sitima wat is weggevlakt. Een mooier compliment kon ik niet krijgen en dat dit is kunnen gebeuren, is voor een groot deel te danken aan de oude Nfumo. Volgend jaar zal deze man hier waarschijnlijk niet meer zijn, daarom is het belangrijk dat we dit bezoekje aflegden.
Zo beste lezer dit was het dan. Ik hoop dat jullie wat genoten hebben van het dagboek. Ik nodig jullie allen uit om ook regelmatig eens een bezoekje te brengen aan onze website http://www.yocevim.org . Daar kunnen jullie het project verder opvolgen en kunnen jullie ook alle gegevens terug vinden over hoe jullie het project kunnen steunen. Uiteraard is dit een totaal vrijblijvende oproep, maar we kunnen er niet om heen dat we jullie steun hard nodig hebben.
Aan jullie allemaal hartelijk dank om dit dagboek tot het einde uit te lezen. Volgend jaar zeker opnieuw.
Zikomo kwambiri !!!

Advertenties

IN STIJL.

•augustus 2, 2011 • Geef een reactie

Afscheid nemen van mijn geliefd Zomba en Sitima vraagt een korte maar stevige mentale omschakeling.
Ik doe dat in stijl. Het flesje champagne “Veuve Cliquot” meegebracht door mijn lieve dochter Birgit is al geopend en de eerste tekenen van deze heerlijke ondeugd benevelt al een beetje mijn zinnen.
Op mijn klein draagbaar radiootje luister ik naar de cd van Jean Goubalt: où-est-il? Natuurlijk moet je houden van zijn muziek maar hij is een geweldig muzikant. Een aanrader en mijn gezelschap in de late uurtjes.
De open haard brandt en in mijn zetel zo dicht mogelijk bij het vuur, geraak ik in de juiste sfeer voor een dagboek, een afscheid voor even. Drie weken van verplichtingen, van plezier maar ook van verdriet. Mijn België is mijn roots en zal dat altijd blijven. Het land dat me bindt aan een verleden met familie en vrienden, een land dat me gelukkig maakt maar ook heel verdrietig. Gelukkig om wat er nog is in mijn leven, verdrietig om wat er niet meer is. Johan zijn graf bezoeken lukt nog steeds niet. Dat van Karel heb ik leren aanvaarden met de tijd en elk jaar ga ik even langs, houd ik een gesprek met hem over de dingen des levens en zeg: “wie had dit ooit kunnen voorzien”?

Naar westerse gewoonte dacht ik snel even afscheid te kunnen nemen in Sitima maar zo zagen zij dat niet. Zaterdag was echt niet de geschikte dag voor Mofolo, de Junior Director van Sitima CBO om afscheid te nemen want hij doet “de markt” en welke dag is nu beter om business te doen dan zaterdag.
Geen excuus voor hem. Afscheid nemen doe je in stijl, de studenten van UP Leuven mogen dit al ervaren hebben vorige week. Hij heeft gelijk, je weet nooit wat de dag van morgen brengen zal. Ik zou dit al lang moeten weten en toch, dat westerse gedrag, het is er moeilijk uit te kloppen. En wil ik eigenlijk wel dat ze dit eruit kloppen? Ik ben het produkt van mijn leven, een westers leven met een andere standaard dan de hunne. Een standaard waarin ik champagne lekker vind, een standaard waarin ik kan houden van Jean Goubald.
En ergens temidden van hun cultuur en mijn standaard, ontmoeten we elkaar, leren we van elkaar en doen we ons best elkaar te begrijpen. Onze WIL om er iets van te maken, is van belang. Een wil die ik voel in de gemeenschappen rond Sitima. Een wil die ik voel bij mezelf. De reden om telkens terug te komen, de reden om het vol te houden.

Malawi is als een geliefde. Het aantrekken en afstoten. We, Veerle en ik, kennen het als onze broekzak (zeg: rokzak). We sakkeren hier wat af, zagen en klagen dat het een lieve lust is. Hoe dikwijls voelen we ons hier niet alleen, onbegrepen, uitgebuit en uitgedaagd. Maar ook, hoe dikwijls hebben we dolle pret met deze inwoner van Malawi, zijn onschuld, zijn hartelijkheid, zijn stugheid, zijn oer-zijn. Tijdens onze middaglunches bij een cappucino en cake waarop we een uurtje mogen wachten, kunnen we onze emoties even luchten om daarna ieder zijns weegs te gaan. Veerle naar het hare, ik naar het mijne, gelijkend en ook heel verschillend.
Na zoveel maanden zo kort op elkaar geleefd te hebben, stijgt de spanning soms tussen ons en moeten we even afstand nemen om daarna weer in volle overtuiging terug tot elkaar te komen, elkaar te verstaan en elkaar te respecteren in wie we zijn en hoe we, elk afzonderlijk, met de omstandigheden omgaan.
Dit is het leven ten volle beleven. Het is mooi zoals Malawi mooi is. Het is moeilijk zoals Malawi moeilijk is. Het is uniek.

Nog één dag en België is weer in mijn hart en hoofd. Mijn familie en vrienden staan weer centraal in mijn leven en zullen mijn dagen vullen. Het worden heerlijke drie weken waarin ik zal ondergedompeld worden in luxe en zorgzaamheid. Even mijn assertiviteit naast me leggen en gewoon genieten van de vanzelfsprekendheid van veiligheid en vertrouwen.
Kon ik beide werelden maar tot één wereld samenbrengen.

leesvoer

•juli 11, 2011 • Geef een reactie

Momenteel is dochter Birgit met een uitgebreid gezelschap op bezoek. Je kan hun avonturen volgen op sitima2011.wordpress.com.

vrijwilligers

•april 21, 2011 • Geef een reactie

Er verblijven momenteel drie studenten bij Mieke. Je kan hun ervaringen lezen op deze blog.

lang geleden…

•maart 26, 2011 • Geef een reactie

Nog voor 5am belt Georgie, één van de leerkrachten in Sitima, me op.

Het is zondag en mijn bioritme weet dat, ik mag een uurtje langer blijven liggen. Op weekdagen sta ik geprogrammeerd rond 5am en alhoewel ik een ochtendmens ben, heb ik toch graag de nodige ruimte om te douchen, te ontbijten en mijn programma van de dag voor te bereiden.

Wakker gemaakt en een beetje slecht gehumeurd, neem ik toch even mijn gsm onder mijn hoofdkussen vandaan om te zien wie me zo dringend nodig kan hebben.

Als ik zie dat het Georgie is, weet ik meteen waarover het gaat en stop mijn gsm terug van waar hij kwam. Een kwartier later opnieuw gerinkel en zo gaat het nog enkele keren door. [Soft Break]Hij had vandaag een afspraakje met mijn drie studenten die hun stage doen als kleuteronderwijzeres in Sitima Nursery School. Vandaag wordt zijn zoontje gedoopt en dat kan enkel doorgaan als hij eerst een weddingceremonie doorloopt. Kwestie van niet vooruit te lopen op de normale gang van zaken in het leven. De theorie ligt ver van de praktijk in Malawi. [Soft Break]Twee vliegen in één klap ook voor de studenten en de moeite om eens een kijkje te nemen hoe dat zoal in zijn werk gaat in de dorpjes rond Sitima.

Wel spijtig dat hij zijn nummer niet had gegeven aan de studenten.

Even later belt Sam. Hij volgt momenteel een cursus voor scheidsrechter in Zomba.

Of ik misschien iets te eten heb in huis want hij heeft een enorme honger en het duurt nog even voor hij weer thuis kan zijn.

Als ik hem zeg dat ik eigenlijk niks in huis heb als wat brood, gaat dat zijn verstand te boven. “In zo’n groot huis wonen en dan geen eten hebben, hoe kan dat nu?”.

Zijn dag wordt bepaald door eten, het zoeken naar eten, geld hebben voor eten te kopen, grond hebben waar eten te vinden is, het bereiden van eten, kortom: overleven. Als er eten is, is je dag geslaagd en morgen ?? een groot vraagteken voor velen.

Mijn dag wordt bepaald door van alles en nog wat maar zeker niet door eten. Eten kan ik als blanke overal, onderweg naar of terug, in de school, in elk resthouse, lodge of chique restaurant. Over eten moet ik mijn verstand niet breken.

Ik durf hem niet te zeggen dat ik vandaag naar de Ku Chawe ga brunchen en ik besluit een leugen voor bestwil te gebruiken en zeg dat ik toch in het centrum van Zomba moet zijn en hem wel wat geld zal geven om eten te kopen.

Ik besef dat ik een gevaarlijk parcours bewandel nu maar ik kon gewoon geen “neen” zeggen op zijn vraag.

Terwijl ik hier mijn buikje rond eet, overeet, troost ik me met de gedachte dat ik juist gehandeld heb. En zoals steeds: daarna zien we wel weer.

Van hieruit rijd ik naar Sitima waar zowel onze Sitima Sisters als Sitima Bullets (de jongensploeg) een voetbalmatch hebben. [Soft Break]Nu de plannen zijn gemaakt om zowel ons Youth Center verder uit te bouwen en onze voetbalspelers te ondersteunen, ben ik moreel verplicht mij regelmatig te laten zien rond het veld. Mijn aanwezigheid staat gelijk met mogelijke steun en wie weet beïnvloedt dit ook hun spel.

Ook deze week werd ons Youth Center goedgekeurd door Mr. Ndalama (= geld). Hij werkt voor District Health Office in Zomba, het eerste bureau dat je in de reeks moet passeren voor de opstart van een Health center waar we counselling en testen kunnen doen voor HIV.

Er moet nog veel gebeuren voor de eerste test zal plaatsvinden maar de start is gemaakt.

Volgende week volgen onderhandelingen met het meest nabije Makwapala Health Center om één van hun werknemers beschikbaar te stellen voor Sitima. Wij van onze kant moeten ook iemand laten opleiden. Eens dat allemaal achter de rug is, wordt ons Youth Center twee of drie dagen in de maand een Health Center. Een letterlijke en figuurlijke stap dichter in de bestrijding van het AIDSprobleem.

De aanwezigheid van Günther en Jan (dokters in spé) in Zomba deze week zijn een deel in het geheel van de uitbreiding.

Al een hele tijd zijn we in onderhandeling met de Belgische vzw Non Profit en de tijd is bijna rijp om ook daar de theorie in de praktijk om te zetten.

Het hele plaatje wordt completer. Met kleine stapjes, heel voorzichtig, breiden we uit. Als een octopus die zijn tentakels uitstrekt proberen we de lokale bevolking uit de vijf andere dorpjes van ons project YOCE te betrekken in het geheel.

Dagboek voor Karel

•februari 20, 2011 • Geef een reactie

“Ik ga me nu klaarmaken om naar de herdenking te gaan”.
Een zin uit de mail van mijn dochter Birgit deze ochtend die inslaat als een bom.
Plots lijkt het of alle stukjes van de puzzel in elkaar passen en zit ik te wenen achter mijn computer.
Deze ochtend had ik het nog over “mijn eerste echtgenoot” tegen Richard en over aangetekende brieven die ergens verloren liggen omdat één van de koffers van de studenten nog steeds niet is toegekomen in Malawi.
Deze ochtend schreef ik in een mail aan een vertrouwd iemand: “voel ik me zo omdat het morgen 20/2 is?”
Deze ochtend beantwoordde ik de mail van een collega dierenarts van Karel die destijds ook in Malawi werkte met: “de behoefte aan omgang met gelijken komt weer op, een teken dat er teveel éénrichtingsverkeer is geweest”.

Onbewust is het een jaarlijks terugkerend gegeven: rond deze periode van het jaar geraakt mijn weerstand op.
En als ik alles op een rijtje zet, klopt dat ook.

Het begint op 8 december met het overlijden van Johan. Dan volgen Kerstmis en Nieuwjaar die ik in alle eenvoud vier in Malawi. Daarna de verjaardag van Karel, mezelf en Johan, gevolgd door het overlijden van mijn moeder en Karel op 20/2.

Deze ochtend mijn kinderen het voorstel gedaan om in de toekomst elkaar ergens halverwege het jaar en de wereld te ontmoeten voor een korte vakantie.
Elk van hen mag 10 vakantiebestemmingen voorleggen en hopelijk komt er minstens één gezamelijke favoriet uit de bus.

De moeilijke periode is weer voorbij.
Een nieuw plan is bedacht om mijn kinderen en Malawi meer in balans te krijgen zodat ik volgend jaar voornoemde data met het nodige respect maar ook met flair en humor hoop te beleven.

De zon schijnt volop en straks speelt onze meisjesploeg Sitima Sisters tegen Chanco (chanco= chancellor college = universiteit)
Met een open truck en veel ambiance zullen onze dorpsmeisjes en half Sitima toekomen op de Universiteit van Malawi.
Het wordt een mooie dag, ongetwijfeld, voor ons allen.

dagboek voor Johan

•februari 4, 2011 • Geef een reactie

Dagboek voor Johan.

Het is weer zover.
Het regenseizoen is volop bezig en de hieraan verbonden nadelen zijn ook zichtbaar.
Het begon na een heerlijk ontspannen zondagse trektocht in de Michiru Mountain in Blantyre zowat veertien dagen terug.
Geschoeid met mijn slechtste loopschoenen, omdat die gewoon het gemakkelijkst zitten, maar ook met de nodige gaten erin, ging ik op stap. Gaten groot genoeg om stekels, takken, water en zo meer door te laten. Doe daar vochtig warm weer bij en het is feest voor de bacteriën.
Alles begint klein, wordt groter en nu zijn de vier wonden aan mijn voeten intussen op hun grootst. Dat hoop ik toch.
En zo kwam ik vandaag vervroegd thuis, vermoeid van de pijn en geen zin om nog een wandeling met Zarya te maken of een duik in het zwembad met Veerle.
Mijn al weken uitgesteld dagboek en een verjaardag in het zicht, met dank aan Filip die tijdelijk het hiaat wist te vullen, trok me over de lijn, intussen mijn voeten pamperend en verzorgend.
Alle zalfjes en kuren al geprobeerd hebbend, zocht ik deze ochtend toevlucht bij Richard die het zowaar nog erger maakte. Het rood van de ontsteking ziet nu blauw van zijn behandeling. Terug naar af en weer een halve centimeter groter.

Het was een alles behalve leuke ochtend. Donderdag: melkdag en tandartsdag.
Elke donderdagochtend stipt om 8 uur staat Jayne me op te wachten op de parking van de kliniek van dr. Panja. .
Jayne woont zowat haar halve leven al op het plateau en kweekt er Jersey koeien, honden, bloemen, ….
Maar op donderdag komt ze met een volgeladen wagen naar beneden zodat klanten kunnen bevoorraad worden zonder dat ze zelf het plateau moeten oprijden.
Ik koop telkens 30 tot 35 liter melk, afhankelijk van haar aanbod want de koeien geven niet altijd even veel, zegt ze.
Van de overschot, ook al naargelang het geven van de koeien, kan ik bij haar ook verse boter, verse kaas en room kopen. Een luxe in Zomba.
Het is een mooi tafereel. Jayne komt de wagen niet uit. Zij schrijft het bonneke en ontvang het geld.
Haar 80-jarige housekeeper is erbij om de deur te openen zodat zijn in de leer zijnde jonge housekeeper, het werk kan doen.
Meer dan een kwartier tot een half uur neemt dit niet in beslag, ook afhankelijk van hoe praatvaardig we (Jayne en ik) zijn die ochtend.
Het was een kort intermezzo vandaag want dr. Panja moest weg met zijn wagen en ik stond op zijn oprit. Spoedgevallen hebben voorrang.
Hoe ik mijn boter moest beschermen om niet terug melk te worden, was een vraag die me onderweg nog bezig hield.

Tot ik in Sitima aankwam.
Patrick, de coach van onze Sitima Sisters Football club stond me op te wachten met een gezwollen kaak. Patiënt nr. 1 voor de dentist.
Hij heeft een beetje voorrang want onze meisjesploeg, die deze week in competitie gaat en moet spelen tegen andere meisjesvoetbalploegen waartegen ze nooit kunnen winnen, mag zaterdag absoluut niet ontbreken.
Onze Sitima Sisters spelen tegen Zomba Community Girls waartegen ze laatst nog verloren met 10-0. Dit is dan ook een super getrainde meisjesploeg.
Wat ik niet wist maar toch had kunnen bedenken, is dat voetbalploegen voor een belangrijke match overgaan tot het nemen van “krachtmiddeltjes”. Onze epo en drugs maar dan lokale middeltjes voorgeschreven en bewitcht door de witchdoctor himself.
Ik mag mee op bezoek zodat ik overtuigd geraak van hun methodes.

Dan stappen vijf kleine onwetende kindjes in mijn auto en een jonge moeder met baby die verantwoordelijk is gesteld voor de kleintjes. Ik schat haar nog geen twintig jaar.
Niemand die een woord zegt en dus zet ik een Malawese cassette op om wat leven in de brouwerij te krijgen. Het mag niet baten.
Na een half uur rijden op de slechte weg van Sitima tot het kruispunt met Jali, komt er beweging op de achterbank. De porridge van die ochtend moet er weer uit en in de kortste keren is haar uniformpje onherkenbaar wit geworden en zitten meteen ook de andere passagiers onder de porridge. Ik stop aan de kant van de weg.
En dit is mooi: niet de jonge dame met kind snelt ter hulp maar Patrick. Hij neemt het kind uit de wagen, plukt gras in de kant en reinigt op een professionele manier haar kleedje met een snelle neerwaartse beweging zodat alle porridge smelt als sneeuw voor de zon. Nog even haar sandaaltjes onder handen nemen en we rijden verder. Waar heb ik het toch altijd over met mijn gepreek van gender?

The Dentist Clinic: zijn naam niet waard aan het verval van dit koloniale gebouw te zien.
Ik kom er graag zolang ik zelf maar niet in de stoel moet liggen.
Dr. Sajith wacht me op, afgeborsteld, bijna glanzend. De Hindoe uit de hoogste klasse. We praten over koetjes en kalfjes en over de moeilijkheid van leven in Malawi. Hij is niet aan zijn proefstuk toe, dat is duidelijk. We zijn het erover eens dat elke buitenlander zo zijn moeilijke periode door moet maar nadien krijg je heel wat terug. Ik denk dat ik al zover ben, zeg ik hem. Hij ook dus.

Dr. Mhango komt ook binnen, zijn handschoenen nog aan en ik mag in zijn armen knijpen. Daarmee trek je met gemak de taaiste tand.
Diplomatisch word ik in hun office gezet onder de ventilator. Mijn kindjes en Patrick worden versluisd naar de achterkant van het gebouw, ver weg van luisterende oren.
Het mocht niet baten. Eén voor één hoor ik de kindjes jammeren en roepen “amai” (moeder). Het geluid snijdt door me heen en een andere dokter komt me wat entertainen om mijn zinnen te verzetten voor ik de office wil verlaten en een kijkje wil gaan nemen in de praktijkruimte.
Ik laat begaan, schrik dat ik zelf onwel zal worden. Dit mooie reisje met de auto is een nachtmerrie geworden. En ze moeten nog een keertje terugkomen want alles kon niet in één keer gebeuren. Dat gaat niet lukken, vrees ik.
Op de terugweg zitten mijn patiëntjes, aandoenlijk, elk met een prop watten in de mond. Dat niemand nog iets zegt, zelfs Patrick niet, is nu heel begrijpbaar.
Ik laat ook mijn muziek voor wat het was.

Mijn voeten zijn intussen enorm gezwollen van de hitte, bijna 30°C en ook van de riempjes van mijn sandalen. De enige schoenen die nog pasten en nu ook pijn doen. Zonder schoenen rijd ik terug naar Zomba. Ik heb nood aan een goede koffie en stop bij Bethel’s Bookshop.
Geen tafeltje buiten dat nog vrij is. Er staan er maar twee trouwens.
Ik vraag of ik mag aanzitten omdat ik niet graag binnen zit.
Gelukkig kan dit hier, mag dit hier, maakt niemand daar een probleem van en gelukkig ken ik allen die er aanwezig zijn. Ook dat helpt natuurlijk.
Een vrijwilligster in het Mental Hospital vraag ik zowat de kleren van het lijf. Niet zonder reden want Suzan, moeder van Mattias en nog twee zusjes, verblijft al veel te lang in dit hospitaal. Bijna een half jaar. Dit klopt niet meer.
Na veel gevraag mijnentwege wordt het geheel wat duidelijk. Teveel mensen voor te weinig zusters en dokters doet hen grijpen naar slaapmiddelen en tranquilizers. Zo weinig mogelijk last is de boodschap. Suzan hoort daar ook bij nu. Maar wat gebeurt er met mensen die niet van zich laten horen, die de fut ontgaat? Je kijkt niet meer naar hen om want ze “gedragen” zich.

Met mijn voeten omhoog hangend in het traliewerk van mijn gate was ik begonnen aan dit dagboek.
Een verhaal van een halve dag dat ik wil afsluiten met Richard zijn vraag. .
Of hij nog wat geld kon lenen voor de aankoop van een tafeltje.
De zin hiervan ontging me echt. Ik weet dat hij reeds stoelen had gekocht en nu een tafeltje erbij wil maar om daarvoor nog een extra lening (hij had er al eentje lopen) te vragen?
Hij heeft het me uitgelegd en ik heb het begrepen.
Als zijn of haar familie op bezoek komt, wat regelmatig gebeurt, kunnen ze eindelijk eens bewijzen dat ze een verschil maken met het leven dat zijn/haar familie heeft in de dorpen. Door geen meubels te kopen, zegt de familie dat je daarvoor niet in de stad of bij een mzungu moet gaan werken. Dan kom je beter terug naar je dorp en je familie en werk zoals iedereen ook op het land.
Zo had ik meubels nog nooit bekeken.

Morgen moet een fijne dag worden. Een dag van lekker eten en drinken, een dag om gelukkig te zijn. Morgen is het de verjaardag van Johan.
In stijl zal ik dit vieren.
Filip, morgen gaat je fles champagne open en trekken Veerle en ik het plateau op voor een ontbijtlunch.
En als we dan voldoende genoten hebben en onze hoofden al een beetje in de wind en in de war zullen zijn, misschien heb ik dan de moed om Suzan te bezoeken.
Telkens een moreel dilemma: gaan of niet gaan. Als ze me ziet, wil ze mee naar huis en creëer ik hoop. Als ze me niet ziet,…… dan is er enkel ellende.